De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SCHRIFTVERKLARING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SCHRIFTVERKLARING

1 Timotheüs (104)

5 minuten leestijd

Beveel de rijken in deze tegenwoordige wereld, dat zij niet hoogmoedig zijn, noch hunne hoop stellen op de ongestadigheid des rijkdoms, maar op den levenden God, die ons alle dingen rijkelijk verleent, om te genieten; Dat zij weldadig zijn, rijk worden in goede werken, gaarne mededeelende zijn en gemeenzaam; Leggende zichzelven weg tot eenen schat een goed fundament tegen het toekomende, opdat zij het eeuwige leven verkrijgen mogen. 1 Timoth. 6 vers 17 tot 19.

1 Timotheüs
104
Z i e l z o r g  v o o r  d e  r ij k e n. Dat het Timotheüs niet in de eerste plaats moest gaan om de gaven der rijken voor a e arme broeders en zusters der gemeente, maar wel om de geestelijke gezindheid der gevers, blijkt uit het eerste, dat hij hen bevelen moest. Zij mochten niet hoogmoedig zijn. De apostel wist het wel dat de rijkom vaak een groote mate van zelfverheffing met zich brengt. Het is nu eenmaal zóó gesteld in dit leven, dat menigeen geëerd wordt, alleen omdat hij meer aardsche goederen bezit, terwijl hij in gaven van vertand of in de deugd van menschlievenheid bij de meeste menschen verre ten achter staat. Zelfs beantwoordt hij niet aan de eerste eischen van vriendelijkheid. Waaraan heeft hij het dan te danken dat hem eer wordt bewezen? Alleen omdat hij veel geld heeft. De macht van het geld is groot. Het gevolg van die misplaatste hulde is vaak dat zulk een rijkaard nu ook waant dat hij hooger staat dan de meesten, ook al geeft hij er niet het minste bewijs van dat hij den zegen kent van het goede gebruik van zijn rijkdom. Een geloovige rijke staat evenzeer voor dit euvel bloot. Daarom moest Timotheüs de rijken in de gemeente voor dit kwaad waarschuwen. Op welke wijze hij dit doen moest, zegt de apostel niet. Hoe hij zijn bevel moest inkleeden, laat de aposel aan hemzelf over. Hij zou op de genade van den Heere Jezus Christus hebben kunnen wijzen, die arm is geworden, opdat Hij door Zijn armoede veelen zou rijk maken. Die genade is het grootste goed, dat ook zulk een rijke door de krachtige werking van 's Heeren Woord en Geest heeft lief gekregen. Waarom zou hij dan hoogmoedig zijn om zijn aardsche bezitting? In dezen geest kon Timotheüs zijn bevel tot de rijken doen uitgaan. De rijkdom, dien de genade des Heeren geeft door het Evangelie, maakt het hart nederig en zij, die met aardsche goederen zijn gezegend, zouden er voor hun zieleleven het best aan toe zijn als zij zich in dien rijkdom der Genade bleven verheugen.
Ook moesten zij niet hun hoop stellen op de ongestadigheid des rijkdoms. Voor ongestadigheid staat in 't Grieksch een woord dat „onzekerheid" beteekent, of nog liever „onbekendheid". En nu zijn er uitleggers die dit in lijdenden zin opvatten. Wanneer n.l. de rijken zóó weinig den zegen van het goede gebruik van hun rijkdom kennen, dat het voor anderen geheel onopgemerkt blijft dat zij met rijke menschen te doen hebben. Zij zijn in hun mededeelzaamheid veel kariger dan anderen. Zij nemen voor zichzelf het er wel goed van, maar overigens wordt er tot zegen van anderen niet het minste van opgemerkt. Volgens deze uitlegging zou het dus beteekenen dat de geloovige rijken nimmer hun hoop moesten stellen op een rijkdom, dien zij op deze wijze verborgen, onbekend lieten. Hieruit is dus af te leiden dat de rijkdom op zich zelf niet verkeerd is, maar het slechte gebruik daarvan. En als nu Gods kind op dezen verkeerd aangewenden rijkdom zijn hoop stelde, zou dit zeer veel schade doen aan zijn geestelijk leven. Deze verklaring geeft op zichzelf wel een goede gedachte, maar toch vind ik haar te gewrongen. Het is beter het woord „ongestadigheid" of „onbekendheid" op te vatten in bedrijvigen zin. De rijkdom nl. is in zichzelf onzeker. De rijken zijn onzeker over hun bezit. Zij weten niet of het goed wel blijvend is. Men weet ook niet wie het eens naar zich nemen zal. 't Zou dus zeer schadelijk zijn voor het geloofsleven als zij, die de genade des Heeren lief kregen, daarna op dat onzekere bezit gingen bouwen.
Zij moesten op den levenden God hun hoop stellen. De rijkdom is slechts een dood bezit, doodend voor de ziel, die er op hoopt. Maar God, Die het Leven Zelf is, maakt het zóó voor ieder, die op Hem hoopt, dat alle dingen hem ten goede gedijen. Timotheüs moest in zijn herderlijke bediening nimmer eene kloosterachtige onthouding aanbevelen. De praktijk b.v. van een Tolstoi uit latere dagen, die, hoewel rijk zijnde, zich dwong om in armoede te leven, klopte in het geheel niet met deze woorden van den apostel. God geeft ons alle dingen rijkelijk om te genieten. Natuurlijk niet om er slechts een maatschappelijk genot van te hebben. Genieten is hier wel degelijk ook in geestelijken zin bedoeld. Dit moest Timotheüs aan de geloovige rijken zeggen, dat de Heere hun den rijkdom gegeven heeft opdat ook hun ziel daarvan genot en blijdschap hebben zou. In hun hoogmoed zouden zij die geestelijke vreugde missen. Evenzeer als zij hun hoop stelden op de ongewisheid des rijkdoms. Maar als zij, zooals het Evangelie 't hen leerde, hun hoop mochten stellen op den levenden God, dan zouden hunne goederen nog middelen zijn, waardoor hun geestelijke zegen vermeerderde. Uit dit alles is wel duidelijk dat Timotheüs een geestelijke leidsman ook voor de rijken in de gemeente moest zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

SCHRIFTVERKLARING

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's