INGEZONDEN
Ds. Van Grieken heeft het geoorloofd geacht om als hoofdredacteur van „De Waarheidsvriend" zijn blad te misbruiken om daarin eenige lage verdachtmakingen over mij neer te schrijven. Daarbij heeft hij bovendien nog nagelaten om door het zenden van een nummer mij daarmede in kennis te stellen. Vrienden moesten mij daarvan op de hoogte brengen en hebben mij het onderhavig blad bezorgd. Alvorens nader op het artikel van ds. Van Grieken zelf in te gaan, wil ik de aandacht er op vestigen dat hij instede van met mij een principieel debat aan te gaan, zich verlaagd heeft mij in mijn persoon aan te vallen en particuliere zaken tot onderwerp van zijne besprekingen in „De Waarheidsvriend" te maken en daaraan eenige onware en onvolledige mededeelingen, mijn persoon rakend over den kerkdijken strijd te Delft toe te voegen.
Ik vraag: „Moet „De Waarheidsvriend" daar toe dienen, opdat ds. Van Grieken gelegenheid zal hebben een persoon, dien hij blijkbaar niet kan zetten, in zijn persoonlijk leven aan te tasten en in een kwaad daglicht te stellen?"
Dat dit inderdaad door ds. Van Grieken geschied is, staat wel boven allen twijfel vast. Ds. Van Grieken heeft geschreven: „Hoe ds. Zandt aan z'n pastorie gekomen is, toen hij lid van de Tweede Kamer werd, weet ieder". Wat behelzen deze woorden anders dan vuige verdachtmaking en grove onwaarheid? Ieder weet dit niet, maar mag gerust weten hoe ik aan mijn huis (niet mijn pastorie!) gekomen ben. Ds. Van Grieken heeft geschreven: „Hoe hij een kerkeraadsschool vliegensvlug heeft willen verkoopen aan een Schoolvereeniging, wat gelukkig door het Classicaal Bestuur nog net verhinderd kon worden".
Is deze tirade van ds. Van Grieken niet bij uitnemendheid geschikt om mij in verdenking te brengen? Ook de toedracht dezer zaak kan echter het volle licht verdragen. Het zal bij volledige kennisneming dezer quaestie overvloedig blijken, dat ds. Van Grieken hierin een verdachtmakende en onware voorstelling gegeven heeft. Alleen zij hierbij door mij nog opgemerkt dat door ds. Van Grieken verzwegen is, dat deze aangelegenheid niet van mij uitgegaan is, ik er persoonlijk geheel buiten sta, ik reeds meer dan een half jaar geen kerkeraadslid was, toen zij in de kerkeraadsvergadering behandeld werd en de ethische predikant ds. Rooseboom, benevens ds. Lekkerkerker en ds. Leenmans, hunne stemmen in die kerkeraadsvergadering hebben uitgebracht vóór die verkooping.
De lezer gelieve er op te letten, hoe ds. Van Grieken deze zaak voorgesteld heeft.
Doch voorloopig genoeg hierover!
Ik heb niet het minste bezwaar, dat in een blad, waarin onze beide rechten gelijkelijk gewaarborgd worden en elk der partijen zijne bescheiden en verklaringen t o t d e l a a t s t e t o e kan plaatsen, deze twee punten openlijk worden behandeld. Ook durf ik ds. Van Grieken, die het voorgesteld heeft alsof ik in de twee bovenverhandelde punten een m i n w a a r d i g e rol gespeeld heb, met alle vrijmoedigheid voorstellen dat er een eere-raad benoemd wordt, die met volledige kennisneming van zaken uitspraak kan doen over de beweringen van ds. Van Grieken.
Ik heb de volle waarheid niet te vreezen; slechts verdachtmaking kan mij schaden. Ik besluit deze materie voorshands met een scherp en nadrukkelijk protest tegen het misbruik dat ds. Van Grieken als hoofdredacteur van „De Waarheidsvriend" gemaakt heeft, door daarin te schrijven, zooals hij geschreven heeft.
Voorts voel ik mij gedrongen krachtig op te komen tegen eenige onware en onvolledige mededeelingen die mijn persoon rakend over den kerkelijken strijd te Delft door ds. Van Grieken in „De Waarheidsvriend" zijn te berde gebracht.
Ds. Van Grieken heeft geschreven: „hoe hij (ds. Zandt) ageert tegen een beroepen predikant van confessioneele richting, is bekend".
Ter dezer zake diene het volgende. Het moet ds. Van Grieken bekend zijn, dat niet alleen ik, maar ook ds. Lekkerkerker en ds. Leenmans, den beroepen predikant ds. Veldhoen in een schrijven bericht hebben, dat wij, ingeval hij zijne beroeping naar Delft aannam, tegenover hem voor de Gereformeerde Kiesvereeniging in een Evangelisatiegebouw optreden zouden.
Waarom licht ds. Van Grieken zijn lezers op dit stuk ook weder zoo onvolledig en onjuist voor? Acht hij de predikanten ds. Lekkerkerker en ds. Leenmans zoo zeer als een nul voor het cijfer dat hij van oordeel is hunne namen onvermeld te kunnen laten? Waarom moet dit verzwegen? Met geen ander doel klaarblijkelijk dan om ds. Zandt een extra-trap te kunnen geven.
Alle valsche voorstellingen en lasteringen ten spijt, schroom ik echter niet de volle verantwoordelijkheid voor mijn optreden te aanvaarden. Ik verzet mij tegen elken predikant, die den „Evangelischen gezangenbundel", welke overloopt van leugens en in zijn wezen en strekking een beslist Remonstrantsch karakter draagt, in de gemeente invoert. Met de Vaderen ben ik van oordeel, dat wie één leugen in de Kerk wil toelaten, er ook wel alle kan toelaten.
Wil ds. Van Grieken den Evangelischen Gezangenbundel verdedigen en het gebruik daarvan in de Kerk dulden, ik wensch hem in een principieel debat te bestrijden.
Ds. Van Grieken echter make mij niet op onware en onwaardige wijze verdacht en ga niet voort met te ageeren in den trant van die confessioneele Delftsche vrienden, tegen wier lasteringen en verdachtmakingen ds, Leenmans in een open brief aan den Kerkeraad van Alphen, afgedrukt in „De Delftsche Kerkbode" van Zaterdag 24 Juli j.I. zich manmoedig en afdoend verweerd heeft.
Verder heeft ds. Van Grieken geschreven: „dat de fractie-ds. Zandt daar het orgel trapt en de lakens wil uitdeden".
Met welk recht?
De Gereformeerde Kiesvereeniging, die ds. Van Grieken kleineerend en smadelijk „de fractie-ds. Zandt" noemt, heeft jaren aaneen in Delft een principiëelen strijd gevoerd. Had zij water in den wijn willen doen en met de ethischen, die althans eerlijk en openlijk voor hun gevoelens uitkomen, willen samenwerken, zij had er de lakens nog uit kunnen deelen. De door ds. Van Grieken opgerichte Kiesvereeniging „Schrift en Belijdenis" echter, heeft met de ethischen een bondgenootschap aangegaan. De confessioneele vrienden van ds. Van Grieken ijveren met hen om het hardst om de Gereformeerden te bekampen. Elk die daaraan mededoet en zich openlijk met de ethischen verzwagert noem ik „vrienden" en „metgezellen" der Remonstranten, om het even, wie het zijn. Elk waarheidlievend lezer moet de scheeve voorstelling, die ds. Van Grieken ook in deze materie ten beste gegeven heeft, wel in 't oog springen.
Ook heeft ds. Van Grieken nog geschreven: „hoe op de Kerkeraadsschool alleen maar gezongen mocht worden „zooals het vrome volk zingt", enz, enz, , weet ieder in den lande. En dat men voor zulke dingen huivert, kunnen we begrijpen".
Diep droeve taal! Ds. Van Grieken mocht liever voor heel andere dingen huiveren!
In zijne laatste woorden komt de aap echter recht uit de mouw. Hierin ligt de sleutd tot verklaring van al het voorgaande. Maar hierin maakt, helaas, ds. Van Grieken zich openbaar voor 't gansche land. Zulk een taal treft men aan in den mond van de meest gebeten haters van Gods Woord en volk. Het is de geliefkoosde spreektrant van hen, die Sion gram zijn en op zulk een wijze aan hun spot en haat lucht geven. Met dat nu door ds. Van Grieken zoo gesmade volk wil ik zingen in kerk en school; begeer ik te leven en te sterven.
Moet ik deswege smaadheid dragen, het zal mij tot groote eer en vreugde strekken.
Delft, 25 Juli 1927.
Ds. ZANDT.
Nu ds. Zandt verzoekt dit ingezonden stuk door hem onderteekend onverkort te plaatsen, willen we dit niet weigeren en zullen we onverkort nu ook ons antwoord publiceeren.
Onderschrift van den Hoofdredacteur:
Men zal zich herinneren, dat we als onderschrift bij een ingezonden stuk van den heer Van Barneveld, voorzitter van de afdeeling Delft van den Gereformeerden Bond, enkele opmerkingen maakten aan het adres van „de fractie ds. Zandt". Met die fractie-ds. Zandt" wilde onze Afdeeling te Delft niet verward worden. En toen hebben we geschreven, dat buitenstaanders ook moeten weten, dat wat „de fractie-ds. Zandt" te Delft doet zoo maar niet, zonder meer, den Gereformeerd-Hervormden in de schoenen geschoven mag worden. We spraken daarbij van drie dingen aan het adres van „de fractie-ds. Zandt" en wel: 1e. van het huren en verhuren van een huis aan ds. Zandt toen hij predikant-af was; 2e. over het vliegensvlug verkoopen van een Kerkeraadsschool en het zingen op die school; en ten 3e. over het ageeren tegen een beroepen predikant.
Over elke zaak een enkel woord:
1. Over „het persoonlijk leven" van ds. Zandt hebben we geen enkel woord geschreven; wel wat „de fractie-ds. Zandt" en ds. Zandt in het publiek ten opzichte van publieke zaken gedaan hebben. Toen ds. Zandt lid van de Tweede Kamer werd (Sept. 1925) is er door „de fractie ds. Zandt" onder de diakenen voor gezorgd, met medeweten, instemming en onderteekening van ds. Zandt, dat hij voor 15 jaar van zijn huis, dat hij als predikant van de Diaconie gehuurd had, verzekerd zou zijn. De heeren P. Wijnmaalen en A. v. d. Berg, behoorend tot de „fractie ds. Zandt" hebben het huurcontract in kwaliteit van loco-President en secretaris geteekend. De oud-predikant, lid der Tweede Kamer, P. Zandt, heeft het huurcontract mee onderteekend. De Diaconie, aan wie het huis behoort, kan nu ds. Zandt gedurende 15 jaar de huur niet opzeggen, ds. Zandt kan elke 3 maanden van z'n huis af! Deze dingen zijn natuurlijk in geen hoek geschied , omdat het een handeling is van een publiek lichaam als de Diaconie; een lichaam, dat bovendien telkens uit andere leden bestaat en dat dus in dubbele mate voorzichtig moet zijn met verhuren van landerijen, huizen, enz. Hoe ds. Zandt zich op deze wijze van een huis, dat als pastorie dienst deed, voor 15 jaren heeft willen verzekeren, is en blijft vreemd. Dat deze dingen ook bij de hoogere besturen aanhangig zijn gemaakt, kunnen we begrijpen.
2. Nu iets over het „vliegensvlug willen verkoopen van een Kerkeraadsschool". Op 28 April 1926 bestond de kerkeraad uit 19 leden; deze was dus onbevoegd belangrijke besluiten te nemen. Op 1 Mei 1926 zouden er nog 6 vacatures bij komen. Nu kwam in de kerkeraadsvergadering van 29 April 1926 het verzoek in van de Schoolvereeniging in de Huiterstraat (voorzitter ds. P. Zandt) de Prinses Juliana School (zijnde de Kerkeraadsschool) aan haar over te doen. Dit voorstel stond niet op de agenda. Staande de vergadering werd het behandeld en — aangenomen. Op 30 April 1926 ging men naar Notaris Croin en kreeg de zaak haar beslag. Ds. Rooseboom hadden ze verteld, dat de Kerkeraadsschool een financiëele strop was voor de Gemeente en dat de Schoolvereeniging in de Huiterstraat haar wel wilde overnemen, waarop ds. Rooseboom het wel goed vond, dat de school van de Kerk losgemaakt werd. Het Classicaal Bestuur besliste natuurlijk, dat een waardevol goed als de Kerkeraadsschool niet mocht vervreemd worden, ook hierom niet, dat er geld van de Diaconie in stak. Notaris Croin, aan wien deze zaak in handen was gegeven, moest correspondeeren met ds. Zandt, wel een bewijs, dat ds. Zandt niet buiten deze, de geheele kerkelijke gemeente rakende aangelegenheid, stond.
Als men nu weet, dat ondergeteekende, toen hij predikant te Delft was, met Gods hulp en in samenwerking met alle kerkelijke colleges, deze Kerkeraadsschool heeft mogen stichten, om mee als een Evangelisatiepost te dienen aan de Gasthuislaan ca., dan kan men begrijpen, dat wij steeds met veel belangstelling deze zaak gevolgd hebben en met smart van de dingen kennis namen. Verbeeldt u toch eens, dat in Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Rotterdam — een dominé met z'n geestverwanten zóó handelde met een Kerkeraadsschool! Wie het is, die is het, maar iemand die zóó handelt verdient, dat een waarschuwing tegen hem gehoord wordt!
Hier moeten we tegelijk iets zeggen van het zingen op die Kerkeraadsschool. Toen ondergeteekende voorzitter was, werden er Psalmen gezongen, bij het beginnen en bij het eindigen van den schooltijd. Verder werden er geestelijke-en nationale liederen gezongen. En vooral bij gelegenheid van „de openbare les" was het een lust om de kinderen, onder leiding van den heer L. Blok, vroeger het hoofd der Christel. School te Ameide, te hooren zingen. Hoe dikwijls hebben ds. Benes, ds. Beekenkamp en ondergeteekende, te midden van ouders en belangstellenden, met genot er naar geluisterd, als veelstemmig door de oudste leerlingen prachtig, buitengewoon prachtig werd gezongen!
Dat was „de fractie-ds. Zandt" een ergernis. Het bestuurslid Wijnmaalen c.s. stak dat onder geen stoelen of banken. En ds. Zandt riep, waar ouders en belangstellenden bij waren, het hoofd der school ter verantwoording in een hoekje van het schoollokaal en door ds. Zandt en br. Wijnmaalen werd uitgemaakt, dat hier niet anders gezongen mocht worden dan zooals , „het vrome volk zingt"; wat dan beteekende: éénstemmig, elke toon van gelijken duur en niet zoo vlug! Daarbij mocht voortaan het repertoir van de school niet anders bevatten dan: Psalmen en enkele nationale liederen! Dat is daarna in het leerplan der school opgenomen en vastgelegd.
Zoo werd het zangonderwijs op school vermoord met de woorden „zooals het vrome volk zingt".
Ook in de school in de Huiterstraat, voorzitter ds. Zandt, is een dergelijke bepaling gemaakt, natuurlijk niet met instemming van het personeel. Hoe men daar met het personeel handelt, bleek onlangs, toen mej. Jo de Man, dochter van het vorig hoofd, niet precies wilde doen wat het Bestuur wenschte. Mej. de Man ging op catechisatie bij ds. Lammerink. Het Bestuur liet merken, dat het liever wilde dat juffr. de Man de catechisatie van ds. Leenmans ging volgen. Toen dat niet gebeurde, kreeg juffr. de Man, die een tijdelijke aanstelling had, ontslag. Ds. Lammerink zei 's Zondags daaropvolgend in de Nieuwe Kerk: „Is het niet schandelijk, dat aan een onderwijzeres zoo maar ontslag gegeven wordt?" En in zijn dankgebed gedacht hij ook „de ontslagen onderwijzeres". Zoo zouden we ook van de kwestie-mejuffr. Diamant kunnen spreken, maar dat laten we nu maar rusten, hoewel het een kwestie is, die in de officiëele Schoolwereld aan de orde is geweest.
Nu „de fractie-ds. Zandt" op de Kerkeraadschool geen overheerschenden invloed meer heeft zou men gedacht hebben, dat zij kerkeraadsleden als de Gereformeerde ouderlingen Verstoep, Slok, enz., op de dubbeltallen voor de bestuursverkiezing zouden hebben geplaatst. Maar dat hebben ze niet gedaan, geen Gereformeerden en geen Confessioneelen, maar Ethischen als De Groot en Van Kampen verkozen zij! Door de vrienden van ds. Zandt werden op die manier de Ethischen of Remonstranten in het Schoolbestuur gebracht!
3. Nu nog iets over het ageeren bij het beroepingswerk: Sept. 1925 is ds. Zandt lid van de Tweede Kamer geworden. Sinds is en blijft er een vacature te Delft. Door allerlei mogelijke en onmogelijke protesten heeft „de fractie-ds. Zandt" de zaak slepende gehouden en zoo kwam stukje voor stukje en voetje voor voetje eindelijk in 1927 het beroepen van een predikant, n.l ds. Veldhoen, van Alphen, een bekend Confessioneel predikant. In den tijd van beslissing schreef ds. Lekkerkerker een brief aan ds. V., waarin deze z'n blijdschap betuigde, dat ds. V. beroepen was, het zou hem hartelijk verblijden als ds. V. het beroep aannam en hij bad hem toe bij zijn beslissing de voorlichting des Heiligen Geestes. Maar een paar dagen later ontving ds. V. een schrijven, onderteekend door ds. Lekkerkerker, ds. Leenmans en ds. Zandt, waarin men hem berichtte, dat de Gereformeerde Kiesvereeniging een besluit genomen had om te gaan evangeliseeren, ingeval ds. V. het beroep naar D. aannam. Hoewel er dan nog drie Gereformeerde predikanten te Delft zijn, n.l. ds. Lammerink, ds. Lekkerkerker en ds. Leenmans, met reserve ds. Zandt voor de weekbeurten in „Philalethes". „De fractie-ds. Zandt" had dat in de Gereformeerde Kiesvereeniging voor elkaar gekregen en die het er niet mee eens waren, werden eenvoudig buiten de gemeenschap gezet. Meedoen of — — zoo ligt ds. Lammerink (tegen wien diaken Kunz, ook een van „de fractie-ds. Zandt" in de „Delftf'che Kerkbode" onlangs schreef) er al lang uit en mannen als Naaktgeboren, Huizer en nu Verstoep en Van Kan, zijn ook niet meer te vertrouwen! Huichelaars zijn ze!
Nadat ds. V. bedankt had, kon er weer een drietal gemaakt worden. Maar het beroepingswerk is weer handig verhinderd! Het Plaatselijk Reglement schreef voor ('t is nu veranderd), dat bij meer dan 5 vacatures in het Kiescollege het beroepen van een predikant niet mag geschieden vóór het Kiescollege is aangevuld. Door sterfgeval en vertrek waren er 3 vacatures. Spoedig bedankten nu een paar „Gereformeerden" (Kunz en Koolschijn) en — — nu ligt alles weer stil. Er is een drietal, maar een beroep kan niet worden uitgebracht tot het Classicaal Bestuur het gewijzigd Reglement heeft goedgekeurd.
We zouden nog wel een dag kunnen doorschrijven; want er is buitengewoon veel gebeurd gedurende de laatste jaren in Delft. Veel — waarover we echter willen zwijgen. Dat zij, die onze Gereformeerde actie niet gunstig gestemd zijn, alles „wat er te Delft gebeurt" zoo maar, zonder meer, onzen Bond in de schoenen schuiven, begrijpen we; maar dat juist willen we niet, dat „de Bondspredikanten" er de dupe van worden. In Amsterdam, Den Haag, Utrecht, .Rotterdam, enz., is er met zulke „Gereformeerden" niet te werken. Maar we geven de verzekering, dat onze Geref. Bonders in doorsnee niet zoo zijn. We hebben te verstaan, wat we, niet als clubje of groepje of kringetje, maar wat we kerkelijk te doen hebben, om in het midden der Ned. Herv. (Geref.) Kerk de Gereformeerde Waarheid te verbreiden en te verdedigen. En dan zóó, dat alles het daglicht zien mag!
M. VAN GRIEKEN.
Mijnheer de Redacteur,
Van tijd tot tijd lees ik in ons orgaan „De Waarheidsvriend" een advertentie, waarin een Godsdienstonderwijzer zich aanbiedt voor spreekbeurten. Nu vind ik het op zichzelf niet zoo heel erg, dat men ook die zaak reeds per advertentie aanbeveelt. Men moest dan echter consequent zijn en meteen zijn volledig adres opgeven. Nu men onder zekere letters werkt, is het m.i. voor Godsdienstonderwijzers, die om verschillende redenen bovengenoemden weg niet wenschen te bewandelen, minder aangenaam.
Met dank voor de plaatsing.
Uw dw., R. FOPPEN.
Harderwijk, 1 Aug. 1927.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 augustus 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 augustus 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's