De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

4 minuten leestijd

Een juiste beslissing.
De Minister van Justitie heeft aan den Nieuw-Malthusiaanschen Bond, nadat de zaak vier jaar slepende was gebleven, ten slotte zijne medewerking onthouden, om opnieuw de koninklijke goedkeuring op de Statuten te verkrijgen. In 1895 was de Bond onder liberaal bewind voor het eerst voor een tijdvak van 30 jaar als rechtspersoon erkend, maar thans wilde de Minister geen enkelen stap meer doen , om de verlenging van dien termijn mogelijk te maken. Wij zijn mr. Donner voor deze beslising dankbaar.
Het is absoluut onjuist, wat in de Tweede Kamer bij gelegenheid van een interpellatie over het weigeren der koninklijke goedkeuring door Vrijzinnigen en Socialisten beweerd werd, n.l, dat de afwijzing machtsmisbruik beteekent en een bemoeien van regeeringswege is met de particuliere opvattingen van andersdenkenden. Noch het een, noch het ander is waar.
De Minister heeft in zijn afwijzende houding in geen enkel opzicht zijne godsdienstige of politieke inzichten aan Vrijzinnigen en Socialisten willen opleggen, maar dat hij weigerde om den Nieuw-Malthusiaanschen Bond officieel te doen erkennen, was uitsluitend gelegen in het feit, dat de erkenning niet mocht plaats hebben op grond van strijd met de openbare orde en de goede zeden en omdat het streven van den Bond, benevens zijn propaganda, ingaat tegen het algemeen landsbelang.
Wat de Nieuw-Malthusiaansche Bond wil is Staatsgevaarlijk.
In de laatste halve eeuw is in heel de beschaafde wereld het proces gaande om het geboortecijfer in dalende lijn te brengen. En zoover zijn de pogingen al gevorderd, dat dit cijfer reeds overal de 30% of meer heeft overschreden. Bij ons zonk het cijfer der geboorten per jaar per 10.000 inwoners van 36.1 in 1875 op 28.6 in 1920 en op 23.8 in 1926, dus met 33%.
Stond nu tegenover deze fatale cijfers niet de groote vermindering van het cijfer der sterfgevallen van 25.6 per 10.000 inwoners op niet minder dan 9.8 in 1926, dan zou de ontvolking van den bodem zeker reeds merkbaar zijn geweest.
Maar die gunstige verhouding, in de mortaliteit heeft ongetwijfeld haar grens bereikt; lager dan 9.8 zal het toch moeilijk kunnen komen, zoodat wanneer op den duur het cijfer der geboorten zakken blijft, zeer spoedig, zooals dit in Frankrijk is te zien, het cijfer der sterfgevallen dat der geboorten zal overtreffen.
En is eenmaal de lawine aan het rollen, dan is ze niet meer tegen te houden. Zoo is het Nieuw-Malthusianisme, dat zijn propaganda richt op de beperking van de geboorten, een gevaar voor den Staat. Zijn streven loopt uit, hoe mooi men de zaken ook wil voorstellen, op rasvernietiging uit. Dat Minister Donner weigerde om door de erkenning als rechtspersoon van den Nieuw-Malthusiaanschen Bond dit streven en deze propaganda te bevorderen, is volkomen begrijpelijk. Echter is het een raadsel, hoe de geheele linkerzijde der Tweede Kamer er toe kon komen om als één man het beleid van den Minister af te keuren. Gelukkig nam de rechterzijde der Tweede Kamer een tegenovergesteld standpunt in door haar algeheele instemming te betuigen met het feit, dat aan den Nieuw-Malthusiaanschen Bond de rechtspersoonlijkheid zal worden onthouden.

Nieuwe kosten.
Het Sociaal Democratisch voorstel tot invoering der leerverplichting voor het zevende leerjaar, is in de Tweede Kamer met groote meerderheid van stemmen verworpen. Toch wil dit niet zeggen, dat met de afstemming van het voorstel nu ook het zevende verplichte leerjaar tot 31 December 1929 van de baan is. Integendeel! de regeering heeft wederinvoering van den leerplicht voor het zevende leerjaar tegen 1 Juli 1928 in uitzicht gesteld. Het eenige verschil tusschen het Socialistisch voorstel en de verklaring van de regeering is dus, dat de leerverplichting niet op 1 Januari a.s., maar zes maanden later in werking treedt; althans het voorstel daartoe zal door den Minister van Onderwijs worden ingediend. En met dezen maatregel zal een nieuwe last op de gemeenten worden gelegd.
Reeds werd door de Tweede Kamer aangenomen een wetsontwerp, waarin bepaald wordt dat tegen 1 September van dit jaar aan alle scholen het zevende leerjaar verplichtend wordt; d.w.z. dat op dien datum alle scholen, openbare zoowel als bijzondere scholen, voor het zevende leerjaar zullen moeten ingericht zijn. Aangezien er nu nog 525 scholen zijn waar bij algemeene deelneming aan het zevende leerjaar voor ruimte moet worden gezorgd en
 deze ruimte aan bijbouw en meubilair op f 7000.— gemiddeld gerekend kan worden, zullen de gemeenten in een totaal-kosten van 3.6 millioen hebben te voorzien. De regeering, die zoo straks de Gemeentebesturen zal verplichten deze uitgaven te doen, zal noodig hebben te zorgen dat er eene herziening komt van de financiëele verhouding tusschen Rijk en gemeenten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's