FEUILLETON
DE SMID VAN GRIJSDORP
DE SMID VAN GRIJSDORP
40)
Er kwam groote verandering in Hein's gezin; de Bijbel werd gelezen en over het gelezene gesproken, zelfs van Klaartje wilde Marie nu wel leeren. Bij vader en moeder beiden was een zoeken naar het ééne noodige, de oogen gingen open voor schuld en zonde, voor hun geestelijke armoede en ware beLangen; er was een vragen naar God, een bidden om licht en onderwijzing, o, m vergeving en leiding, om kracht en behoud.
En daarover nu schreef Hein in zijn brief; dat hij het inzag hoe hij een vijand van God was, een groot zondaar, dat hij tegen beter weten in den weg der zonde had bewandeld; dat hij gezondigd had tegen zijn vader en grootmoeder en hun veel verdriet had gedaan, dat het hem zoo zwaar viel, dat hij zoo schuldig was voor God. Of vader en omoe voor hem zouden bidden, hun schrijven wat zij moesten doen, en hen vergeven? Marie vroeg dat ook en of Rika niet een paar boeken kon zenden, waaruit zij wat kon leeren om haar kinderen te vertellen?
Kortom, het was duidelijk, dat de Heere werkte in hun harten. „Hoe is Hij een hoorder der gebeden! Gisterenavond hebben wij 't nog gezongen Jan, uit Psalm 66, en vandaag hebben wij het bewijs er voor. Alles is samengeloopen om hen op den rechten weg te brengen. De kinderen zijn voorgegaan en hebben nu de ouders meegetrokken. Dat is de omgekeerde orde, maar toch goed, want 't is van God, en wat Hij doet is goed". Zoo sprak omoe al maar door en het werd werkelijk een feestdag in het tuinmanshuis, zelfs een buitengewone. Tot in den avond toe. Want toen kwamen Zeelman en zijn vrouw.
Zeelman en zijn vrouw waren welkom in het tuinhuis. Oude Geertje zat klaar om hen te ontvangen. Mina was er 's middags geweest met de boodschap: „Of het paste, dat vader en moeder van avond op de koffie kwamen?"
„Ja, best Mina, laat ze maar komen hoor!"
Rika was wel niet thuis, die moest naar Brongers. Mei naderde en dan zou ze trouwen, en zoo had zij met hare aanstaande sohoonmoeder nog veel te regelen. Brongers en zijn vrouw zouden eerst nog wat op de boerderij blijven om de jongelui zoogenaamd op streek te helpen en dan in het dorp gaan wonen, waar een huis was gekocht.
Gerrit was naar de catechisatie, zoodat de smid en zijn vrouw alleen Van Leeuwen en zijn moeder thuis troffen. Weldra zaten zij gezellig bij elkander onder het genot van een extra kopje koffie, en omoe had veel te vertellen naar aanleiding van Hein's brief. Feestvreugde vervulde haar hart en zij kon niet zwijgen van het goede, dat de Heere in Hein's huisgezin was begonnen, en hoe Hij daarin kennelijk haar gebed had verhoord.
De smid luisterde met genoegen naar wat oude Geertje met zooveel opgewektheid mededeelde, maar kwam toch ook aan het woord, toen het bleek dat hij ook iets bizonders te vertellen had.
„De Heere heeft ook mij van een verkeerden weg teruggebracht, tante, en ik had behoefte u dat te zeggen. Daarom zijn wij van avond gekomen; ik heb het ook den baron beloofd".
,,Aan den baron, neef?"
„Ja, tante", en hij vertelde alles, wat wij reeds weten.
Of omoe ook luisterde! Wie had nu ooit zoo iets kunnen denken! Hoe kon 't toch zoo loopen!
„Dat is nog een gebedsverhooring, Jan", riep zij vol verbazing uit, „twee op één dag, en dan zoo wonderlijk! Wat is God goed!"
„Ik was van den weg af, tante, maar God heeft mij opgezocht en weer in 't spoor geleid. Nu heb ik vrede en durf mijn hoofd weer opheffen. 't Was somber en treurig in ons huis. Anna had vrede en stierf, maar wij, die mochten leven, hadden geen vrede. Vrees en angst, schrik en verlatenheid was er in mijn hart, allen leden er onder, totdat God uitkomst gaf. Het ging in stilte, maar als Hij ons aangrijpt, laat Hij niet los en brengt ons waar Hij ons hebben wiil en wij moeten zijn. Dat heb ik ondervonden, en het beste is, dat Hij er ons toe brengt Zijn wil te doen, in plaats van ons te straffen voor onze zonden, en dat wij door Zijne genade met blijdschap doen wat eerst onmogelijk scheen, althans ontzettend zwaar. Wat heb ik het benauwd gehad, en Hij heeft het alles weggenomen".
„'t Is mij als een wonder, Kobus, wat gij vertelt. Dat de freules nu haar eigendom toch nog terug hebben gekregen! Wat ben ik blij om haar, en ook om jou. Wat winst scheen, werd verlies. Jonge, jonge, hoe kon je zoo doen! Had het toch gezegd! Maar 't is nu toch gelukkig in orde. Als, wat voor jou verlies is, maar winst mag worden. En dat zal het. Den rechten weg gaan, is altijd het beste. De vreeze des Heeren in het hart is ware rijkdom, en die vergaat niet. Ik kan wel zingen, zoo blij ben ik. 't Is lente en zomer tegelijk van binnen. God is groot van goedertierenheid".
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's