KERKELIJKE RONDSCHOUW
Hervormden en Kerkelijk-Gereformeerden.
Dat spant telkens even; soms wat korter, dan weer wat langer; nu eens wat meer, dan weer wat minder. Dat is ook eigenlijk wel te begrijpen voor iemand, die de historie van de laatste 100 jaar, de geschiedenis van de laatste 50 jaar bizonder, kent. Er is zooveel gebeurd in en rondom de Hervormde Kerk en er is vooral sinds 1886 een scheur gekomen, waardoor Hervormden en Kerkelijk-Gereformeerden naast niet zelden tegenover elkaar zijn komen staan. In de doleantie zijn heel veel Gereformeerden uit de Hervormde Kerk uitgegaan en die scheur is er en zal voorloopig wel blijven. Wij denken daar altijd met groote droefheid aan. Want die van ons gingen hooren bij ons, terwijl velen die bleven niet bij ons hooren, gemeten naar den maatstaf van Schrift en belijdenis, welke op het terrein van de Nederlandsche Hervormde of Gereformeerde Kerk nog altijd een woordje mee te spreken hebben. Want er is in en ook na 1816 afgesproken, dat we ons in de Hervormde Kerk zouden houden aan „Gods Heilig Woord", aan „het Evangelie van Jezus Christus" en aan „den geest en de hoofdzaak van de leer der Kerk", zooals die leer naar aard en wezen door de Gereformeerde Kerk van ouds hier te lande is beleden; waarbij eerlijk zou worden betracht, wat naar den geest der opstellers het karakter en het wezen van die belijdenis der Kerk is.
De scheur ligt er. Waar een stroom van ongerechtigheid over de aloude Gereformeerde Kerk is gekomen, — waarbij de Heere rechtvaardig is en ons beschaamdheid des aangezichts past, — zijn velen heen gegaan en zijn 't oude van nieuws begonnen, terwijl wij zijn gebleven en veelszins tobben moeten te midden van veel moeilijkheden in het land onzer Vaderen. Dat is jammer, 't Had anders kunnen loopen. Maar 't is nu eenmaal zoo en Gods wegen zijn ook hier hooger dan onze wegen, hoewel ieder verantwoordelijk blijft voor z'n daden.
Nu is er veel werk te doen in Nederland, dat niet bepaald kerkelijk is. Onderwijs: hooger-, middelbaar-, lager onderwijs; ook werk der barmhartigheid, ter verpleging van zieken, ter verzorging van zenuwzwakken enz. Ook is er de politiek en veel maatschappelijk werk; ook onze arbeid onder militairen, als Militairen-bond enz.; om niet te vergeten vereenigingen als Patrimonium enz.
Zullen we elkaar daar nu kunnen vinden? Op het terrein van het Hooger onderwijs, b.v. in de Vrije Universiteit?
Natuurlijk kan dat. 't Moet ook. Alle onderwijs, óók het Hooger onderwijs, moet van een beginsel uitgaan. De Heilige Geest moet ons leiden in alle waarheid. Gods Woord moet ons een licht op ons pad, een lamp voor onzen voet zijn. God, de souvereine God, moet aan Zijn eer komen. En daarbij moeten alle Gereformeerden samen werken; anders komt er niets van zoo'n Hoogeschool terecht op den duur; en ons volk zal er anders ook niet die bate van hebben, welke noodig is voor ons Vaderland. Daar moeten we dus allen aan meewerken. Niet, om oorzake dat één groep het op den duur financieel niet zou kunnen klaar spelen; ook niet omdat uit één groep niet voldoende studenten, noch voldoende professoren zou te verkrijgen zijn, maar we moeten hier samenwerking zoeken om ons Gereformeerde volk te dienen; om héél ons volk en heel ons land te dienen; omdat we het krachtens ons beginsel verplicht zijn; omdat God het wil, dat we elkander hier als broeders en zusters van één geloof en één belijdenis en één leven zoeken, om saam Zijn eer te verhoogen en saam de wetenschap te dienen en saam jonge menschen te toekwamen voor allerlei ambt, post en betrekking in Nederland en Indië.
Maar dan moet natuurlijk zoo'n onderwijs-inrichting niet kerkelijk gemaakt worden. En men moet ook niet komen aandragen met vragen: zijt gij het wel eens met wat de Synode van Utrecht, de Synode van Assen, de Synode van Leeuwarden, of welke Synode van de Gereformeerde Kerken ook, besloten en vastgesteld heeft. Want die niet kerkelijk-Gereformeerd zijn, maar Christelijk-Gereformeerd of Hervormd, hebben niets, niets te maken met Utrecht, noch Assen; die hebben alleen te maken — en dan samen als leden van één Vereeniging — met de gereformeerde belijdenis, vervat in onze Drie Formulieren van Eenigheid. Wat de Gereformeerde Kerken nu willen behandelen in eigen kring, moeten zij weten, maar men moet ons niet gaan keuren, of we wel „gereformeerd" zijn, met het voorleggen van uitspraken of besluiten van Assen, enz.
We weigeren pertinent om op dezen weg in te gaan.
Zoo met de Vereeniging tot christelijke verzorging van krankzinnigen enz. Dat is een niet-kerkelijke vereeniging. Daar heeft men niet te vragen, of men Christelijk-Gereformeerd, Hervormd of wat ook is. Daar heeft men alleen te vragen: stemt ge in met grondslag en doel van de Vereeniging. Al het scharrelen, op welke manier ook, met Assen is contrabande; alle kerkjespelen is verboden.
Zoo moet ook op schoolgebied, op politiek terrein en in vereenigingen van maatschappelijken aard naar beginselen gevraagd worden op de basis van onze gemeenschappelijke belijdenis, maar men moet er kerkelijke geschillen en beslissingen buiten houden.
Ook vragen we bescheiden om ons rechtmatig deel, als Hervormden, in besturen, organisatiën enz. Ook dat onder het personeel, van welken aard ook, Hervormden — noch Christ. Gereformeerden — zullen achter staan bij anderen. Waarbij men het ons niet al te moeilijk moet maken, want dan loopt het mis, hier en overal! Er is gelukkig een ontwaking, zoowel onder de Christ. Gereformeerden als onder de Hervormden, en daar moest men dankbaar gebruik van maken.
Nu trof ons weer een stukje van prof. Grosheide in N. Hollandsch Kerkblad van Vrijdag 11 Nov. j.l. Daar schrijft deze hoogleeraar van de Vrije-Universiteit over kwesties als bovenstaand en zegt dan, dat men zich toch aan „Assen" niet behoeft te ergeren, omdat het daar ging om de handhaving van de H. Schrift als het Woord Gods. Maar daar gaat de kwestie in deze niet over. We zijn het met elkaar eens — we moeten het met elkaar eens zijn — dat de H. Schrift Gods Woord is. Dat staat in onze belijdenis, die we gemeen hebben. En daar praten we dus over als Gereformeerden van één Vereeniging, maar „Assen" hebben wij in dit verband absoluut niet noodig. Vorm en inhoud van. „Assen" komt hier absoluut niet in 't geding. Wel of we den grondslag van de Vereeniging aanvaarden, als leden van die Vereeniging één zijnde.
Daarbij krijgt men dan van prof. Grosheide bovendien te hooren: „Wat zegt op dit oogenblik Hervormd? Hervormd zegt, dat men ingeschreven staat op de boeken van een der Nederlandsche Hervormde Gemeenten in ons vaderland. Verder zegt het niets. Hervormd zegt niets omtrent iemands belijdenis, weinig omtrent zijn wandel. Hervormd zegt ten slotte alleen, dat men de reglementen der Hervormde Kerk eerbiedigt. Is dat een grondslag om een Vereeniging op te richten?"
Het spijt ons, dat prof. Grosheide in dien toon en op die wijze schrijft.
Hebben we het over kerkelijke kwesties, welnu laten we elkander dan zóó maar eens aan de pols voelen. Dan hebben wij misschien ook nog wel iets hiertegenover te zeggen. Maar geen sterveling in Nederland denkt er aan om samen: Hervormden en Kerkelijk-Gereformeerden een Vereeniging op te richten op den grondslag van de reglementen der Herv. Kerk! Die zijn zelfs niet in 't geding en mogen ook niet in 't geding gebracht worden in de Vereeniging die we saam vormen.
Als we saam: Christ.-Gereformeerden, Hervormden, Kerkelijk-Gereformeerden, een Vereeniging gaan oprichten, doen we dat op geref. grondslag en dan is een Hervormde geen duit minder dan een man van de Geref. Kerken! Het komt dan ook eenvoudig niet te pas, als een Kerkelijk-Gereformeerde daar aan een Hervormde zou vragen: gij behoort tot de Hervormde Kerk en nu moet ik u eerst eens extra afvragen, of gij wel gereformeerd zijt, want die reglementen in uw Kerk.... Uit hart en mond van alle Kerkelijk-Gereformeerden in het midden van die Vereeniging, die we saam vormen op den grondslag van de geref. belijdenis, moet dan een krachtig en eenparig protest opgaan, tegen zulk een behandeling. En als men somwijlen zelfs den toetssteen van gereformeerdheid bij de leden van de Vereeniging op Geref. grondslag zou willen aanleggen, door te komen met de besluiten en beslissingen van „Assen", dan loopt het heelemaal over! We zijn saam, Christelijk-Gereformeerden, Hervormden, Kerkelijk-Gereformeerden in het midden van die Vereeniging, voor hooger-middelbaar-lager onderwijs; of Vereeniging voor verzorging van krankzinnigen; of welke Vereeniging ook — we zijn samen Gereformeerd op den grondslag van de gemeenschappelijke Geref. belijdenis, en daarmee uit. We erkennen saam de H. Schrift als Gods Woord en onderschrijven de belijdenisschriften, en dat is genoeg. „Assen" kan en moet hier thuis blijven!
Nu spijt 't ons, dat de Vrije Universiteit in het College van Directeuren en Curatoren, wat de professoren en wat heel de exploitatie betreft, zoo geheel en al Kerkelijk-Gereformeerd is en gehouden wordt. Het spijt ons, dat men niet reeds lang gevoeld heeft, dat men de Gereformeerde gezindheid hier noodig heeft en 't ook aan die Gereformeerde gezindheid in Nederland, vooral na 1886 en 1893, mogelijk moet maken, om hier te kunnen samenwerken. En in de Vereenigingen waar er samenwerking is, spelen de Kerkelijk-Gereformeerden tegenover Hervormden en Christelijk-Gereformeerden niet zelden met vuur. Laat men eens naar de oude Schoolvereeniging, de Vereeniging van Groen van Prinsterer, zien, naar Christelijk-Nationaal Schoolonderwijs, om te zien hoe het kan en hoe 't moet. En dat is dan geen „licht getimmerte", maar dat is wat ons christen-volk van Nederland noodig heeft.
Terwijl men helaas! dan van de zijde van Kerkelijk-Gereformeerden daartegenover wezenlijk en waar weer iets anders creëert en aanprijst, omdat men het blijkbaar maar half vertrouwt, als er een zoodanige royale samenwerking is voor de scholen. Dan is het blijkbaar niet „Gereformeerd" genoeg.
Waarom doet men dat toch?
Wij willen niet, dat later ons zal kunnen worden gezegd: waarom hebt gij ons niet gewaarschuwd? Vandaar dat wij, die hartelijke voorstanders zijn van een gezonde, royale samenwerking, nu een en andermaal over deze dingen geschreven hebben. We doen dat waarlijk niet voor ons plezier. Maar we doen het, met het ernstig bedoelen, opdat we elkander beter zullen leeren vinden en krachtiger kunnen uitkomen als belijders van den Christus in het midden van land en volk!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's