GEESTELIJK OPBOUW
DE GEREFORMEERDE KERKORDE
of
HOE 't IN DE KERK DES HEEREN MOET TOEGAAN. (1).
De Nederlandsche Hervormde Kerk van nu, door velen het Nederlandsche Hervormde Kerkgenootschap genoemd, heeft sinds 1816—'52 een Synodale bestuursorganisatie waarvan wij zeggen, dat zij onwettig is in haar oorsprong en daarbij in strijd met het wezen der Kerk.
Niet uit de Kerk zelve is die bestuursorganisatie opgekomen, maar door de Overheid opgelegd en daarbij is zij geheel niet in overeenstemming met het wezen en het karakter van de Kerk, die niet naar een bestuursorganisatie vraagt, maar behoefte heeft aan een samenkomen van kerkelijke vergaderingen rondom het Woord en rondom het ambt; gewoonlijk presbyteriale Kerkinrichting genoemd.
Wij willen in een paar artikelen handelen over de wijze van kerkelijk samenleven, zooals dat bij de Gereformeerde Kerk van Nederland past.
De Nederlandsche Hervormde of Gereformeerde Kerk heeft God hier in de 16de eeuw geplant in den weg der Reformatie, haar vrijmakend uit Rome' s Kerk, die, levend onder dwingend hiërarchisch kerkelijk gezag (pauselijk gezag) hoe langs hoe verder van de waarheid, die naar Gods Woord is, was afgeweken.
De Nederlandsche ge-réformeerde of hervormde Kerk, die de waarheid naar Gods Woord getuigend mocht stellen tegenover Rome, was protestantsch en anti-Roomsch (protesteeren is getuigenis afleggen van de waarheid naar Gods Woord tegenover allerlei leugen en dwang).
Protestantsch en anti-Roomsch zijnde was de Nederlandsche Gereformeerde Kerk zóó onder Gods voorzienig bestel hervormd dat zij niet Luthersch, maar Calvinistisch of Gereformeerd was. En dan gereformeerd in den zin van wat men later Contra-Remonstrantsch noemen zou.
Die ge-réformeerde, protestantsche, anti-Roomsche, niet-Luthersche maar Calvinistische, Contra-Remonstrantsche Kerken — zooals zij zich binnen de eerste jaren hoe langer hoe meer openbaarden — waren verspreid in de Zuidelijke en de Noordelijke Nederlanden, die destijds — 16de eeuw — door taal, geschiedenis en godsdienst, althans stellig voor wat betreft Brabant en Vlaanderen, bij elkaar behoorden. Daar kwamen ze tot openbaring toen daar de deur des Evangelies geopend werd. En onder het rooken van de brandstapels zijn daar de gereformeerde Kerken vermeerderd in getal, eerst 't meest in het Zuiden, later in de Noordelijke Nederlanden.
Die Gereformeerde Kerken in de Zuidelijke en de Noordelijke Nederlanden hebben zich van stonde af aan geschaard rondom één en dezelfde belijdenis en hebben saam aangenomen één en dezelfde orde van kerkelijk samenleven, beide opkomend uit dezelfde beginselen, naar Gods Woord zijnde.
Die twee dingen waren van den beginne af aan voor de Gereformeerde Kerken in de Nederlanden onmisbaar: de belijdenis en de Kerkorde, en rondom deze twee dingen vereenigde zich steeds weer de aandacht en de belangstelling van al de saamhoorige Kerken die ééns geestes waren. De b e l ij d e n i s, omdat de Gereformeerde Kerk voelde, dat het juist op haar belijden van den Naam des Heeren en haar getuigen van de Waarheid Gods naar Zijn Woord aankomt. Daarvoor is zij K e r k, om te b e I ij d e n haar geloof in het midden der wereld! En een orde van ke r k e l ij k s a m e n l e v e n werd gezocht en onderhouden, omdat men wist, dat zonder orde en regel, zonder „articuli ecclesiastici ordinis", een kerkelijk samenleven niet mogelijk is. (1 Cor. 14 VS. 40; Hebr. 13 vs. 7, 17 enz.).
Omdat de Kerk zonder b e l ij d e n i s niet kan en omdat noch de plaatselijke Kerk noch de Kerken saam zonder „corpus disciplinae", zonder „articuli ecclesiastici ordinis", zonder Kerkorde kunnen, moet steeds op beide, b e l ij d e n i s en K e r k o r d e, bij voortduring gelet worden. Ook nu!
En waar wij in dezen tegenwoordigen tijd klagen èn over de belijdenis van de Kerk èn over de Kerkelijke Organisatie, willen we een paar artikelen schrijven over de gereformeerde wijze van kerkelijk samenleven, zooals we de beginselen en de lijnen daarvan vinden in de Kerkelijke Ordeningen van de 16e en 17e eeuw.
De Kerk heeft regels, voorschriften, bepalingen, ordeningen noodig, om te kunnen leven naar behooren. Alles heeft orde en regel noodig; ook de Kerk. Ja, de Kerk vooral, omdat van haar weg en werk zooveel afhangt. En zal een zekere mate van vrijheid altijd noodig zijn, de vrijheid mag hier geen bandeloosheid worden, want — zoo zegt de Schrift — alle dingen moeten eerlijk en met orde geschieden! (1 Cor. 14 vers 40).
Nooit is er dan ook aan getwijfeld in het midden van de gereformeerde, naar Gods Woord gezuiverde Kerken, of er wel een Kerkorde moest zijn. Natuurlijk moest er een wezen! Ben „corpus disciplinse" kon niet worden gemist. Artikelen van orde, regels en bepalingen moesten er zijn.
Maar hoe? En welke?
Toen de gereformeerde Kerken in de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden maar nauwelijks als een rijsje uit een wortel, in een dorre aarde verscholen, waren uitgesproten, kwam er een pogen om saam, als Kerken van Christus, te vergaderen, 't Ging nog wel moeilijk, gebrekkig ook, maar men heeft het toch gedaan. De Gereformeerde Kerken zochten elkaar en zij wilden zoo gaarne als één Gereformeerde Kerk in dezen lande uitkomen en samenleven.
Die twee dingen zullen we in het oog moeten houden: de Gereformeerde Kerk en die als Gereformeerde K e r k in de Nederlanden wenschten saam te leven. We moeten van Kerken durven spreken; we moeten óók vasthouden, dat die Kerken als één Kerk hebben willen samenleven. Plaatselijke Kerken, die echte, complete, volledige Kerken waren, plaatselijke vrijheid en zelfstandigheid bezittend.
Maar niet zóó, dat vergeten werd dat men saam in dezen lande één Kerk vormde, waarbij het niet toekwam, dat één Kerk de dingen regelde die tot alle Kerken behoorden; noch dat alle Kerken regelden wat tot de competentie van de plaatselijke Kerk behoorde. Waarbij het gemeenschappelijke zéér sterk op den voorgrond trad steeds.
Het historisch stuk, dat 't eerst voor de hand ligt om dit te bewijzen en ons de beginselen van een gereformeerde Kerkorde te doen zien, is 't stuk dat tot titel draagt: „De Wezelsche Artikelen van 1568". Daarover dus eerst een en ander.
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's