De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEESTELIJKE OPBOUW

7 minuten leestijd

De pluriformiteit der Kerk. (4)
Zooals de geloovigen zullen ervaren en zullen moeten dragen, dat zij geenszins volmaakt zijn, wetende dat zij, zoolang zij in dit leven zijn slechts een „klein beginsel der nieuwe gehoorzaamheid" in zich hebben, om daarbij het woord van den Heiland te betrachten: „wees volmaakt, gelijk uw Vader in de hemelen volmaakt is", zoo doende in hun onvolmaaktheid des te meer leerend om in diepe afhankelijkheid te leven en alle gerechtigheid in Christus te zoeken, —, zóó zal de Kerk van Christus, die zich stuk voor stuk openbaart in den loop der eeuwen en landelijk en plaatselijk uit elkaar valt in de dagen van haar omwandeling op aarde van haar onvolmaaktheid en gebrekkigheid zich bewust moeten zijn, om naar de volmaaktheid en de éénheid te staan, welke is in Christus Jezus, daarbij wetend dat in deze bedeeling het „naast elkaar staan" niet zal ontbreken, omdat zij de volmaaktheid hier niet kunnen grijpen.
Wat baat het ons al, of de perfectionisten zeggen, dat de geloovigen het zóó ver kunnen en moeten brengen, dat zij hier in dit leven boven de zonde uitkomen en als een heilig volk volmaakt en zondeloos hier op aarde in de reinste liefde met elkander kunnen en willen leven? Dan Is er, zoo genaamd, wel één heilig volk hier beneden — maar het is leugen en bedrog, waarbij de kracht zit in allerlei menschelijke redeneeringen en allerlei menschelijke kunstmiddelen, waarvan het einde is tot bittere teleurstellinig, omdat de werkelijkheid schijnvertooning is en de waarheid voor God ontbreekt.
Hierbij laten we de volmaaktheid van Gods kinderen in Christus niet los; ook niet den eisch des Heeren: „wees volmaakt, gelijk uw Vader in de hemelen volmaakt is" maar we laten ons volstrekt niet op sleeptouw nemen door de perfectionisten of volmaaktheidsdrijvers, want er is nergens een heilig, volmaakt volk op aarde, dat boven de zonde uitgegroeid is, dat van de wet is vrijgesteld en dat in alles één en hetzelfde denkt en één en hetzelfde doet. Hierin laten we ons niet misleiden door allerlei schoonschijnende redeneeringen, omdat de waarheid en de werkelijkheid gansch anders is en in deze bedeeling ook gansch anders zal blijven, naar Gods bestel en door onze zondige natuur.
En zóó laten we ons geloof en onze belijdenis aangaande de ééne, heilige, algemeene Christelijke Kerk, hebbende één Hoofd, één Woord, één Geest, één geloof, één doop, volstrekt niet los. We gelooven vastelijk, dat die Kerk er is en straks in de toekomst zien we de Kerk des Heeren als de bruid van Christus onbevlekt, zonder rimpel, volmaakt in éénheid en heiligheid vóór ons —en we laten niets van den eisch des Heeren vallen: „wees één, gelijk Ik en de Vader één zijn" — maar dat neemt geenszins weg het feit der werkelijkheid, dat de Kerk des Heeren zich hier op aarde niet als één openbaart, maar als gedeeld, met onderscheiden vorm van organisatie en levensopenbaring, dogmatisch, ethisch en kerkrechtelijk gansch zeer onderscheiden soms. Die openbaring van Christus Kerk is „ten deele" en geenszins volmaakt; gebrekkig en geenszins zonder vlek of rimpel, waarbij telkens pijnlijke verschillen aan den dag treden, welke geenszins die heilige harmonie geven, welke voor de toekomst is weggelegd.
Hetgeen „ten dede" is, is nog niet weggevallen. Het onvolmaakte is nog niet overwonnen. En het hoogste en heerlijkste zal eerst bereikt worden, als deze bedeeling der tijden zal zijn voorbij gegaan, om plaats te maken voor de volle inwoning Gods en de volle bedeeling des Geestes en de volle heerlijkheid des nieuwen levens. Nu is het nog niet: God alles in allen. Men kan dat betreuren, maar het feit als zoodanig zal men ervaren en moeten erkennen.
De belofte is er, dat de H. Geest in alle waarheid leiden wil en lelden zal — maar hier is en blijft het altijd „ten deele ; waarbij de Heere, naar Zijn vrijmachtig en heilig welbehagen, den een weer andere en weer meer of minder talenten geeft, dan aan den ander.
We kunnen dat betreuren, maar ook in deze zullen we toch Gods wil len Gods werk niet alleen moeten leeren aanvaarden, maar we zullen onvoorwaardelijk Zijn vrijmacht in deze moeten erkennen (mag Hij niet doen met het Zijne maar wat Hij wil?), daarbij zelfs geloovig moeten belijden, dat wat God doet wèl gedaan is. En wij mogen God niet dwingen, dat Hij Zijn weg zal verlaten, om het voortaan te gaan doen naar ons wenschen en naar ons begeeren, want wij zullen hartgrondig moeten leeren zeggen: „Uwe gedachten zijn veel beter dan onze overleggingen en Uwe wegen gaan veel hooger dan onze wegen!"
In de gedeeldheid voert God Zijn raad uit en uit de gedeeldheid zal ten laatste Gods eere worden opgebouwd en Gods waarheid op 't heerlijkst te voorschijn treden.
We kunnen het betreuren, dat Luther de dingen weer anders zag en anders naar voren bracht en anders opzette en anders door zette, dan Zwingli — maar het feit als zoodanig zullen we moeten erkennen en aanvaarden en we zullen geloovig moeten leeren belijden, dat het zóó goed is geweest. Dat het voor de worsteling om de waarheid, dat het voor de reformatie der Kerk, dat het voor de christianiseering der natiën zóó door God is besteld geworden naar Zijn wil, al zijn wij nog altijd en telkens weer geneigd om te zeggen: wat jammer dat het zóó is gegaan en niet anders.
We zullen ook in deze moeten gelooven en belijden, dat de Heere God is en Hij alleen; en dat er geen ding bij geval geschiedt en dat Gods Vaderlijke hand dat alles zóó heeft beschikt maar Zijn welbehagen, óók om oms te leeren in diepe afhankelijkheid te leven voor Zijn aangezicht, ons vertrouwen niet op het vleesch, maar op Hem alleen te stellen en te leeren zuchten naar de toekomst, die aanstaande is vol heerlijkheid en zaligheid.
We kunnen het betreuren, dat Luther weer anders stond dan Zwingli en ook Zwingli en Calvijn weer zooveel verschilden. Maar de Heere heeft het alles gewrocht naar Zijn welbehagen. Veel verschil, onderscheidene vormen, varieerende gewoonten, alwisselende leeringen en verschillende organisaties vinden we altijd bij de Kerk des Heeren van alle tijden en alle landen, zooals zij zich aan ons oog vertoont.
Aanvankelijk was de Christelijke Kerk één — hoewel de verschilpunten, diep ingrijpend soms, van den beginne af aanwezig waren. Inwendige worstelingen deden aanstonds vermoeden, dat scheuringen niet zouden uitblijven. Dwalingen slopen ook binnen. Secten en stroomingen bleven niet uit. En de groote breuk — na strijd over de Godheid van Christus, de naturen van Christus, de natuur des menschen, de verhouding van de drie personen van het Goddelijk wezen, zaken van toezicht en tucht in de Kerk, enz. — de groote breuk tusschem de Oostersche en Westersche Kerk komt, in 1504 zich voltrekkend in een radicale scheiding.
In het Oosten komt verdorring en alles versteent. In het Westen komt de pauselijke macht meer en meer overal, de woelingen van waarheid en leugen werken voort, totdat de voorloopers de Hervorming toebereiden en de groote mannen der Reformatie den tijd rijp vinden, door God te voren bepaald.
Het Oosten gaat z'n eigen weg. In het Westen komt de scheuring tusschen de Roomsche of pauselijke Kerk en de Gereformeerde of naar Gods Woord gezuiverde Kerk. En de Gereformeerde Kerk, de Kerk der Reformatie, splitst zich in Luthersche en Gereformeerd-protestantsche Kerk, waarbij de Engelsche Kerk, de Fransche Kerk, de Zwitsersche Kerk, de Nederlandsche Kerk ieder met een eigen geschiedenis te midden van eigen vaderland en volk, ook weer eigen strijd, verval, opbloei, scheuring en hereeniging moet doormaken, waarbij de verschillen gaan over belijdenis en leven, over sacrament, lied, kerkorganisatie, tucht en meer andere dingen.
Veelzijdig is de Waarheid Gods, niet eenzijdig. Heerlijk door volheid en wonderrijk is de waarheid des Heeren, welke ons is geopenbaard.
En het ontvangstation bij ons, menschen, hetzij we in Engeland, Duitschland, of waar ook wonen, is altijd gebrekkig en geenszins in staat om de volle, veelzijdige, heerlijk-rijke waarheid Gods in volle lengte en breedte en hoogte en diepte te verstaan en te vertolken. Vandaar het gebrekkige en het „ten deele" hier en overal, waarbij de Satan niet nalaat hier en overal op den akker onkruid te zaaien en zoo dwaling, leugen, secte en scheuring teweeg te brengen.
(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 december 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 december 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's