KERKELIJKE RONDSCHOUW
Boskoop.
We lazen dezer dagen een stukje van de hand van dr. P. Glas, Ned. Hervormd predikant te Boskoop. Boven 't artikel stond: De Kerkelijke Strijd te Boskoop, en de schrijver begon aldus: Paulus zou, met een variatie op Handelingen, uitroepen: „O, Boskoopers, ik zie dat gij in elk opzicht bijzonder godsdienstig zijt. Want toen ik uw plaats doorging en uwe vele kerken en kerkjes aanschouwde ...
Dat is geestig. Maar ds. Glas vertelt er bij, dat hij die geestigheid van een ander wel eens gehoord heeft en het hier eenvoudig maar even overneemt."
Aan een opsomming van kerken en kerkjes waagt ds. Glas zich liever niet, schrijft hij, want er is te Boskoop een Roomsche, een Hervormde, een Gereformeerde en een Remonstrantsche Kerk, terwijl er ook Vrijeen Christelijk Gereformeerden zijn, mitsgaders zelfs Darbisten. En dan bij de Hervormden — zoo vervolgt ds. Glas — liefst twee Evangelisaties, een van de Confessioneelen en een van den Geref. Bond.
De schrijver zegt dan: de kerkelijke strijd is hier bij herhaling zwaar en fel geweest. Hij begon reeds in 1881 toen na een rustige tienjarige kerkeraadsperiode een kiescollege werd ingesteld. Al dadelijk bezetten toen de rechtzinnigen 13 van de 14 plaatsen voor gemachtigden, kozen een orthodoxen ouderling en diaken, deden het volgend jaar hetzelfde, maar zagen na verloop van jaren de veroverde plaatsen toch weer door vrijzinnigen ingenomen. Een soortgelijken tijd beleefde de gemeente tegen het einde der vorige eeuw. Toen hebben de rechtzinnigen het evenwel niet tot een plaats in den kerkeraad gebracht.
In 1912 werd de vrijzinnige dominé van Boskoop, ds. B. Tuinstra, na een tweejarig verblijf, rechtzinnig. Hij bleef nog vier jaren, toen de vrijzinnigen alleen op de avond beurten waren aangewezen tot het houden van eigen godsdienstoefeningen met predikanten van elders. In 1917 kwam weer een vrijzinnig dominé, n.l. ds. B. Nieuwburg, doch deze legde in 1920 zijn ambt neer; in Augustus 920 kwam ds. Glas als zijn opvolger.
„In 1923 zagen de vereenigde rechtzinnigen met ± 35 stemmen meerderheid hun eerste drietal gemachtigden (2 Confessioneelen en 1 Gereformeerde) gekozen en in het xxxxxxxxxxxxx raadsleden kunnen benoemen. Bij de laatst gehouden verkiezing was de verhouding der stembuscijfers 293 links en 371 rechts; de vorige 251 links en 347 rechts". Ds. Glas ziet de toekomst donker in. Hij wijst op Waddingsveen; daar was ± 40 jaar geleden alles nog in vrijzinnige handen; en nu heerscht de Gereform. Bond daar onbeperkt!
Moet het in Boskoop ook dien kant uit? vraagt hij. Ds. Glas ziet maar één uitkomst. En dat is: er worden bij de politieke verkiezingen altijd een groot aantal stemmen uitgebracht op den Vrijheidsbond (645) en op de S.D.A.P. (318). Als die Vrijheidsbonders en als die S.D.A.P. ers nu eens een handje, kerkelijk, wilden helpen!
En dan nog iets.
Te Boskoop is een Remonstrantsche gemeente van ongeveer 60 leden, gecombineerd met de Remonstrantsche gemeente te Waddingsveen. Als nu die Remonstrantsche gemeente eens overkwam naar de Hervormde Kerk dan zouden de vrijzinnig Hervormden een aardig stootje in de goede richting krijgen!
't Is inderdaad niet onaardig van ds. Glas bedacht. Een flink aantal Vrijheidsbonders, een groep S.D.A.P. ers, en dan de Remonstrantsche gemeente met pak en zak — 't is om te watertanden. „Ligt hier misschien een taak voor de Centrale Commissie voor het Vrijz. Protestantisme? " vraagt ds. Glas heel naïef. Die Commissie moet dan zeker de likwidatie van de Remonstrantsche gemeente zien te bevorderen, en zien te bewerken, dat de Remonstrantsche gemeente in de Hervormde Kerk opgenomen wordt? Dan is het vrijzinnig Hervormd beginsel te Boskoop gered! (Zou er ook niet een Centrale Commissie te vinden zijn, die b.v. de Gereformeerde Kerk te Boskoop kan bewegen zich bij de Hervormde Kerk ter plaatse te voegen? Dat zou voor de gereformeerde actie wellicht nog meer voordeel geven, dan de Remonstrantsche gemeente voor de Vrijzinnige beweging).
Ds. Glas weet ten slotte nóg een middel. En dat is: Vrijzinnig Hervormden moeten te Boskoop komen wonen! „Zoekt hier uw werk (de boomkweekerij is een zeer mooi bedrijf", schrijft de Boskoopsche dominé. Zegt het voort!
Waarom wij dit schrijven van den modernen ds. Glas hier ter sprake brengen? Om aan te toonen, dat de modernen te Boskoop alles — mogelijke en onmogelijke dingen — willen en zullen beproeven, om de rechtzinnigen tegen te staan.
Inplaats dat ze zeggen: „de vrijzinnigen hebben hier nu zoo lang baas gespeeld en het ging niet goed — laten nu de orthodoxen, die toch ook hun rechten hebben in de Hervormde Kerk, eens aan het woord komen" — inplaats daarvan willen ze de orthodoxen met mogelijke en onmogelijke dingen tegenstaan tot het laatste en alles beproeven, om het te verhinderen dat er te Boskoop een prediking komt naar de Schriften.
De rechtzinnigen zijn nu gewaarschuwd! En er is immers een spreekwoord, dat zegt: „een gewaarschuwd man telt voor twee"? Wij zouden het intusschen van ds. Glas wel royaal vinden, indien hij nu eens naar een andere gemeente uitzag. Zou de „Centrale Commissie voor het Vrijzinnig Protestantisme" er niets aan kunnen doen, dat een vrijzinnige gemeente voor ds. Glas een beroepsbrief in orde maakt?
De twee Vrijzinnige Pioniers.
De lucht is vol belangrijke dingen. Men vliegt van Amerika naar Europa, van Batavia naar Amsterdam. Spoedig let men er niet meer op; maar nu nog wel. Berichten met of zonder portret vindt men in alle couranten en ieder grijpt er naar. Op kerkelijk terrein, binnen de grenzen van de Hervormde Kerk, gebeuren ook groote, belangrijke dingen. En berichten met portretten ontbreken niet.
We denken aan het belangrijke feit, dat in Amsterdam twee vrijzinnige dominé's zullen gaan werken in het midden van de Hervormde gemeente. Daarvan hebben de berichten gecirculeerd in de dag-en weekbladen en in „Kerk en Volk" vindt men de portretten er bij! 't Zijn ds. W.A.F. van Dijk, van Den Helder en ds. D. Bakker, van Veendam.
Ds. Van Dijk is van orthodoxe afkomst, catechisant van ds. Pikaar te Utrecht, maar de rede vroeg naar de plaats welke haar onthouden was en ds. Van Dijk, toen nog student, werd modern. In 1904 werd hij predikant te Huins, later o.a. te Heerenveen. Toen is hij naar Indië gegaan, naar Batavia en later naar Bandoeng, de belangrijkste stad van Java. Daar was hij de eerste vrijzinnige predikant „en ondervond van de orthodoxie veel tegenwerking, die hij echter geheel wist te overwinnen". In Holland teruggekeerd, werd ds. Van Dijk, na eerst in Lobith te hebben gestaan, predikant te Den Helder. „Hier is prachtig werk geleverd". Mevr. Van Dijk heeft haar aandeel hiertoe bijgedragen". „Boven alles staat echter dit ééne, dat ds. Van Dijk de man is van z ij n g e m e e n t e". Deze predikant is nu vanwege de Vrijzinnig - Hervormde Vereeniging naar Amsterdam gezonden, om daar zijn belangrijke taak" te vervullen.
Ds. Bakker „behoort tot de jonge garde". Aan de H.B.S. opgeleid, was zijn bestemming voor een handelskantoor. Hij was lidmaat van de Remonstrantsche gemeente. Onder invloed van ds. J.F. Tenthoff, een der eerste Noord-Hollandsche socialistische predikanten, die ook op de vorming van ds. Banning z'n stempel heeft gezet, kwam de heer Bakker tot de keuze van predikant te willen worden en verwisselde de Remonstrantsche Broederschap voor de Hervormde Kerk, omdat „hij gevoelde dat hij met zijn denkbeelden de groote massa alleen kon bereiken door deze Kerk, wier diepere beteekenis hem tevens duidelijk werd". Onder prof. Roessing, wiens college-dictaat over Cultuur-ethiek hij bezig is uit te werken, studeerde hij. Als predikant „heeft hij zich steeds bewust met cultureelen arbeid bemoeid". Tot de socialistische predikanten behoorend, kwam hij te Veendam in aanraking met de practische arbeidersbeweging. In 1925 sloot hij zich aan bij de S.D.A.P. Met de jeugdbeweging staat hij in nauw verband; hij schreef o.m. „Jeugdreligie en Kerkelijk leven" en artikelen over „Jongerenleven".
„Nu wordt deze aan alle kanten uitbollende arbeidskracht geroepen tot het Amsterdamsche werk".
Zie hier, wat „Kerk en Volk" van de twee vrijzinnig Hervormde predikanten te Amsterdam weet mee te deelen.
Hoopvol is men gestemd. Wij hopen, dat zij nooit in kerkelijk verband in Amsterdam hun intree zullen doen. Omdat hun boodschap niet is de boodschap van den Christus Gods, de boodschap naar de Schriften. Hun boodschap kan dan ook nooit blijdschap en vrede geven. Daarom hopen we, dat de deur der Kerk in Amsterdam nooit voor hen opengaat.
Een nieuw soort menschen.
Mevr. dr. Annie Besant, de oude dame met wereldvermaardheid, bekend theosoof, spiritist en beschermvrouw van den nieuwen Christus Krisnamurti, heeft een ontdekking gedaan en heeft daarvan verteld in een volle vergadering, welke gehouden is in het gebouw van de Vrije Gemeente te Amsterdam.
Zij heeft er dit van meegedeeld:
„In Amerika wordt een nieuw menschen-type geboren. De kindertjes zijn bij hun geboorte al net zoo verstandig als andere kinderen, die 9 maanden oud zijn. Dit nieuwe menschentype heeft de intuïtie, waardoor het kan uitmaken wat gedaan moet worden. En het is van een anderen geest dan het voorafgaande: immers deze kinderen behouden nimmer voor zichzelf wat ze krijgen, ze kennen de idee van mededeelzaamheid en goedgeefschheid. De jonge menschen, die thans opgroeien, kennen de goddelijke stem die kracht geeft; ze vertrouwen op een toekomst, gelukkiger dan thans, waarin geen armoede en ellende zal zijn".
Er is dus een nieuw soort menschen op komst. Eerst in Amerika. Maar dan zal het ook wel hier, in Europa, ook wel in Nederland komen, dat geluksland, dat paradijs op aarde.
Hoe iemand zulken onzin durft verkoopen en dan nog wel in het kerkgebouw van de Vrije Gemeente te Amsterdam, is ons een raadsel. Hoewel, reeds lang bekend is, dat mevr. Annie Besant voor geen enkele dwaasheid terugdeinst. Dat er nog menschen zijn, die er rustig naar luisteren, begrijpen we niet. Zou er werkelijk nog iemand zijn, die er een spiertje van gelooft?
De Roomschen en de Bijbel.
't Is telkens weer een vraag: mag een Roomsche den Bijbel lezen, of verbiedt de Kerk hem dit? Gewoonlijk antwoordt 'n Protestant dan: neen, een Roomsche mag den Bijbel niet lezen, dat is hem door de Kerk verboden!
In het Algemeen Weekblad voor Christendom en Cultuur wordt over deze kwestie door iemand in „de Vragenbus" geschreven en wel als volgt: „In zijn algemeenheid is dit antwoord van den Protestant, dat een Roomsche den Bijbel niet lezen mag, omdat hem dat door de Kerk verboden is, onjuist. Wel heeft de Roomsche Kerk op allerlei wijzen het Bijbellezen aan banden gelegd en de Kerk heeft stellig meer malen het lezen in de volkstaal verboden. Paus Gregorius VII verklaarde, dat eenige plaatsen in den Bijbel duister waren, omdat God het wilde en toen de Albigensen en andere ketters zich tegenover de Kerk op den Bijbel beriepen, verboden de Synoden van Toulouse (1229) en Terragoza (1234) de leeken den Bijbel in de volkstaal te lezen. De „Index" van 1559 en de voorschriften over het verbod van boeken na het concilie van Trente bepaalden, dat Bijbels in de volkstaal alleen met goedkeuring van de Kerkelijke overheid mochten worden gedrukt en in het bezit van leeken mochten zijn. Na dien tijd zijn er dikwijls vertalingen in de volkstaal in Roomsche landen en kringen verschenen, maar dikwijls heeft de Kerk zich er ook tegen verzet. In leder geval hebben de Pausen de Protestantsche Bijbelgenootscnappen en het verspreiden van Bijbels onder Roomschen verdoemd en in Italië zijn nog al eens menschen, die zulke Bijbels lazen of verspreidden, In de gevangenis gestopt. Anno 1897 heeft Paus Leo XIII, bij een nieuwe regeling van den Index, bepaald, dat Roomschen alleen dan Bijbels in de volkstaal mochten lezen, wanneer deze Bijbels door Roomschen vertaald waren en de vertalingen zelf door den Paus waren goedgekeurd. Ook was het lezen van Bijbels In de volkstaal geoorloofd, wanneer er in de Bijbelvertalingen aanteekeningen uit geschriften van Roomsche schrijvers waren opgenomen en wanneer de Bisschop 't goedkeurde. De aanteekeningen, die in de vertaling waren opgenomen, betroffen dan natuurlijk vooral die plaatsen, die tegen de Roomsche Kerk konden worden uitgelegd. Van Protestantsche vertalingen beweert men meestal, dat zij vervalscht zijn. Men vergeet dan, dat de Protestanten den oudsten tekst trachten te vinden, terwijl de Roomschen de Vulgaat hebben aanvaard, waarvan de tekstwaarde in vele gevallen stellig niet zoo groot is.
Conclusie: De Roomsche leeken mogen den Bijbel wel lezen, maar alleen onder allerlei restricties".
In principe is het dus niet verboden aan den Roomschen den Bijbel te lezen. Maar de Roomsche Kerk wil weten: welken Bijbel leest ge? Op zichzelf genomen heel begrijpelijk, want men kan den menschen wel alles voorzetten! Daarom zien de Protestanten, die 't wél meenen met Gods Woord, óók toe welken Bijbel ons en onzen kinderen in de hand gegeven wordt. Vooral als er dan aanteekeningen en uitleggingen bij gedrukt zijn. Hoe dikwijls moeten wij, Protestanten, dan óók niet waarschuwend onze stem verheffen en zeggen: koop het niet, lees het niet, want het is meer Gods Woord bedervend en verdraaiend, dan Gods Woord predikend en uitleggend.
Maar hoewel dus in principe bij de Roomschen en bij de Protestanten hetzelfde gevonden wordt: de Bijbel mag gelezen worden, als men maar den goeden Bijbel heeft — dit is het verschil, dat de goede Protestantsche Kerken zeggen: ge moet den Bijbel lezen en de Bijbel gaat vóór alles en boven alles wat geleerd, gesproken en geschreven wordt — terwijl de Roomsche Kerk op z'n best zegt: ge moogt den Bijbel lezen, maar de Kerk, de Paus, de pastoor gaat boven alles en daarom hebt gij, Roomsche, eenvoudig aan te nemen wat de Kerk (de Paus) leert, die daartoe van God gebruikt wordt en de traditie of het onbeschreven Woord van God als de waarheid in zich zelve bezit.
En dat heeft weer practisch ten gevolge dat de goede en geloovige en gehoorzame Roomsche niet den Bijbel leest, maar dagelljks naar de Kerk gaat, om te zweren bij de Roomsche ceremoniën en plechtigheden en te gelooven wat de priester zegt.
Een goed Roomsche gelooft wat de Kerk zegt.
Een goed Protestant gelooft Gods Woord
Een goed Roomsche leeft bij de Kerk zonder Bijbel.
Een goed Protestant leeft naar Gods Woord met de Kerk mee, vragende naar het Evangelie in den Bijbel vervat.
In de Protestantsche Kerk is de dominé dan ook Bedienaar des GoddelijkenWoords.
In de Roomsche Kerk is de priester vertegenwoordiger van den Paus, leerende wat de Kerk hem voorzegt en voorschrijft.
Het specifiek Roomsche van de Roomsche leer is dan ook niet op Gods Woord gegrond, maar is naar de traditie of leer der Kerk; terwijl bij den Protestant, als 't goed is, Gods Woord wet en regel is voor leer en leven en alles voor leugenachtig en valsch verworpen wordt, wat niet uit de Schrift is geput of op Gods Woord gegrond. (Art. 7 Ned. Gel. Belijdenis).
Religieuse Volkskunde.
Studie te maken van de bevolking van een land, ook van bizondere volksgroepen, zelfs van bizondere standen onder 't volk, is nuttig en noodig voor een dominé. Moet een Zendeling zich niet bizonder zetten om de bevolking van een eiland, om de bevolking van een bepaalde landstreek in Indië of waar ook, te leeren kennen in zeden en gewoonten, in taal en lied, in alles? En zou het dan voor een dominé niet noodig zijn als hij naar Friesland, of Groningen, of Drenthe, of Zeeland of Noord-Holland gaat, om de bevolking daar te leeren kennen in het karakteristieke wat den Zeeuw tot een Zeeuw, wat den Drenth tot een Drenth, wat een Fries tot een Fries maakt?
Vroeger, In „De Schatkamer", Maandschrift voor den H. Dienst, is ook deze jonge tak der practische theologie tot groei gekomen onder de bekwame leiding van ds. Joh. Beks, aan wiens werk door zijn vroegtijdig sterven een einde kwam. Wij herinneren ons zijn schrijven over: „Het geheimzinnige in de Drenthsche volksreligie" (1912) nog wel. Ook schreef hij over; „Belemmerende invloeden van het Drenthsche volkskarakter op de doorwerking van het Evangelie" (1912).
Studie der volksreligie bedoelde hij te bevorderen.
En dat is noodig. Hier vindt men meer het mystieke element, daar het piëtistische, ginds het intellectueele, daar het methodistische, weer ergens anders het lijdelijke, gemengd en gescheiden, hier koud, daar warmer; hier nuchter, daar spontaner — Friezen, Saksen, Franken, wat een verschil!
We moeten meer en beter ons eigen land leeren kennen, de bevolking hier en de bevolking daar. Wat b.v. Van Koetsveld en Ulfers en Haspels gaven, A.H. de Hartog Sn, A.A. van Schelven, H. Stoel en J. Waterink, is belangrijk en vol leering. Maar op dat terrein ligt nog veel werk. Daarom lazen wij met belangstelling wat ds. H. Stoel schreef in 't „Algemeen Weekblad voor Christendom en Cultuur". Hij schrijft daar dit:
„Predikt het evangelie aan alle creaturen. Dit houdt in: brengt die twee tot elkander, het evangelie en den mensch. Om dat te kunnen doen zal men beide moeten kennen. Het evangelie: onderzoekt de Schriften. Den mensch: wie zielen vangt is wijs, hier genomen in den zin van: uit de vangst blijkt wijsheid. Wie tegenover het object den mensch staat, zal al dadelijk moeten onderscheiden. Er is noodig rassenkennis, volkerenkunde, een ras, een volk, heeft z'n eigen geaardheid, de toegangspoort moet worden ontdekt en de bekende vraag komt aan de orde: hoe te prediken tot heiden, mohammedaan, enz. Maar men kan bij het trekken van de deelingslijnen niet volstaan met die tusschen rassen en volken. Wel wordt dat veel gedaan en springt men van 't volk in eens over op den individu. Maar deze sprong Is te groot. Tusschen beide schuift nu de volkskunde als overgang naar den enkeling, de volksdeelen, de volksgroepen, in. In het woord volkskunde heeft men dus volk niet op te vatten als natie, maar als volksdeel, dat op zichzelf, door welke factoren en invloeden dan ook: historische, oeconomische, enz., een eigen psychologische eenheid vormt".
„Het doelpunt van de evangelieprediking, het object van de zielszorg is de mensch. Wie hem zoekt en zoekt te doorschouwen zal hem aantreffen in allerlei verband. Want wel is hij individu, enkeling, en hij ademt met eigen longen en heeft zijn eigen hartslag, ook geestelijk, maar tevens staat hij psychologisch, oeconomisch en anderszins in allerlei groepsverband, is hij geëncadreerd in bond en partij, is hij geaderd en geaard als zijn ras en milieu, waarmee zijn leven door duizend fijne draadjes samengeweven is. Om hem te treffen moet men dus uitzoeken op welke etage hij schuilt en weten waar en hoe vaak men aanbellen moet om bij hem gehoor te krijgen.
Volkskunde, naar haar practische zijde bezien, zal den zielszorger dus kunnen helpen om tot den individu door te dringen en de baan helpen vrijmaken voor de individueele zielszorg. Wie door ervaring den mensch heeft leeren kennen, heeft hem leeren kennen als schijnbaar fier en zelfstandig, maar feitelijk staat hij in 'n veelvoudige en dikwijls slaafsche gebondenheid en hij zal toegeven, dat elke individu, ja ook uit zichzelf moet worden verstaan, maar tevens dat de weg tot de kennis der individuen ook is: de omweg van de volkskunde. Wie een dorpeling wil bezoeken kan niet vermijden den weg te nemen die door de landstreek en door het dorp naar diens woning voert".
Op dit terrein ligt nog veel te wachten op mannen, die met lust en verstand en kennis van zaken willen „aanpakken". Staphorst en Rouveen is anders dan Vlissingen en Arnemuiden, Broek op Langendijk of Ruurloo zal nog al wat verschillen. Heerlen of Harich is niet 't zelfde. Van belang is de bodem, waarop geleefd wordt, de producten, de welvaart, de arbeid, de ligging, aan land-of waterwegen of aan eeuwenlang ondoordringbare venen. Grenzen met smokkelarij en vlottende bevolking, van alle kanten komend en naar alle kanten gaande, brengen wijziging aan in de zeden. Landouwbevolking of waar visscherij 't hoofdbedrijf is, verschilt ten zeerste. Dan 't dorp of de stad! En omdat aan allen het evangelie moet worden verkondigd, zal ook van allen en van ieder studie moeten worden gemaakt, gelijk Johannes de Dooper ook de standen in hun vóór-en nadeelen doorzag. Is er niet iemand onder onze predikanten of onderwijzers, der zake kundig, die over een en ander wat weet te schrijven?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's