De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FEUILLETON

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FEUILLETON

5 minuten leestijd

Kleine Luijden
SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN,
door IDSARDI

Hoofdstuk I.
TANTE SIEN.
Midden tusschen de korenvelden, daar, waar de wegen een kruispunt vormen, op ongeveer een kwartier afstands van Zorgvliet, daar woont zij.
Wie?
Wel Sien, in den volksmond langen tijd anders niet bekend dan ,,Tante Sien".
Dat weten al de kinderen van het dorp, ja, uit den ganschen omtrek, en allen kennen haar. Te weten, voor zoover zij iederen dag met hare negotie van huis tot huis gaat, met een vriendelijk woord of een gullen lach, of een behulpzame hand voor ieder, die deze noodig heeft, en waardoor zij zoo wat aan allen toebehoort. Zij, met haar Henk, een ongelukkige jongen met hoogen rug en krom getrokken beenen, naar zijn lengte te oordeelen niet ouder dan een jaar of acht, maar volgens de uitdrukking van zijn gelaat, vooral van die diep-blauwe oogen, zeker minstens tweemaal zoo oud.
Dat is echter ook vrijwel het eenige wat men, althans langen tijd, van haar wist. Noch de grooten, noch de kleinen, met uitzondering van enkelen, maar die zwegen als het graf, zijn ingewijd in het levensgeheim, dat als een dichte sluier over haar verleden ligt. Om de eenvoudige reden, dat Sien hier zélf nooit over spreekt, en in haar gansche optreden iets gevonden wordt, dat zelfs nieuwsgierig Aagje belet om haar meer te vragen dan zij loslaat. Want bij al hare gulheid en hartelijkheid heeft Sien een gesloten karakter, waardoor zij tegen de meesten niet meer zegt dan noodig is, en zij schijnt hare woorden altijd te wegen.
't Zal een jaar of tien geleden zijn — alleen de volwassenen herinneren het zich nog — dat zij op een kouden, guren winterdag tegen dat het begon te donkeren, hier aankwam, met haar heele hebben en houden geborgen in een ouden kinderwagen, waarvan telkens een der wielen onder den last dreigde te bezwijken, en waaruit een klagend kinderstemmetje de somberheid van deze treurige verschijning verhoogde. Een enkele voorbijganger had in der haast een meêwarigen blik op de vreemde vrouw geslagen, die blijkbaar ternauwernood verder kon en wier krachten schenen uitgeput.
Hier en daar verscheen een nieuwsgierig gelaat voor de ramen om, voor zoover de duisternis dit toestond, haar na te oogen, met de eene of andere opmerking tot de huisgenooten, doch om zich verder het lot dezer vreemdelinge niet aan te trekken.
't Was immers maar een schooister; een straattype zooals af en toe op de wegen wordt aangetroffen, die door een of andere oorzaak aan lager wal geraakt, van God en menschen verlaten, den boer opgaat om te bedelen om zoo zijn ongelukkig bestaan te rekken, tot de dood op de een of andere wijze er een einde aan maakt. Een paria, met wie fatsoenlijke menschen zich niet bemoeien, laat staan van zich nader met hen in te laten.
Maar d'r zijn wel in het dorp, die zich harer nog levendig herinneren, zoo zij dien avond daar heenging met sleependen gang, een veel te wijden mantel, die aan betere dagen herinnerde, om de slanke taille, een bonte avonddoek om den mageren hals, een verkleurde auto-voile over den rijken, min of meer rossigen haardos, welke door tal van kleurige spelden in een wrong werd saamgebonden en waaraan zij later haar bijnaam van rooie Sien te danken had, zooals onder de dorpsbewoners vaak velen op de een of andere wijze gebrandmerkt wor­den. Een en al het beeld van verlegenheid en verlatenheid. Een schipbreukeling temidden van de deinende menschenzee, die echter wegraakt onder de menigte, zonder dat iemand haar mist.
En d'r zijn ook nog die meer weten. Die ook weten te vertellen hoe zij voor het huis van bakker Deelstra is blijven stilstaan, waar — 't was nog in den goeden ouden tijd — de krentenbroodjes en kadetjes op rijen lagen uitgestald en de smaakvolle wittebrooden met heerlijke, bruine bovenkorst een hongerige maag deden watertanden. O, met welk een begeerlijken blik mat haar oog dien rijken voorraad van kostelijke spijs! Toen werd de kinderwagen voorzichtig vlak voor het raam geplaatst, een greep in den diepen rokzak gedaan om vervolgens in het licht van de lantaarn den inhoud van de smalle hand te tellen, en dan, na schuchter om zich heen te hebben gezien, den winkel binnen te gaan, meteen 't oog houdend op hare armoedige bezitting daar buiten, maar die haar blijkbaar veel waard was.
,,0f zij nog ver weg moest?" — heeft vrouw Deelstra gevraagd, toen 't verlangde brood in een stuk stroopapier gewikkeld was en de uitgetelde centen in de toonbankla verdwenen waren.
„'k Weet niet, " — had Sien gezegd, doch meteen in een bangen zucht al het wee van haar arme leven weergegeven, terwijl zij met een hopeloozen blik den winkel rondzag, waar een warme lucht van het nog versche brood hing.
,,Moet je misschien naar familie?" — heeft de bakkerin daarop nog eens nieuwsgierig gevraagd met iets medelijdends in haar stem, meteen deze treurige figuur van het hoofd tot de voeten opnemend.
„'k Heb geen familie," — is het korte antwoord geweest.
„Maar mensch, je kunt toch vannacht niet op straat bivakkeeren; d'r zit sneeuw in de lucht, en het wordt hondenweer!" —
Hierop heeft Sien toen niets gezegd. Alleen een traan met het vlakke van hare hand weggeveegd, en aanstalten gemaakt om te vertrekken.
Daarop is vrouw Deelstra echter van achter de toonbank gekomen, heeft de deur geopend om zoodoende tevens te kunnen zien wat die kinderwagen herbergde, doch om dan aanstonds uit te roepen: „maar mensch, heb je daar óók nog een kleinen wurm bij je? En wil je daarmee de donkerheid en de kou in?"
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 januari 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FEUILLETON

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 januari 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's