De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SCHRIFTVERKLARING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SCHRIFTVERKLARING

1 Timotheüs (103)

5 minuten leestijd

Beveel den rijken in deze tegenwoordige wereld dat zij niet hoogmoedig zijn, noch hunne hoop stellen op de ongestadigheid des rijkdoms, maar op den levenden God, die ons alle dingen rijkelijk verleent, om te genieten; Dat zij weldadig zijn, rijk worden in goede werken, gaarne mededeelende zijn en gemeenzaam; Leggende zichzelven weg tot eenen schat een goed fundament tegen het toekomende, opdat zij het eeuwige leven verkrijgen mogen. 1 Tim. 6 vers 17, 18 en 19.

1 Timotheüs.
103
Zielzorg voor de rijken. De apostel heeft dus met het woord „Amen" van het zestiende vers geen einde van zijn brief bedoeld, om er ten slotte nog als een onderschrift eenige wenken aan toe te voegen. Neen, dit zeventiende vers sluit zich aan bij hetgeen de apostel gezegd had over de begeerte om rijk te worden en de geldgierigheid. Meen nu echter niet dat het hier dan eene herhaling zou zijn van wat hij reeds geschreven had. Immers schreef de apostel eerst over hen, die rijk wilden worden en het dus nog niet waren. Nu gaat het over hen, die rijk zijn. Was het in het eerste geval bedoeld ook als eene waarschuwing voor Timotheüs, opdat hij bij zijn heerlijke bediening toch niet in de strikken der geldgierigheid zou vallen, nu geldt het ook weer zijn bediening, maar thans met het oog op de herderlijke verzorging van de zielsbehoeften der rijken.
In de gemeente van Efeze waren dus blijkbaar ook gegoeden. Timotheüs mocht aan die rijken zijn herderlijke vermaning niet onthouden. Denk hierbij nu niet in de eerste plaats aan de openbare prediking, waaronder zich ook de rijken schikten. Hier is, zooals in geheel dezen brief, wel het meest bedoeld de meer intieme omgang van den herder met zijn schapen, zooals die in onze dagen in het huis-en ziekenbezoek naar voren moet treden. Er zijn wel helden op den preekstoel, die in de prediking de rijken goed onder handen nemen, maar die in een gesprek „onder vier oogen" al hun moed schijnbaar verloren hebben. En wijl de rijken in de gemeente en in haar samenkomst meestal schaarsch zijn, krijgt voor hen zulk een kanselvermaning een veel te persoonlijk karakter en zegt de groote menigte hiervan: Hij heeft het hem of haar maar weer eens goed aangezegd. Zulk een wijze van doen mist meestal de goede uitwerking, terwijl de rijken het kerkgebouw meer schuwen dan lief hebben.
Let er wel op, de apostel heeft de zielzorg der rijken op het oog, niet de verzorging van de armen, "de onderhouding van den eeredienst, het werk der zending en der philanthropie in het algemeen, waarvoor de rijken hunne gaven moeten geven, 't Gaat hier over het zieleheil der geloovige rijken. Timotheüs mocht niet tevreden zijn als die rijken maar hun offers brachten. Als hun ziel daarbij niet goed gesteld was, beteekenden die gaven voor anderen wel veel, maar voor hen zelf niet het minste. Het moest Timotheüs allereerst te doen zijn om het geestelijke leven der gemeente, ook van de rijken onder haar. Ook zij behoorden tot de schapen, waarvoor „de goede Herder" Zijn leven gaf. En als Christus de Heere ook voor hen stierf, dan mocht Timotheüs zijn taak niet volbracht wanen, als hij maar veel geld voor goede doeleinden van hen had los gekregen. Een Rotterdamsche predikant slaakte in de Kerkbode van verleden week de verzuchting: „ben ik nu alleen maar om stoffelijken nood te stillen?" Op zijn spreekuur komen hem vele armen lastig vallen. Dit komt omdat de dominee's van de stadsgemeenten te veel het werk der diaconie overnemen. Zij zijn leidslieden voor het geestelijke leven, 'k Stem toe dat men niet altijd slechts met „troostelijke woorden" bij een armen kranke kan komen. Er zijn nu eenmaal van die stille armen, voor wie het een groote plaag zou zijn een gave der diaconie te moeten aannemen. Maar als een leeraar bemerkt dat er voor dit laatste geen bezwaar is, moet hij niet de „lieve, milde" dominee willen zijn bij zijn geestelijk werk. Dan doet men zijn eigen ambt veel schade en dan komt men ten slotte tot eene dergelijke verzuchting. Dat is vaak des leeraars eigen schuld. Ieder moet blijven op zijn door God hem aangewezen terrein. „Ben ik nu alleen maar om stoffelijken nood te stillen?" 't Antwoord is: gij zijt er alleen om geestelijken nood te stillen, waarvoor wel eens ten dienste staat dat er eene stoffelijke gave uitgereikt wordt. Een dominee, dien het echter te doen is om veel stoffelijken nood te stillen, moet voor dat doel zijn wijkkas voortdurend aangevuld zien, om telkens zijn noodkreet te doen hooren opdat de rijken hunne beurzen zullen openen. Die rijken moet hij te vriend houden. Anders kan hij geen milde dominee zijn. En zoo komt er van de herderlijke vermaning en verzorging niets terecht. 'k Heb ook vaak bemerkt dat velen in de gemeente zoo'n diaken-dominee zeer op prijs stellen. Zij meten z'n werk af naar de gaven die hij in de Kerkbode te verantwoorden heeft. Ontvangt hij meestal niets of weinig voor het stillen van den stoffelijken nood, dan daalt hij in hun achting. Ach, ach! Welk een verkeerde maatstaf! En 't verkeerde oordeelen van de menschen maakt de dominee's verkeerd. Zij, die er in hun vroegere dorpsgemeente niet aan dachten diaconie-werk te doen, besteden er nu hun bezoeken aan, bij de rijken en bij de armen en hun spreekuren missen volkomen het karakter van geestelijke verzorging. Timotheüs moest een herder zijn, ook onder de gegoede leden van de gemeente van Efeze.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 december 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

SCHRIFTVERKLARING

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 december 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's