De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEESTELIJKE OPBOUW

7 minuten leestijd

De Vrijmetselarij (20)
Omtrent de maaltijden en de festijnen der Vrijmetselaars zijn allerlei verhalen in omloop. Zelf spreken ze altijd van „sobere maaltijd" of „eenvoudig feestmaal", maar we hebben daar ook wel eens andere noten over hooren kraken. Bezijden de waarheid is het, als men de Vrijmetselaars voorstelt als een „dineerende, wijndrinkende en kaart spelende kring van dames en heeren, die op gezette tijden samenkomen". Maar dat men van een feestelijk samenzijn niet afkeerig is, staat als een paal boven water. Een Menu van zoo'n soort gezellige bijeenkomst ligt voor ons. 't Heet „Receptie-Souper". En in volgorde staat dan: Hors d'oeuvre varié, Wiener Schnitzel, Doperwten, Pommes frites, Vanille-IJs, Chocolade-saus. De nieuwe leden die ƒ 7.50 moesten betalen als „entree", werden vrij gehouden, de overige leden moesten het souper zelf betalen. Wijn was er volop te verkrijgen — tegen betaling — en menige kurk kwam in den hoek te liggen en onderscheidene leege flesschen onder de tafel.
Of het er altijd schandalig toegaat? Dat gelooven we niet. De verhalen daaromtrent zijn zeker overdreven — waaraan de Loge met al haar gewilde geheimzinnigheid zelve schuld heeft — maar feit is het, dat in 1909 door de Nederlandsche Grootmeesters aan de verschillende Loges een soort „herderlijk schrijven" is gericht, waarin geklaagd werd over inzinking en verachtering in eigen kring. Het ideaal was bij velen uit het oog verloren en op den achtergrond geraakt. (Zie ook het boekje Elf Jahre Freimaurer von dr. Albert Ludwig Daiber). De geheimzinnigheid van de Loge is oorzaak voor allerlei beschuldigingen, welke door de Vrijmetselaars worden afgewezen, maar die toch blijven bestaan, juist omdat de geheimdoenerij van de Loge het in de hand werkt.
Zoo zegt de Vrijmetselaar, dat de Loge niet aan politiek doet, dat men zich niet inlaat met allerlei baantjesjagerij bij benoemingen enz. Men zegt altijd geen vijanden te zijn van den godsdienst, enz. Maar de geruchten blijven stand houden dat de Loge wel achter de politiek zit, wel zich bij benoemingen roert en in werkelijkheid antigodsdienstig is.
Ex-Keizer Wilhelm gaf de schuld van de ellende in Duitschland aan de Loge. Prof. Bolland bracht in een geruchtmakende rede Vrijmetselarij en revolutionaire woelingen en wereldoorlog met elkaar in verband en de Weensche afgevaardigde van den Rijksraad dr. Friedrich Wichtl, schreef een boek over den samenhang tusschen wereld-vrijmetselarij , wereld-revolutie en wereld-republiek.
De Vrijmetselaars verzetten zich daarteen en zeggen, dat het laster is. Zij beweren, dat ze geen politieke oogmerken nastreven, doch alleen de menschen willen bewerken tot de moraal der eenheid en verdraagzaamheid; en zij zeggen, dat het niet anders dan tot zegen kan zijn, wanneer hare idealen doorwerken onder de menschen. De Vrijmetselarij — zoo zegt men —  wil geen revolutie, maar evolutie, ontwikkeling, verbetering. Zij wil geen tronen omverwerpen, want de Statuten eischen gehoorzaamheid aan de wetten des lands. Ook wil ze de altaren niet verwoesten, zegt men. De Vrijmetselaars willen ook elkaar niet voortrekken; het lidmaatschap brengt geen voordeel, wel vraagt het offers — zegt men. Men wil broederliefde en verdraagzaamheid en voorts wil men werken in dienst van ,, den Opperbouwheer van het Heelal". Over God spreekt men niet, want dat is een partijnaam. J e h o v a  is de Joodsche ; A l l a h  is de Mohammedaansche en  G o d  is de christelijke god. En dat willen ze niet. Ze willen geen partij-godsdienst. En daarom spreken ze ook altijd van den „Opperheer van het Heelal", aan wiens werk zij willen meewerken tot volmaking der wereld, waarbij zij geen Kerk, geen priester, geen dogma's of leerstellingen noodig hebben.
Dat lijkt o! zoo mooi.
Maar een bekend feit is, dat baantjesjagerij onder de Vrijmetselaars aan de orde van den dag is. Dat bij benoemingen niet zelden de invloed van de Loge merkbaar groot is. En inzake de politiek staat de Loge altijd links, altijd tegenover rechts, in naam van „de verdraagzaamheid". Men wil daarbij wel „godsdienstig" zijn, maar die godsdienst zit van binnen en Kerk en eeredienst heeft men volstrekt niet noodig. Men heeft eenvoudig naar z'n beste weten te handelen en te wandelen onder „het alziend oog" van den „Opperbouwmeester des Heelals". De heer  L i e f t i n c k, oudlid van het Hoofdbestuur der Orde van Vrijmetselaren in Nederland en voorzitter van de Loge „Vicit Vim Virtus" te Haarlem, heeft over al deze dingen gesproken in de zitting van de Tweede Kamer van 9 Dec. 1913, en het is interessant om dat nog eens na te lezen.
Hij begon — het ging tegen Baron van Wijnbergen, die de Loge beschuldigd had in 1912 „aan politiek te hebben gedaan" — te zeggen, dat in dit verband het gebruik van het woord Loge verkeerd was; want „de Loge is niet anders dan een autonoom onderdeel van de Vrijmetselarij. Te spreken over de Loge, heeft in dit verband dus geen zin. Men bedoelt natuurlijk de Orde van de Vrijmetselaars of de Vrijmetselaars als geheel genomen en niet de Loge, welke plaatselijk is".
„Nu is er, beweerd, niets meer en niets minder, dan dat de victorie, die de (linksche) concentratie (in 1912) heeft behaald, te danken was aan de Vrijmetselaars. Ik wilde, dat het waar was. Ik wilde, dat wij zoo'n kracht uitmaakten in Nederland, dat dit genootschap, waarvan ik reeds 40 jaren lid ben en dat ik heb lief gekregen omdat het mij zooveel gegeven heeft en nog geeft, dit alleen bewerkt had — maar dat is veel te sterk.
Wel is iets anders waar. In Art. 1 van onze Wet staat (deze wet is in 1917 vervangen door een Ordegrondwet):
„De Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden is een zelfstandige vereeniging van Vrijmetselaren. Zij bedoelt de bevordering van de veelzijdige, harmonische ontwikkeling der menschheid, te beginnen bij het individu. Zij leert als eersten menschenplicht toewijding, zoo noodig zelfopoffering aan het welzijn der gemeenschap. Zij zoekt op wat de menschen en volken verbindt en tracht weg te nemen wat de geesten en gemoederen verdeelt. Zij streeft naar de toepassing van deze beginselen in het maatschappelijk leven en verleent medewerking en steun overal waar men op denzelfden grondslag het welzijn van de maatschappij poogt te bevorderen".
En nu is het waar, dat de Vrijmetselaren gemeend hebben dat het meer dan tijd werd om verandering te brengen in een Regeering, die juist het tegenovergestelde wil en zich met alle kracht hebben opgemaakt om hun beginselen recht te doen wedervaren. Is het wonder, dat de Vrijmetselaren getracht hebben zich te doen gelden? Is dat niet naast ons recht, ook onze plicht? En ik geef gaarne den broeders de eer, die hun toekomt, dat zij de voorbereiders zijn geweest voor onze verkiezingen".
Men voelt: de Loge doet niet aan politiek — maar, eere wien eere toekomt, ze hebben zich in 1912 kranig gehouden bij de verkiezingen!
Bij die gelegenheid van het Kamerdebat zinspeelde de heer  L i e f t i n c k  ook op het niet-geheimzinnige van de Loge. Hij zei: „De geheimen van de Vrijmetselarij! Och, die geheimen zijn zoo luttel. Dat zijn van die huishoudelijke geheimen, die door de traditie gewettigd zijn vanuit overouden tijd, maar ik, als meester van mijn Loge, ik heb hier de wet bij mij en de statuten en ieder van de leden kan die voor mijn part ter inzage krijgen, zóó weinig geheim zijn zij".
Maar toen Baron Van Wijnbergen wat voorlas „uit een Vrijmetselaars-tijdschrift, toen zei de heer Lieftinck bij zijn repliek: „de discrete afgevaardigde uit Elst leest uit dit tijdschrift, dat hij niet in handen mocht hebben, dat niet te koop is, niet in den handel en dat hij dus op de een of andere onrechtmatige, meer dan indiscrete wijze moet hebben bemachtigd. Er staat buiten op gedrukt: „alleen gedrukt en verkrijgbaar voor Vrijmetselaren".
Ook hier dus weer die tegenstrijdigheid. Men doet niet aan politiek — en men doet dapper mee aan de verkiezingen. Men doet niet geheimzinnig — en men houdt er geheime vergaderingen, geheime boeken en tijdschriften op na; waarbij men ieder, die zoo'n tijdschrift heeft, verwijt, dat hij er op „slinksche wijze" aangekomen is.
(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's