Huisgezin en School.
VIII.
Onze kinderen staan in verband met de Christelijke gemeente, wat meer zegt, met den God van hemel en aarde, met Jezus Christus, Die van God gezonden is tot zaligheid en eeuwig leven en Die Zelf het Licht en de Waarheid is. Aan dat Licht mogen onze kinderen niet onttrokken worden, van die Waarheid niet verre gehouden. Misschien is het goed hier iets van den doop van onze kinderen te zeggen, om nog eens te onderstrepen dat bij den Doop hoort een Christelijke, positief Christelijke opvoeding en Christelijk, positief Christelijk onderwijs naar de Schriften.
Door den Doop wil Christus, dat we zullen worden opgenomen in het midden Zijner Gemeente. Eerst moest het Evangelie gepredikt worden en „die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden, maar die niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden". (Matth. 28 vers 19; Marc. 16 vers 15, 16).
De discipelen moesten er dus op uit, om "alIe volkeren te onderwijzen"; en waar men geloofde, moest men gedoopt worden "In den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes". In de gemeenschap gebracht met den Drieëenigen God en opgenomen in het midden van Christus' gemeente, droeg men den naam van discipel, leerling, volgeling des Heeren; en werd men "Christen" genaamd.
"Maakt alle volkeren tot Mijne discipelen, door hen te doopen en door hen te leeren "Onderhouden alles wat Ik u geboden heb", staat er eigenlijk in Matth. 28 vers 19. Dat „doopen" en „discipel" zijn en „onderhouden alles wat God geboden heeft", staat dus met elkaar in verband en mag niet gescheiden worden. En deze dingen zijn ten slotte geen uitwendige, wereldsche dingen, maar raken ten nauwste de geestelijke dingen, de dingen van Gods Koninkrijk.
Nu wordt er in de H. Schrift een vergelijking gemaakt tusschen den Doop en de besnijdenis (Col. 2 vers 11, 12). Dat heeft er natuurlijk de Gemeente van Christus toe gebracht niet alleen de volwassenen, niet alleen de ouders (in den beginne) te doopen, maar óók de kinderen, zijnde in het gezin en in het verbond Gods begrepen. God, die eertijds met Israël een verbond oprichtte, deed dat met hen en met hun zaad, en als teeken en zegel moesten de kleine kinderen, de jongens, ten achtsten dage besneden worden.
Dat gaat nu over onder het Nieuwe Verbond in den Doop. In den Doop nadert de-Heere tot degenen die gelooven en Christus zegt er niet extra bij: „maar nu moogt gij hun kinderen niet doopen". En dus ligt het geheel in de lijn, dat de discipelen van stonde aan prediken, dat wanneer men geloofde, men in den Doop een teeken en zegel ontving van zondeverzoening en levensvernieuwing, van rechtvaardigmaking en heiligmaking — welke geestelijke dingen óók, in belofte, toekwamen aan hun zaad. „God de Heere wil u tot een God zijn en uwen zade na u"; „deze belofte komt u toe en uwen kinderen", prediken de discipelen.
Dit alles vloeit uit de zaak zelve voort. Daar was geen afzonderlijk gebod toe noodig: doopt de kinderen. Natuurlijk niet. Want de discipelen waren bij deze dingen opgegroeid, gelijk heel het volk. Als God de ouders opnam, nam God ook de kinderen. Dat is Oud-Testamentisch en Nieuw-Testamentisch gelijk. En daarom zou er een expresselijk verbod noodig geweest zijn, indien het niet geoorloofd was aan kinderen der geloovigen het teeken en zegel van het genadeverbond toe te dienen, daar de besnijdenis van ouds er heen wees, dat het mocht en moest geschieden.
Zoo'n verbod is er dan ook natuurlijk niet. Ook niet een opzettelijk gebod. 't Loopt krachtens heel de geschiedenis in de lijn van ouders en kinderen en het zou een geheele omkeering van de geheele heilsorde zijn als de kinderen der geloovigen niet mochten gedoopt worden.
De praktijk van het Nieuwe Testament is dan ook van den beginne aan geweest, dat óók de kinderen der geloovigen gedoopt zijn, als meê in het verbond Gods begrepen zijnde. Geheele huisgezinnen worden gedoopt. Zie Hand. 10 vers 48; 11 vers 14; 16 vers 15; 16 vers 33; 18 vers 8 en 1 Cor. 1 vers 16, waar van Cornelius, van den Stokbewaarder, van Lydia, van Stefanus en van Crispus sprake is, die gedoopt zijn met hun geheele gezin.
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 september 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 september 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's