De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Huisgezin en School.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Huisgezin en School.

4 minuten leestijd

VI.
Het maakt zoo'n groot verschil, hoe we ons kind beschouwen. Daar hangt het mee van af, hoe we ons kind opvoeden en naar welke school we ons kind zenden. Die opvoeding is een gewichtig ding. 't Is wel niet zichtbaar, als een ding, dat bestaat, maar toch bestaat het. En daarom mag niemand, die belang stelt in het kind, zich onverschillig stellen tegenover de opvoeding als zoodanig. Ons kind kan niet zonder opvoeding.
Twee dingen: de hulpbehoevendheid, waarin het kind geboren wordt en de groote afstand, die het scheidt van de bestemming, die het eens zal moeten vervullen, maken dat de opvoeding voor het kind allernoodzakelijkst, ja, onmisbaar is en zich over veel gedurende langen tijd moet uitstrekken.
Want het kind is geen plant of dier. Daar gaat het om een groeiproces. Deze moet men dan ook maar „laten groeien", en men kan hoogstens door verzorging en dressuur tot uiterlijke veranderingen brengen. Maar ons kind is een mensch, en wel een mensch Gods, een mensch met lichaam en ziel, met hoofd en hart, met een bestemming voor het leven en tegelijk geschapen voor de eeuwigheid. Daarom heeft ons kind als redelijk, zedelijk schepsel, met een roeping voor het leven en een bestemming voor de eeuwigheid, een heel afzonderlijke verzorging noodig, welke verzorging moet beheerscht worden door beginselen.
Werden onze kinderen volwassen geboren, zooals de Engelen in vollen wasdom door God geschapen zijn, dan stond het met de opvoeding van onze kinderen heel anders dan nu. Want nu moeten ze van het begin af en dan gedurende vele jaren met de meeste zorg worden gevoed, maar meer nog opgevoed. Voor het geestelijk, het redelijk welzijn van het kind, dat een mensch Gods is, moet gezorgd worden met verstand en liefde.
Nu is er een onopzettelijke opvoeding van ons kind, bijv. door de natuur. Heel de natuur werkt straks in op ons kind. Daar ziet het en hoort het zoo ontzaglijk veel, dat onopzettelijk, als vanzelf, aan de vorming, aan de opvoeding van ons kind meewerkt.
Ook werken de menschen, die ons omringen, onopzettelijk mee aan de opvoeding van ons kind. Wat zien en hooren onze kinderen niet veel van degenen die bij ons in de buurt wonen en met ons omgaan, of die ze op straat of elders ontmoeten en gadeslaan.
Onze kinderen ondergaan dus een geweldigen invloed van hunne omgeving: natuur en menschen.
Maar de eigenlijke opvoeding is die leiding en vorming, welke door de ouders — en straks ook door de onderwijzers - gegeven wordt aan het kind, aan den knaap en het meisje, aan den jongeling en de jongedochter, opdat ze straks kunnen optreden als mensch in den waren zin des woords.
Voor die opvoeding moet dan natuurlijk een plan zijn. Men moet over die opvoeding in huis en in school nadenken. De ouders moeten dat met verstand en overleg doen; geenszins in het wilde weg handelen; en dan heeft de christen-vader en de christenmoeder een „eigen" kijk op deze dingen. En natuurlijk ook de onderwijzer, die zich van God geroepen weet mee te mogen en mee te moeten werken aan de opvoeding en de vorming van het opkomend geslacht, zich bewust zijnde, dat de kinderen als „menschen Gods" tot hun bestemming in het volIe gemeenschapsleven straks moeten ingaan.
Wie zich geen rekenschap geeft van deze allergewichtigste taak, welke aan ouders en onderwijzers is opgedragen, gaat fout en handelt verkeerd.
En natuurlijk behoeft men dan niet allerlei dikke boeken te bestudeeren en zich bezig te houden met allerlei paedagogische kwesties of strijdvragen. Vooral de moeders en vaders behoeven dat niet te doen. Maar de meest eenvoudige christenmoeder en de meest gewone christenvader weel toch wel zooveel, dat heel de opvoeding van het kind moet worden ingericht, in huis en op school, naar de vraag: wie is de mensch, vanwaar komt hij, waar gaat hij henen.
Eeuwen en eeuwen hebben de meest ernstige menschen zich met vragen aangaande de opvoeding van het kind bezig gehouden, omdat men het gevoeld heeft, dat hier van de belangrijkste dingen, die er in het leven zijn, aan de orde is. En daarom zouden we zoo gaarne willen, niet, dat de vaders en de moeders in onzen tegenwoordigen tijd al de boeken, die over opvoedkunde geschreven zijn en alle paedagogisohe kwesties, die aan de orde gesteld zijn, gingen doorzoeken en bespreken. Geenszins! Maar we zouden wel willen, dat in onze christelijke gezinnen met ernst aan de orde gesteld werd: hoe moeten we onze kinderen opvoeden en naar welke school moeten we onze kinderen zenden. Om dus te komen tot een bepaald plan in deze, beheerscht door onzen kijk dien wij hebben op onze kinderen; die ,,menschen Gods" zijn, om hier op aarde God te dienen en straks de eeuwigheid te beërven, door het geloof in Christus.
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Huisgezin en School.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's