FEUILLETON
DE SMID VAN GRIJSDORP
door JEKA
30
„Goeden avond, Zeelman, komt ge mij eens opzoeken, daar doet ge goed aan", zoo kwam ds. Stevens den bezoeker tegemoet, voor hem de studeerkamerdeur openende. De smid groette terug, gaf dominé de hand, maar vergat het nieuwjaar wenschen. Nu, dat kwam er minder op aan, dacht ds. Stevens, want hij zag wel aan den smid, dat iets bizonders hem bij hem bracht.
„Alles thuis goed, Zeelman?"
„Ja, dominé, dank u". Hij ging zitten, en zeide niets meer. Hoe kon hij nu zoo onbeleefd wezen? Hij moest van avond toch naar ds. Stevens; hem zou hij alles zeggen wat hem drukte en om raad vragen. Dominé was zoo dikwerf Anna's trooster en voorbidder geweest, die zou ook hem kunnen helpen. En nu hij bij hem was, zag hij er tegen op iets te zeggen. Het zweet brak hem uit, ofschoon het toch niet zoo warm was in de studeerkamer, maan bij den smid brandde het van binnen.
Ds. Stevens zag wel, dat de smid onrustig en verlegen was en trachtte hem te helpen door te vragen: „Hebt gij iets met mij te bespreken, Zeelman?"
„Ja, dominé, maar het valt mij zwaar; ik durf er haast niet mee voor den dag komen"; en weer zat hij te staren op dominé's boekenkast, alsof hij de rugtitels der boeken een voor een lezen moest.
„Het gaat toch soms niet tegen mij?" vroeg de predikant, en lachte.
„Nee, dominé, zeker niet, het is tegen mij zelf, maar u moet het weten, misschien kunt u mij helpen, of raad geven, want ik zit er diep in".
De smid scheen moed te grijpen, en de dominé moest vooral niet denken dat hij iets tegen hem zou hebben, daarom begon hij te vertellen.
„Dominé heeft indertijd wel gehoord van de familiejuweelen van den Beukenhof. In den laatsten tijd werd er al weer druk over gesproken. Men meende, nadat de baron gestorven was, dat er kostbaarheden gestolen waren. Maar dat is niet het geval geweest; zij zijn niet gestolen, maar verkocht, publiek verkocht, zonder dat iemand er iets van wist. Ik heb ze gekocht, en ik wist het ook niet".
„Dat begrijp ik niet, Zeelman".
„'t Is ook erg vreemd, dominé, maar ik zal het u verklaren:
Nadat de Beukenhof en de landerijen verkocht en de jonge baron en de freules vertrokken waren, werd de inboedel verkocht, ten minste grootendeels. De beste meubelen, schilderijen en andere dingen heeft de familie gehouden, maar overigens is alles, wat er in huis was, verkocht. En als zulk een groot huis wordt leeggehaald — dan komt er wat los. 't Was een groote verkooping — die twee dagen duurde; van alle kanten kwamen de menschen er op los. Mijne vrouw en ik gingen des daags te voren ook eens kijken. Wij liepen kamer in, kamer uit, en er was heel wat te zien. Zij had zin in een flinke linnenkast en ik beloofde haar die te zullen koopen. Ik kocht haar ook op den eersten dag der verkooping. Op den tweeden dag zou ik ze halen; de knecht ging mee met een kar.
Wij bleven nog wat bij de verkooping, zooals dat gewoonlijk gaat. De oproeper was bezig in de groote schuur, waar van alles uit den kelder en de keuken, van den zolder en ook uit de zoogenaamde bibliotheek, was bijeengebracht. Uit de laatste: 'n brandkast, een groote ijzeren geldkist, oude meubels, wapenen, kasten, boeken — en zoo meer. Toen ik er bij kwam, werd er juist „oud roest" verkocht, zooals men zei. Zwarte Douwe kocht het meestal voor weinig geld. Aan de beurt was een leeg ijzeren kistje, een oud gebroken geweer en een paar gordijnroeden, die tegelijk verkocht werden. Ik hoorde iemand vragen: „Wat is dat voor een kistje?" „Ik weet 't niet", zei de oproeper, „gij kunt het overal voor gebruiken, de oude baron had er jachtgerei in, geloof ik, wie biedt er geld voor? Zwarte Douwe bood een kleinigheid, en in eens schoot mij te binnen, dat de knecht den sleutelbak van de werkbank had gestooten, zóó, dat hij gebroken was; en dat dit ijzeren kistje geschikt zou wezen voor sleutelbak. Ik bood dus een paar kwartjes meer, en, kreeg het.
„Geluk er mee, Zeelman", zei de oproeper, lachend.
Ik kocht nog eenige dingen; daarna brachten wij een en ander met de op den vorlgen dag gekochte linnenkast in de kar, en zoo naar huis. , Mijn vrouw was in haar schik met de kast, die in onze slaapkamer een plaats kreeg, en ik zeide tegen den knecht: „'K heb een nieuwen sleutelbak gekocht, Jochem, die tegen een stootje kan".
Maar dat viel tegen; het kistje bleek te zwaar om te gebruiken en ook te ondiep, de sleutelbossen konden er niet in. De oude sleutelbak werd hersteld en weer in gebruik genomen; het kistje kwam op zolder terecht. Eenige maanden later, toen ik naar iets zocht, viel mijn aandacht er op. Ik nam het in handen en bekeek 't nog eens goed; sieraad was er niet aan, ook was er vrij wat roest op gekomen. En naardat het hoog was, was het zeer ondiep. Er was een zwaar slot in, het sleutelgat was groot en toen ik het nauwkeurig onderzocht, zag ik dat er bij het sleutelgat duidelijk een groote 2 stond met een pijltje, dat schuin naar beneden wees.
(Wordt vervolgt)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's