MEDITATIE
Herfstgedachten
,,Uwe vrucht is uit Mij gevonden". Hosea 14 vers 9b.
De bladeren worden geel en vallen af, één voor één. Dat is de taal van het jaar, dat van ons scheiden gaat. Dat is de roepstem van den winter, zeggend ons, dat de zomer voorbij is. „Vergankelijk" staat op elk blad geschreven. „IJdelheid der ijdelheden", roepen die kale takken, pas nog zoo vol van weelderig blad. Is het niet een beeld van alles hier beneên? Zóó bloeit het, zóó sterft het, 't is alles zoo zwak en zoo teer en 't duurt alles maar een oogenblik. Ook des menschen leven is ijdelheid en zijn dagen gaan ras voorbij. De late na-zomersche roos, die vandaag nog zich verheft boven het natte trieste grasveld, om morgen óók haar blad te laten vallen — zij predikt ons zoo klaar: dat ons leven een handbreed gesteld is en dat morgen ons het graf wordt gedolven, opdat het stof tot het stof zal wederkeeren.
Triest, somber zijn de dagen nu. Het licht blijft zoo kort en is zoo weinig. De donkerheid is zoo veel en blijft zoo lang. En 't is alsof de aarde er nooit genoeg van krijgt, om levenden menschen een donkere woning te bereiden, opdat ze, de een na den ander weggerukt, daar in de groeve der vertering zullen rusten en zullen vergaan.
Toch is het niet enkel somberheid en enkel vergankelijkheid wat deze herfstdagen prediken. Wat kan het vol goudglans zijn alles wat rondom ons oog aanschouwt; de lucht zoo wonder gekleurd en boom en veld zoo rijk besprenkeld met lichtglinstering, zooals de zomer 't ons niet doet aanschouwen. O, die heerlijke bosschen in het naglanzen van de herfstdagen! Dat wijde veld zoo machtig ruim en zoo aangrijpend schoon, zacht, lieflijk, vriendelijk!
Heeft God niet alles schoon gemaakt; is niet alles op z'n tijd vol van heeriijkheid en majesteit?
Dat geeft weer andere gedachten, dan wanneer onder druipende takken blad voor blad neerkringelt in het slijk, dat opspat bij elken voetstap, die de eenzame wandelaar zet, gaande langs een slibberig pad. Dat spreekt weer van andere dingen, dan wanneer op het vlakke veld van den doodenakker graf na graf geopend wordt en weer toegeworpen met zwarte aarde of mullig zand.
De herfst kan ons doen omhoog blikken en onze oogen tintelen als we ademhalen in de door de herfstzon gezuiverde en gekoesterde lucht, wandelend over het wijde veld. De herfst kan ons hart verrukken door de zeldzaam mooie kleuren, door de eenig mooie glanzen, die liggen over bosch en beemd en waarmee de huizen en de velden zijn geverfd als met goddelijk penseel.
En dan is er nog iets.
't Is niet enkel ijdelheid en vergankelijkheid, 't Is niet enkel kleuren en tinten. Zie hoe de vruchten worden verzameld in schuur en huis, hoe het graan ligt opgestapeld op de zolders, zie hoe in de stad en op 't land de herfst ons bewijst, dat de voorgaande tijden gebruikt zijn om nu schaften in te zamelen, die mensch en beest in 't leven kunnen behouden en het harte van jong en oud kan vervullen met blijdschap en dankbaarheid.
Zoo gaan de tijden voorbij. En 't stemt ons somber. Zoo liggen de glanzen van licht en schoon heid overal uitgespreid, en het maakt ons vroolijk. Zoo worden de schatten vergaderd en de voorraad in milden overvloed binnengehaald en het bepaalt ons bij 's Hemels werk in de vergankelijke dagen. Zoo wil de Heere ons ook in de dingen van Zijn koninkrijk onderwijzen nu in deze najaarsdagen.
En om nu maar te beginnen bij 't laatste: de Heere is bezig in het midden van de vergankelijke jaren en eeuwen schatten te bereiden, die ingedragen worden in de hemelsche schuren en die in Gods heerlijk Koninkrijk straks eeuwig zullen uitschitteren met nooit gekenden glans. Uit de barensweeën van den tijd zal toebereid worden Gods eeuwig Koninkrijk. En Gods eeuwig Koninkrijk zal vol zijn van 's Konings onderdanen, die zullen ingaan met vreugd en eeuwig zullen juichen tot Gods eer. Laten we bij de kale takken van de eenzame boomen niet vergeten de veelvuldige vrucht. Laten we, starend over de triest liggende akkers, niet nalaten te gedenken het goudgele graan, dat groeide en dat verzameld is geworden in de schmren.
Zeker, er is veel bloesem niet geworden tot vrucht, om ingezameld te worden met vreugd. De wind ging er over, de vorst deed de bloem sterven. En bij het graan is veel kaf, dat gescheiden wordt van het koren en in bundels gebonden wordt verbrand of weggeworpen of door 't stomme beest straks in den stal wordt vertreden.
Als de Bruidegom komt straks en als des Heeren heerlijk Koninkrijk zal worden geopenbaard; als de vruchten van den akker der wereld worden ingedragen en het koren van de velden in Noord en Zuid, in Oost en West zal worden geborgen in de hemelsche schuren — ja, dan zal er dikwijls worden gehoord: „wel bladeren, maar geen vrucht"; dan zal worden gezegd: „onkruid, maar geen graan"; dan zal blijken, dat er in en bij het koren veel kaf is, dat ledig wordt uitgeworpen. En wie zou niet vreezen?
Want is onze akker niet onvruchtbaar en zijn al onze gerechtigheden niet als een wegwerpelijk kleed? Maar de ware Wijnstok Christus leeft en bloeit en draagt veel vrucht.
Indien onze ziele nu maar door genade mag kennen, wat het is, dat de Vader zeggen zal tot Zijne kinderen: „uw vrucht zal Ik uit Hem nemen!" Dan gaan ze straks in in de feestzaal, waar de Bruidegom is. En daar waar 't licht is en vol vroolijkheid, vol vrede en zaligheid, wordt tot in eeuwigheid gezongen dan: „niet ons, niet ons, o Heere, maar Uwen Naam zij tot in eeuwigheid eere". Neen, de tijden, die ijdel zijn en ras voorbijgaan, zullen niet zonder vruchten zijn. De eeuwen, die henen snellen, laten wat achter. En Gods gemeente zingt:
'k Zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheen
Uw waarheid t' allen tijd vermelden door mijn reen.
Ik weet, hoe 't vasi gebouw van Uwe gunstbewijzen,
Naar Uw gemaakt bestek, in eeuwigheid zal rijzen;
Zoo min de hemel ooit uit zijnen stand zal wijken,
Zoo min zal Uwe trouw ooit wank'len of bezwijken.
M.v.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's