MEDITATIE
Wat Hij u zeggen zal.
»Zijne moeder zeide tot de dienaars: zoo wat Hij ulieden zeggen zal, doet dat«. Johannes 2 vers 5.
Wat Hij u zeggen zal.
Dat Gods Woord beteekenis en gezag heeft voor alle terrein des levens, gelooven en belijden wij allen. Voor het terrein der geestelijke dingen. Geen christen, die bij zijn bijbel leeft, zal het ontkennen. Dat is 't woord, waarop „Gij mij verwachting hebt gegeven", het woord van leering, vertroosting, zaligheid. Maar ook voor het maatschappelijike. Het leven is gecompliceerd, scheiding en overgang moeilijk te bepalen, maar welke plaats men inneemt op het breede levensterrein, die van een minister of van een daglooner, 't zal er toch op aankomen hoe men door het leven gaat, als een christen, die het Woord Gods als zijn richtsnoer gebruikt, of als een, die onbekend is met de hoogste openbaring en mitsdien ook niet rekent met goddelijke ordinantiën.
En dan, de bijbel en de kerk. Een ander levensterrein, en als ik dan speciaal denk aan de Protestantsche, kent gij dan daar niet den roem, dat wij een boek hebben met autoriteit, en dat het Gods Geest is, die ware wijsheid leert? Maar dat Woord alleen, dat is de levensregel van het hart der kerk.
Maar er is nog een terrein, een levenssfeer. (Ik vergeet de school niet), ik denk aan den allerintiemsten levenskring, aan wat God voor het huisgezin heeft te zeggen in Zijn Woord, en dat het daar alleen goed gaat als men 't houdt met dat Woord. In de geschiedenis van het eerste wonder van Jezus, te Kana, hebben wij daarvan een typisch, sprekend voorbeeld. Daar, waar de heele familie tezamen was, mitsgaders de genoodigden, discipelen, Maria, — ook Jezus! Was het daar niet een zeer bijzondere gebeurtenis? Een huwelijksgemeenschap voltrokken en begonnen of herdacht en voortgezet? En was het Woord daar niet van groote beteekenis? 't Eeuwige Woord zelf, vleesch geworden, dat Zijn Woord sprak, en daarmee leiding gaf en vervulling en zegening?
Drie leeringen lagen er in het woord, daar gesproken, verborgen, aangaande
1° den arbeid, als conditie voor den zegen Gods;
2°. de gemeenschap, als plaats voor den zegen Gods;
3°. de persoonlijkheid, als voorwerp van den zegen Gods.
Er was geen wijn! Welk een ontdekking midden op het feest. Dat was toch heel erg vervelend voor den gastheer, den ceremoniemeester, de gasten. Wat te doen? Halen? Nu nog? Hoe dan?
En toen kwam er al verademing, toen 't eerste woord klonk van Jezus' lippen: „Vult de watervaten met water!" En de eerste conditie voor het verrichten van het wonder van Jezus is de arbeid, de inspanning der menschen. God is een God van ongedachten zegen, maar Hij schakelt den mensch daarbij nooit uit. Arbeid, voorwaarde voor zegen. Want die arbeid is van God gewild, van vóór den val door God besteld; elke arbeid, ook van den waterdrager, zelfs van den allereenvoudigsten.
Het wordt in onze dagen slecht verstaan. Velen maken den arbeid liefst zoo kort of zoo licht mogelijk. Anderen zoeken er een kwestie of een „probleem" in, maar 't eenvoudige gebod Gods wordt vergeten, ook het vierde: zes dagen lang en al uw arbeid.
En toch ligt er zoo'n rijke zegen in voor het leven! Als de watervaten gevuld zijn, komt de Heere, en Hij verandert het water in fonkelenden wijn.
Hebben wij dat verstaan? Kennen wij den zegen in den arbeid? den zegen der blijmoedigheid, die u uit de sleur houdt van uw dagelijkschen gang en tred, handwerk en beroep? Of den zegen der standvastigheid, die ook bij de teleurstellingen doet volharden, of den zegen der ootmoedigheid, die u klein houdt bij alle succes, bewierooking, opgang? Zegeningen van Gods hand. Water in wijn veranderd, dat 't hart verheugt.
Gij bidt om kracht en lust; gij dankt voor volbrachte levenstaak. Alles zegen van God; Hem de eer. Zoo komen de verrassingen. Als het geschiedt naar Zijn wil; als het voor ons geldt: naar wat Hij ons gezegd heeft, en zegt, en zeggen zal.
Op een heel andere levenszaak wijst ons onze tekst ook. Wij vergeten niet, dat Jezus op de bruiloft te Kana is, in het midden eener feestvierende familie. Op den derden dag van een nieuwe levensperiode, zoo pas begonnen, als Hij zoo juist opgetreden is onder Zijn volk, met enkele geroepen volgelingen. Waar gaat Hij heen?
Opmerkelijk. „Jezus was ook genood". Zijn eerste gang naar de bruiloftszaal, zijn laatste (ongeveer) naar 't graf (van Lazarus). Jezus in het huis van den maaltijd en van het klaaglied, bij rouw en trouw. Hij deelt de smart en de vreugd. Jezus, de „levende wet", die ook de tweede tafel der wet vervult, uit liefde, door liefde, gevend het hoogste voorbeeld. Ach, er is zooveel op aarde, dat scheiding maakt. En er is maar één band, die waarlijk bindt, dat is de band der liefde.
Blijf maar bij het familieleven. Wat is er veel verschil van beginsel, karakter, gaven. En het is altemaal door de zonde, oorzaak van scheiding en vervreemding. Honderd aanleidingen zijn er om kleine verschillen groot te maken en tweespalt te werken, te houden, te vergrooten.
Ik spreek nog niet eens van de grove zonde onzer dagen, ontrouw en booze lust, die allen band vaneen scheuren; maar is niet één ding 't allermoeilijkste: den band der eenheid te bewaren, de liefde aan te kweeken, door liefde te dienen en daarin Jezus' voorbeeld te volgen, Zijn wil te volbrengen. Zijn Woord te doen? Heerlijk, als Hij dan zelf in den kring komt, als Zijn genade het hart vervult, als Zijn liefde de harten bindt! 't Is van groote beteekenis. Want de familieband is de grondslag voor het kerkelijk en maatschappelijk samenleven, door het cement van liefde en trouw wordt het alles bijeen gehouden. Door de kracht dier liefde, door de komst van dien Christus, door Zijn arbeid ter zegening.
Wat is er veel uit te leeren! Bij een beginstadium, bij een herinneringsfeest, ja, bij elken mijlpaal op den levensweg voorwaarde voor zalige levensgemeenschap: Christus zelf in het midden, met Zijn liefde en genade. Waar Hij is met Zijn Woord en gebod, daar wordt het, is het, blijft het goed. Daar alleen.
Den hoogsten zegen noemde ik niet; door arbeid zegen, in gemeenschap zegen door Hem; maar 't meest zegen voor het persoonlijk hart door Zijn Woord, komst, werk.
De Maria-figuur trekt de aandacht op de schilderij van de bruiloft te Kana.
En ik zal haar „op zijn best" nemen. Niet zooals sommigen, die Jezus haar een duchtige reprimande doen toedienen, maar zooals anderen, die het woord van Jezus: „wat tusschen u en mij" kalmer opnemen, en die daarmede haar alleen laten gevoelen, liefelijk en fijn: „Mijne ure is nog niet gekomen". Dan is er parallel te trekken tusschen Maria en de Kananeesche bijv., dan is er geloofsbeproeving, nog wel op een spannend moment, in een bijzonder gezelschap, als „de wijn ontbreekt" (afwezig) en de wonderdoende Heiland aanwezig is. Dan versta ik ze, Maria, als zij uit den hoek komt en opvliegt en uitroept: „Weet G i j geen raad? Och, help, indien Gij wilt".
Maar dan zal Jezus ze beproeven: „Nog niet, Maria, moeder! Mijne ure is nog niet gekomen!"
En dan, gelukkige Maria, voorbeeld voor al onze moeders, dan blijft ze toch gelooven en zij zegt het ook in het geloof: „Al wat Hij u zeggen zal, doet dat !"
Verstaat gij dat? Dat vasthouden en dat volhouden? Dat geloofswoord en dat liefdewoord? Spreekt daar niet ontzag uit en eerbied, onvoorwaardelijike onderworpenheid aan Zijn Woord?
Mijne lezers, het leven is één groote teleurstelling; gij hebt dat ook vaak gevoeld, menigmaal ervaren; zoo vaak gingt gij mismoedig heen. Hebt gij het toen maar losgelaten? Of, met Maria, vastgehouden aan Zijn macht, woord, liefde, trouw? Gelooven is worstelen! Dan, dan ook alleen, overwinnen! Want dan komt de ure, Jezus' ure, de ure van de verrassing bij al de teleurstellingen, van Gods verrassende genadevolheid en liefdesontferming.
Nog iets anders.
Zekere bekende schrijfster wijst hierbij op de drie dagen des geestelijken levens, en Jezus' komst op den derden dag. Want de eerste dag is de dag der verlatenheid, als het eenzaam is, en de zondesmart gekend en het schuldbesef wordt geopenbaard. En de tweede dag is die der verzoening, als de liefde van Christus de schuld vergeeft en het hart heiligt en de hoop verlevendigt.
Maar de derde dag is de dag der vereeniging en der bruiloft, als Jezus en de ziel gemeenschap hebben, geoefend als in den geestelijken ondertrouw, in geloof, in gerechtigheid en in kennis. Dan verstaan zij den Zielsbruidegom eerst recht, die haar bloedibruidegom was, en levensbruidegom werd, en dan is de derde dag de gloriedag van den geesteilijken ondertrouw en der blijvende gemeenschap, waar de band gelegd wordt, die nooit breekt, maar blijft in der eeuwigheid. En dan geldt: de bruidegom heeft de beste wijn tot het laatste bewaard. Daar wordt hij hoe ouder hoe beter, want de hoeveelheid is nooit uitgeput, de hoedanigheid (de zegen) wordt hoe langer hoe rijker.
Daarom kan die Heiland ook niet gemist; bij geen enkel huwelijk, in geen enkelen kring, bij geen enkele herdenking, in geen enkele smart, bij geen enkele vreugd.
Klaagt Hem al uw leed! Dankt Hem in al uw zegen! Waar het toe leidt?
Calvijn, de leeraar der gehoorzaamheid, zegt: „Ootmoedigheid is het eerste, het middelste en het laatste van het christelijk leven".
Zoo zij het!
„Bij elk proefstuk van de ware gehoorzaamheid moet Gods wil betracht in nederigheid des geestes".
Dan is er voor alle bruiloftskinderen één voorwaarde: gemeenschap met den Bruidegom, en voor alle uitdeelers één taak: van dien koninklijken wijn en van die reine spijze van 's Konings tafel mede te deelen, uit liefde, aan velen, naar Zijn gebod.
En de les voor allen wordt in huis geleerd: „Komt met uwe ledige vaten tot Jezus!" Hartevaten maakt Hij vol.
„Al wat u ontbreekt, schenkt Hij, zoo gij 't smeekt, mild en overvloedig".
Maar één voorwaarde: „Wat Hij u zeggen zal, doet dat alleen!" Wie opstandig, onwillig blijft, wordt straks afgewezen. Maar wie Hem valt te voet, zal in zijn leven ervaren den zegen der genade en der gemeenschap; den zegen der bekeering, der verzoening en der zaligheid. Totdat de bruiloft des Lams daarboven aanbreekt met haar eeuwige volheid, vreugde en heerlijkheid.
L. G.H. B
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's