GEESTELIJKE OPBOUW
De Vrijmetselarij (22)
„Wereld vol haat en misverstand; waarom zijt gij niet één groote Loge? " zoo lezen we bij Faubel. (Vrijmetselarij, enz., blz. 36).
Heel de wereld, al de volkeren, wil de Vrijmetselarij bijéén brengen in een „volkerenbond" en tot een „vreeverbond". En waar de Vrijmetselaarsbeweging eigenlijk zuiver landelijk is met plaatselijke Loges en een landelijke Grootloge of Groot-Oosten (zoodat men spreekt van de Grootloge van Schotland en de Grootloge van Nederland, of misschien meer nog van het Schotsche Groot-Oosten of het Nederlandsche Groot-Oosten) dat dan een soort centraal-bestuur is, zoo is men er hoe langer hoe meer op uit om internationale Maconnieke vergaderingen of congressen te houden, vooral ook om de vredes-gedachte te propageeren. „Meer dan ooit moeten de Vrijmetselaren met allen, die hetzelfde willen, samenwerken om de menschheid te genezen van haar algemeene kwaal: „hare blindheid". Niet buiten ons, maar in ons ligt de kracht en de beteekenis van het zien. De gewone laag-bij-den-grondsche politici en diplomaten denken nog altijd het zedelijke herstel der wereld — want alleen daarom gaat het — met hunne oude middelen te kunnen verkrijgen; maar daarin zullen zij nimmer slagen. Hoogstens brengen zij het weder tot een toestand van niet-oorlog. Ook is geen heil te wachten van idealen als Marxisme, Communisme en Bolsjewisme; noch van Fascisme dat het nationalisme op de spits drijft. Neen! het licht van andere gedachten is noodig om al dat leed te voorkomen. De groote Synthese ligt uitsluitend in de W a r e H u m a n i t e i t s i d e e, zooals Goethe, Lessing en Fichte reeds vertolkten. Alleen het morgenrood van het H u m a n i s m e is in staat de duisternis te doorboren. Dat wil zeggen, dat alleen de maconnieke gedachten: zoekt op wat vereent, neemt weg wat verdeelt en alles gedragen door de liefde van den mensch tot den mensch, de menschheid kunnen redden". „Wij hebben het nog niet bereikt, maar benaderen het wel. Men moet er zich bij neerleggen, dat de weg, welke de menschheid voor hare evolutie volgt, in veel opzichten gelijkt op een spiraal; stijgend, dalend, dan eenige teruggang om weer te stijgen en den weg te vervolgen. Een langzame en moeilijke weg, maar vooruitgang in ieder geval!" „Al zien wij dan ook niet onmiddellijk de vruchten van onzen arbeid, zoo worden wij toch gedragen en gesterkt door de overtuiging, dat alleen een groot levensidealisme het leven brengen kan tot volle vruchtbaarheid". Zoo lezen we bij F a u b e l (Vrijmetselarij enz., blz. 38). En het slot van zijn boekje luidt: „Aan het eind van den avond wijzen alle schaduwen naar het Oosten; dat is de natuur van alle licht, dat uit het Oosten komt. En als het eind van den levensavond voor den Vrijmetselaar aanbreekt, en als hij dan zijn voorschoot losbindt, de werktuigen voor goed aan zijn handen ontvallen en zijn wegwijzer naar het Eeuwig Oosten wijst, dan zal hij heengaan in het besef, dat hem ook niet alles op deze aarde is gelukt, want de menschelijke idealen dragen de kiem der onbereikbaarheid in zich en zij reiken verder dan de menschelijke kracht. Maar als hij in den levensstrijd en in den strijd voor Wijsheid, Kracht en Schoonheid zijn hoogste geestelijke goed onbevlekt heeft weten te bewaren, dan zal hij dat weten te danken aan de „Vrijmetselarij".
Zoo staan ze vóór ons in den geest, die Vrijmetselaars, vergaderd in de Loge of bouwkeet, met schootsvel voor, met passer en winkelhaak in de handen. Zoo staan ze voor ons in „De Drie Kolommen", waar wijsheid alles uitdenkt, kracht alles uitvoert en schoonheid alles siert. Zoo staan ze voor ons, leerlingen, gezellen, meesters, die in hun organisatie willen uitbeelden, dat er noeste vlijt noodig is om op te klimmen tot hooger rang en dat het hoogste niet wordt bereikt of men moet met 't laagste beginnen. Daar staan ze voor ons, hier en in andere landen; en er zijn er niet weinigen. Want volgens het jaarboek voor 1923 telde de Orde medio 1922: 131 Grootloges of Groot-Oosten ('t verschil in naam brengt geen onderscheid in wezen mede) samen omvattende ruim 26750 loges en ruim 3.580.000 leden (in 1913 waren er 110 Groot-loges, 23.182 loges en 2.095.627 leden). Dat is dus niet weinig! En het aantal loges en leden groeit blijkbaar in den na-oorlogstijd sterk.
Breede scharen van Vrijmetselaars zien we in den geest voor ons. Broeders, met broederlijke verhoudingen, om de naastenliefde te brengen in het midden der menschheid en den wereldopbouw voort te zetten onder het Alziend Oog van den Opperbouwmeester des Heelals! De ware humaniteit is hun kracht en hun ideaal. De ruwe steen moet tot glad gepolijsten kubus gemaakt. De menschheid moet beschaafd, veredelü worden. De mensch is goed en moet goed gemaakt worden. De menschheid is goed en moet goed gemaakt worden. Dat willen de Vrijmetselaars. Vandaar dat in de Grondwet voor de Orde van Vrijmetselaren onder het Groot-Oosten der Nederlanden, staat: Art. 2. a. Vrijmetselarij is de uit innerlijken drang geboren geestesrichting, welke zich openbaart in een voortdurend streven naar ontwikkeling van al die eigenschappen van geest en gemoed, die den mensch en de menschheid kunnen opvoeren naar hooger geestelijk en zedelijk peil. Zij vindt hare toepassing in de beoefening van de hoogste levenskunst, b. De Orde, zelfstandig deel van de broederschap der Vrijmetselaren, verspreid over het oppervlak der aarde, stelt zich ten doel een gemeenschappelijk middelpunt te zijn voor de beoefening van die levenskunst en streeft naar de veelzijdige en harmonische ontwikkeling van den mensch en de menschheid. c. Zij gaat uit van een vast vertrouwen in de werkelijkheid eener geestelijke en zedelijke, den mensch en de menschheid voortstuwende wereldorde. d. Zij neemt voorts als grondslag aan de erkenning van: 1. de hooge waarde van de menschelijke persoonlijkheid; 2. ieders recht om zelfstandig te zoeken naar waarheid; 3. 's menschen zedelijke verantwoordelijkheid voor zijn doen en laten; 4. de gelijkheid in wezen van alle menschen; 5. de algemeene broederschap der menschen; 6. ieders plicht om met toe wijding te arbeiden aan het welzijn der gemeenschap.
Nadat zóó gezegd is wat de Orde der Vrijmetselaars is en wat het doel der Orde is in leven en streven, wordt nader uiteengezet hoe men zich denkt dat doel te bereiken:
Art. 3. a. De Orde tracht haar doel te bereiken door hare inrichting en de onderlinge verhoudingen in haar midden te doen beantwoorden aan de in Art. 2 omschreven beginselen en door de maatschappij van deze beginselen te doordringen, b. Zij arbeidt daartoe eensdeels op de haar eigene wijze met behulp van symbolen en ritualen als vertolking van idealen en gedachten, uitingen van den hoogsten levensgeest; anderdeels door te bevorderen alles wat geestelijke armoede, zedelijke en stoffelijke ellende kan doen verkeeren in geestelijken en zedelijken rijkdom en stoffelijken welstand, c. Zij kweekt verdraagzaamheid, betracht rechtvaardigheid, bevordert naastenliefde, zoekt op, wat menschen en volken vereent, tracht weg te nemen, wat de geesten en gemoederen verdeelt, en brengt tot hoogere éénheid door het bewustzijn levend te maken van de allen verbindende broederschap, d. Zij eischt gehoorzaamheid aan de wetten des lands.
Wie en hoe men tot Vrijmetselaar kan worden aangenomen, wordt omschreven in de Artikelen 18 en 19, die aldus luiden:
Art. 18. Als Vrijmetselaar kunnen slechts worden aangenomen mannen, die den leeftijd van 21 jaren bereikt hebben en wier levenswandel, levensopvatting, geestelijke ontwikkeling en beschaving recht geven om te vertrouwen, dat van hen ter bevordering van het doel der Orde medewerking en steun mogen worden verwacht, en zij zich door de beginselen, uitgedrukt in Art. 2, zullen laten leiden.
Art. 19. Voor aanneming als Vrijmetselaar is voorts vereischt dat: a. de candidaat door een Meester-Vrijmetselaar, gewoon lid eener Loge, bij den Voorzittend-Meester dier Loge, schriftelijk, onder opgaaf van redenen, is aanbevolen; b. een volgens bij Ordewet gestelde regelen ingesteld onderzoek naar zijne geschiktheid tot een gunstigen uitslag heeft geleid; c. de Meestervergadering dier Loge tot zijne aanneming heeft besloten met eene meerderheid, welke in het huishoudelijk reglement van elke Loge wordt bepaald, maar welke ten minste moet omvatten twee-derden der uitgebrachte stemmen; d. het Hoofdbestuur het besluit der Meestervergadering heeft bekrachtigd.
(Slot volgt).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's