De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FEUILLETON

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FEUILLETON

DE SMID VAN GRIJSDORP

5 minuten leestijd

DE SMID VAN GRIJSDORP
door JEKA
43)
Beiden dienden den Heere van harte, waren sierlijke leden der gemeente en hadden elkander lief in Hem, Dien zij boven alles liefhadden.
Daarom kon ds. Stevens hun in hun huwelijksleven dan ook de schoone belofte meegeven uit Ps. 32: 8, waarover hij sprak: Ik zal u onderwijzen en u leeren van den weg dien gij gaan zult; Ik zal raad geven. Mijn oog zal op u zijn. De Heere zou hun Leidsman zijn, hun Raadsman en hun Behoeder. Aan Zijne hand, in Zijn weg, naar Zijn raad, bij het licht van Zijn woord en onder Zijne oogen zouden zij hun levensweg mogen bewandelen. Een voorrecht zooals een Christen niet kostelijker in dit leven denken en begeeren kan.
Hoevele belangstellenden er ook waren, het werd zeer stil in de kerk; de oogen werden van het schoone bruidspaar afgewend en tot den prediker opgeheven, toen hij zoo hartelijk sprak van de liefde Gods in Christus en Zijne trouw voor allen die Hem vreezen.
„Dat is de waarheid, zóó mag hij in naam des Heeren spreken, " dacht oude Geertje; van harte kon zij dat toestemmen. Had zij het niet zelf ondervonden; nu reeds bijna tachtig jaar?
„Als wij den weg niet weten (en dat is dikwerf het geval) zal onze God en Vader ons wijzen op ons gebed; als wij verlegen zijn in moeite en leed, gevaar en nood, zal Hij raad geven door Zijn Woord en Geest, raad en hulp, want Zijn oog is op ons.
„Hij slaapt of sluimert niet. Hij zal u bewaken, de Almachtige, de Goedertierene. Gij zijt altijd onder Zijne Goddelijke oogen, de vriendelijke Vaderoogen, wat zoudt gij dan vreezen? Hij vervult Zijne beloften, en gij zult in leven en sterven, voor tijd en eeuwigheid onder Zijne hoede blijven."
„Dan zijn we veilig, wat er ook geschiedt", dacht omoe.
Zij had het goed in Gods huis, zij zag naar hare geliefde kleinkinderen en zij legde mede deze belofte op hun hoofden, zij zag naar den leeraar op en dankte hem in haar hart voor dit woord, dat hij ook in den Bijbel had geschreven, welken hij het bruidspaar later overhandigde; en nog hooger zag zij, heel hoog tot haar getrouwen God en Vader, die wist hoe in dit oogenblik haar hart vervuld was met lof en dank voor Hem die haar dit nog deed beleven. Zij zag in den geest de vervulling: „Mijn oog zal op u zijn". Ja, de. oogen des Heeren waren op het jeugdige paar, op haar, op al Zijne kinderen!
Zij wist het niet, dat het de laatste maal was dat zij in 's Heeren huis mocht wezen, maar al had zij het geweten, 't zou haar goed geweest zijn; de Heere maakte alles goed.
Ook het verdere gedeelte van dien huwelijksdag. Het tuinhuis was 's avonds vol gasten, vol licht en bloemen, vol vreugde en dank, vol hoop en genot, en de Heere was er in 't midden. Velen kwamen feliciteeren en konden haast niet meer wegkomen, zoo gezellig was het er, maar moesten toch ook weer eens plaats maken voor anderen.
Daar kwamen b.v. Zeelman en zijn vrouw om hun belangstelling te toonen, ook in een eigenaardig geschenk dat zij voor het bruidspaar meebrachten: Een paar teekeningen, een wintergezicht waaronder geschreven stond  Witter dan sneeuw, en een duiventil in een tuin, en daarbij een ruststoel waarin een meisje lag, terwijl de duiven in hare nabijheid het gestrooide voedsel oppikten, daaronder stond: Oprecht als de duiven. Het was een voorstelling van den tuin achter de smederij, en al waren het geen kunststukken, voor Rika was de bedoeling zeer duidelijk en zij ontroerde er van, toen zij deze schilderijen als een ,, gedachtenis aan hare vriendin An", zooals de smid zei, mocht aannemen.
Dat was het laatste wat de kleine Jan van de bruiloft zijner tante Riek zag; het werd hem te veel, hij viel in slaap en werd naar bed gebracht. Maar hij had dat toch nog goed gezien, kon later aan zijn moeder er van vertellen, „'t Was iets uit den Bijbel en uit de smederij, sneeuw en duiven, moe, o zoo mooi!"
Hij had niet meer gehoord, wat zijn vader uit zijn hart had gesproken, en zijn zuster dankte, die in Gods hand het middel was geweest, dat hij als een verloren zoon tot den Heere was wedergekeerd om met zijn gezin Hem te mogen dienen. Het kwam er wel wat gebroken uit, maar het was toch goed gezegd, zoodat ook boer Brongers hem de hand drukte en zei: „Zoo mag ik het hooren, Hein. Dat doet een Christen goed, niet waar omoe? Het past toch ook op een bruiloft, want dat blijft toch altijd maar de hoofdzaak."
Het werd oude Geertje ook haast te veel; dat zij geen woorden kon vinden, om wat de Heere haar op dezen dag gaf, uit te spreken, maar allen begrepen er wel iets van, wat zi) bedoelde, toen zij zei: „Wij moeten Psalm 103 vers 1 zingen, Brongers; zet maar in". En zij zongen: „Loof, loof den Heer, mijn ziel met alle krachten, " enz. Ja, er werd nog veel gezongen in 't tuinhuis dien avond vóór dat vader van Leeuwen met hartelijke dankzegging aan God het bruiloftsfeest sloot.
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 november 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FEUILLETON

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 november 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's