FEUILLETON
DE SMID VAN GRIJSDORP
DE SMID VAN GRIJSDORP
door JEKA
34)
't Werd zeer laat, maar 't was een goede ure. Vrouw Zeelman schreide van blijdschap; wat een zwaar pak was van haar afgevallen, zij had haar man terug gekregen en daarin zag zij Gods goede hand.
Het was haar een blijde verrassing, dat haar man zijn hart voor haar uitstortte. Zij dacht er zelfs niet aan in bizonderheden naar die verborgen schatten te vragen, maar was verblijd dat haar man ruimte had gekregen en hoorde hem met instemming zeggen: „'t Zal wel ruchtbaar worden, en de menschen zullen er over praten, maar 'k zal weer goed maken wat ik bedorven heb. Anna had gelijk, Liesbeth, wij moeten oprecht zijn als de duiven, en dat was ik niet, de begeerlijkheid had mij te pakken, maar God heeft die banden losgemaakt".
En de smid bad met zijn vrouw, vóór zij eindelijk naar bed gingen, zooals hij het nog nooit gedaan had.
Er kwam wel niet veel meer van slapen; toch stonden zij 's morgens op met een gevoel, alsof zij bizonder door den slaap waren verkwikt en versterkt.
HOOFDSTUK VI.
Vrede.
Rika van Leeuwen was in de keuken bezig de kopjes af te wasschen. In het tuinhuis dronken ze vroeg koffie. Van Leeuwen was met Gerrit weer het bosch ingegaan, waar boomen geveld werden en hij toezicht moest houden. Oude Geertje zat alleen in de kamer en hoorde Rika roepen: „Daar komt dominé aan, omoe, hij is al dicht bij!"
Omoe ging eens kijken, en waarlijk zij zag ook, dat ds. Stevens de Beukelaan inkwam.
„Wat zou hij willen, omoe? "
„Dat zullen we afwachten, Riek; zet maar gauw een Zondagsch kopje koffie, de dominé zal er wel een lusten in de kou".
En dat had oude Geertje goed geraden. Weldra zat dominé in vader's leuningstoel bij de kachel en nam gaarne een kopje koffie aan, terwijl omoe en Rika voor de gezelligheid nog maar eens weer meedronken. Dominé kwam Rika eens opzoeken; zij was zoo lang weg geweest, en naar hij gehoord had, nu ook verloofd met Albert Brongers. Dat had hem verblijd. „Voor zoover ik het bezien kan, passen jullie goed bij elkaar. Hartelijk gefeliciteerd Rika; dat gij samen duurzaam gelukkig moogt worden! Hij, die u elkander leerde liefhebben, zegene u. En moeder Van Leeuwen, ook gefeliciteerd; 't zal hier nog al wat verandering geven als de jongelui trouwen".
„Zeg dat wel, dominé, ik zie er ook tegen op, maar gun hun van harte geluk".
„Ge blijft nog al dicht bij elkander, vrouw Van Leeuwen, dat kon wel anders zijn".
„Ja, dominé, de Heere zegent ons rijkelijk. Rika is gezond weer thuis gekomen, Hein's vrouw is gelukkig weer beter, en als ik dan denk aan de familie in de smederij; Anna en Riek waren altijd bij elkander, evenals Willem en Hein, en nu hebben ze in de smederij beide kinderen verloren, en wij mochten onze kinderen behouden; 't is alleen Gods goedheid".
Zoo kwamen ze aan 't praten over smid's Anna, over haar lang lijden en nog onverwacht sterven; dat zij zoo geduldig was geweest en bereid was geworden, dat zij in vrede was gestorven, en, zooals zij op haar sterfbed begeerd had, nu gekleed was met een kleed, witter dan sneeuw".
„Wist Hein's vrouw daar ook iets van, vrouw Van Leeuwen? "
„Nee, dominé, maar wellicht heeft God haar genezen opdat zij het nog leeren zou. Dat hoop ik ten minste, en voor Hein ook".
Rika had heel wat te vertellen, van Hein en Marie, en de kinderen, wat zij in Den Haag had beleefd, dat zij ook van den jongen baron van Wijck Doornenburg een bezoek had gehad om met haar over omoe te spreken en zoo meer. De tijd vloog om, de dominé moest naar huis, hij beloofde spoedig eens weer te zullen komen en ging heen, niet vóór hij de adressen van Hein en den baron had opgeschreven. „Weldra misschien kom ik in den Haag en als ik tijd heb zal ik dan Hein eens opzoeken."
„Dat zou mooi wezen, dominé !"
„Wat had de dominé voor boodschap, moeder? " vroeg van Leeuwen, na het eten, toen hij nog even bij zijn moeder bleef zitten vóór hij weer naar het werk ging.
„Boodschap? Wel, hij kwam Rika verwelkomen en met hare verloving feliciteeren. Hij heeft hier gezellig zitten praten en zou misschien spoedig Hein ook eens opzoeken!'•
„Dat zou goed wezen, moeder" ; en van Leeuwen rookte zijn pijpje, terwijl omoe een klein dutje deed. 't Was ook zoo warm in de kamer!
Dat de dominé er inzonderheid geweest was om het adres van den baron te vragen, had zij niet begrepen, en Rika ook niet.
Hij schreef naar den Haag en kreeg weldra antwoord dat hij gaarne ontvangen zou worden, ofschoon de baron zich niet kon voorstellen, over welke „gewichtige zaak die voor hem van groot belang was" de dominé hem wenschte te spreken.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's