De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEESTELIJKE OPBOUW

6 minuten leestijd

De Vrijmetselarij (12)
In de afzonderlijk daartoe belegde vergadering wordt de candidaat ontvangen, om een eersten-of leerlinggraad te ontvangen om onder de Vrijmetselaars te worden opgenomen. Die vergadering heet de Leerling-loge. De Meester kondigt den Broeders aan —  nadat de te voren beschreven ceremoniën zijn geschied — dat hij voornemens is den heer N.N. als Vrijmetselaar aan te nemen, dat de ballotage „helder verlichtend" is getest (alle stemmen waren met witte ballen uitgebracht en dus vóór de aanneming), dat geen ongunstige berichten van het adspirant-lid zijn ingekomen, dat de adspirant zich reeds in „het voorhof des tempels", in de zwarte kamer bevindt en dat hij den broeder, die daartoe bestemd is (de Broeder Préparateur) nu zal zenden om hem te halen en binnen te leiden.
Indien niemand iets te zeggen heeft, gaat de Broeder de zaal uit om den adspirant te halen en intusschen worden gewoonlijk de ontvangen brieven (met inlichtingen) voorgelezen, of iets anders, de Vrijmetselarij betreffend, met elkaar verhandeld, totdat de Reparateur binnenkomt, met het bericht, dat de candidaat volhardt bij zijn besluit, om als Broeder onder de Vrijmetselaars te worden aangenomen.
De Hoogwaardige Meester zegt daarop: Mijn Broeder! begeef u andermaal tot hem, leg hem de plichten zijner nieuwe betrekking ernstig op het hart, en geleid hem, indien hij niet terugtreedt, voor de poorten des tempels.
Wanneer vervolgens de Préparateur den kandidaat uit de zwarte kamer aan de poort des tempels (de deur der Loge) gebracht heeft, klopt hij driemaal hard op de deur. De Meester geeft met hamergeklop op 't ----- antwoord en terwijl alle broeders vrijmetselaars opstaan, treedt de candidaat de Leerling-Loge binnen.
Na allerlei ceremoniëele handelingen wordt de nieuweling dan de eed der Vrijmetselaars voorgelegd. Volgens S a r s e n a, blz. --- luidt die eed als volgt:
Ik zweer en beloof in den naam des oppersten Bouwmeesters des Heelals, dat geheimen, teekenen, grepen, woorden, leeringen en gebruiken der Broeders-Vrij-metselaars, nimmer ontdekken, en over deze een eeuwigdurend stilzwijgen bewaren zal. Ik zweer en beloof voor God, dat ik noch met de pen, met teekenen, woorden of gebaren, noch door middel van de drukpers, schrijven, graveeren, in steen of me­taal, zoo min van hetgeen mij thans bekend is, als van hetgeen ik in het vervolg vernemen zal, zal bekend maken. Ik verbind mij daartoe, met onderwerping aan de straf, indien ik mijn woord verbreek; dat men mij, namelijk, de lippen met een gloeiend ijzer afbrande, de hand afhouwe, de tong uit den mond rukke, den strot afsnijde en ten laatste mijn lichaam in eene Loge der Broeders-Vrijmetselaars, gedurende den arbeid en de aanneming eens nieuwen broeders, tot schande mijner trouweloosheid en tot afschrik voor anderen, ophange, hetzelve verbrande en de asch in de lucht strooie, opdat van mij en het aandenken van mijn verraad geen spoor overblijve. Zoo waarlijk helpe mij God. Amen!"
Over dien eed is heel wat te doen geweest. De Vrijmetselaars ontkennen, dat er een eed wordt afgelegd, veel meer nog spreken zij tegen, dat er een eed wordt gezworen, zooals hierboven is omschreven. A.F.L. Faubel zegt in V r ij m e t s e l a r ij, 6de druk, 1926, Wz. 33: „Ieder, die tot de Orde toetreedt, legt een gelofte af, dat hij, gelet op het karakter der Orde van besloten vereeniging, zal eerbiedigen, wat hem als lid der Orde wordt toevertrouwd. Al de verhalen van eeden, die Vrijmetselaren zweren ten aanzien van het bewaren van geheimen, behooren tot het rijk der fabelen; er wordt nooit gezworen en er zijn geen geheimen. Maar de Vrijmetselaren vormen „besloten kringen" en de belofte wil niet anders zeggen, dan dat men zwijgt over al die zaken, welke tot de intimiteit van dien besloten kring behooren; uitdrukkelijk niet, omdat daar geheime zaken worden verhandeld, maar om het nuchtere feit, dat zij, die buiten eenigen besloten kring staan, niets te maken hebben met hetgeen daar binnen voorvalt".
Hoe 't precies zit met dien eed, weten we niet, maar dat ieder die toetreedt een g e-l o f t e aflegt, staat vast. Ook Faubel spreekt in dit verband van de „magonnieke gelofte" en zegt, dat daarin beloofd wordt buiten de Orde der Vrijmetselaars nooit over de dingen, die tot dien kring behooren, te zullen spreken.
Zoo heel onwaarschijnlijk is het dan ook niet, dat Hein de Jong waarheid zegt, wanneer hij in zijn boekje: „Vijftien jaren Vrijmetselaar, 2de druk, 1902, W. Küppers, Haarlem", vertelt, dat de eed-formule bij een zekere Loge was: „Ik beloof plechtig niets aan oningewijden mede te deelen aangaande de woorden, teekenen, aanrakingen en symbolen, die mij bekend zijn of nog zullen bekend gemaakt worden, niemand iets te vertellen van hetgeen hier in de loge geschiedt, integendeel alles steeds geheim te bewaren".
Er is dus inderdaad een verplichting tot geheimhouding van dingen; van dingen die men weet en ook van dingen, die nog moeten verteld worden. Dat lijkt ons nog al tyranniek, dat men verklaren moet nooit iets te mogen vertellen van hetgeen men in den voortgang zien of hooren zal. Zelfs de Paus is niet zoo tyranniek, om zóó knechtelijk z'n „onderdanen" te behandelen. En geen Kerk noch godsdienst heeft ooit zoo iets van iemand geëischt! Als er dus zijn die spreken van „de Vrijmetselaarshiërarchie", dan kunnen we dat wel een weinig begrijpen en als er allerlei wonderlijke verhalen de rondte doen van moord en doodslag ten opzichte van menschen, die Vrijmetselaar-af geworden zijn, dan hebben de Vrijmetselaars met hun streng doorgevoerde geheimzinnigheid zelf schuld aan deze opgesmukte verhalen. Laat men niet zoo geheimzinnig doen! Wat licht is maakt toch openbaar?!
J. G. F i n d e l zegt in zijn bekend werk: Geschiedenis der Vrijmetselarij, bladz. 8: „De Vrijmetselaarsbond is geen geheim verbond, maar slechts een besloten kring. Datgene wat ieder bondslid verplicht is geheim te houden, betreft, behalve de inwendige aangelegenheden der loge, enkel en alleen de gebruiken, de rituëele vormen, die de idee van het vrije metselen zinnebeeldig voorstellen. Deze vormen zijn voor een gedeelte invloedrijk en vol beteekenis, terwijl zij eerwaardig zijn door hunnen ouderdom en tot een bond onder de gewijden, ja zelfs tot herkenningsteeken, tot paspoort dienen. De grondbeginselen en inrichtingen der Vrijmetselarij, de namen van de leden der loge en de geschiedenis van het verbond zijn geen geheim".
Ook hieruit blijkt dus, dat er heel wat geheimzinnigs overblijft. Stel u eens voor, dat niemand tot de Christelijke Kerk anders dan langs een zeer geheimzinnigen weg kon worden toegelaten, waarbij dan beloofd moest worden nooit te zullen spreken over wat in de Kerk geschiedt, b.v. nooit een woord te mogen zeggen van Doopsbediening, Avondmaal, enz. enz. — zou ieder er dan niet schande van spreken? En zou ieder niet zich gaan uitputten om allerlei fantastische verhalen omtrent „die Kerk en wat daar gebeurt" te verzinnen en te vertellen?
En de Kerk zelve gaf daar dan aanleiding toe door die dwaze geheimzinnigheid! De Heiland daarentegen heeft, toen Hij voor Zijn „rechters" stond, gezegd: dat Hij niets had gesproken in het verborgen!
(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's