STAAT EN MAATSCHAPPIJ
Dankbaar, maar niet voldaan.
Het in uitzicht gestelde wetsontwerp, waarbij de thans bestaande wettelijke voorschriften betreffende de vaccinatie zouden worden gewijzigd, is een paar dagen geleden bij de Staten-Generaal binnengekomen.
Zooals bekend is, had de Gezondheidsraad, nadat zich tengevolge van de vaccinatie tegen de pokken ernstige ziekteverschijnselen voordeden, en daarom de indirecte vaccinedwang niet meer viel te handhaven, de Regeering geadviseerd, de wettelijke bepalingen, ter zake van het verbod van schoolbezoek door niet gevaccineerden op te heffen.
Aan dat advies is gehoor gegeven en zoo is dan voorgesteld het desbetreffend artikel van de wet tegen de besmettelijke ziekten buiten werking te stellen, doch niet voor goed, maar voor een tijdperk van drie jaar, d.i. tot 1 Januari 1931.
De bedoeling van deze bepaling is, om, wanneer de datum van 31 December 1930 verstreken is, en geen verlenging van den termijn heeft plaats gehad, den vaccinedwang weer automatisch in werking te doen treden.
De Regeering hoopt, dat het verschijnsel, dat na de inenting ernstige ziekteverschijnselen optraden, die in enkele gevallen een doodelijk verloop hebben gehad, binnen den gestelden tijd zal zijn opgelost en dus de mogelijkheid van bestrijding van het verschijnsel zal zijn gevonden.
Echter heeft Minister Slotemaker het bij deze ééne wijziging in de Wet tegen de besmettelijke ziekten niet gelaten. De Regeering is van oordeel, dat, indien de vaccinatie gedurende eenigen tijd verslapt, wat een natuurlijk gevolg zal zijn én van de ernstige ziekteverschijnselen, welke zich voordeden én van de opheffing van den dwang, de kans van optreden van de pokken toeneemt. Daarom acht zij het noodig dat de verantwoordelijke Minister met betrekking tot de scholen zekere bevoegdheden worden gegeven voor het geval, dat pokken worden waargenomen.
Deze bevoegdheid bestaat hierin, dat verboden kan worden dat in een gemeente, zoodra één of meer gevallen van pokken zijn waargenomen, leerlingen, onderwijzers, onderwijzeressen, leeraren, leeraressen of andere personen tot de scholen worden toegelaten, zoo althans geen verklaring wordt overgelegd, dat de persoon, dien het hier geldt, gevaccineerd is.
Ook kunnen in het uiterste geval de scholen worden gesloten.
Het ingediende wetsontwerp houdt dus voorschriften in, betreffende de tijdelijke opschorting van het verbod van schoolbezoek van niet gevaccineerden en van het geen gebeuren moet, wanneer de pokziekte zal zijn waargenomen.
Wat de tijdelijke opschorting van 't verbod betreft, komt het ons voor, dat met het karakter van het tijdelijk stopzetten van het verbod moeilijk kan worden ingestemd. Het is niet geheel juist, wat de Minister beweert, dat eerst sinds eenigen tijd gevallen van aandoening van het centraal zenuwstelsel na inenting tegen pokken zijn waargenomen; de gevallen toch, dat vaccinatie nadeel toebracht aan de gezondheid der gevaccineerde kinderen, ja, zelfs dezen voor hun leven ongelukkig maakte, dateeren van jaren her. Daarom zal de tijdelijke buitenwerkingstelling der vaccinatie een blijvende moeten worden.
En wat het sluiten der scholen aangaat bij pokziekte voor kinderen, die niet zijn gevaccineerd, zal absoluut moeten vaststaan dat, tegelijkertijd dat de ongevaccineerde kinderen van de school worden verwijderd, automatisch de leerplichtwet wordt uitgeschakeld; want gebeurt dit niet, dan zouden de ouders óf hebben te zorgen voor huis-onderwijs voor hunne kinderen, óf wel zich schuldig maken aan overtreding dei leerplichtwet. En daarvan kan natuurlijk geen sprake ziin.
Zijn wij met 't oog op het bovenstaande voor de indiening van het wetsontwerp betreffende de vaccinatie dankbaar; eerst wanneer de tijdelijke opheffing van het verbod in een blijvende zal zijn veranderd, zullen wij ook voldaan zijn.
Geen gelukkige momenten.
Evenmin als de leider van de Staatkundig Gereformeerden, heeft ook ds. Zandt gelukkige momenten gehad bij het Marinedebat, dat in de vorige week in de Tweede Kamer heeft plaats gehad. Oorzaak daarvan was, dat men van de zaken niet voldoende af weet en zich dan in kleinigheden verloopt, en zelfs van die onderdelen ook nog niet op de hoogte is.
Het liep in de avondzitting van 17 Nov. over het instituut van de Leger-en Vlootpredikanten. Over dit instituut sprak de Minister van Marine zijn groote tevredenheid uit. Van dit gevoelen was echter niet ds. Zandt, die als bewijs van het tegendeel woordelijk het volgende zeide:
»Ik herinner mij den dag, toen ik, nog predikant zijnde, in mijn pastorie neerzat. Het was in de kritieke dagen, toen het uitbreken van de revolutie Nederland bedreigde. Op dien dag kwam een deputatie militairen tot mij, of ik nog dienzelfden avond voor een groote vergadering van militairen wilde optreden, omdat er een zeer opstandige geest was. Het is verklaarbaar, dat ik die deputatie er op wees, dat het niet in de eerste plaats op mijn weg lag, doch dat die taak op de legerpredikanten, die daartoe aangewezen waren, rustte. Ik ontving het zeer merkwaardige antwoord, dat mij altijd bijgebleven is: „Wanneer die er komen, dan breekt er zeker revolutie uit". Zoo weinig bemind en geliefd waren zij«.
Wij laten nu maar rusten, of het zoo verklaarbaar is, dat, als een predikant in ernstige tijdsomstandigheden, waarin de revolutie dreigt uit te barsten, ter hulpe wordt geroepen, hij rustig thuis achter de kachel blijft zitten. Maar wat gebeurde er in de Kamer? Dit, dat van alle zijden tegen een dergelijke insinuatie aan het adres van het instituut der Legerpredikanten werd geprotesteerd, waar van het eind was, dat ds. Zandt z'n waardeering voor de Legerpredikanten uitsprak met de toevoeging, dat hij het met zijn voorbeeld zoo kwaad niet had bedoeld. Zoo'n incident in de Kamer verhoogt niet de kracht, welke van het christelijk levensbeginsel moet uitgaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's