De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Huisgezin en School.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Huisgezin en School.

4 minuten leestijd

IV.
De school is noodig, is onmisbaar. De kinderen kunnen de school niet missen en de ouders kunnen niet zonder de school voor hun kroost. Daarmee is tegelijk de aard, het wezen van de school aangewezen. Want de school is geen opvoedingsgesticht, uitgaande van de Overheid, die de zorg van de kinderen uit de handen van de ouders overneemt. Neen, de ouders hebben de school noodig voor hun kinderen, opdat hun kinderen worden opgevoed en onderwezen, zooals  z ij  het begeeren en moeten kunnen verantwoorden voor God en de menschen.
De ouders moeten naar een school vragen;  z ij  moeten een school zoeken, een school mee helpen stichten en onderhouden, omdat het gaat om  h u n  kinderen. En waar nu de school aan de ouders hoort, voor de kinderen die  z ij  van God ontvangen, als een erfdeel des  H e e r e n, zullen de ouders ook moeten zorg dragen dat het een school is, voor gedoopte kinderen geschikt, waar èn voor het maatschappelijk, voor het natuurlijk leven, alsook voor het geestelijk leven van het kind het beste gegeven wordt wat er te geven is. Of beter gezegd misschien: onze kinderen moeten zulk onderwijs ontvangen, dat uitkomt, dat zij een ziel en een lichaam, een hoofd en een hart hebben, voor tijd en eeuwigheid zijn geschapen en hier in het leven God hebben te kennen, te dienen en te vreezen, om Hem straks in de eeuwigheid te ontmoeten tot vrede en zaligheid, door het geloof in Jezus Christus. En zooals dat in een Christelijk gezin moet uitkomen, tegenover de kinderen in de opvoeding, moet het ook uitkomen in de school, dat dan ook een Christelijke school, een school met den Bijbel moet zijn, waar niet het christelijke en de Bijbel buitengesloten wordt, ook niet op een afzonderlijk plaatsje wordt gesteld, maar waar heel het onderwijs wordt ingericht naar den geest van Gods Woord, dat een lamp voor den voet en een licht op het pad moet zijn voor groot en klein. Dat Woord van God moet alles in de school belichten. Het lezen van de kinderen moet er van doortrokken zijn, niet met stukken zoo hier en daar, die in het eten onsmakelijk kunnen zijn, maar als het zout én het zuurdeeg, dat alles zóó doortrekt, dat men het niet ziet en voelt en toch in alles ervaart en nuttigt. Heel ons geschiedenisonderwijs moet in het teeken staan: „De Heere regeert"; en Zijne groote en heerlijke daden te vermelden, waarbij de kinderen luisteren als vinken, is heerlijk mooi en maakt indruk voor heel het leven. Natuurkunde en aardrijkskunde moeten doorstraald zijn van het licht, dat van Gods aangezicht straalt. „O, Heere, onze Heere, wat is Uw heerlijk op aarde; Gij, die Uwe majesteit gesteld hebt boven de hemelen!" Dan ook wel de waarheid uit: „Uit den mond der kinderkens en der zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest". Onze kinderen moeten straks als de zuilen van het leven staan waarop alles na ons steunt en leunt, en zoo wil de Heere, dat zij vast gemaakt worden in de kennisse Gods, opdat ze straks niet onderstboven geloopen worden door tegenpartijders die Hem haten (Psalm 83). Als menschen Gods moeten onze kinderen van kindsaf worden geoefend en dus moeten we èn in het gezin èn in de school, hebben een christelijke opvoeding, een christelijk leiding, christelijk onderwijs, bij welk "christelijk" noodzakelijk „Christus", de Christus Gods, de Christus der Schriften, hoort, zooals de boom hoort bij de vrucht. Geen boom — geen vruchten. En daarom moeten we ons den boom, den waren levensboom, Christus in al Zijn volheid en heerlijkheid niet laten ontrooven. En gelijk Christus bij de Schriften leefde en de Schriften doorwandelde, om de Schriften verklarend, licht en vrede en blijdschap te ontsteken in de harten, zoo willen wij voor onze kinderen ook onderwijzers en onderwijzeressen, met een school tot opvoeding en onderwijs, geheel staande in het teeken van de Waarheid Gods naar Zijn Woord en geheel levend door den geest des lichts en des vredes.
De opvoeder, de onderwijzer moet voor onze kinderen zijn een die leidt tot hooger, die omhoog leidt, die naar Boven onze kinderen opleidt door woord en daad en daarbij spreekt naar Gods Woord. De school, de echte school, de school voor ons volk, is dan ook de Christelijke school, de School met den Bijbel.
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Huisgezin en School.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's