De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FEUILLETON

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FEUILLETON

5 minuten leestijd

DE SMID VAN GRIJSDORP
door JEKA
29)
't Was hem alsof ds. Stevens voor hem alleen gepredikt had, ten minste het woord van den prediker was er bij hem ingegaan en had doel getroffen. Met een bezwaard hart was hij naar de kerk gegaan en toen hij er uit ging was het nog zwaarder geworden; er was iets in hem dat hem neerdrukte en benauwde, zóó, dat hij het bijna niet meer dragen kon.
Toen hij met zijn kinderen naar huis ging (moeder was thuis gebleven) herhaalde hij telkens de vraag van den onrechtvaardigen rentmeester: „Wat zal ik doen?" Vooral was het in zijn hart geschreven wat ds. Stevens aan het einde nog als persoonlijk tot hem gezegd had: „Indien gij deze vraag mede neemt, voegt er dan een tweede nog bij, die van Saulus op den weg naar Damaskus: „Heere! wat wilt Gij dat ik doen zal?" en gij zult een goed antwoord er op vinden.
Ook de smid kon geen rentmeester Gods zijn; dat was hem opnieuw recht duidelijk geworden. Reeds lang had hij gevoeld, dat hij daarvoor geheel ongeschikt was, dat hij schuldig was voor God en voor Hem niet kon bestaan. Hij had geen vrede noch inneriijke kracht, integendeel, er knaagde en schrijnde in zijn binnenste iets dat hem dreigde te verteren. Of was het een smeulend vuur, dat niet verwarmde, maar slechts walm en rook gaf, waarin hij zou verstikken?
De vraag van den onrechtvaardigen rentmeester: „Wat zal ik doen?" hoorde hij onophoudelijk in zijn binnenste, maar de tweede durfde hij nauwelijks herhalen: „Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?" want hij kon niet ontkennen dat hij het antwoord wel wist. Inzonderheid sinds Anna, kort voor haar sterven, hem ook een vraag had gedaan, waarop hij geen voldoend antwoord had gegeven. Toen zij namelijk sprak oven „oprecht als de duiven". „Daar gaat niets van af, vader, oprecht moeten wij zijn voor God en voor elkander. Zijt gij dat ook, vader? Gij houdt ook zooveel van duiven?"
Als hij op zolder was, alleen bij de duiven, dan kon hij het wel uitschreeuwen soms; neen, hij was niet oprecht voor God, niet oprecht voor zijn vrouw, niet oprecht voor de menschen. Daarom was er een ban in huis, daarom ging het zoo gansch anders dan vroeger. Hoe somber en gedrukt, hoe stil en koud was het in huis; er klonk geen lied meer, er werd zeer weinig gesproken, er was zelfs een hinderpaal in het dagelijksch werk, en het was maar goed, dat 't niet de drukste tijd van het jaar was, had de knecht gezegd; de baas laat er ons alleen maar voor zitten. Hij, de huisvader, was ook niet oprecht tegenover zijn knechten; hij was het zelfs niet geweest tegenover zijn stervende stiefdochter, toen zij in hare eenvoudigheid en met haar gansche hart hem er naar vroeg. En nu was zij heengegaan, voor altijd. Werd het nu nog geen tijd, dat hij deed wat God wilde, dat hij doen zou, namelijk oprecht worden?
De Geest Gods werkt geregeld en geleidelijk door, in 't natuurlijke en in het geestelijke; onnaspeurlijk zijn Zijne wegen. Hij wekt en versterkt 't leven, doet het groeien en vruchten dragen. Als Hij een mensch van zonde overtuigt, dan wordt zoo iemand inwendig aangeklaagd door een stem, die hij niet tot zwijgen kan brengen, dan wordt hij gebracht op de plaats waar hij wezen moet en doo'r een onwederstandelijke kracht gedrongen om te doen wat hij heeft te doen. Het gaat in stilte, hij is het zich niet bewust dat God hem onder handen heeft genomen, hij denkt daar zelfs eerst niet aan, maar vraagt in zijn verlegenheid: „Wat zal ik doen?" Hij overlegt en peinst, maakt plannen, kiest naar zijn wijsheid wegen die hij gaan zal, en waarin hij toch vastloopt of teleurgesteld wordt, tot de Geest, die doorwerkt, hem de vraag van Saulus: „Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?" of een andere dergelijke vraag in het hart schrijft, zóó, dat hij ook het rechte antwoord vindt. Daarom is de prediking van Gods Woord zulk een onwaardeerbaar groot voorrecht. Wonderlijk en heerlijk zijn de werken des Geestes door de bediening des Woords. Dat Woord keert niet ledig tot God weder; het zal doen al wat Hem behaagt.
't Was eenige dagen na Nieuwjaar; in de smederij had men het avondeten gebruikt. De smid stond op en zeide: „Ik moet er nog even uit", en verliet zijn woning. Het gebeurde wel meer, dat hij des avonds nog naar dezen of genen vriend ging. 't Was echter nu toch een bizonder bezoek dat hij wilde brengen, maar hij zei het niet tot zijn vrouw. 
Buiten was het donker en koud, toch liep de smid niet vlug, zeer langzaam zelfs, als iemand die zeer moede is, en innerlijk was hij dat ook. Bij de brug ging hij links den hoek om en den weg langs het kanaal. 
Zou hij nog naar den Beukenhof willen, naar oude Geertje? Neen, dichterbij. Toen hij de pastorie van ds. Stevens naderde, liep hij nog langzamer, bleef even staan en zag naar boven. Daar brandde licht op dominee's studeerkamer. De dominé was dus thuis. Nog aarzelde hij even, maar liep daarna op de pastorie toe en belde aan.
Dirkje deed open en wilde met "een goeden avond, Zeelman", hem in de wachtkamer laten; hii kwam immers, zo dacht zij, om dominé met Nieuwjaar gelukwenschen. Maar de smid vroeg, dominé alleen te spreken, als het gelegen kwam. Dirkje zou hem vragen. Hij wachtte een oogenblik en weldra kwam zij met de boodschap terug• "Zeelman moest maar boven komen".
(Wordt vervolg]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juli 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FEUILLETON

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juli 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's