De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

7 minuten leestijd

Dreigende gevaren.

Even gevaarlijk — gevaarlijk n.l. voor de veiligheid des lands — als het optreden van den heer Van Zadelhoff in 's lands vergaderzaal was, toen hij zeide:
Als, ondanks onze propaganda (de propaganda voor ontwapening) ons leger in stand blijft en de oorlog komt, dan wete de Minister (van Oorlog), dat hij op ons niet kan rekenen. Ik hoop, dat wij dan in staat zullen zijn  a l l e  b e r e k e n i n g e n  i n  d e  w a r  t e  s t u r e n; als er oorlog komt, dan zullen wij probeeren door massale weigering, desnoods door  a l g e m e n e  w e r k s t a k i n g, dien onmogelijk te maken. (De spatiëering is van ons, Red.)
en waarover we in het vorig nummer van ons blad het een en ander opmerkten, is ook datgene, waarin de leider der Sociaal Democratische Kamerfractie, de heer Albarda, zijn partij in het maandblad „De Socialistische Gids" voorgaat.
In het Juni-nummer van dit periodiek schrijft de heer Albarda in een artikel onder het opschrift: „Dienstweigering, Dienstplicht en Sociaal Democratie", nadat hij eerst heeft doen uitkomen, dat bij de samenstelling van het leger het uit organisatorisch oogpunt noodzakelijk is, dat ook de Sociaal Democraten deel uitmaken van de weermacht, het volgende:
Voor het vermijden van oorlogen vertrouwen wij niet in alle omstandigheden op het wijs beleid van regeering en legerleiding. De Socialistische Arbeidersbeweging houdt ernstig rekening met de mogelijkheid, dat op gevaarlijke oogenblikken haar optreden een oorlog zal moeten verhinderen. Het verzet zal dan, als alles op haren en snaren komt te staan, in en buiten het Parlement, buiten het leger en in het leger zich moeten doen gelden. Buiten het leger zullen het voornamelijk de vakvereenigingen moeten zijn, die met het staken van den arbeid den oorlog bestrijden. In het leger zal dat verzet weerklank moeten vinden. Dat zal het geval kunnen zijn, als een belangrijk deel der soldaten de strijdende arbeiders als kameraden beschouwt, wier optreden aan hun eigen gevoelens beantwoordt. Alleen dan kan er sprake zijn van een massale dienstweigering, waaraan elke Sociaal Democraat in den strijd voor den vrede gaarne groote waarde wil toekennen.
Daarom — zoo zegt de heer Albarda — geen persoonlijke dienstweigering door zich in de jaren, waarin slechts oefeningen plaats hebben, van den dienst afzijdig te houden. Integendeel, de Sociaal Democraten moeten een zoo breed mogelijke plaats in het leger innemen en ook deel uitmaken van de legerleiding.
In hetgeen wij hierboven uit het artikel van den heer Albarda overnamen, behooren duidelijk tot ons door te dringen uitdrukkingen als: „het verzet moet zich doen gelden", „soldaten, die voeling houden met strijdende arbeiders" en „massale dienstweigering, waaraan alle Sociaal Democraten deelnemen". Uit deze woorden komen ons dezelfde revolutionaire klanken tegen als die, welke wij de vorige week uit de redevoering van den revolutionair Van Zadelhoff konden beluisteren.
Wanneer bij het dreigen van oorlog de regeering alle pogingen zal hebben uitgeput om buiten den krijg te blijven, als elke maatregel getroffen zal zijn om de onzijdigheid te handhaven, maar alle deze pogingen en maatregelen zullen zijn mislukt en de regeering, ten einde het leven van mannen, vrouwen en kinderen te verdedigen, zich gedwongen ziet het leger te mobiliseeren, dan zal zij tegenover zich zien de Sociaal Democraten en natuurlijk ook de Communisten om alle berekening in de war te sturen, de massale dienstweigering te proclameeren en de algemeene werkstaking uit te roepen.
Zoo zal dan de situatie zijn. Een kwart van de bevolking zal tot sabotage overgaan en alle plannen van de regeering trachten te verijdelen. Met deze feiten zullen regeering en volk voortaan moeten rekening houden. Voorwaar, het zijn ernstige en gevaarvolle tijden, waarin wij leven.

De vaccinedwang niet afgeschaft
Het wetsontwerp, waarbij de indirecte vaccinedwang komt te vervallen, is door de Tweede Kamer, alvorens zij op reces ging, nog de vorige week behandeld en aangenomen, echter met dien verstande, dat de termijn der vervallen-verklaring niet drie jaren, maar slechts één jaar zal duren. Het regeeringsontwerp onderging op dit punt wijziging, ten gevolge van de aanneming van een amendement, dat den termijn van drie jaren op één jaar terug bracht. Uit deze houding van de Kamer zal het duidelijk zijn, dat van het voorstel om den indirecten vaccinedwang voor goed te schrappen, dan ook niets is terecht gekomen.
Wij zullen niet behoeven te zeggen, dat de beslissing van de Kamer ons leed doet. De voortreffelijke redevoering, die mr. Bijleveld hield, en waarin met de feiten werd aangetoond dat de vaccinedwang niet meer valt te handhaven, had een ander lot verdiend.
Twee voorstellen tot schrapping van den indirecten dwang waren ingediend, één door den heer Kersten en één door genoemden woordvoerder van de A.R. Kamerfractie. Het onderscheid bij deze voorstellen lag hierin, dat 't eerste amendement den dwang zonder meer liet vervallen, terwijl dat van de Antirevolutionairen naast de schrapping ook de gevolgen bij mogelijke aanneming van het amendement, regelde. Bij de stemming over de beide amendementen, die na elkander onder den hamer van den voorzitter door gingen, stemden de Staatkundig Gereformeerden en de Antirevolutionairen aaneengesloten voor de voorstellen, terwijl het overige deel der Kamer zijn stem tegen de amendementen uitbracht.
Waarom het noodig was, dat naast het amendement van den heer Bijleveld, dat 't eerst werd ingediend, nog een tweede amendement door den heer Kersten moest worden aanhangig gemaakt, is ons niet duidelijk. Evenmin is het begrijpelijk, welke redenen de heer Kersten had om bij de toelichting van zijn voorstel nog allerlei onvriendelijkheden aan het adres van de Antirevolutionairen te zeggen. De tegenstanders genoten niet weinig van dit optreden van den leider der Staatkundig Gereformeerden.
Of de zaak zelve er door werd gebaat, betwijfelen wij ten zeerste. De les, die uit het debat over het vaccinewetje kan worden getrokken, is deze, dat wanneer niet te voren door de geheele Techterzijde overleg wordt gepleegd, van dergelijke onderwerpen niets terecht komt. De kiezers mogen dan over de beginselvastheid van hun afgevaardigde juichen, omdat hij zelfstandig handelt en niet met anderen de zaken bespreekt, maar het punt zelve, waarover het gaat, wordt er niet mede gediend. En ook dit valt te betreuren, omdat ons volk er de dupe van wordt.

Onder Gods zegen.
De regeering heeft een Staatscommissie ingesteld ten behoeve van den land-en tuinbouw, wier opdracht het is om een onderzoek in te stellen inzake de wanverhouding tusschen bodemprijzen en productiekosten eenerzijds en de uitkomsten van het land-en tuinbouwbedrijf anderzijds en de middelen te beramen om daarin verbetering te brengen.
Naar de bladen berichten, is deze Commissie Vrijdag 23 December geïnstalleerd geworden door den Minister van Binnenlandsche Zaken en Landbouw, wiens installatierede, zooals gebruikelijk is, door den voorzitter der Staatscommissie werd beantwoord.
Wat ons nu in de rede van dien voorzitter sympathiek is, en wat wij met zoo bijzonder groot genoegen lazen, is, dat deze zijn rede besloot met de woorden: „Moge onder Gods zegen onze arbeid vruchtdragend zijn". Deze voorzitter was het R.K. Kamerlid mr. dr. Deckers, die zijn arbeid niet eerder wilde aanvangen, dan dat hij voor het welslagen Gods zegen had ingeroepen en dit deed ten aanhoore van heel het Nederlandsche volk. Er zijn heel wat Staatscommissies geinstalleeird, ook onder Protestantsch Christelijke voorzitters, die den zegen Gods voor hun arbeid niet inriepen. Hier maakt de Roomsch Katholiek den Protestant beschaamd. Moge de arbeid van de Staatscommissie-Deckers onder Gods zegen het land-en tuinbouwtbedrijf ten goede komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 december 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 december 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's