MEDITATIE
Eén ding noodig.
Martha, Martha! gij bekommert en ontrust u over vele dingen; Maar één ding is noodig; doch Maria heeft het goede deel uitgekozen, hetwelk van haar niet zal weggenomen worden. Lucas 10 vers 41, 42.
We gaan binnen in dat bekende gezin te Bethanië. Wat kwam de Heere Jezus daar dikwijls. Geen wonder, daar woonden Zijn beste vrienden. Daar kon Hij Zijn woorden kwijt. En zij waren geest en leven voor het heilbegeerig drietal. Maar nu is Martha in volle bedrijvigheid. Wat is ze druk! „Zeer bezig met veel dienens". Jezus was gekomen, en Zijne discipelen ook. En nu was er heel wat te zorgen. Zij denkt dat Jezus wel wat medelijden met haar hebben zal. „Heere! trekt Gij U dat niet aan, dat mijne zuster mij alleen laat dienen?" Maar Martha krijgt een ander antwoord, dan ze gedacht heeft. Hij, die de harten kent en de nieren proeft, schouwt Martha tot in het diepst van hare ziel. Ze is niet alleen bezig met veel dienens. Neen, dat ze draaft en voortdurend in beweging is, is nog niet het ergste. Dat ze vele dingen doet ook niet. Maar zij bekommert en ontrust er zich over. Deze woorden wijzen niet op haar doen, maar op haar denken. Ze was geheel vervuld met haar werk, werd er geheel door in beslag genomen, had geen oor voor Jezus' woorden. Die „vele dingen" waren voor haar een beletsel om naar Jezus' woorden te luisteren. Zeker, Martha bedoelde het wel goed. Het was alles voor den Meester, alles tot eere des Heeren. Maar zóó kon ze toch geen gemeenschap met Hem hebben. Martha is als een onrustige rivier. Hebt ge wel eens een rivier bij heel stil weer gezien? Dan is de waterspiegel glad en effen en weerkaatst die rivier de zon, de zon geheel en al. Maar als de rivier onrustig is, ziet ge geen zon, alleen weerkaatsing van licht. En zoo was het met de bedrijvige Martha. In al dat onrustig werken kan ze de Zon der gerechtigheid niet weerkaatsen. En die Zon weerspiegelt zich alleen in een stille, doodgewerkte ziel. Jezus spreekt, maar Martha werkt. Ze wil dienen en niet zich laten dienen.
Nu betrof dit dienen van Martha slechts natuurlijke, tijdelijke zaken. Immers was Martha een godvreezend mensch. Zij immers spreekt straks de belijdenis uit: ,,Ja, Heere! ik heb geloofd dat gij zijt de Christus, de Zone Gods, die in de wereld komen zou". Maar ook bekeerde menschen kunnen afdwalen. Wat ijdele zorg doet hen vaak van 't heilspoor dwalen. Wat blinde ijver dikwijls! Wat zijn ze vaak gelijk aan een onrustige zee. Zóó is nu de onbekeerde godsdienstige ijveraar altijd. Wat is hij vaak vol ijver en plicht. Hij werkt voor de eere des Heeren, zoo meent hij. Hij bekommert en ontrust zich over Kerk, School en Maatschappij, over vele dingen. Hij bedoelt het goed. Hij weerkaatst soms veel licht, evenals die onrustige rivier. Maar niet de Zon der gerechtigheid. Dat ontbreekt. Zeker, wat hij doet is goed, het verdient aanbeveling, maar het beginsel, waaruit alles voortkomt, deugt niet. Het gaat hem als Martha om veel dienens, niet om de Zon der gerechtigheid te doen weerkaatsen. Maar er zijn ook nog andere menschen. In beginsel dezelfde, maar toch gaat het bij hen wat dieper. De conscientie is wakker geworden. En nu gaan zij trachten de wet te vervullen. Ze zijn druk bezig alles bijeen te zamelen om God daarmede tevreden te stellen. Ze zijn bezig met veel dienens en er is veel onrust en bekommering, een draven met Martha. Er is een uitwendige omkeering, een inwendige overdenking. Maar om met dat alles Jezus te behagen, Hem te dienen met zijn gemoedsgestalten en ondervindingen. Doch zij verstaan niet dat Hij niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen. Zeker, zij bedoelen het goed, maar doen verkeerd. Zóó kunnen ze ook aardig wat licht verspreiden, maar de Zon der gerechtigheid ziet ge in hen niet. Jezus spreekt, maar zij zijn aan het werk gegaan.
Gelukkig als nu Gods Geest komt om zaligmakend te werken. Dan komt er een dood-werken. Dan komt de wet ontdekken en eischen. Dan wordt alle dienen zonde. Gods Geest ontdekt dien mensch aan zijn doodsstaat. Zóó, dat alle verwachting van hem zelven ontzinkt, het eischend en veroordeelend recht Gods niet ophoudt. Dan ontwaart de mensch in zich zelve niet anders dan het woelen van den geestelijken dood. Dan is het: mensch, mensch, gij bekommert en ontrust u over vele dingen, maar één ding is noodig. En dat ééne, dien Eéne mist hij. Buiten Hem is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf. Want dat zielsverderf wordt geëischt door het onverbiddelijk recht. En nu wordt de onrustige rivier kalm, want God leert dien mensch onder dat recht buigen, het vonnis zich ten volle waardig keuren, de uitvoering daarvan verwachten, de deugden Gods lief krijgen. En nu is de tijd aangebroken voor de Zon der gerechtigheid, om al haar zonnelicht in de ziel te doen schijnen, zoodat de zondaar nu den geheelen en rijken Christus kan weerkaatsen.
Dat ééne, die Eéne is noodig. Noodig voor u, onbekeerde, met al uw ijver en arbeid, met uw draven en slaven voor de waarheid. Noodig voor u, die in uw overtuiging leeft en het met wat gestalten en bevindingen in orde denkt te krijgen. „Martha, Martha! gij bekommert en ontrust u over vele dingen, maar één ding is noodig". O, zalig een stille rivier te zijn, om een geheelen Christus in Zijn vollen rijkdom te weerkaatsen. Bedenkt dan, alle gij werkers: Eén ding is noodig.
Wat zijn er vele dingen, waarover de mensch zich bekommert en ontrust. En toch kan niemand met bezorgd te zijn ééne el tot zijn lengte toedoen. Wat ijdele zorg doet den mensch dikwijls van het heilspoor dwalen. Maar één ding is noodig. Al die ijdele zorgen zijn onnoodig. Het ééne niet. En dat stelt Jezus hier op den voorgrond. Wat is dan dat ééne noodige? Wel, aan Jezus' voeten zitten, door Zijn woord alleen zich laten onderwijzen. Als een doode zondaar in zich zelve de woorden des levens beluisteren, en dan zóó, dat die levenswoorden spijze der ziel zijn. David zingt er van: Hoe zoet zijn mij Uw redenen geweest, Geen honig kon 't gehemelt' beter smaken. En dan zijn de woorden des levens Christus zelf. Hij is dat ééne noodige. Hij is dat levende brood, dat uit den hemel is nedergedaald. Niet de spijzen, die Martha bereidde. Niet de spijzen, waarmee de overtuigde zondaar zich denkt te voeden en waarover hij zich bekommert en ontrust. Maar het hemelsch manna Christus. Wie dat gebruikt, proeft en smaakt, bekommert en ontrust zich niet. Want dat levende brood is Christus als Borg en Middelaar. Zijne gerechtigheid, waarmee de zondaar in het gericht Gods kan bestaan, waardoor aan 't recht Gods is voldaan en de zondaar vrede en zaligheid geniet. Niet als een spijze, die hij in de etalagekast ziet liggen. Immers zonder meer komt de mensch om. Van honger kan niemand leven. Men zegt wel eens: „God voedt Zijn volk met honger". Doch het dwaze en onbijbelsche dezer uitdrukking kan hier blijken, hoe vroom en „bevindelijk" het ook moge klinken in de ooren van vele gereformeerde(?) vromen onzer dagen. God voedt Zijn volk met het levende brood Christus. Dat is het ééne noodige, maar ook het eene noodige. Met minder komt ge om, eeuwig om. Dat ééne noodige stelt de Heere hier tegenover vele dingen. Vele dingen zijn niet genoeg. Maar dat ééne is alles. Gij kunt vele beschouwingen hebben, vele overpeinzingen, vele aandoeningen, vele ervaringen zelfs, vele overtuigingen, vertroostingen en beloften misschien. Maar die Eéne, die Borg is absoluut noodzakelijk. Hem te kennen is het eeuwige leven, want: „Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den eenigen en waarachtigen God en Jezus Christus, dien Gij gezonden hebt". Dat is het kenmerk van genade en geestelijk leven. In dit ééne kenmerk trekken zich alle andere kenmerken samen. Daarom is dit ééne noodig. Moge het Christendom onzer dagen, met zijn vereenigingen, bonden en organisaties, dit bedenken. Niet om met Bilderdijk al deze dingen te veroordeelen, maar om een verwaterd of vroom Christendom, dat vele dingen doet, te wijzen op het ééne noodige.
En nu getuigt de Heere zelf van Maria: „doch Maria heeft het goede deel uitgekozen, hetwelk van haar niet zal worden weggenomen". Maria mocht dus niet alleen luisteren, maar Jezus noemt het „het goede deel". Jezus neemt het voor haar op. Zij is de stille, rustige watervlakte, in wie de Zon der gerechtigheid zich geheel weerspiegelt. Jezus is alles voor haar. Haar grond, haar hoop, haar gerechtigheid, haar Borg. Dat is „het goede deel" dat van haar niet zal worden weggenomen. Door geen mensch, geen wereld, geen duivel, geen hel, geen dood, ja zelfs geen goddelijk recht. Want Sion zal juist door recht verlost worden en hare wederkeerenden door gerechtigheid.
En wat een verschil nu tusschen Maria en Martha.
Martha gelooft dat ze Jezus liefheeft. Maria gelooft dat Jezus haar lief heeft. In de liefde van Martha tot Jezus ligt geen enkele grond voor de zaligheid. Bovendien is zelfbedrog in dezen zoo gemakkelijk. Velen besluiten uit allerlei dingen, daden en werkzaamheden, dat ze Jezus lief hebben en leggen dan die liefde tot grondslag voor de zaligheid. Dit fundament echter is niet bestand als de waterstroomen komen en storm winden gaan waaien. Daarom is noodig de liefde van den Borg tot den verloren zondaar. Alleen in die liefde ligt een hecht fundament. Die liefde moet ervaren en moet dus ook uw deel zijn of worden.
Verder ziet ge hoe Martha alles voor Jezus wil doen. Maria echter laat alles door Jezus doen. Martha meent den Meester te eeren. Maria doet het werkelijk. Martha wil geven. Maria wil ontvangen. Martha werkt. Maria zit stil. Martha is de rustelooze zee. Maria de kalme, effen watervlakte. En zeker, nu is dit bij Martha een wangestalte in haar geestelijk leven. Maar wat bij Martha wangestalte is, is de gestalte van den naam-Christen, die, ondanks alle bekommering en ontrusting, daarin niettemin een grond zoekt. Het gaat om de keuze van Maria. Ga dan eens rustig zitten. Leg u zelve eens ter toetsing. Zie eens dat ge met al uw uitwendigen godsdienst moet omkomen. Gij rustige mensch, die in uw onbekeerlijkheid voortleeft, zie eens uw verloren staat.
Gij werkers, ijveraars, rusteloozen, waarin zal al uwe bekommering eindigen? Is het vrucht van een nieuw leven in Christus, of alleen van een conscientie-overtuiging? Komt uw werken uit de wet of uit het evangelie? Ontzinke het u alles als grond. Dan wordt ge stil onder Gods recht. Dan gaat de Zon der gerechtigheid op om zich geheel in uwe ziel te weerspiegelen. Dan hebt ge een deel dat geen duivel of wereld u ontrooft. Dan hebt ge het ééne noodige. Dan hebt ge alles.
Oud. v. SCH.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's