FEUILLETON
DE SMID VAN GRIJSDORP
DE SMID VAN GRIJSDORP
door JEKA
42)
Wat een overgrootmoeder was, begreep de kleine baas niet, eerst was hij min of meer stil tegenover „omoe", maar toen deze hem eens bij zich nam en begon te vertellen zooals zij dat kon, luisterde hij met veel aandacht, werd vrij en eigen ook met haar, zoodat hij tot zijn vader later zei: „Omoe is een oude tante Rika; en dat was als een groote lofspraak bedoeld.
Jan sliep nog, toen het tuinhuis van binnen en buiten overvloedig versierd werd. Wat een pracht van bloemen in huls, en voor de deur een eerepoort. Toen Jan wakker werd, stond hij verbaasd over al wat hij zag. Er was dan ook heel wat te zien, en de schoone gelukkige bruid had, toen zij van boven kwam, zeer veel in ontvangst te nemen. In de voorkamer werden de cadeaux verzameld en telkens kwamen er nieuwe bij. Uit Den Haag van „Jonker Frans", uit Velp van de freules, uit Amsterdam waren prachtige geschenken gezonden, zelfs Klaartje had Hein een cadeau voor Juffer Rika meegegeven, „weinig, maar uit een goed hart", een naaidoos, van buiten met allerlei schelpjes versierd, zooals ze dat in Scheveningen doen.
Het werd al maar drukker en voller in 't tuinhuis, zoodat er haast geen tijd was om te eten en zich dan gereed te maken voor den tocht naar het gemeentehuis en de kerk. Om vier uur zouihet huwelijk voltrokken worden in het gemeentehuis en een uur later in de kerk bevestigd door ds. Stevens.
De familie Brongers was er reeds vroeg, groot en klein, want ook de kinderen, die niet al te klein waren, mochten mee ter bruiloft van oom Albert en de nieuwe tante. Zij brachten leven en beweging op den Beukenhof, want het tuinhuis was voor hen te klein en buiten was 't niet minder mooi dan binnen. Hof en bosch met zonneschijn overgoten, was een speelplaats, zooals zij die maar wenschen konden. Een harer aanstaande schoonzusters hielp de bruid kleeden, en toen zij stralend van geluk binnen kwam, stond Albert versteld over zijn schoone bruid; Met ontroering kuste haar oude grootmoeder haar en hoe spraakzaam omoe ook anders was, zij kon geen woorden meer vinden dan een: „God zegene je, kind !"
„Nu moeten wij gaan", beweerde Brongers, alles is klaar".
En zij gingen: Het jonge paar in de nieuwe tilbury, waarvoor de beste bruine van Brongers gespannen was. Hoe blonk alles! Strikjes op het tuig en aan de met zilver beslagen zweep! Daar achter het rijtuig van mijnheer Schippers, zooals die dat beschikbaar gesteld had. Jansen zat op den bok en had er schik in tuinman Van Leeuwen en zijn oude moeder te rijden, alsof deze vandaag heer en vrouwe van den Beukenhof waren. En Brongers met zijn vrouw zaten mede wat deftig in het herenrijtuig. De stoet werd lang, rijtuig aan rijtuig reed de beukenlaaa uit naar Grijsdorp, maar in de groote doorreed van „De Gouden Leeuw" konden alle wel een plaats vinden.
Van daar liep de bruidsstoet, zooals het de gewoonte was, paar achter paar naar familierang geordend naar het gemeentehuis. Nu, dat was dicht bij.
De burgemeester hield, nadat het huwelijk naar de wet voltrokken was, een hartelijke toespraak en ging nog even mee naar ,,De Gouden Leeuw", waar een kop thee werd gebruikt vóór men naar de kerk ging.
„Het verblijdt mij, dat gij dit nog beleven moogt, moeder Van Leeuwen, gij zult vandaag wel schik hebben?" „Ja, mijnheer de burgemeester, God overlaadt mij met zegeningen", zei oude Geertje.
„Uw zoon, Brongers, heeft, dunkt me, een flinke vrouw gevonden, hij kan er mee voor den dag komen. Ik hoop, dat gij nog lang hun geluk moogt zien".
„Dank u, Burgemeester. Dat u ook nog eens zoo iets van uw zoon beleven moogt".
„Die heeft het zoo ver nog niet gebracht, Brongers".
„Dat kan nog wel komen, mijnheer". Er kwamen er natuurlijk veel meer feliciteeren, die niet mee konden of wilden gaan, nu het weldra tijd werd voor den kerkgang.
Dat was toch verreweg het voornaamste.
En weder verliet de bruidsstoet „De Gouden Leeuw".
Nu was de weg langer, en om „omoe" moest het langzaam gaan. Nu, dat kon wel.
Zoo kan men het ook alles beter zien. Wat een menschen op straat; 't leek wel of heel Grijsdorp op de been was! 't Was warm, slechts een weinig wind bracht de uitgestoken vlaggen wat in beweging. Kinderen drongen dicht op elkander vooraan om toch vooral goed de lieve bruid te kunnen zien. Zij liepen mee, en 't was maar goed dat veldwachter Van der Veen een oogje in 't zeil hield en de al te vrijpostigen wat op zij schoof.
Ook ds. Stevens verheugde zich zeer in het geluk van dit bruidspaar, en was de man om bij een dergelijke gelegenheid een woord op zijn pas te spreken. Vooral tot dit jeugdige paar. Van hun geboorte af had hij ze gekend, hij had hen onderwezen in de Waarheid en mogen vormen voor des Heeren dienst, zooals een leeraar daartoe geroepen en dat hem gegeven wordt. Sommige jonge menschen in de gemeente stellen hun leeraar teleur, brengen hem droefheid en verdriet, maar in deze twee mocht deze leeraar mede den rijken zegen op zijn arbeid zien.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's