De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEESTELIJK OPBOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEESTELIJK OPBOUW

De pluriformiteit der Kerk. (3)

7 minuten leestijd

De pluriformiteit der Kerk. (3)
De eene, heilige, algemeene Christelijke Kerk is er naar Gods eeuwig voornemen, om straks geopenbaard te worden als het eigendom des Heeren, gekocht en gereinigd door des Middelaars bloed, in ongekende heerlijkheid, in volmaakte éénheid en heiligheid.
Maar die ééne, heilige, algemeene Christelijke Kerk, waarvan een groot deel reeds gestorven is en een groot deel nog geboren moet worden, zien we in de dagen onzer inwoning op aarde altijd maar in stukken en in gedeelten, waarbij zij in de vierschillende landen onder gansch verschillende leidingen Gods te voorschijn treedt en ook in hetzelfde land, hier weer onder geheel andere omstandigheden dan daar tot openbaring komt.
Of Rome al een reuzenlawaai maakt met haar machtige armen en zegt dat bij haar de ééne, heilige, Christelijke Kerk gevonden wordt, met paus en priester aan 't hoofd en de mis als middelpunt, daarom is het in werkelijkheid niet zooals Rome dan wel voorgeeft te zijn. Want Rome maakt alles uitwendig. Die wereldorganisatie van Rome met een algemeen hoofd, met een algemeenen eeredienst, met een algemeene kerktaal, het Latijn, is niet de ééne, helige, algemeene Christelijke Kerk, die straks zóó voor God gesteld zal worden als de bruid van Christus, terwijl andere kerkgemeenschappen, volgens Rome, valsche Kerken zijn, waarvan niemand kan zalig worden. Wie het zóó voorstelt veruitwendigt wat inwendig is, verstoffelijkt wat geestelijk is en bereidt zich zelf en anderen de bitterste teleurstelling, onder betoon van zeldzame brutaliteiit en schandelijke onverdraagzaamheid.
De ééne, heilige, algemeene Christelijke Kerk is in deze bedeeling een voorwerp van geloof, en niet van aanschouwen. We zeggen elken Zondag als gemeente des Heeren: „ik geloof één, heilige, algemeene, Christelijke Kerk", niet: „ik zie één, heilige, algemeene, Christelijke Kerk." En in geloove weten we, dat die ééne, heilige, Christelijke Kerk in voorbereiding is bij den grooten Bouwheer, welke God is, om straks voltooid te zijn aan 't eind der dagen, maar nu nog wegschuilend in de plaatselijk gedeelde, in de landelijk gesepareerde Kerken. Waar men zich nu dan schaart rondom Gods Woord, is men nu nog gedeeld door verschil van taal, ook door verschil van geestelijk inzicht en door de onderscheidene leidingen Gods. Want immers de Heere geeft het eene land weer anders dan het andere land, en schenkt hier weer meer licht dan daar, om allen ten deele — en niet volmaakt — de waarheid Gods te doen verstaan, naar Zijn welbehagen.
De éénheid is er en straks zal zij volmaakt naar buiten treden voor aller oog, maar de eenheid der geloovigen is er nu, naar Gods bestel, in alle gedeeldheid en in velerlei onderscheiding van land en volk.
De Gereformeerden hebben altijd geleerd, dat ieder volk en ieder land — ook iedere landelijke Kerk — een eigen geschiedenis heeft. In veel dingen 't zelfde, maar ook weer in veel dingen zoo zéér verschlllend zijnde.
De Gereformeerde Kerk in Zwitserland heeft haar eigen geschiedenis gehad, ook haar eigen belijdenis met haar Zwitserschen Catechismus. De Fransche Kerk staat apart met belijdenis en Catechismus. De Engelsche Kerk heeft wéér andere dingen. Wel één bron, maar verschillende openbaringsvormen. De Nederlandsche Kerk heeft haar Nederlandsche geschiedenis, met eigen belijdenis naar eigen strijd opgesteld, waarbij zij een Catechismus heeft met de Calvinistische Kerk in Duitschland gemeen.
Zoo is de Kerk van Christus hier en elders één, één in fundamenteel geloof en één in Hoofd en Heere, maar ook weer zoo veelszlns onderscheiden in organisatie, in levensgewoonten, in venschijningsvormen, dogmatisch en ethisch. En dus — met een vreemd woord — pluriform. Veelvormig in openbaring en verschijning.
Zich uitstrekkend naar de openbaring als een heerlijke éénheid, om samen te mogen komen tot die ééne, onbevlekte, onverderfelijke en onverwelkelijke erfenis, die hun beloofd is en die in de hemelen voor hem bewaard wordt, ervaren de Kerken hier gedurende gansch de bedeeling der tijden, dat zij hier het volmaakte nog niet bereikt hebben en dat ieder hier maar ten deele kent, om dus hier weer anders dezelfde dingen door te maken dan ginds; om zich hier weer anders te organiseeren dan daar; om hier weer tegen andere dingen den strijd aan te binden, dan elders; om hier dus weer anders te belijden en te strijden en te leven dan ginds; allen wel één in geloof, in hoop, in liefde, maar altijd een éénheid, die slechts zéér ten deele in het zichtbare verwerkelijkt wordt. 't Kerkelijk leven verschilt in deze bedeeling gansch zeer, al naar dat men hier of daar vertoeft en dat ligt 'm aan gansch de leiding des levens, waarboven 's Heeren hand uitgaat, die zich nooit vergist en waarbij wij niet het recht hebben Hem te vragen: waarom doet Gij hier zóó, en waarom doet Gij daar anders?
Is het dus al waar, dat de Nieuw-Testamentische Kerk door alle tijden heen overal 't zelfde Evangelie brengt, denzelfden doop, dezelfde belijdenis van den drieëenigen God, dezelfde algemeene en ongetwijfelde, apostolische confessie, welke vervat is in de 12 geloofsartikelen, toch is die ééne, algemeene, heilige Christelijke Kerk in openbaringsvorm hier weer anders gekleurd dan ginds, waarbij zelfs belangrijke verschillen aan den dag kunnen komen in belijdenisvonmen, in gebed, en gezang, in gewoonten van kerkelijk samenleven en de practijk der godzaligheid, omdat we allen — de een even goed als de ander — slechts ten deele kennen en ten deele verstaan, om dus ook niet anders dan gebrekkig Gods volle Waarheid te kunnen belijden en beleven. 't Is overal en altijid maar stukwerk, waarbij het volmaakte moet worden nagejaagd in geloove, maar nooit zal worden bereikt noch gezien in deze bedeeling.
Hiermee moet rekening gehouden worden in de Kerkgeschiedenis, 't Is overal en altijd maar „ten deele". Gelijk ook voor ieder geloovige persoonlijk geldt, 't Is maar stukwerk. „Niet dat ik het alreede gekregen heb of volmaakt ben" zal telkens ook door elke Kerkformatie hartgrondig en eerlijk moeten worden beleden, waarbij de kans openblijft tot het einde toe — en dat moet eerlijk worden erkend — dat een ander uitnemender zich heeft leeren oriënteeren dan wij zelf hebben gedaan op een of ander punt, 't zij dogmatisch, 't zij ethisch, 't zij kerkrechtelijk.
Zóó is in beginsel gesteld, dat de eene, heilige, algemeene Christelijke Kerk, met één Hoofd, met één geloof, met één Woord van God en één Geest des Heeren, nochtans zich in onderscheidene landen en onder alle volkeren onder verschillende verschijningsvormen (pluriform), met onderscheiden organisatie, met verschillende leerstellingen, onder veelvormige levenswijze openbaart, overal onvolmaakt en als stukwerk, kennende „ten deele".
Hiermee wordt de belijdenis van de éénheid der Kerk des Heeren en de uiteindelijke volmaaktheid in heiligheid geenszins losgelaten, zelfs niet verzwakt. Wat alleen beweerd wordt is dit, dat in deze bedeeling noodzakelijk aan de openbaring van de ééne, heilige, algemeene Christelijke Kerk verbonden is, dat het onvolmaaktelijk, gebrekkig, stuksgewijze, onder velerlei verschijnlngsvormen (pluriform) geschiedt, wat we geenszins verhelpen kunnen door allerlei uitwendige, geforceerde, eigengemaakte kunstmiddelen, maar wat voortspruit uit de inwendige geestesgesteldheid en door de leidingen Gods en de bedeeling Zijns Geestes in onderscheiden maat, 't welk we dan ook gedurende den ganschen tijd van onze inwoning op aarde zullen moeten dragen. Daarbij zullen we allen moeten staan, om Christus' wil, naar de oefening van de gemeenschap der heiligen, om ons als leden van één en hetzelfde lichaam, naar Zijn bevel, zooveel mogelijk te openbarem in het midden der wereld als leden van één gemeenschap, door liefde verbonden, gelijk de Zoon en de Vader één zijn. En dat in gehoorzaamheid aan Gods Woord, Schrift met Schrift vergelijkend en naspeurend de onnaspeurlijke wijsheid Gods en levend door de kracht der godzaligheid, met beloften voor het tegenwoordige en toekomende le­ven.
(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 december 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEESTELIJK OPBOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 december 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's