STAAT EN MAATSCHAPPIJ
Een verblijdend teeken.
In een artikel „twee tegen drie" vestigden we er onlangs de aandacht op, dat op de begrooting van Financiën voor het volgende jaar een aanvrage voorkomt voor gelden ten behoeve van de vestiging van twee nieuwe predikantsplaatsen in de Hervormde Kerk, doch dat daarnaast ook de fondsen beschikbaar komen voor de oprichting van drie nieuwe pastoorsplaatsen bij de Roomsch-Katholieken.
Deze regeeringsmaatregel is — zoo trokken wij de conclusie — de consequentie, welke ieder jaar, dank zij het averechtsch ijveren voor artikel 36, terugkeert, dat niewe predikantsplaatsen, ook Rome meer geld in den buidel brengt.
Het is naar aanleiding van deze zaak, dat ds. J. Hoekstra, van Ternaard, in het Hervormd Zondagsblad voor Friesland het navolgende schrijft:
Dat wij geen voorstanders zijn van scheiding van Kerk en Staat zonder meer, kan bekend zijn. Wij meenen nog altijd, al moet ieder op eigen terrein blijven, dat men Kerk en Staat niet los van elkaar moet maken. En nu meene men niet, dat wij de „zilveren koorde" een onlosmakelijk iets achten. Juist op dit punt komen de bezwaren altoos weer om den hoek gluren.
Zoo bijv. ook thans weer.
De Minister van Financiën (jhr. mr. D.J. de Geer, Christelijk Historisch), heeft voor twee Hervormde Gemeenten een rijkstractement uitgetrokken. En wel voor de zelfstandig geworden Gemeente Lemelerveld en voor een nieuwe predikantsplaats te Sittard in het mijngebied. Bij het vernemen van een dergelijke ministeriëele beschikking is men geneigd dankbaar gestemd te zijn.
Maar aanstonds valt er een schaduw op die dankbare stemming, als men daar naast verneemt, dat er tegelijk voor drie Roomsohe pastoorsplaatsen geld uit de regeeringskas is toegestaan, en wel voor Munsterscheveld, en te Rothem voor een pastoor en zijn vicaris, wijl Rothem tot een nieuwe parochie is verheven bij beschikking van den bisschop van Roermond.
Natuurlijk — bij den huldigen stand van zaken op het terrein van de Kerkgenootschappen — kan het wel niet anders. Als de een iets vraagt en ontvangt kan zulks een ander — bij dezelfde wet erkend — niet wel geweigerd worden Maar dit moet ons er dan ook toe brengen om voorzichtig te zijn met onzen eisch: de Staat moet het doen!
Wij denken er niet aan om oude rechten aan kant te zetten, maar overigens moet er o.i. een opwaking komen om meer van den kant der Kerk de dingen zelf aan te pakken.
Zoo iets zal de Kerk zelf ten goede komen.
Wij zijn het met dit schrijven van ds. Hoekstra geheel eens en verheugen er ons niet weinig over, dat van dien kant een zoo sympathieke stem wordt gehoord. Alleen zouden wij nog de opmerking willen maken, dat, als de Ternaardsche predikant verklaart, dat hij geen voorstander is van scheiding van Kerk en Staat z o n d e r m e e r (wij spatiëeren) hij dan niet alleen staat en ons ook aan zijn zijde heeft. Want allen, die het goede voor de Kerk zoeken en die juist uit dien hoofde het beginsel van losmaking van de zilveren koorde voorstaan, willen dit niet zonder meer, maar wenschen die losmaking gepaard te zien gaan met finale afrekening tusschen den Staat en de Kerk, zoodat de Kerk in kapitaal krijgt, wat haar thans in jaarlijksche rente als predikantstractementen enz. wordt uitgekeerd.
De voorstanders van losmaking van de zilveren koorde denken er dan ook geen oogenblik aan om oude rechten aan den kant te zetten. Zij onderschrijven daarbij volmondig de gedachte, dat „zelf aanpakken" der Kerk zal ten goede komen. Zooals het nu al sinds jaren gaat, dat de regeering Protestant en Roomsch Katholiek jaarlijks op voet van gelijkheid nieuwe tractementen toekent, kan het niet langer voortduren. Het is verblijdend, dat ook buiten onzen kring meerderen zich aan onze zijde scharen, die het verkeerde daarvan gaan inzien.
Kosten der Eerediensten.
Zooals te verwachten was, hebben de nieuwe tractementen voor predikanten en geestelijken benevens het vraagstuk van de scheiding van Kerk en Staat, in de Afdeelingen der Tweede Kamer tot breedvoerige gedachtenwisseling aanleiding gegeven.
Wij meenen, dat onze lezers in het behandelde ongetwijfeld belang zullen stellen. Daarom laten wij hieronder volgen, wat het Voorlooplg Verslag op het VIIde Hoofdstuk B der Staatsbegrooting onder 't hoofd Kosten der Eerediensten daarover mededeelt.
Wij lezen dan in dit Verslag:
Van verschillende zijden werd bezwaar gemaakt tegen het verleenen van nieuwe traktementen voor twee predikanten der Ned. Herv. Kerk en voor drie R. Kath. geestelijken. De hier aan het woord zijnde leden wenschten losmaking van de zilveren koorde, waarmede de Staat met verschillende kerkgenootschappen verbonden is. Het is — aldus deze leden — een gevaar voor elke kerk om geheel of gedeeltelijk financieel van den Staat afhankelijk te zijn. Bij een ruw doorsnijden van den band zou de kerk aanstonds in groote moeilijkheden komen. Daarom worde thans eindelijk de financieele verhouding eens definitief geregeld, door kapitalisatie of op andere wijze. Dit kan zeer goed geschieden door het huidige Kabinet, wijl de verschillende gevoelens, welke te dezen opzichte bestaan, niets met eenige partijgroepeering te maken hebben.
Eenige der hier aan het woord zijnde leden zagen naast het boven ontwikkelde algemeene bezwaar nog een bijzonder bezwaar tegen de bestaande financieele verhouding daarin, dat deze verhouding tengevolge heeft dat ook de Katholieken steeds nieuwe traktementen voor hun geestelijken ontvangen, 't Protestantse Christelijk karakter der Nederlandsche natie — aldus deze leden — eischt, dat daarmede zoo spoedig mogelijk worde gebroken.
Van andere zijde werd in dit verband opgemerkt, dat, zoolang geen definitieve scheiding heeft plaats gehad, de Staat verplicht is tot het verleenen van traktementen op grond van het feit, dat hij vroeger de kerkelijke goederen tot zich heeft getrokken. Verder — aldus de hier bedoelde leden — moet niet worden voorbijgezien, dat de Staat ook verplichtingen heeft in zake het geestelijke leven der natie. Deze verplichtingen zijn het vooral, die de bevordering van de stichting van nieuwe kerkelijke gemeenten en parochiën in vroeger minder druk bevolkte streken niet alleen verklaren, doch ook noodzakelijk maken. Intusschen kan — naar dezelfde leden opmerkten — de uitbreiding der traktementen, welke in de laatste jaren heeft plaats gehad, niet dan zeer bescheiden worden genoemd.
De genoemde beschouwingen gaven sommigen leden nog aanleiding er op aan te dringen, dat de Staat thans ook eindelijk goedmake het onrecht, in 1816 aan de kerk aangedaan, en haar vrijmake van de bestuursorganisatie, welke haar toen is opgedrongen. Verschillende andere leden merkten hiertegen op, dat de Kerk volkomen vrij is zich te reorganiseeren.
Eenige leden bepleitten toekenning eener bijdrage voor een predikantsplaats te 2e Exloërmond.
Anderen verzochten hetzelfde voor een pastoorsplaats te Barger-Oosterveld.
Een lid drong er op aan, dat de Rijkstractementen zullen worden verhoogd. Toen de Staat de kerkelijke goederen naastte, was de geldswaarde laag. Waren die goederen thans nog in handen der kerkvoogdijen, dan zou de kerk het voordeel van de stijging der waarde genieten.
Andere leden achtten dit een zeer gewaagde redeneering. Gaat men dien weg op, dan kan men hetzelfde zeggen van alle onteigeningen uit vroeger tijd.
Bij de vermelding van dit verhandelde in de Afdeelingen der Tweede Kamer laten wij het voorshands. Bij meer dan een gelegenheid en nog de laatste maal hierboven, hebben wij ons gevoelen over de financieele verhouding tusschen den Staat en de Kerk uiteengezet.
Thans is het woord aan den Minister van Financiën en als deze gesproken heeft, krijgt de Tweede Kamer nogmaals de gelegenheid, maar dan in het openbaar, haar standpunt aan de Regeering te doen kennen. Of het debat tusschen Regeering en Kamer intusschen eenige winst voor de Kerk zal opleveren, betwijfelen wij, gezien, wat bij vroegere discussies over deze onderwerpen bereikt werd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 november 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 november 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's