De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

6 minuten leestijd

Neutrale politiek.
De voorstanders van de emancipatie — toekennen van gelijke rechten — van de vrouw, kunnen over het extra parlementaire Kabinet-De Geer tevreden zijn. Nauw heeft de Tweede Kamer op voorstel van de regeering de benoembaarheid der vrouw tot het ambt van griffier der Provinciale Staten aangenomen, of de Minister van Binnenlandsche Zaken en Landbouw komt weer met een nieuwe verrassing. Ditmaal gaat het over de benoeming van vrouwen tot burgemeester. Ook op dit punt kunnen zij, die de mo­derne beginselen omtrent de positie der vrouw huldigen, gerust zijn, nu de Minister mededeelt dat bij de voorbereiding van een wetsontwerp tot wijziging van de Gemeentewet, de benoembaarheid van vrouwen tot burgemeester een punt van overweging zal uitmaken. Of zulk een voorstel ook de instemming der Tweede Kamer hebben zal, wie, die kennis heeft genomen van wat in ons Parlement over de emancipatie der vrouw, bijzonder in den laatsten tijd, te doen is geweest, zal daaraan nog kunnen twijfelen?
Toen op 28 October l.l. de benoembaarheid der vrouw tot griffier der Provinciale Staten aan de orde was, stemden naast de aaneengesloten linkerzijde voor het voorstel niet minder dan 9 Roomsch Katholieken en 4 Christelijk Historischen. En op die zelfde stemmen zal Minister Kan ook wel kunnen rekenen, als hij zoo straks met eene regeling komt tot benoeming van vrouwen tot burgemeester.
Het verbaast, dat het Kabinet, dat bij monde van zijn voorzitter in Maart 1926 de verklaring aflegde, „dat de politieke vraagstukken, die verband houden met de partijgroepeering, zooals die tot dusverre hier te lande heeft bestaan, zullen blijven rusten en gehandhaafd blijven in het stadium, waarin zij op het oogenblik, d.i. op den datum van het optreden van het Ministerie, verkeeren", met voorstellen komt, waarin de steeds zoo scherp bestreden onderwerpen, welke verband houden met de emancipatie der vrouw, aan de orde worden gesteld.
Een zelfde gedragslijn zien wij het Kabinet ook innemen bij de indiening van het wetsontwerp tot het vervroegen van het zevende leerplichtjaar. Zulke maatregelen schijnen, ondanks de bovengenoemde verklaring, met het neutrale cachet van het Kabinet niet in strijd te zijn en ook niet de status quo (bestaande toestand) in gevaar te brengen.
Maar wanneer de Regeering gewezen wordt b.v. op de overtreding van de Begrafeniswet, waardoor de lijkverbranding haar gang gaat, of op het vaak ergerlijke gesol met den stemplicht, en maatregelen worden gevraagd om de wetgeving niet tot een belaching te maken, dan heet het, dat dergelijke onderwerpen zich niet laten verstaan met de afgelegde regeeringsverklaring van 1926, want, dat, zoo men aan de wenschen gevolg gaf, daarmede de genoemde politieke vraagstukken niet meer in het stadium zouden blijven, waarin zij bij 't optreden van het Kabinet verkeerden.
En zulke politiek heet dan neutrale politiek. Een politiek die wel de Vrijzinnigen en de Sociaal Democraten in het gevlij komt, maar die vierkant ingaat tegen de beginselen van hen, die ook op Staatkundig terrein de eeuwige beginselen belijden, die in Gods Woord zijn geopenbaard. Het moet voor degenen, die de komst van het Kabinet-De Geer destijds toejuichten, een niet aangename ontnuchtering zijn, wanneer zij zich van deze dingen rekenschap geven.

Nogmaals in gebreke gebleven.
Het is juist zoo uitgekomen, als wij het gedacht hadden. De Minister van Marine heeft niets begrepen van de Staatkundig Gereformeerde opmerking, die in het Marineverslag was opgenomen geworden. Onze lezers zullen het zich herinneren, hoe veertien dagen geleden in ons blad een artikel voorkwam over: „Z'n beurt laten voorbijgaan", en waarin gewezen werd op het opmerkelijke geval, dat ds. Kersten, hoewel zelf rapporteur voor de Marinebegrooting, met geen woord melding maakte van het standpunt der Staatkundig Gereformeerden ten opzichte van de groote Marinevraagstukken. Zoo, van hetgeen zij b.v. noodig achten, dat ten behoeve van het bevorderen van de godsdienstige-, geestelijke-en zedelijke belangen van het scheepsvolk door de landsoverheid zal worden verricht.
Uitzondering op dit stilzwijgen van den Staatkundig Gereformeerden leider, maakte de geheimzinnige en niet minder raadselachtige passus in het verslag, luidende:
,,Enkele leden achten de richting, waar in de verzorging van de godsdienstige belangen van het Marine-personeel geschiedt, in strijd met de roeping van de Overheid van Nederland in verband met zijn historie".
Ten aanzien van deze duister gestelde opmerking schreven wij bij deze gelegenheid: 
,,Het zou zeker een zaak van groote beteekenis zijn geweest, wanneer de Staatkundig Gereformeerde rapporteur (ds. Kersten) eens duidelijk had aangegeven, wat van Overheidswege behoort te geschieden om hare daden verband te doen houden met de historie van Nederland".
En lieten daarop volgen:
,,Maar thans blijft de zaak in al haar geheimzinnigheid gehuld. Het zal ons dan ook zeer benieuwen, wat Minister Lambooy (de R.K. bewindsman) op de Staatkundig Gereformeerde opmerking uit het verslag zal hebben te antwoorden".
Op dit antwoord hebben wij niet lang behoeven te wachten, want de Memorie van Antwoord van den Minister verscheen reeds midden van de vorige week. Daarin lezen wij in de overeenkomstige passage van het Antwoord:
,,Zonder nadere toelichting is het ondergeteekende (de Minister van Marine) niet mogelijk, de bedoeling te begrijpen van enkele leden, die de richting, waarin de verzorging van de godsdienstige belangen van het Marine-personeel geschiedt, in strijd achten met de roeping van de Overheid van Nederland in verband met zijn historie".
Het is dus juist zoo uitgekomen, als wij voorspeld hadden; Minister Lanbooy heeft niets begrepen van de in raadselen en orakeltaal geschreven opmerking van ds. Kersten en de zijnen. En dat deze laatsten dus geen antwoord kregen op de door hen gemaakte opmerking, is hun eigen schuld. Dan had men maar eens precies moeten zeggen, hoe men van Staatkundig Gereformeerde zijde de verzorging der godsdienstige belangen van het marine-personeel in het licht ziet van de roeping van de Overheid van Nederland in verband met zijn historie.
Het valt ook nog te bezien of de leider der Staatkundig Gereformeerden zèlf wel de strekking van zijn opmerking in het Marineverslag heeft begrepen en of hij persoonlijk wel een inzicht heeft, hoe het door hem geopperde denkbeeld ware uit te voeren.
Wij maken dit op uit het feit, dat, toen de Commissie van Rapporteurs, waarbij ds. Kersten — gelijk dit de gewoonte is — zich had uit te spreken over de vraag, of de behandeling van het begrootingshoofdstuk voldoende was voorbereid, ds. Kersten in geen enkel opzicht bezwaar maakte, om het antwoord van den Minister van Marine op zijn opmerking, wat geen antwoord was, te accepteeren, ja, zelfs daarover ten eenenmale zweeg.
Dat wij dit optreden van ds. Kersten niet begrijpen, zal een ieder duidelijk zijn. Was de zaak, waarover het liep, den leider van de Staatkundig Gereform. Partij ernst, dan had hij door moeten tasten en had hij den Minister eens precies moeten zeggen, hoe naar zijn inzicht de Overheid van Nederland, in verband met zijn historie, zich heeft te gedragen bij de verzorging van de godsdienstige belangen van het Marinepersoneel, en als de zaak hem onverschillig liet, had ds. Kersten haar niet in het Marineverslag moeten ter sprake brengen.
Naar onze meening is ds. Kersten thans voor de tweede maal in gebreke gebleven, om, zoo hij daartoe in staat is, eens duidelijk aan te toonen, dat, wat de Staatkundig Gereformeerden als eisch van hunne beginselen voorstaan, practisch iets anders is, als sinds jaren door andere partijen wordt verdedigd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's