De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FEUILLETON

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FEUILLETON

5 minuten leestijd

DE SMID VAN GRIJSDORP
door JEKA
37
„Goed zoo, en ge behoeft u met het teruggeven van het geld niet te haasten, overleg dat maar met den notaris".
„Ik zal het zoo spoedig mogelijk in orde brengen, mijnheer, en nogmaals dank, dat het andere al in orde is".
De heeren bleven nog een uurtje thee drinken; er was zeer veel te vertellen. Ds. Stevens werd zeer hartelijk bedankt voor zijn hulp en dienst in deze zaak, aan de familie bewezen. De baron ging naar „De Gouden Leeuw", waar ze uitgespannen waren, om af te rekenen en met het rijtuig naar de pastorie weder te keeren.
Het kistje werd intusschen zorgvuldig ingepakt. „Als het kan, moet dat hersteld worden en als een merkwaardigheid in de familie bewaard", stelde mijnheer Van Hoeven voor, die het onder zijn arm had genomen om het in 't rijtuig te dragen.
„Dat kan er wel van komen", antwoordde zijn vriend lachend, „vooreerst ben ik blij dat we het terug hebben zooals het nu is".
Nogmaals werd dominé en mevrouw bedankt voor hun zeer vriendelijke ontvangst, en weldra was het rijtuig verdwenen. Niemand kon vermoeden dat de familieschatten van den Beukenhof, op zulk een zonderlinge wijze in Grijsdorp gevonden, er in werden meegenomen om aan de rechtmatige eigenaars teruggegeven te worden.
De ongesteldheid van notaris Steensma was oorzaak, dat de zaak van Zeelman niet, zooals hij gewenscht had, dadelijk kon worden afgewikkeld. Bovendien, notarissen hebben het gewoonlijk in het voorjaar nog al druk; er waren meer zaken dan die van den smid af te doen. Toen deze er met Steensma over sprak, kreeg hij het bescheid: „Dat heeft geen haast, Zeelman, en 't is niet kwaad nog wat te wachten".
Maar toen dan eindelijk, 't was al midden Maart, een advertentie in de bladen kwam „dat de notaris Steensma te Groenhuizen, op verzoek van J. Zeelman, smid te Grijsdorp, op vastgestelden datum publiek zou verkoopen vaste goederen, huizen en land, staande en gelegen", enz., viel dat als een bom in het anders zoo stille dorp. Dat maakte de tongen los, ieder sprak er over, de een zei dit, een ander dat.
„Wat is dat met Zeelman, gaat die alles verkoopen ? "
„Ja, dat heb ik ook vernomen, maar waarom hij het doet, schijnt niemand te weten".
„De smid had gespeculeerd en veel geld verloren"; „hij verkocht alles en ging naar Amerika, waar hij met zijn zwager, die daar was, een groote fabriek op zou richten"; ,,het is plan in de stad te gaan wonen, nu Anna overleden is", zóó werd er rond verteld.
De vergaderplaats van leegloopers, onder de lindeboomen, vóór de smederij, was drukker bezocht dan ooit, ofschoon het er koud was, want het mooie voorjaarsweer bleef nog uit. Maar dat had men in nieuwsgierigheid er wel voor over. Soms werd er een vraag aan de knechten gedaan, om wat gewaar te worden: „Wordt de smederij ook verkocht, Albert? "
„Niet dat ik weet, Roelf. Dat zou de baas ons, dunkt me, dan wel zeggen, hoe stikum hij anders ook is".
Bakker Smals, van wien men zeide, dat hij, als hij met de broodkar rondreed, behalve brood ook wel nieuwtjes uit het dorp bij de boeren rondbracht, snuffelde en vischte om gewaar te worden wat er achter zat en vroeg tenslotte den smid er zelf naar, „buren mochten het toch wel weten", maar hij werd niet veel wijzer. Dominé scheen er meer van te weten, daarom informeerde hij daar eens: „Er is heel wat gaande, dominé, in de smederij. Wat zou daar achter zitten, dominé zou het wel weten? " „Dat is zoo, Smals, ik weet er wel van, maar kan het u niet zeggen. De smid weet wel wat hij doet. Vraag het hem zelf, als gij het gaarne weten wilt". De bakker zei niet, dat hij dat reeds vruchteloos gedaan had en was slecht te spreken over ds. Stevens. „Als ouderling had de dominé het hem toch wel kunnen zeggen?"
„De prijzen van land en huizen zijn tegenwoordig nu niet zoo hoog, dat men ze zonder noodzaak gaat verkoopen", zei hij tegen Van Leeuwen, toen hij met zijn broodkar het tuinmanshuis aandeed, „waarom zou je neef er dan toe besloten hebben?"
„Dat zijn zijn zaken, bakker, en eens andermans zaken zijn moeilijk te regelen. Maar neef Kobus is mans genoeg het de zijne te doen. Ik heb er hem niet over gehoord; ik kom ook zelden bij hem, maar hij zal er zijn reden wel voor hebben".
Het dichtst bij de oplossing van dit raadsel was zwarte Douwe, toen hij met zijn talrijke bezoekers natuurlijk ook over deze zaak sprak. „Het kan best in verband staan met „de Beukenhof", Klaas".
„Hoe kom je daarbij, kastelein?"
„Een jaar of wat geleden sprak er immers ieder over! Er waren juweelen en geld gestolen. En dat is nooit opgelost".
„Zou de smid dan ....? "
„Ze gestolen hebben", wil je zeggen; dat zeg ik niet, maar ..... " 
„Nee, Klaas, daar moet je den smid niet voor aanzien", zei een andere bezoeker, „de kastelein maakt het te erg".
„Ik zeg immers, dat ik dat niet van hem zeg, Dirk; maar ik weet, wat ik weet.
„Nou, wat weet jij dan, kom er mee voor den dag?"
(Wordt vervoIgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 september 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FEUILLETON

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 september 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's