SCHRIFTVERKLARING
Die alléén onsterfelijkheid heeft, en een ontoegankelijk licht bewoont, denwelke geen mensch gezien heeft, noch zien kan; welken zij eere en eeuwige kracht. Amen. 1 Timoth. 6 vers 16.
101 1 Timotheüs.
Eere en kracht. Wij zijn gekomen aan het eind van de lofverheffing, welke de apostel neerschreef om klem bij te zetten aan zijn vermaning. Timotheüs moest getrouw zijn in zijn werk. Hij zou dan wel veel tegenstand ondervinden, maar van de hulp en den zegen Gods kon hij dan ook verzekerd zijn. Hij zou den Koning der koningen en den Heere der heeren aan zijn zijde hebben. Zoo kwam de apostel tot deze lofverheffing Gods en de vermelding van Diens deugden.
„Hem zij eeuwige eere en kracht." Volgens het Grieksch moet het woord ,,eeuwig" ook bij eere gelezen worden.
Deze samenvoeging „eere en kracht" schijnt vreemd, omdat wij bij „eere" denken aan wat God wordt toegebracht, terwijl „kracht" iets is dat God in Zichzelf bezit. Het eerste is lijdelijk, het tweede bedrijvend. In de lofverheffing van 't „Onze Vader" hebben wij iets dergelijks, met dit verschil, dat daar inplaats van eere „heerlijkheid" staat. „Uw is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid". Deze samenvoeging is echter in der daad niet zoo vreemd, wijl God ook in de eere die Hem toekomt de hoogste activiteit is. Wij mogen in het wezen Gods geen tegenstelling zien, alsof Hij in de eene zaak lijdelijk, in de andere bedrijvig zou zijn. Hij is de Eerste en de Laatste, de Alpha en de Omega. Uit en door en tot Hem zijn alle dingen. En als Hem door en uit het maaksel Zijner handen eere wordt toegebracht, is dit van 't begin tot het eind alleen uit Hem.
Toch moeten wij hier denken aan de eere die wij Gode schuldig zijn, die Hem toegebracht wordt door engelen, gezaligden en geloovigen. Immers wordt er ook wel in de Heilige Schrift gesproken van de glorie, de eere, die God in Zich bezit. Dan is bedoeld de heerlijkheid die Hij van Zich doet uitstralen. En dit laatste kan dan ook in eene lofverheffing worden uitgesproken, zoodat er een erkennen; een uitroepen is dat Hij, de Koning der koningen, die glorie bezit. In de lofverheffing van de hierboven geplaatste woorden echter is er sprake van de eere die wij God moeten toebrengen.
Daartoe heeft God de wereld geschapen. Daartoe dient heel het werk der wedergeboorte. Dit is het einddoel dat God Zich in Zijn raad heeft voorgesteld. Het gaat Hem om Zijn eigen eere, die Hem toegebraoht worde uit al wat leeft en adem heeft. Het einddoel van schepping en wedergeboorte is niet de mensch. Wij moeten ons in onze geloofsbeschouwing nimmer op een weg begeven waarin het altijd om den mensch gaat. God is er niet om den mensch, maar de mensch is er om God. Als het einddoel alleen de mensch ware, dan is dit met de werkelijkheid in strijd, wijl er zoo ontzaglijk veel is in het heelal, waaraan de mensch niet het minste heeft. Die platte nuttigheidsleer moeten wij naar Gods Woord beslist afwijzen Naar de Heilige Schrift is dan ook de uitkomst der wereldgeschiedenis niet de zaligheid der uitverkorenen. Er wordt evenzeer gesproken van een eeuwigen triumf over de goddeloozen. Dan moet God Zich vast en zeker een ander einddoel hebben voorgesteld dan het welzijn van den mensch. Dit einddoel is dat Hem eere wordt toegebracht, zelfs door de rampzaligen, die in hun nameloos-groot leed en zielewroeging zullen moeten erkennen dat Gods liefde, die zij verwierpen, groot en dat Gods recht, waaraan zij zich niet stoorden, oneindig is. Dit einddoel, de eere Gods, moet dan ook in de Bediening des Woords op den voorgrond staan. Niet dat dit in elke Prediking, die geput wordt uit een bepaald tekstwoord, even duidelijk kan uitkomen. Er zijn zoovele rijke gedachten der Heilige Schrift, waarin van de goedertierenheid Gods in Christus Jezus zoo heerlijk getuigd wordt, dat de redding des menschen als een schoon nevendoel in de prediking mag worden voorgesteld. Maar elke leeraar ga ook hierin nauwgezet met Gods Woord en zijn consciëntie te werk. Immers zal de gemeente van het pad van Gods Woord af glijden — het is in onze dagen reeds treurig openbaar — als steeds de zaligheid van den mensch in het middelpunt gezet wordt, Dan vervalt zij tot allerlei ziekelijkheid, die de leeraar niet bedoeld heeft, maar waarvan hij toch mede een oorzaak was.
Laat niemand nu meenen dat wanneer God Zijn eigene eer als het einddoel van alles op het oog heeft, dit zelfzuchtig genoemd mag worden. De Heere kan niet anders dan zijn eigene eere zoeken. Een vader kan in zijn gezin niet anders wenschen dan dat de kinderen hem eeren.
Ook zou men misschien nog willen tegenwerpen dat God dan toch blijkbaar het, schepsel noodig heeft, opdat Hem eere zou worden toegebracht. Als de wereld dient tot Gods verheerlijking, dan ontbrak er iets aan Zijne volmaaktheid, als er geen wereld was en als er geen engelen, gezaligden en geloovigen Hem eerden. God zou dus, om geëerd te worden, Zich afhankelijk gesteld hebben van het maaksel Zijner handen. Toch verliest deze tegenwerping haar schijnbare kracht, als wij bedenken dat hoe edeler een werk is, des te minder er van dwang sprake is. Een kunstenaar b.v. doet zijn werk niet uit dwang, maar uit de vrije aandrift van zijn genie. Ja, wij mogen hierbij ook het krachtigste, geestelijke leven van Gods kind als een zwak beeld gebruiken. Deze dient den Heere niet om iets te ontvangen, om loon, maar uit de liefde zijns harten. En zoo is God de grootste Kunstenaar, de meest edele Werkmeester, Die het werk der schepping en der wedergeboorte tot stand bracht, alleen omdat Hij niet anders kon dan Zich in Zijn kunstwerk openbaren. Daarom is de wereld niet voortgekomen uit een „gebrek" in God, maar zij is in het aanzijn geroepen uit de volheid Gods, opdat Hem zou worden toegebracht de eere en de dankzegging tot in eeuwigheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 november 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 november 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's