STAAT EN MAATSCHAPPIJ
Kentering?
Er schijnt eenige kentering te komen in de gevoelens van de Staatkundig Gereformeerde Partij betreffende het vraagstuk van de ziekte-, ongevallen-, invaliditeits-en ouderdomsverzorging van hen, die deze verzorging behoeven en niet in staat zijn zich uit eigen middelen van het noodige levensonderhoud te voorzien.
Terwijl Artikel 9 van het Program van de Staatkundig Gereformeerde Partij over deze aangelegenheid zegt:
Onwettige dwang der consciëntie harer onderdanen door de Overheid wordt ook uitgeoefend door de sociale wetten, in 1913 door H.M. de Koningin uitgevaardigd, wier uitvoering God verhoede, zoowel als hare uitbreiding. De S.G.P. protesteert tegen verplichte verzekering en wapent zich tegen uitbreiding, schrijft thans het officieele partijorgaan „De Banier", van 12 januari:
De strijd der Staatkundig Gereformeerde Partij ten opzichte van het verzekeringsvraagstuk is voornamelijk een gevolg van den dwang, die sedert de invoering der Talma-wetten op ons volk wordt uitgeoefend. Werd deze dwang afgeschaft, dan zou reeds zeer veel zijn gewonnen.
Bij aandachtige lezing en nauwkeurige vergelijking van wat in het partij-program staat en hetgeen „De Banier" over de kwestie in haar jongste nummer schrijft, zal een merkbare verandering in het standpunt van de Staatkundig Gereformeerde Partij duidelijk zijn geworden, eene verandering, welke niet van gradueele, maar van principieele beteekenis is.
Haast zou men kunnen vragen of de Staatkundig Gereformeerde Partij ten opzichte van het verzekeringsvraagstuk niet is over stag gegaan.
In Artikel 9 van het Staatkundig Gereformeerd program beluistert men twee bezwaren tegen de bestaande sociale verzorging van zieken, invaliden en ouden van dagen; in de eerste plaats het consciëntiebezwaar, dat tegen de verzekering zelve gaat, daarna komt in de tweede plaats de verplichting tot het verzekeren. Zoo staat het echter niet met hetgeen „De Banier" als het strijdpunt van de Staatkundig Gereformeerde Partij tegen het verzekeringsvraagstuk aangeeft. Dit strijdpunt is bijna uitsluitend gelegen in den dwang, want als de dwang zou worden weggenomen, dan blijft er van bezwaar nog wel iets over, maar dit restant is van zeer geringe beteekenis. lmmers er zou bij afschaffing van den dwang — zoo schrijft „De Banier" — reeds veel gewonnen zijn. Van een consciëntiebezwaar wordt, in hetgeen het blad te berde brengt, met geen woord gerept.
En als dit bezwaar niet bestaat, dan is de eenige bedenking tegen de sociale verzorging het verplicht zijn tot het plakken van zegeltjes. Is dit zoo, dan lijkt het strijdpunt niet van groot gewicht te zijn.
Intusschen hoe dit zij, het komt ons van belang voor op het verschillend inzicht van partij-program en „Banier" bij de Staatkundig Gereformeerde Partij, ter zake van het verzekeringsvraagstuk, even de aandacht te vestigen.
Belangrijke cijfers.
Het vraagstuk van de sociale verzorging van zieken, invaliden en ouden van dagen, voor zoover deze over geen middelen beschikken om in eigen levensonderhoud te voorzien, is een kwestie van groote beteekenis. In hetgeen „De Banier" daarover schreef, vinden we met geen enkel woord gemeld, hoe dit vraagstuk naar de meening van de Staatkundig Gereformeerde Partij tot oplossing zou zijn te brengen.
In de statistiek, welke dezer dagen verscheen omtrent de toegestane renten inzake de invaliditeits-en ouderdomswet, vinden wij, dat op 1 December 1927 werden uitgekeerd 9234 weduwenrenten en 9640 weezenrenten, terwijl 62634 personen ouderdomsrente genoten; het aantal uitkeeringen aan invaliditeitsrenten bedroeg 19.199.
Stel, dat de invaliditeits-en ouderdomswet, zooals dit de Staatkundig Gereformeerden zouden wenschen, werd ingetrokken, op welke wijze zou dan in de verzorging van al die duizenden personen moeten worden voorzien? Een antwoord op deze vraag komt ons dringend noodzakelijk voor.
De jonge generatie in Rusland.
De vorige week sprak in 's-Gravenhage dr. Panstingh, die langen tijd in Rusland gewoond heeft, over het onderwerp: „Bolsjewisme, Azië en Europa". Wat in die rede bijzonder de aandacht trok, was het groote gevaar, dat deze twee werelddeelen bedreigt in het opgroeien onder een volk van 60 millioen menschen van een generatie, die totaal verwilderd is.
Men onderscheidt in Rusland drie groepen van kinderen.
In de eerste plaats kinderen, die in het ouderlijk huis opgevoed worden. De wet verbiedt den ouders echter hunne kinderen met den godsdienst in aanraking te brengen. Op 18-jarigen leeftijd mag het kind zijn eigen godsdienst kiezen.
In de tweede plaats kinderen, die in opvoedingsgestichten worden opgenomen, waarheen ze, tegen den wil der ouders, ook kunnen heengaan. De toestanden in deze opvoedingsgestichten zijn over heel Rusland even ontzettend. Meisjes van 12 en 13 jaar worden moeder.
En in de derde plaats kinderen, die noch in het huisgezin, noch in het opvoedingsgesticht, maar op de straat opgroeien.
Onlangs schreef een Fransch blad van wilde kinderen, die als roofdieren de steden onveilig maken. Deze kinderen stelen en moorden en verrichten hun afzichtelijk werk meestentijds in het avondduister en gedurende den nacht. Geheel Rusland wordt door deze rooversbenden van kinderen geteisterd en schier onbewoonbaar gemaakt. Naar schatting moet het aantal kinderen, dat op straat huist, 7 millioen bedragen. Zoo groeit een jonge generatie op, die in steeds meerdere mate een gevaar voor de Westersche en Oostersche beschaving gaat opleveren. Wanneer eenmaal deze legers van jeugdige boosdoeners zullen loskomen en zich over Europa zullen verspreiden, is het ernstigste te vreezen. Het is een verschrikkelijke oogst van het Bolsjewisme.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's