KERKELIJKE RONDSCHOUW
Commissie tot reorganisatie.
In de Synode is dezen zomer een voorstel van de Confessioneele Vereeniging aangenomen, bedoelende de benoeming van een Commissie tot reorganisatie der Nederlandsche Hervormde Kerk. De Synode heeft toen een groslijst gemaakt, waarop namen van leden der Synode en personen buiten de Synode konden worden geplaatst, waaruit de Synodale Commissie in haar Novembervergadering dan een vijftal personen zou verkiezen. Ingevolge de keuze van de Synodale Commissie is nu het verzoek gericht om deel te nemen aan het samenstellen van een rapport, de heeren: prof. dr. Th.L. Haitjema, van Groningen, kerkelijk hoogleeraar; ds. A.B. te Winkel, van 's-Gravenhage, sec.-lid van de Synode; ds. M. van Grieken te Rotterdam; dr. J.C.S. Locher te Leiden en dr. J. Riemens te Leiden.
De Vrije Universiteit en de Hervormden.
In het vorig no. hebben wij er reeds op gewezen waarom het zoo noodig is, dat héél „de Gereformeerde gezindheid" — zoo als Groen van Prinsterer 't noemde — vereenigd wordt, wat het Hooger Onderwijs aangaat. Want ons onderwijs, in alle geledingen — hier is geen halverwege halt houden mogelijk noch wenschelijk — moet als van den Geest Gods doortrokken, z'n diepsten grond vinden in Gods geopenbaarde waarheid. Voor natuuronderzoek, voor geschiedenisonderzoek, voor aardrijkskundige onderzoekingen behoeven wij, christenen, niet bang te zijn en laten de aardlagen maar voor ons opengelegd worden, overal zal Gods waarheid tot ons komen, gelijk de Heere alles regeert en bestuurt. Maar dan moet ook Gods Woord ons steunpunt zijn. Dit ook: „Ik geloof in God, den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde". Dit ook: „dat de eeuwige Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die hemel en aarde geschapen heeft en nu onderhoudt en regeert, om Zijns Zoons Christus' wil onze God en Vader zijn wil".
Zóó moeten we tot alle terrein der wetenschap naderen, om de velden, die wijd en die vele zijn, te doorwandelen met de studeerende jeugd.
Natuurlijk zullen we dan wel eens een ,,opvatting", „onze" opvatting van de Waarheid, moeten wijzigen of loslaten, maar daardoor zal de Waarheid zelve dan heerlijker en duidelijker aan 't licht treden, de Waarheid Gods, die naar Gods Woord is. Nu hapert het wat — soms hier en daar nog al erg — als 't gaat om samenwerking tusschen Kerkelijk-Hervormden en Kerkelijk-Gereformeerden. Niet zelden ook, omdat de Hervormden veel te lang en veel te veel alles en alles aan de Kerkelijk-Gereformeerden hebben overgelaten. De Hervormden waren dan niet de menschen van de actie, niet van het werk, ook niet van het geld, ook niet van de gave en van het offer. We hebben stil gezeten en we hebben de hand op den zak gehouden. Laten we 't maar eerlijk bekennen; eerlijk duurt 't langst!
Nu moeten we zien, dat we het in orde krijgen. Niet door slechts critiek te oefenen, maar door mee te werken, door ons te geven. Ons te geven voor het werk, ook te geven van ons geld.
't Verblijdt ons, dat we telkens van de leiders en de vooraanstaande personen — uitzonderingen zijn er altijd — bemerken, dat ze op samenwerking aansturen. Ook wat betreft de Vrije Universiteit.
Zoo werden we er pas nog aan herinnerd, dat b.v. de heer Colijn — waarlijk niet de minste in de rij — gesproken heeft op de volgende wijze:
»Of ook in de toekomst velen van verre zullen blijven staan, die toch eigenlijk bij ons hooren, is niet te zeggen. Af en toe doen zich echter teekenen voor, die op een kentering schijnen te wijzen. Zoo kwam onlangs het bericht, dat ergens van de 180 a a n g e w o r v e n c o n t ri b u a n t e n e r s l e c h t s 40 t o t d e G e r e f. K e r k b e h o o r d e n e n d e o v e r i g e n l e d e n d e r H e r v. K e r k w a r e n. Zijn dat op zichzelf staande feiten, of wolken als eens mans hand, waarop straks een groote regen zal volgen?
De taak van de voorstanders der Vrije Universiteit bestaat hier in hoofdzaak in wachten. En verder in het stevig vasthouden aan de twee hoofdwaarheden, waaraan de medewerking van breeder gereformeerden kring wel altijd gebonden zal blijven: dat de Vrije Universiteit eenerzijds met onverzwakte trouw blijve waken voor de zuiverheid van haar grondslag, voor de ongerepte handhaving der gereformeerde beginselen, en a a n d e n a n d e r e n k a n t z i c h e r v o o r h o e d e n, d a t z ij h e t k a r a k t e r e e n e r k e r k e l ij k e g e r e f o r m e e r d e i n s t e l l i n g zou a a n n e m e n«. (De spatiëering is van ons).
Als de heer Colijn zoo spreekt, kunnen we dat vertrouwen. Wie het anders — en dan natuurlijk bedektelijk — wil voorstellen, alsof de heer Colijn hier niet te vertrouwen is, die is voor ons niet zoo heel betrouwbaar; en die heeft zeker nog niet het honderdste partje in deze gepresteerd, wat de heer Colijn heeft gedaan.
Zoo goed als we dus in den laatsten tijd geklaagd hebben — als er oorzaak voor was en nooit om af te breken, maar juist om op te bouwen — willen we nu ook met blijdschap deze woorden van den heer Colijn vermelden. En we willen alle Hervormden, die het wél meenen met de christelijke grondslagen van ons volksleven, opwekken om toch acht te geven, en dan niet alleen te praten, niet alleen te critiseeren, maar de handen uit de mouwen te steken en eens flink, zegge flink te gaan mee werken en mee geven, mee offeren ook. Degenen die van kleine krachten zijn kunnen hier wat doen en die van grooter kracht gerekend kunnen worden, moeten niet achterblijven.
Wij, Gereformeerd-Hervormden, moeten ook wetenschappelijk meer ons op werken. Want, laten we het maar zeggen, daar ontbreekt in onze kringen ook veel te veel aan. En het werk ligt opgestapeld, alles schreeuwt en roept: helpt ons! Laten we dan toch alles in het werk stellen om tot den grooten arbeid in te gaan. We hebben Gereformeerd Hervormden noodig overal: dominé's, leeraars aan H.B.S. en Gymnasium, juristen, doktoren. Zijn ze er? En zoo niet, kunnen we dan de handen niet in elkaar slaan, om zoo te bereiken wat er te bereiken is?
Voor jonge menschen — want voor de ouderen is in dezen de tijd voorbij — ligt veelszins een weg open, waarin de Heere roept. Hoort, hoort Zijne stem!
Ds. Börger van Gouda.
De moderne ds. Börger, predikant te Gouda, zou heengaan. Hij verklaarde zijn ambt te zullen neerleggen, zoodra hij iets anders had gevonden, waarin hij levensbestaan en levenswerk zou kunnen vinden. Tot nu toe kwam er van ontslag aanvrage niets en bleef ds. Borger dus predikant bij de Ned. Hervormde gemeente te Gouda.
Het komt ons voor, voor zoover we ds. Borger kennen, dat hij een man van z'n woord is. Maar het gaat blijkbaar niet vlot. Ook botert het niet erg in deze bij de Vrijzinnigen onderling. Want — zoo lezen we in het Hervormd Zondagsblad — op de vergadering van de Vrijz. Hervormden in Zuid-Holland is de zaak ds. Börger ter sprake geweest en in 't verslag staat dan:
»Bij de rondvraag doet ds. de Graaf nog enkele mededeelingen omtrent den toestand in Gouda. Het hoofdbestuur wilde een poging doen om ds. Börger in Gouda te houden, opdat de vrijzinnige plaats bezet zou blijven. De bespreking met ds. Börger heeft echter nog niet plaats gehad. Ds. Boer merkte op dat de kwestie-Börger niets te maken had met diens wijsgeerige beschouwing en stelde de vraag of de Vereeniging mag sanctioneeren dat ds. Börger zijn taak als predikant zoo verwaarloost. De heer Tuinstra (Gouda) lichtte de Goudsche toestanden nog eenigszins toe en betreurde het dat ds. Börger niet ter vergadering was, ten einde zich te verdedigen. Ds. Landstra (Haastrecht) zegt te Gouda als catecheet voor ds. Börger werkzaam te zijn geweest, doch heeft die werkzaamheden beëindigd. Spreker was van meening, dat ds. Börger de voornaamste hinderpaal is voor de Vrijzinnig-Hervormde beweging in Gouda. Ds. de Graaf gaf de toezegging op de volgende vergadering te zullen mededeelen, welke resultaten de conferentie met ds. Börger heeft opgeleverd. Ds. Van der Heijden was van meening, dat de afdeeling Gouda moet kiezen vóór of tegen ds. Börger; is zij vóór ds. Börger; dan werkt zij deze organisatie tegen«.
Hoe hier alles zit, weten wij natuurlijk niet. Maar als hier ds. Börger de voornaamste hinderpaal voor de Vrijz. Hervormde beweging te Gouda genoemd wordt, nu, dan weten we genoeg. 't Zal ons benieuwen, wat ds. Borger, die niet iedereen is, doen zal en wanneer het zal geschieden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's