De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

8 minuten leestijd

De evenredige vertegenwoordiging.
De vorige week hebben wij getracht om in het licht te stellen, dat het algemeen Kiesrecht voor mannen en voor vrouwen benevens de stemplicht producten zijn van revolutionairen bodem. Zoo staat het intusschen niet met de instelling van de evenredige vertegenwoordiging. Bij dat instituut is geen beginsel betrokken, althans niet een politiek princiep. Het is een onderwerp, dat tot de neutrale zone behoort. Nu heeft de evenredige vertegenwoordiging in den beginne vrijwel aller sympathie gehad.
Zij werd ontworpen en ingevoerd op grond van rechtvaardigheidsoverwegingen en ter zake van de wenschelijkheid om in de volksvertegenwoordiging meer stabiliteit te verkrijgen.
Ten tijde van het districten-stelsel, toen elk district nog zijn eigen afgevaardiging had, was de klacht algemeen, dat de verschillende politieke partijen niet dat aantal zetels in de Volksvertegenwoordiging kreeg als waarop zij naar berekening van de getalsterkte zouden kunnen aanspraak maken. De oorzaak daarvan lag in de omstandigheid, dat in bijna geen enkel district, tenminste van de districten boven den Moerdijk, eenige partij in staat was zelf de meerderheid der kiezers op zich te vereenigen en dat dus te voren tusschen de partijen afspraak moest worden gemaakt, wat in verband met de geneigdheid der kiezers om hun stem voor den een of anderen candidaat uit te brengen of niet uit te brengen, voor de eene partij een voordeel en voor de andere een nadeel werd.
Daarbij kwam, dat allerlei omstandiglieden, soms nietigheden, aanleiding gaven, dat een district voor de een of andere partij verloren ging. Het hing dikmaals ook van enkele stemmen af, wie verkozen werd. Er zijn gevallen bekend, dat één kiezer den doorslag gaf bij de stembus. Een en ander was oorzaak, dat elke stabiliteit (bestendigheid) bij de samenstelling der Volksvertegenwoordiging werd gemist. Rechtvaardigheidszin en de zoo gewenschte vastheid in het regeeringsbeleid hebben dan ook aanleiding gegeven, dat het districten-stelsel werd prijsgegeven en daarvoor de evenredige vertegenwoordiging in de plaats kwam.
Doch nog een ander voordeel — en dit was er een van niet geringe beteekenis - stelde de evenredige vertegenwoordiging in het uitzicht. Dit voordeel was hierin gelegen, dat elke partij zich voortaan — wat men noemt kon uitleven. Men was niet meer gebonden aan stembusafspraken, zoodat de samenwerkende partijen, als ten tijde van het districten-stelsel, zich niet meer voor elkander behoefden te ontzien. Men was vrij om in eigen organisatie, eigen beginselen te propageeren.
Toch wogen de voordeelen, welke de evenredige vertegenwoordiging biedt, niet op tegen de nadeelen, die van het stelsel zoo langzamerhand aan den dag kwamen en die de vroegere bewonderaars van het instituut tot tegenstanders maakten, of wel in die mate de belangstelling deed minderen, dat men er thans onverschillig tegenover staat.
Drie omstandigheden hebben daartoe aanleiding gegeven.
In de eerste plaats het totaal gemis aan saamhoorigheid tusschen de partijen, die 't met elkander in de groote lijnen eens zijn. Iedere partij leeft tegenwoordig op zichzelf en gaat haar eigen gang, wat zich komt te wreken, wanneer een Kabinetsformatie aan de orde is. Van dit groote nadeel hebben wij nog maar een kleinigheidje gezien; er zijn nog te veel oude relaties, die de moeilijkheden tijdelijk kunnen bezweren, maar als later de algeheele verwijdering mocht komen, zal het blijken welke nadeelige gevolgen de evenredige vertegenwoordiging voor ons land en ons volk oplevert.
In de tweede plaats de versnippering der partijen, met het gevolg, dat allerlei groepjes als paddestoelen opkomen. Vooral bij verkiezingen, die reeds bij beperkten invloed kans van slagen geven, als bij Gemeenteraadsverkiezingen, komt dit kwaad tot volle ontplooiing. 't Gaat bij de meeste van die partijtjes niet om eenig beginsel maar om een stoffelijk belang naar voren te schuiven. Wat b.v. Rotterdam in de Rapaille Partij te zien geeft, is een ernstige waarschuwing tegen de evenredige ve genwoordiging. 
En in de derde plaats de z.g.n. verplaatsing van stemmen. Het doel van de evenredige vertegenwoordiging was om zekerheid te geven, dat de stemmen, welke op een partij werden uitgebracht, metterdaad ook aan die partij zouden ten goede komen. Er is echter bij de invoering van deze vertegenwoordiging niet gedacht aan de beteekenis van de stemmen, die nadat de verdeeling der zetels zou hebben plaats gehad, zouden overschieten, de z.g.n. „resten", althans men heeft zich van het overgaan van deze „resten" naar andere partijen geen genoegzame rekenschap gegeven. De practijk van de evenredige vertegenwoordiging heeft echter geleerd, dat wat deze overschotten betreft, de verdeeling der stemmen een kansspel is geworden. Zoo kan wat het stelsel der „resten" betreft, het gebeuren, dat een Antirevolutionaire stem aan den Sociaal Democratischen, ja zelfs aan den Communistischen candidaat ten goede komt. Dat zulk een stelsel het verzet tegen de evenredige vertegenwoordiging doet groeien, is alleszins begrijpelijk. Zou men op dit punt de werking van de evenredige vertegenwoordiging willen verzachten, dan zou de Kieswet zeker zóó moeten worden gewijzigd, dat vóór dat de verkiezingen plaats hadden, de partijen onderling overeenkwamen, aan welke groep het overschot van de lijst, waarvoor geen zetel werd aangewezen, zou ten goede komen.
Maar daarmede werden dan de bezwaren tegen de evenredige vertegenwoordiging nog niet weggenomen. De eenige weg, om uit de tegenwoordige misère te geraken, zou zijn, dat de Kieswet in haar geheel op de helling werd gebracht. Misschien zouden wij dan ook verlost kunnen worden van 't algemeen kiesrecht voor mannen en voor vrouwen, benevens van den stemplicht en zou de gelegenheid er zijn om ook andere onnoodige en omslachtige bepalingen uit de Wet te verwijderen. Herziening van de Kieswet is urgent.

Het dansen op Zondag.
De mededeeling van Burgemeester en Wethouders van 's-'Gravenhage, betreffende de uitvoering van de Zondagswet terzake van het verleenen van dansvergunningen op Zondag, heeft na de herhaalde vragen van het Gemeenteraadslid, den heer Duymaer van Twist, eindelijk uitgewezen, dat wanneer het College bij de dansvergunningen de voorwaarde stelt, dat eerst na het eindigen der godsdienstoefeningen met het dansen mag worden aangevangen, onder godsdienstoefeningen moeten worden verstaan, die, welke in den middag van dien dag worden gehouden.
Dit standpunt is natuurlijk in flagranten strijd met artikel 4 van de Wet, waarin gezegd wordt: „dat geene openbare vermakelijkheden, zooals schouwburgen, publieke danspartijen, concerten en harddraverijen op de Zondagen en algemeene feestdagen zullen gedoogd worden; zullende het aan de plaatselijke besturen worden vrijgelaten hieromtrent een uitzondering toe te staan, mits niet dan na het volkomen eindigen van alle godsdienstoefeningen".
Een vergunning voor openbare vermakelijkheden op Zondag mag dus niet als regel, doch behoort als uitzondering te worden verleend en voorts laat de Wet niet toe, dat de vergunning anders wordt gegeven dan na het volkomen eindigen van alle godsdienstoefeningen; dat is in de Residentie na 's avonds half negen.
Terecht heeft thans ons Kamerlid de hulp van den Minister van Justitie ingeroepen, ten einde naleving van de Zondagswet te verkrijgen. Daartoe stelde de heer Duymaer van Twist de volgende drie vragen aan den Minister:
1. Heeft de Minister kennis genomen van het antwoord van Burgemeester en Wethouders van 's-Gravenhage van 28 Juni 1927 op de vragen van het Raadslid L.F. Duymaer van Twist, betreffende het verleenen van dansvergunningen op Zondag?
2. Acht de Minister niet, dat het standpunt van Burgemeester en Wethouders, dat op den Zondag des middags mag worden gedanst, mits na het volkomen eindigen der middagdiensten, in strijd is met artikel 4 der Zondagswet en wel in tweeërlei zin door:
a. de uitzondering, welke het artikel voorschrijft, tot regel te maken;
b. het pertinente voorschrift van het artikel, dat openbare vermakelijkheden bij uitzondering kunnen worden toegestaan, mits niet dan na het volkomen eindigen van alle godsdienstoefeningen, ter zijde te stellen en daarvan te maken, dat reeds na de middaggodsdienstoefening mag worden gedanst?
3. Zoo deze vraag bevestigend wordt beantwoord, is de Minister dan bereid, overeenkomstig zijn toezegging (Memorie van Antwoord, blz. 5, hoofdstuk IV), Staatsbegrooting voor het dienstjaar '26) maatregelen te treffen ter handhaving van de Zondagswet?
Met belangstelling zien wij het antwoord van den Minister van Justitie tegemoet,
Gaat de Minister met de zienswijze van ons Kamerlid accoord en zal de rechter in de zaak worden gemoeid, wat ongetwijfeld, gezien vroegere rechterlijke beslissingen, tot een veroordeeling zal leiden, dan zullen publieke danspartijen als uitzondering eerst na half negen des avonds mogen plaats vinden, wat voor de meeste dansgelegenheden om op dat uur nog hun zalen open te zetten, de moeite niet meer zal loonen. Zoo wordt heel wat kwaad tegengehouden. Daarbij komt, als eerst de danspartijen worden ingekort, daarna ook andere publieke vermakelijkheden aan de orde zullen komen. Het is jammer, dat de Wet niet toelaat den geheelen Zondag de verschillende établissementen gesloten te krijgen. Doch omdat het meerdere niet kan verkregen worden, behoeft het mindere nog niet veronachtzaamd te worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juli 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juli 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's