De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

4 minuten leestijd

Zoo mag het niet.
Het is meer dan bedroevend, wanneer men opmerkt hoe in onze dagen bij het toenemend gevaar, dat van de zijde van 't ongeloof en de revolutie dreigt, de verdeeldheid onder de Protestantsch Christelijke partijen, die krachtens hunne beginselen behoorden samen te gaan, hoogtij viert. 't Het is alsof men geen oog heeft voor de ontbindende krachten, die bezig zijn het politieke en maatschappelijke leven van ons volk te verwarren en te ondermijnen; dat men zich de weelde meent te kunnen veroorloven om elkander te verbijten en te vereten, waarvan de tegenstander ten slotte het voordeel heeft. Er wordt zooveel geklaagd over de geestelijke en zedelijke ellende, waarin ons volk wegzinkt, over het spotten met het heilige, over het afwijken van de beginselen, die in Gods Woord zijn geopenbaard, over Zondagsontheiliging, lijkverbranding, bioscoopen danskwaad, en wat al niet meer; en toch ontbreekt elke begeerte om gezamenlijk den strijd tegen de ondergraving van de christelijke grondslagen van ons volksleven in Gods kracht aan te binden en door te zetten. Zelfs wordt de strijd tusschen hen, die elkander zoo na staan, als b.v. de Staatkundig Gereformeerden en de Antirevolutionairen, met den dag bitterder.
Het is met ongemeene feliheid, dat de leiders der Staatkundig Gereformeerden de laatsten te lijf gaan. Geen enkele daad van de Antirevolutionairen kan in de oogen van ds. Kersten en de zijnen genade vinden. Men gaat van laatstgenoemde zijde in zijn bestrijding systamatisch en naar vaste methode te werk, om toch maar zoo scherp mogelijik de Antirevolutionairen te treffen. Dit geeft kans, dat van laatstgenoemden zich meer en meer onder het vaandel der Staatkundig Gereformeerden zullen gaan scharen.
Twee pijlen heeft men daarbij op den boog.
In de eerste plaats moet in elke redevoering, welke in de Kamer wordt uitgesproken, duidelijk uitkomen, ook al geeft het geen pas, dat wat de Staatkundig Gereformeerden betoogen, geheel overeenkomt met wat de Gereformeande Vaderen hebben geleerd en eveneens moet het helder in 't licht treden, hoe ver de Antirevolutionairen van die beginselen zijn afgeweken. Met de loupe wordt dit laatste precies nagegaan. Kan men niet iets vinden, dat bij het onderwerp, waarover de discussies loopen, behoort, dan zoekt men in de oude papieren en vindt wel iets, waaruit de ontrouw der Antirevolutionairen kan blijken. Zoo aanstonds moet de geheele Kamerredevoering een plaats krijgen in het partijorgaan „De Banier" en de lezers van het blad kunnen dan vernemen, hetgeen maar weer zoo flink in de Kamer werd gezegd. Zij hooren dan meteen, hoe de Antirevolutionairen ten opzichte der beginselen zijn ontaard.
Natuurlijk wordt er angstvallig voor gezorgd, — en dit is die tweede piji op den boog — dat de partijgenooten, die „De Banier" lezen, nimmer iets te weten komen van wat de Antirevolutionairen over de beginselkwesties in de Tweede Kamer zeggen.
Wanneer b.v. mr. Bijlevelt een amendement indient om den vaccinedwang uit de wet te krijgen, dr. Beumer met ernst waarschuwt om de vrouw ter verkrijging van een ambt toch niet met den man gelijik te stellen, de heer Duymiaer van Twist opkomt voor de handhaving van de Zondagswet en het danskwaad bestrijdt, de heer van den Heuvel een streng oordeel uitspreekt over het laten loopen van pleziertreinen op Zondag, om alleen van deze onderwerpen te gewagen, dan wordt daarvan in De Banier met geen woord gerept, want het mocht eens gebeuren, dat de Staatkundig Gereformeerden dit met dankbaarheid zouden vernemen. En dit mag niet.
Wat men wel doet — en daar heeft ds. Zandt een handje van — zich bij deze leden in het debat aan te sluiten, of het nog eens, maar dan op zeer onbeholpen manier, over te zeggen, zonder echter den naam van het lid te noemen, want dan kwam diens naam ook in ,,De Banier" en dit zou voor die propaganda niet deugen. Alleen kan van de Antirevolutionairen iets gezegd worden, wanneer het dient om deze partij naar beneden te halen.
Wij bedroeven ons over deze dingen en nog meer over de middelen, welke worden gebruikt om de positie der Staatkundig Gereformeerden te versterken. Deze methode van strijd voeren moest niet plaats hebben, want daardoor wordt de verwijdering tusschen hen, die bij elkander behooren, steeds grooter. En ondertusschen werken de machten der duisternis voort. Wat zouden de Protestantsch Christelijke partijen niet sterk staan als niet op verdeeldheid maar op eenheid werd aangestuurd. Mocht het daartoe nog eens komen. Zooals het nu gaat, gaat het verkeerd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 december 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 december 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's