De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEESTELIJKE  OPBOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEESTELIJKE OPBOUW

7 minuten leestijd

De Vrijmetselarij (11)
De Vrijmetselaars zijn natuurlijk van oordeel, dat hoe meer de Vrijmetselarij zich uitbreidt, hoe beter het met de wereld gaan zal. „Allen" — zegt Ernest Gilon — „hebben dan ook belang bij het bevorderen van de verbreiding en van den voorspoed der Vrijmetselarij. Nog altijd zijn er echter tal van menschen, die de beteekenis en de belangrijkheid van deze wereld - instelling niet kennen. Er worden ook zooveel dwanlingen, zooveel valsche begrippen omtrent deze beweging verspreid, waardoor velen met argwaan en angst en vrees vervuld worden. Maar zij, die tot het ware begrip komen, klagen steeds, dat zij veel vroeger hadden moeten toetreden, omdat de beginselen zoo edel zijn en het beter ware geveest veel vroeger hun krachten hieraan te geven".
Zeer is men steeds ingenomen met nieuwe leden, die toegang tot de Orde vragen en in de Vrijmetselaars-beweging worden opgenomen. Vooral jonge menschen begeert men.
Gilon zegt daarvan: „Wij hechten zulk een gewicht aan de inwijding van jonge lieden, dat wij niet aarzelen bijzonder hun aandacht op de instelling te vestigen en tot ieder hunner te zeggen: Jongeling, zonder gids en zonder zedelijken steun, kom tot ons in uw prille jeugd! Wij zullen u met geregelde, wijze en nuttige gewoonten begiftigen. Uw zedelijke opvoeding zal beter worden. Uw denkbeelden zullen zich verruimen en een nieuwen gezichtseinder van verdraagzaamheid en hartelijkheid openen; Uw vijandige gezindheden zullen verdwijnen. Al de Vrijmetselaars der wereld zullen uw broeders worden: ge zult, in welke streek van den aardbol ge u moogt bevinden, hoe ongelukkig ge moogt worden, aan een enkel teeken hen herkennen en door deze vriendschap tusschen millioenen ingewijden, zal in uw gemoed een geest van goedheid ontstaan voor alle menschen, zonder onderscheid. Uw vooroordeelen zullen zwichten, uw dwalingen weggevaagd worden en door uw eigen, uw persoonlijke, uw innige verbetering, vereenigd met de verbetering van duizenden van uws gelijken; zal in het ongelukkige, oorlogzuchtige en haatdragende menschdom een kern gevormd worden van verbreiders der denkbeelden van rechtvaardigheid, van vooruitgang en van geluk. U zult één der ontelbare apostelen zijn van het nieuwe tijdperk en als ge een belooning mocht verlangen voor uw medewerking aan deze nuttige hervorming, zal uw hart u de eenige belooning schenken die de wijze kan begeeren: de zelftevredenheid over de plichtsbetrachting!"
„Zie in uw eigen hart, de goden vindt gij daar",(blz. 103).
Aan het opnemen van een „profaan" of buitenstaander in de Loge der Vrijmetselaars is nog al heel wat verbonden.
Indien iemand Vrijmetselaar worden wil, moet hij door een Broeder-Meester in de Loge worden voorgesteld; Gezellen en Leerlingen hebben het recht niet om dit te doen. De candidaat verklaart zijne begeerte doorgaans schriftelijk en geeft te kennen, dat hij wenscht in de Orde te worden opgenomen, niet uit ijdele nieuwsgierigheid, eigenbelang of iets dergelijks, maar dat hij aangespoord wordt door begeerte deel te mogen krijgen aan de voortreffelijke Vereeniging en vurig wenscht tot het gezelschap van deugdzame en verdienstelijke mannen te worden toegelaten.
Van deze aanvrage wordt door den voorzittenden-Meester in de Loge mededeeling gedaan. De naam van den candidaat wordt op een zwart bord geschreven en nadat inlichtingen naar den nieuweling zijn ingewonnen, wordt na vier, acht of twaalf weken gestemd over het al of niet toelaten. Daartoe bedient men zich van witte en zwarte ballen. Zal de candidaat worden toegelaten, dan zal „de ballotage helder licht" moeten zijn (om in de taal der Vrijmetselaars te spreken) dat wil zeggen: alle ballen die geworpen zijn door de leden, moeten wit zijn. (Wit is vóór, zwart is tegen). Dan is de candidaat met algemeene stemmen toegelaten.
Op den dag der aanneming wordt de candidaat in een vóór-vertrek van de Loge binnen gelaten, waar een tafel staat met twee brandende kaarsen; ook soms een Bijbel, die opengeslagen is bij Johannes 1. Hij wordt daar voor een gedeelte van zijn kleeding ontdaan en na geblinddoekt te zijn in een andere kamer gebracht. Hem wordt gezegd den blinddoek niet te mogen afleggen alvorens hij drie harde slagen gehoord heeft. Als hij die slagen gehoord heeft en den blinddoek ontknoopt, bevindt hij zich in een zwarte kamer, met een tafel waarop een lamp brandt, een doodshoofd staat en een Bijbel ligt. In dat vertrek zijn de wanden met zwart behangen.
Nu treedt een der broeders binnen om hem voor te bereiden; hij vraagt hem nogmaals, met welke oogmerken hij in de Orde wenscht te treden; of hij ook tot eenig ander genootschap behoort en of hij bereid is zich aan al de wetten en voorschriften der Loge te onderwerpen. Hoed en degen, inmiddels ontvangen, worden dan meegenomen in de Loge tot een teeken zijner onderwerping. Een weinig daarna komt de broeder terug, blinddoekt hem andermaal en geleidt hem in een derde vertrek, den eigenlijken tempel.
Daar zit in een gewoonlijk blauw gekleurd vertrek met stoelen en tronen eveneens met blauw bekleed, de Meester onder een troonhemel, rechts en links andere bestuursleden. Vóór hem, op eene tafel, liggen een Bijbel, een winkelhaak, een passer en drie brandende kaarsen. De Meester zit in het Oosten, tegenover hem in het Westen zitten de Opzieners en midden tusschen hen de Ceremoniemeester; rechts en links in twee rijen de broeders van alle graden door elkaar, als teeken van gelijkheid en broederschap.
Een altaar bevindt zich in de zaal, voor hetwelk een kleine voetbank is geplaatst. Tusschen dat altaar en de Opzieners ligt op den vloer een langwerpig vierkant, Tableau genoemd, hetwelk den tempel van Salomo voorstelt, en waarop allerlei metselaarsgereedschap is afgebeeld. Rondom dat Tableau met de metselaarsattributen, symbool van den wereldtempel, staan drie groote brandende kaarsen, voorstellende de zuilen: Wijsheid, Schoonheid en Sterkte, op welke de tempel rust!
Een wachthebbende broeder staat aan de deur van de zaal en Iaat niemand binnen die niet 't geheime herkenningswoord weet te noemen en die niet door hem als Vrijmetselaar herkend wordt. Het is het heilige der heiligen!
Zoodra op den dag der inwijding de broeders zijn binnengetreden en de hoogwaardige Meester zijn zetel in het Oosten, en de broeders Opzieners hun stoelen in het Westen hebben ingenomen, slaat de Meester met den hamer op het altaar. De broeders-Vrijmetselaars plaatsen zich dan in twee evenwijdige rijen, waarna de hoogwaardige Meester tot de Opzieners zegt, dat hij voornemens is een L e e r l i n g s r e c e p t i e-L o g e (een vergadering van Vrijmetselaars, waarin een leerling zal worden toegelaten) te openen. De Opzieners zeggen dat dan tot de broeders die aan de Zuidelijke-en aan de Noordelijke zijde van de zaal staan. 
Allen die in de zaal zijn getuigen dan eerst, voordat de zaak der toelating van een buitenstaander (een „profaan") voortgang heeft, dat zij Vrijmetselaars zijn en tot de Loge behooren.
De hoogwaardige Meester heeft zijn zetel in het Oosten. De Opzieners in het Westen. Waarom? „Gelijk de zon, welke den dag verlicht, in het Oosten staat, aldus heeft ook de Meester zijn zetel in het Oosten, om de broeders te verlichten, te regeeren en hen tot den arbeid aan te sporen".
En „Gelijk de zon in het Westen haren loop eindigt, aldus zitten ook de broeders Opzieners in het Westen, om de arbeiders te ontslaan en hun het loon te voldoen". (S a r s e n a, blz. 77 enz.).
(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEESTELIJKE  OPBOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's