KERKELIJKE RONDSCHOUW
Uit de Synode.
Terwijl we dit schrijven is de Synode, welke in de 112de zitting bijeen is, al langen tijd aan het vergaderen. Reeds 15 dagen is er gepraat en overlegd en gerapporteerd en besloten — maar wat 't laatste betreft, is het belangrijke van dit jaar nog niet aan de orde geweest; misschien voor een gedeelte als dit No. in handen van de lezers komt!
We hebben een, in groote meerderheid, rechtzinnige Synode: 14 orthodoxen tegenover 5 vrijzinnigen: ook de praeadviseurs: de twee kerkelijk-hoogleeraren van Nes en Brouwer, benevens de secretaris ds. den Breems, zijn rechts. De wind waait dus wel uit den goeden hoek. Als 't maar waar is...!?
Ds. Zoete van de Lemmer heeft een sympathiek openingswoord gesproken, als oudste lid in jaren. Tot president is voor de zooveelste maal dr. Weyland, predikant te Veere gekozen. Ds. Zoete werd vice-president en ds. Bongers van Kamerik secundus. Allen dus rechtzinnig, aan de modernen is geen plaats in het moderamen ingeruimd. Financiëele aangelegenheden komen altijd in de eerste zittingen aan de orde, dan komen de meer kerkelijke zaken. Zoo is na behandeling van de financiëele aangelegenheden ter sprake gekomen de vraag: of de Kerk het r e c l a s s e e r i n g s w e r k zal ter hand nemen. De Synode was van oordeel, dat het niet direct op den weg der Kerk ligt dezen arbeid te gaan verrichten en wil dit aan Vereenigingen of Genootschappen tot z e d e l ij k e verbetering van gevangenen overlaten.
In de 5de zitting dient dr. G. Oorthuys van Amsterdam, een sympathiek principieel man, die voor 't eerst van z'n leven lid van de Synode is (hij is secundus-lid van ds. v. Paassen van Haarlem, die verhinderd is dit jaar zitting te nemen) een paar voorstellen in, waaruit blijkt hoe deze predikant principiëel-practisch onder de huidige omstandigheden zou willen werken. Hij wil het veto-recht van de Prov. Kerkbesturen laten vervallen (wijziging art. 62 Alg. Regl.), waarmee dus zou vervallen de macht van de Prov. Kerkbesturen om een voorstel, dat door de Synode en door de Class. Vergaderingen en daarna nog eens door de Synode van het volgend jaar is aangenomen, door hoofdelijk stemmen van de leden der Prov. Kerkbesturen, zonder eenige motiveering van stem, toch nog te verhinderen van kracht te worden als wet in de Kerk. Het zou een zegen zijn, indien dit voorstel werd aangenomen, temeer waar de leden van de Prov. Kerkbesturen bij het uitbrengen van hun stem absoluut geen verklaring van hun „voor" of „tegen" behoeven te geven. In de tweede plaats diende dr. Oorthuys een voorstel in tot wijziging van art. 39 Regl. Godsdienstonderwijs. Hij wil in de 2de belijdenisvraag, de uitdrukking „te streven naar heiligmaking" vervangen door de Schriftwoorden: „na te jagen de heiligmaking, zonder welke niemand den Heere zien zal." In de derde plaats stelde hij voor, dat aan de provinciale en classicale besturen worde gericht een rondschrijven, waarin met groote droefheid wordt opgemerkt, dat allerlei leeringen, die in strijd zijn met de grondwaarheden van het Christelijk geloof, ook in den boezem der Kerk voorttelen gelijk de kanker. Waarbij zal worden gevraagd toe te zien, dat de leer der Kerk, zooveel mogelijk, zal worden gehandhaafd, daarbij uitsprekend, dat de ontkenning en bestrijding van de grondwaarheden onzer Christelijke belijdenis in strijd is met het Evangelie van Jezus Christus, dat in onze Hervormde Kerk moet gepredikt worden. In de „Toelichting" verklaart dr. Oorthuys, dat hij dit voorstel wil zien beschouwd als een „conscientiekreet."
Wij verheugen er ons over, dat een man als dr. Oorthuys, die voor 't eerst nu in het echte Synodale gezelschap is binnengetreden, dezen conscientie-schreeuw heeft laten hooren. En hij is niet gevallen over bijzaken, ook niet gekomen met een of ander stokpaardje, maar hij is gekomen ais een belijder van Christus, om te getuigen van zijn Heiland en op te komen voor de hoofdwaarheden van ons allerheiligst Christelijk geloof! 't Zal ons benieuwen hoe de Synode dit stoute voorstel van een nieuweling zal behandelen. Om hals helpen? We zullen zien. Mannen als ds. Theesing en zoovelen mogen vrij getuigen. En wie is er, die hem en anderen dapper tegenstaat? Waar is de saambinding van allen, die den Christus liefhebben en Zijn Naam belijden? We moesten afspreken, dat, wanneer de Synode dit (om „formeele" redenen natuurlijk!!) naar de prullenmand verwijst, allen die op den bodem der belijdenis staan zich deze zaak zullen aantrekken! Concentratie op de hoofdwaarheden onzer belijdenis zou zeker tot een zegen kunnen zijn voor onze Hervormde Kerk!
In de 6de zitting wordt een verzoek van den Chr. Nat. Werkmansbond, dat de Synode een aanschrijving aan de Kerkeraden zal richten, ten einde hen te bewegen een afdeeling van den Chr. Nat. Werkmansbond in hun gemeente op te richten, gewezen van de hand. De propaganda in deze is een zaak van den Bond en niet van de Kerk.
Een voorstel van de classis Gouda inzake het verleenen van dispensatie aan die gemeenten, die gewetensbezwaren hebben om bij te dragen in de kas voor de predikantstractementen, werd afgewezen. De Synode sprak daarbij uit, dat met bezwaren van een collectief geweten, die bovendien met meerderheid van stemmen worden vastgelegd, niet valt te rekenen, terwijl te vreezen is, dat hier gewetensbezwaren dan zullen worden voorgedragen, waar het geweten toch niet getuigt, maar andere dingen aan 't woord zijn.
Volgens het Verslag over het Hooger-Onderwijs zijn te Leiden voor den cursus 1926—'27 48 studenten ingeschreven, van wie 14 voor de eerste maal. Te Utrecht bedroegen die cijfers 126 en 23 (voor de eerste maal); te Groningen 41 en 8 (eerstejaars theologen). In 1926—'27 zijn 23 proponenten klaar gekomen; één voor de Waalsche Kerken.
Een voorstel van de Class. Vergadering van Utrecht, om te trachten, dat de pauselijke nuntius, die bij ons hof aanwezig is, zal worden verwijderd, vindt breede bespreking. Ds. Gravemeijer wenscht, dat er een protest van de Synode bij de regeering zal uitgaan. Met 13 tegen 6 stemmen wordt dat verworpen en met 15 tegen 4 stemmen wordt besloten aan het Moderamen van de Class. Verg. een brief van sympathie te zenden van den volgenden inhoud:
,,De Synode der Nederl. Hervormde Kerk, kennis genomen hebbende van uw missive van 29 Juni 1927, betreffende het feit, dat nog steeds een gezant van den Paus te Rome bij onze hooge regeering is geaccrediteerd, en het daarin vervatte verzoek om daartegen bij de Regeering des lands te protesteeren, acht om verschillende redenen voor het oogenblik de tijd niet gekomen om aan uw verzoek te voldoen, verklaart echter gaarne met veel sympathie te hebben kennis genomen van uw schrijven en van de liefde voor onze Kerk in het bijzonder en de zaak der hervorming in het algemeen, welke daaruit openbaar wordt. God geve u zegen bij uw arbeid voor Zijne Kerk hier te lande en doe deze ten goede komen aan ons geheele Vaderland."
Men heeft den moed en den ijver van de Synode te bewonderen, om aan het Moderamen van een Class. Bestuur zóó kloek te schrijven inzake het Roomsche gevaar. We zullen nu eens zien, wat de Synode straks doet in het belang van eigen Kerk, die omringd is van allerlei gevaren! Dr. Oorthuys kan nu misschien toch nog wel succes hebben! En de principiëele voorstellen van anderen óók!
Rapport wordt uitgebracht over een voorstel der Class. Vergadering van Zwolle tot afschaffing van de Kiescolleges. Men wil ouderlingen en diakenen laten verkiezen door de stemgerechtigden; het beroepingswerk zal dan komen aan den Kerkeraad. (Wijziging art. 23 Alg. Regl.). Met 12—6 stemmen is (in de 15de zitting) besloten het instituut der Kiescolleges te handhaven.
Prof. Brouwer bespreekt een verzoek van de Confessioneele Vereeniging tot het benoemen van eene „commissie voor reorganisatie". Het blijkt dat eene minderheid in de commissie dit voorstel wil steunen, terwijl de meerderheid de gronden ontwikkelt, waarop zij de benoeming van zoodanige commissie ontraadt.
Uitgesproken werd dat de gevolgen van kerkrechtelijke tucht gevaarlijk zijn te achten, wijl dan een herhaling van de besluiten van de Gen. Synode der Geref. Kerken van Assen (1926) is te duchten, terwijl betreurd werd, dat de Herv. Kerk te weinig een belijdende Kerk is.
De Synode van 1926 had aan de algemeene synodale commissie advies gevraagd betreffende de mogelijkheid van een begroetingssamenkomst, waartoe afgevaardigden van andere kerken en kringen zouden worden uitgenoodigd. Tevens was de gedachte uitgesproken van een wijdingssamenkomst te houden vóór den aanvang der Synode in eene der kerken te 's-Gravenhage. De Synodale Commissie heeft geantwoord, dat zij zulk een begroetingssamenkomst vooralsnog niet wel mogelijk acht, maar zij stelt voor, te besluiten tot het houden van een wijdingssamenkomst aan den vóóravond van de Synode van 1928 in de Kloosterkerk te 's-Gravenhage. Na eenige opmerkingen van den president, treedt de Synode in zijn voorstel, om de bedoelde wijdingssamenkomst te doen houden op den avond van den eersten dag, waarop de Synode van 1928 bijeenkomt, en de voorbereiding op te dragen aan de Alg. Syn. Commissie.
Dr. Stoel brengt rapport uit inzake het voorstel der classis Leiden om in art. 39 van het Regl. op het Godsdienstonderwijs (d.i. in het artikel van de b e l ij d e n i s v r a gen) de woorden „althans wat betreft den geest en de hoofdzaak" weg te laten. De Commissie is in een meerderheid en een minderheid verdeeld. Wij hopen, dat de meerderheid van de Synode zal denken aan de woorden van Prof. dr. A. van Veldhuizen, kerkelijk-hoogleeraar te Groningen, die in zijn „Pro Ministerio", Practische Godgeleerdheid blz. 39 zegt: „De mooie belijdenisvragen van art. 39 Regl. G. O. worden door „geest en hoofdzaak" speelbal van partikuliere willekeur."
De Commissie voor de g e e s t e l ij k e belangen onder de militairen stelt voor een handleiding op te stellen met het oog op de jongelieden, die in dienst treden, teneinde dit toe te zenden aan de Kerkeraden, de predikanten en de ouders der a.s. militairen. De Syn. Commissie stelt voor f 200.— voor dit doel uit de Generale Kas beschikbaar te stellen.
De Synode besprak vervolgens het werk van den heer Sanders onder de Nederlanders in Duitschland, waarbij de secretaris, ds. den Breems, rapporteerde over het aldaar door hem aanschouwde werk. De noodzakelijkheid van een predikant voor dezen arbeid, alsook van een speciale kracht voor het werk onder schippers werd uitgesproken. Financiëele overwegingen maken vervulling dezer wenschen, vooralsnog niet mogelijk.
Het dagelijksch bestuur van de Vereeniging van Nederl. Hervormde Stichtingen voor zenuwen geestesziekten heeft bericht ingezonden van de oprichting dier vereeniging en vraagt de belangstelling en den steun der Synode. De Synode zal antwoorden dat op haar groote belangstelling en op haar steun mag worden gerekend.
Op de tafel der Synode ligt een uitvoerig rapport van kerkvisitatoren in verschillende provinciale ressorten over 1926 en 1927 (gedeeltelijk ook nog over '23, '24 en '25). Hieruit blijkt, dat na 15 Juni 1926 tot 15 Juni 1927 in 24 classes en 10 gemeenten van het Waalsch ressort kerkvisitatie is gehouden. De praeadviseurs wijzen er op, dat over 't geheel de toon in de verslagen niet ontmoedigend is. Soms echter schijnt de algemeene toestand een weinig te rooskleurig te zijn voorgesteld. Maar van beteekenis is het, dat de belangstelling bij het jonger geslacht toeneemt. Op droevige toestanden moet evenwel ook worden gewezen. In sommige gemeenten van N.-Holland wordt om de 14 dagen dienst gehouden, hetgeen in strijd is met het Reglement op de vacaturen. In Friesland is het in vele gemeenten, bepaaldelijk in den Z.O. hoek, met de bediening van den Doop droevig gesteld. Niet bevorderlijk voor de Doopsbediening schijnt het te zijn als in sommige gemeenten voorwaarden aan de toediening worden verbonden. Sommige leden keuren het af, dat in strijd met het Reglement op de Generale Kas hier en daar collecten voor die kas worden gehouden, terwijl de bedoeling is, dat j a a r l ij k s c h e b ij d r a g e n worden ingezameld.
Een der leden onderstreept de mededeeling uit Zuid-Holland, dat over 't algemeen in de onderscheidene gemeenten op het platteland zeer weinig armoede wordt aangetroffen. Hij stelt daartegenover de andere mededeeling in het rapport, dat het aantal behoeftigen in steden en fabrieksplaatsen vermeerdert. Door de voortdurende zuiging van de groote stad, waarheen zich zoo velen begeven, ontstaat veel armoede.
De heer Barbas, lid van het Comité voor Borculo, deelt mede, dat pastorie en catechisatielokaal aldaar nu gereed zijn. Het kerkgebouw zal begin December worden ingewijd. De kosten voor pastorie en kerk bedragen pl.m. f 137.500, waarvoor door het steuncomité f 107.500 is afgedragen.
Uit de baten van het „Weekblad" voor de Ned. Herv. Kerk kon f 800.— worden gestort in de kas der Alg. weduwen-en weezenbeurs. Het aantal abonné's moet echter stijgen.
De president deed mededeeling van een ingekomen schrijven van den kerkeraad van Serooskerke, houdende mededeeling dat de meerderheid van den Gemeenteraad geweigerd heeft de klok te doen luiden, voor de Herv. diensten. De president sprak over dit besluit zijn bevreemding uit en oordeelde dat dit nooit in de bedoeling lag toen de toren aan de burgerlijke gemeente kwam.
Een ingekomen schrijven, meldende dat eenige vacante gemeenten onder leiding van een predikant bij den Ministervan Financiën moeite hebben gedaan handopening te krijgen, zulks met voorbijgaan van het classicaal bestuur, werd commissoriaal gemaakt.
De rekening van de weduwen-en weezenhulpbeurs over 1926 werd goedgekeurd en de uitkeering bepaald op f 42. Het bedrag der uitkeeringen over 1926 was f 1679.20. Aan contributies werd f 5135 ontvangen. Een uitkeering van f 45 werd gegeven aan 35 weduwen, terwijl 5 weduwen een pro rata uitkeering ontvingen.
Naar aanleiding van de ter tafel komende rekening van de Weezen-en Weduwen-Hulpbeurs werd aan de Synodale Commissie opgedragen nader te onderzoeken hoe de zaken van deze beurs staan.
Na breede discussie, waarin op het voor en tegen werd gewezen, werd het voorstel om te bepalen, dat de kerkelijke hoogleeraren in de academie stad moeten wonen, tenzij de Synode c.q. de Alg. Syn. Comm. dispensatie verleent, aangenomen met 12 — 7 stemmen.
Een voorstel tot wijziging van de artt. 15 en 16 van het reglement op de predikantstractementen, werd ten aanzien van art. 15 aangenomen en ten opzichte van art. 16 aan gehouden.
Een voorstel tot wijziging van art. 39 van het reglement op het Pensioenfonds gaat ter eindstemming naar de Prov. Kerkbesturen.
Een voorstel van ds. K.H.E. Gravemeijer om te bepalen (art. 18 algemeen reglement) dat niet alleen het ontbreken van geschikt en gewillig personeel het optreden van het classicaal bestuur noodzakelijk maakt, vond geen meerderheid.
Het rapport over de verschillende staten van kosten werd vervolgens goedgekeurd.
Aangenomen werd een voorstel van ds. Gravemeijer, om in art. 11 van het reglement op de kerkeraden te bepalen, dat de bevestiging van nieuwe kerkeraadsleden zoo m o g e l ij k zal gepaard gaan met de aftreding van de zittende leden.
Prof. Aalders van Groningen had tot de Synodale Commissie de vraag gericht: of de testimonia (getuigschriften) bedoeld in art. 7 van het Regl. op het Examen, afgegeven door hoogleeraren der Vrije Universiteit geldig zijn voor de Rijks-Universiteiten en voor de Herv. Kerk. De Syn. Commissie was van gevoelen, dat onder „Nederlandsche Universiteit" in art. 7 Regl. op het Examen ook de Vrije-Universiteit moet worden gerekend.
In de 14de zitting bevestigde de Synode de uitspraak eener Syn. contracta, waarbij een predikant geschorst was in de uitoefening van zijn ambt, met behoud van tractement tot en met een in de uitspraak genoemd tijdstip. Besloten werd dat de Raad van Beroep voortaan plaatsvervangende en geen secundus-leden meer tellen zal. De drie plaatsvervangende leden zullen door de Synode benoemd worden.
Dr. G. Oorthuys rapporteerde vervolgens over de zaak der Buurtgemeenten, waarover geen eenstemmigheid bestaat. De meerderheid der rapporteerende commissie is tegen het verplichtend stellen van de invoering van buurtgemeenten.
Vervolgens werden de rapporten inzake de kwestie der „Walen" en de proponentsformule (voorstel—Timmer) behandeld. De meerderheid der commissie voelde meer voor handhaving der bestaande uitdrukking „volgens de schriften des O. en N. Verbonds", dan voor de invoeging: Rom. 4: 25.
Prof. dr. H. M. v. Nes rapporteerde over de aangelegenheid van de Herv. studenten aan de Universiteit van Amsterdam. De meerderheid is niet voornemens zonder meer de opheffing van het instituut der kerkelijke hoogleeraren aan de Amsterdamsche Universiteit te accepteeren. Bij deze aangelegenheid komt ook ter sprake de kwestie van de erkenning van de bul der Vrije Universiteit. Uitgesproken werd o.m., dat de testamonia der V.U. gelden en de V.U. wetenschappelijk niet achter is te stellen.
Een meerderheid der Synodale Commissie adviseert het voorstel van het Classicaal Bestuur van Dordrecht om de bestaande regeling der persoonlijke kerkvisitatie door provinciale kerkvisitatoren in te trekken en te herstellen den vroeger geldenden regel van een drie-jaarlijksche persoonlijke kerkvisitatie door de leden der Classicale Besturen, aan te nemen.
Afgewezen wordt een voorstel om een nieuw art. 51 in te voegen in het Reglement op de vacaturen; ten doel hebbend om uit te spreken dat candidaten tot den H. Dienst niet beroepbaar zijn in Gemeenten met minder dan 100 zielen.
Aan de Synodale Commissie wordt opgedragen in het reglement op vacaturen uniformiteit aan te brengen ten opzichte van de minderjarigheidsclausule. Aangezien het reglement vóór de wijziging van de burgerlijke wet in werking is gesteld, neemt men aan, dat in het Reglement op de vacaturen wordt bedoeld voor minderjarigheid den leeftijd beneden 23 jaar.
(Wordt voortgezet).
Al te geestelijk.
We leven in dagen, dat velen komen tot óver-geestelijkheid. En die voorgangers, die het daarin 't verst gebracht hebben en uit hun over-geestelijken voorraad oude en nieuwe schatten weten voort te brengen, zijn het meest geliefd en worden het meest begeerd, door hen die aan die ziekte lijden. Wat we van deze dingen, zoowel door godsdienstonderwijzers als door predikanten voorgedragen, zoo nu en dan hooren grenst aan 't ongelooflijke en moet nochtans waar gebeurd zijn.
Het komt ons voor, dat in deze door ons gezamenlijk iets gedaan moet worden, want tal van gemeenten worden misleid en bedorven. En als de kerkeraad niet wil gaan in deze richting, dan zijn er hier en daar helaas! toch nog wel menschen, die dan een weg weten uit te denken, om zulke geliefde predikers in hun midden te laten optreden. Zonder eenige roeping in deze te hebben gaan den mannen met singuliere gaven er dan op uit. Godsdienstonderwijzer of geen godsdienstonderwijzer, dominé of geen dominé — 't hindert niet ! En hoe meer men over-geestelijk weet uit te halen, hoe grooter de belangstelling is; totdat er weer een opstaat, die geestelijker nog is — dan is de belangstelling weer voor dat nieuwe licht, dat uitstraalt boven de andere lichtende sterren.
't Komt ons voor, dat aan deze zaak méér aandacht moet worden geschonken en dat we zonder aanzien des persoons hier ernstig moeten gaan waarschuwen.
Door twee dingen kwamen we er toe, om deze zaak hier even aan te raken. Ten eerste lazen we een beoordeeling van een tweetal preeken van Huntington door ds. G. Wisse van Utrecht. Daar lazen we deze woorden: „Niet accoord gaan we met de eerste zinnen, waar van Bethesda wordt gezegd, dat men zinnebeeldig er de „vijf lichtpunten" door verstaan kan, waarin de uitverkorenen Gods kunnen beschouwd worden. De H. Schrift is in zich zelf geestelijk genoeg, dan dat we haar nog eens extra vergeestelijken moeten."
Die laatste woorden zijn ons uit het hart gegrepen en het doet ons dubbel genoegen, dat ds. Wisse deze dingen nu eens extra zegt.
Wat wordt er met de H. Schrift gesold; wat doet men dikwijls aan „inlegkunde" en als men dan maar veel de woorden „Gods volk" gebruikt, dan heeft men succes. Maar niet bij Gods ware kinderen. Wel bij onrustige, ontevreden, hoogmoedige, eigenwijze menschen, die graag „Gods volk" genaamd worden. En dat is juist het vreeselijke, dat men op die manier èn de H. Schrift èn Gods volk mishandelt onder een schijn van bizondere geestelijke gaven te bezitten.
Hier moet, zonder pardon, de vinger op de wondeplek worden gelegd en we moeten ons niet, door het gelammenteer van sommigen die dan zoo gaarne als „martelaar" en als het „verdrukte volk" fungeeren, van de wijs laten brengen, want onze gemeenten in de stad en op het platteland worden door die z.g.n. overgeestelijke predikers bedorven.
Dat we hierover schrijven nu, vindt ook z'n oorzaak hierin, dat we in „De Wekker", Orgaan der Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland, een uitnemend woord lazen over „De Bondszegelen" waarin duidelijk geschreven wordt over het verwisselen in zekere kringen van „de vastigheid des geloofs" voor „de vastigheid des gevoels", waarbij de christen in de plaats komt van den Christus. Daarin ziet „De Wekker" ook oorzaak, dat velen van het Avondmaal worden afgehouden die moesten aanzitten aan den disch des Verbonds. Gewezen wordt, op het vertrouwen des geloofs, dat alles in Christus vindt. Met woorden van B r a ke l, uit „De Redelijke Godsdienst", wordt het dan toegelicht. „Wij verstaan er door de uitgaande daad des harten, waardoor men zich, overgevende aan Christus en Hem aannemende, ziel en lichaam toevertrouwt, opdat Hij ze zalig make. Gelijk een crediteur zijn geld aan iemand overgevende het hem toevertrouwt; gelijk iemand zich zet op de schouderen van een sterk man, om hem door een water te dragen zichzelven hem toevertrouwt, en zóó op hem vertrouwt, leunt, steunt, zich laat dragen tot zulk een plaats. Het ware zaligmakende geloof bestaat niet in de toestemming van de Evangelische beloften, maar bestaat in het vertrouwen des harten om door Hem tot de zaligheid gebracht te worden op grond van Zijn vrijwillige aanbieding, en op de beloften aan die gedaan, die op Hem vertrouwen."
Inplaats van deze evangelische waarheid met de aanbieding van Gods genade in Christus aan arme, in zich zelf verloren zondaren, krijgen we tegenwoordig door rond reizende predikers — geordend of niet — een lang verhaal van allerlei z.g.n. geestelijke bizonderheden en ervaringen, waarbij z.g.n. zielsprocessen worden geteekend, welke de ziel moet doormaken, wat meer dan verschrikkelijk is. In uit-en inwendige dingen wil men tegenwoordig over-geestelijk zijn.
Is het geen tijd, dat er door de Gemeente van Christus een waarschuwing gehoord wordt tegen degenen, die zeggen leiders, geestelijke leiders te willen zijn, maar inderdaad Gods Woord mishandelen en van den waren weg des geloofs en des levens afvoeren?
Evangelisatie-arbeid!
Dit onderwerp werd, door een voorstel van de Afd. Rotterdam, op onze laatste Bondsvergadering even besproken. Als practisch gevolg is daardoor verkregen, dat de Geref. Bond zich het Evangelisatiewerk zal aantrekken, waarbij nadere regeling gebiedende eisch is. Nu reeds is er gelegenheid voor Evangelisatie-vereenigingen zich bij den Bond aan te sluiten en het Bestuur kan dan, zoo noodig, een door Voorzitter en Secretaris van het Hoofdbestuur geteekende „collecte-kaart" verkrijgen. Dat er in deze werk te over is bewijst een artikel in de L e e u w a r d e r G e r e f. Kerkbode (dat we lazen in en overnemen uit H e r v o r m d Z o n d a g s b l a d van 6 Aug. j.l.). We laten het artikel hier volgen. Er staat boven „Een verstrekkend besluit." En het luidt als volgt:
„We weten niet of onze lezers het in het Kort Verslag van onze laatst gehouden Part. Synode hebben opgemerkt, hoe de Synode het verzoek van de classis Leeuwarden heeft ingewilligd, en daarmede onze classis zedelijk en finantiëel haar steun heeft toegezegd, bij de voorgenomen bearbeiding met het Evangelie van de streek, welke ten Zuiden van Leeuwarden ligt. En ook niet, of men er iets van heeft gevoeld van welk een verstrekkende beteekenis dit besluit van onze Particuliere Synode worden kan. Tusschen Leeuwarden ten Noorden en Sneek en Heerenveen ten Zuiden ligt namelijk een uitgestrekt terrein met tal van groote en ook maatschappelijk welvarende dorpen, waarvan we kunnen zeggen, dat daar al in een langen onafzienbaren tijd nimmer het Evangelie van Christus naar de Schrift wordt verkondigd.
Wijtgaard is voor een groot deel Roomsch. Dan heeft men Roordahuizum, Idaard, Warga, Jorwerd, Mantgum, Weidum, Beers, Ak-Itrum(*), Rauwerd, Irnsum e.a. waar niet alleen geen Gereformeerde kerken zijn, maar waar zooveel wij weten ook in de Hervormde Kerk niet anders dan een moderne, dikwijls zelfs een vrij rood-gekleurde prediking wordt gehoord.
Het kan verwondering wekken, dat ook van Gereformeerde zijde niet wel eens de vraag is gerezen, of dit wel zoo kan doorgaan, of men daartegenover voor God verantwoord is, of het niet wat zwaarder op de conscientie moest gaan wegen, dat daar onmiddellijk in de buurt van dikwijls belangrijke Gereformeerde kerken het leven zoo wat geheel buiten het Evangelie omgaat.
Intusschen is nu deze vraag gerezen. En deze vraag te stellen, was, gelijk men begrijpen zal hetzelfde, als haar te beantwoorden. Natuurlijk mag dit zoo niet langer en kan dit ook zoo niet langer. Zoo heeft dan ook de classis Leeuwarden zich bereid verklaard, daar, voor zoover het terrein lag binnen haar ressort, den arbeid aan te vangen. De classis Leeuwarden kan dit echter niet doen, zonder de hulp en den steun der zuster-classes binnen het particulier synodaal ressort. Reeds heeft ze Grouw te verzorgen. En ze begon het werk te Warga. Om den arbeid verder uit te breiden moest zij ook op den steun van buiten kunnen rekenen. Het is daarom zoo verblijdend, dat onze laatstgehouden particuliere Synode haar nu ook dezen steun heeft toegezegd. Zoo, met de hulp van al de zuster-kerken in het Noordelijke gedeelte onzer provincie kan er wat gebeuren. En er moet ook heel wat gebeuren."
De Geref. Kerken gaan zich dus de zaak van modern-Friesland aantrekken en de plaatselijke gemeenten worden opgewekt het voorbeeld van Be e t g u m en Hu i z u m te volgen, die respect, f 200.— en f 400.— voor dezen Evangelisatiearbeid bijeenbrachten.
Wij kunnen en willen niet anders dan de Geref. Kerken in deze prijzen. In eigen kring hebben ze zooveel te onderhouden — wat waarlijk niet „armoedig" geschiedt — en nu gaan ze ook voor dezen arbeid zich geven met woorden en daden, met arbeid en geld!
Dat doet ons nog weer eens vragen; ljgt er voor den Geref. Bond hier niet een terrein — veel meer dan voor de Geref. Kerken, omdat het veelal verwoeste moderne Hervormde gemeenten betreft — en hoe kunnen we, als Bond, hier 't best werk verrichten? Plaatselijk moeten we connecties zien aan te knoopen, om dan gewestelijk belangstelling voor dezen arbeid te wekken en ook landelijk een organisatie in 't leven te roepen. Er liggen groote dorre woestijnvlakten, waar 't zoo noodig is, dat het woord der Waarheid daar wordt gebracht en de regen des Geestes het Evangeliewoord vruchtbaar make van boven!
*) Hier staat de orthodoxe ds. Limpers. De gemeente is voor een groot deel vrijzinnig, gelijk bij den kerkelijken stembusstrijd den laatsten tijd blijkt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's