De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SCHRIFTVERKLARING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SCHRIFTVERKLARING

5 minuten leestijd

Die alleen onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk licht bewoont; denwelken geen mensch gezien heeft, noch zien kan; welken zij eer en eeuwige kracht. Amen. 1 Timoth. 6 vers 16.

30) 1 Timotheüs.
Leven en licht. Timotheüs heeft wel aanmoediging noodig om stand te houden tegen elke dwaling die insluipt in de gemeente en getrouw te zijn in zijn herderlijke bediening. En nu is het opvallend op welke wijze de apostel hem bemoedigt. In deze plechtige uitspraak van het laatste hoofdstuk — wij zouden het een „eerste slotwoord" willen noemen — doet de apostel niets anders dan op de grootheid van God te wijzen. Het geschiedt voorzeker opdat Timotheüs niet bevreesd voor de menschen zou zijn. De Koning .der koningen Zelf houdt over het Evangelie de wacht en over allen, die zich dat Evangelie niet schamen. Meer dan wij vermoeden neemt menschenvrees een plaats in bij de Evangeliebediening. Een leeraar verklaarde mij eens, dat hij over een genoemden tekst niet preeken wilde, „omdat ik er geen bevinding in kan leggen, en als ik geen bevinding preek, komt de kerk niet vol". Natuurlijk berust zulk een uitspraak op eene verkeerde opvatting van het woord „bevinding". Maar hierover nú niet. 'k Wilde alleen zeggen dat die menschenvrees zoo bedroevend is. Paulus zou tot zulk een prediker zeggen: „Predik gij maar het Evangelie des Kruises. Dan zal daarin ook wel de echte bevinding voorkomen, in den Schriftuurlijken zin des woords. Houd daarbij steeds de grootheid van God voor oogen en de heerlijkheid Zijner deugden. Als ge dan voor „stoelen en banken" kwaamt te staan, dan was dat uw schuld niet. Het zal met dit laatste echter nog al bijloopen. Maar, ga nooit uwe prediking inrichten naar de onschriftuurlijke opvattingen der menschen. Na het oordeel der menschen komt voor ons allen, ook voor de predikers van het Evangelie, de rechterstoel van God".
Let er dus wel op hoe Paulus zijn geestelijken zoon bemoedigt. In aangrijpende woorden houdt hij hem de grootheid Gods voor.
Nadat hij de volstrekte souvereiniteit Gods verheerlijkt heeft, noemt hij Hem nu de bron van leven en licht. De Heere heeft alleen onsterfelijkheid. „Vrees dus niet voor sterfelijke menschen", zoo wil de apostel dezen herder in zijn moeilijken afbeid sterkte geven. Als hier staat dat alléén de Heere onsterfelijkheid heeft, beteekent dit dat Hij het absolute leven in Zichzelf is en heeft. Hij dankt Zijn leven aan Zichzelf, en daarom is er voor Hem geen sterven mogelijk. Dit is dus niet zoo met de schepselen die onsterfelijk zijn, de menschen, de engelen. Hun is de onsterfelijkheid slechts verleend. Alle creatum is feitelijk aan den dood onderworpen, omdat het het leven niet in zichzelf heeft, maar van God moet ontvangen. Zoo heeft de ziel des menschen van God haar onsterfelijk bestaan gekregen. Ook omdat de mensch naar Gods beeld is geformeerd. Het heeft Gode behaagd die gelijkvormigheid met Hemzelf aan den mensch te geven. En omdat het lichaam ook tot het wezen van den mensch en tot het beeld Gods behoort, deelde ook dat lichaam oorspronkelijk in de verleende onsterfelijkheid. De dood is het gevolg van de rechtelijke uitspraak Gods: „Ten dage als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven". Daardoor, door deze uitspraak, wordt door God zelf dus verklaard dat de zondelooze mensoh niet verheven was boven de mogelijkheid van sterven. Het niet-zullen-sterven van Adam was aan de conditie van gehoorzaamheid verbonden. Het niet-kunnen-sterven is daarvan wel te onderscheiden. Dit zou de mensch als loon op zijn gehoorzaamheid ontvangen. Dit eeuwige onverliesbare leven, naar ziel en lichaam, is de genadegift Gods door Jezus Christus, onzen Heere. Zoo bezi't dus Gods kind het eeuwige leven, omdat God Zijn eigen leven in den wedergeborene verwekt heeft en dit niet kan worden afgesneden. Maar dit karakter dankt de wedergeborene alleen aan den wil Gods, , Die door de verlossing, die in Christus Jezus is, het leven tegen afsnijding beveiligt.
Zoo bezit dus alléén God de onsterfelijkheid. Hém alleen kan de toevoer van het leven nooit worden afgesneden. Hij is de Bron des levens. Het leven behoort bij Zijn wezen. De apostel gebruikt een „ontkenningswoord". God kan niet sterven. Hij is in Zichzelf de eeuwige tegenstelling van den dood. M.a.w. de Heere is het beginsel van alle actie. Verder wil ik op deze zaak niet ingaan. Maar wel moet ik nog even herinneren aan het verband, waarin deze uitspraak des apostels voorkomt. Timotheüs had dus God aan zijn zijde, Die naar Zijn onbegrijpelijk wezen, de eeuwige werkzaamheid is, om Zijn eigen Raad ter verlossing uit te voeren. Niets ter wereld kan die actie afsnijden. Zij houdt altijd stand en verliest nimmer haar kracht. Timotheüs kon gerust zijn. Hij kon bemoedigd voortgaan. Dit geldt van allen, die de zaak des Heeren voorstaan. Laat hen zich toch niet laten verontrusten door het gewirwar van de meeningen en oordeelvellingen der menschen, wat betreft de hun toebetrouwde bediening van het Evangelie. 't Zijn maar menschen, wier adem is in hunne neusgaten, die allen een sterfelijk lichaam met zich dragen, wier hoogste krachtsinspanning aan den dood is onderworpen. Maar zij die het Evangelie getrouw belijden en prediken, hebben den levenden God tot hun hulp en sterkte. Laat hen ook in dezen tijd voortgaan in deze hunne kracht, met de vertroosting die de psalmist uitspreekt: „Want bij U is de fontein des levens; in Uw licht zien wij het licht". (Psalm 36 vers 10).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 oktober 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

SCHRIFTVERKLARING

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 oktober 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's