De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEESTELIJKE OPBOUW

6 minuten leestijd

DE GEREFORMEERDE KERKORDE
of
HOE 't IN DE KERK DES HEEREN MOET TOEGAAN (5)

Met allerlei narigheden had men dus aanstonds te worstelen: kuiperij en knoeierij van onbevoegden, die in het ambt van herder en leeraar (en ook andere ambten van ouderling en diaken) wilden insluipen, uit eerzucht of winstbejag. Daarbij: teugellooze en onbezonnen genegenheden of bedorven smaak en revolutionaire neigingen van het volk, van de leden der gemeente. En dan: eerzuchtige heerschappij van de ouderlingen en opzieners.
Hoe moesten die sluipgeesten nu geweerd, bestreden, gebonden en uitgeworpen worden? En dan komt bij onze „oorspronkelijke Gereformeerde" Vaderen de Overheid op 't tooneel!
Want we lezen in § 3 van De Wezelsche Artikelen van 1568: „Opdat dit (d.i. dus het beroepingswerk en het verkiezen tot het ambt) op de rechte wijze geschieden kunne, zou het zeker te wenschen zijn geweest, dat een vrome Overheid harerzijds haar hulpe wilde verleenen bij het rijp beraad en de voorzichtige keuze der Ouderlingen. Want op deze wijze zou elke beslissing van het volk veilig kunnen berusten in hun (beider) samengevoegd gezag. Daar dit echter nauwelijks schijnt te kunnen worden verwacht, zoo meenen wij, dat geen betere regeling kan ingesteld worden dan dat de gemeene bewilliging der Kerk gevoegd worde bij het gezag der Ouderlingen. En dit zal in iedere Kerk zoolang onderhouden worden, totdat de Synode na de verdeeling der classen zal geoordeeld hebben, dat de Dienaren en Ouderlingen van meerdere Kerken moeten saamkomen bij de verkiezing en onderzoeking van een enkele (Kerk). Want indien dit geschiedt, dan schijnt de toestemming van het volk niet zoo zeer van noode te moeten zijn, daar het gezag van meerdere Kerken voldoende is om den overmoed der Ouderlingen (indien deze wellicht, wat Gode verhoede, mocht ingeslopen zijn) te beteugelen".
Wanneer we dit zoo lezen, bemerken we, dat onze Geref. Vaderen in den beginne voor tal van moeilijkheden zaten. Alles was zoo nieuw, zoo ongewoon nog en de toestanden in de onderscheidene gemeenten — zoo vlak na de Reformatie — waren zoo wonderlijk samengesteld, zoodat onze Geref. Vaderen eigenlijk niet goed wisten, hoe dat alles voor elkaar moest komen. Het gewone volk wist nog zoo weinig van de kerkelijke zaken af; ook was het hier en elders alles behalve te doen om de gereformeerde waarheid; en die als Ouderlingen fungeerden waren ook niet altijd te vertrouwen. Wat zou nu — naar de idee van onze Geref. Vaderen in die eerste tijden — 't mooiste en 't makkelijkste geweest zijn? Dit:
Als er een Geref. Overheid ware geweest, in stad en land, om met haar machtige hand alles, met of zonder de Ouderlingen, in orde te maken! De Overheid dus zorgende voor de Kerk en de kerkelijke zaken met haar hand in orde makend!
Dat was toen de opvatting, dat de Overheid de reformatie ter hand moest nemen. De Overheid moest tot de pastoors zeggen, dat ze het Evangelie moesten verkondigen, want dat ze anders pastoor-af zouden raken. De Overheid moest de Kerk en de kerk-menschen gereformeerd maken. De Roomsche Kerk weg en de Gereformeerde Kerk er voor in de plaats. — Zóó is in menige gemeente, vooral op het platte land, de gereformeerde Kerk gesticht! Het was de roeping van de Overheid overal het Evangelie te doen prediken en den Kerkedienst zuiver te maken. Te Zurich, te Bern, te Bazel, te Geneve en elders ging van de Overheid het bevel uit, dat voortaan alleen het Evangelie zou gepredikt worden en niet allerlei menschelijke leeringen of heiligengeschiedenissen. De afgodische eeredienst van Rome moest wijken voor den waren, gereformeerden eeredienst; en de Overheid moest haar machtsmiddelen daarvoor gebruiken.
Wat zijn er vele gemeenten zóó gereformeerd gemaakt! Vele pastoors zijn dominé geworden, omdat de Overheid 't eischte en zij anders hun ambt verloren (en hun levensbestaan). En waar onze Gereformeerde Vaderen zóó meenden, dat de Overheid niet alleen tot taak had („het ambt" der Overheid, zooals het toen heette) voor de burgerlijke regeering en politie te zorgen, maar óók over de kerkelijke zaken het bewind te voeren, daar is het geen wonder, dat men hier eigenlijk de mooiste oplossing vond, dat deOverheid overal Dienaren des Woords aanstelde en ook ouderlingen benoemde, of, als dat mogelijk was, met de Ouderlingen saam alles regelde. Dan werd het volk beteugeld en in den band gehouden; ook konden de Ouderlingen dan niet te groote bokkensprongen maken! En dat zou vooral makkelijk en heerlijk zijn, toen er nog geen Classicale Vergaderingen of Provinciale Synoden waren, omdat de Kerken in de jaren van onrust en verdrukking nog niet in breedere vergaderingen konden samenkomen.
Eigenlijk dus weer de kwestie van Artikel 36, n.l. dat de Overheid de hand heeft te houden aan den heiligen Kerkèdienst — te zorgen dus, dat het met den Kerkedienst overal goed gaat; te zorgen, dat de heilige Kerkedienst in stad en land in stand bleef.
Dat zouden onze Gereformeerde Vaderen dus wel gaarne gewild hebben, dat, waar van het volk en van de Ouderlingen eigenlijk zoo weinig was te verwachten, de Overheid alom den Kerkedienst zou te voorschijn roepen; den heiligen Kerkedienst alom zou inrichten; alom dien Kerkedienst zou handhaven en beschermen, dat hij in stand bleef; daanbij tegelijk allerlei afgodische Kerkediensten zou verhinderen, weren en uitroeien; allerlei vervalschte eerediensten zou uit den weg ruimen — opdat het overal zou wezen: één volk en één Kerkedienst, n.l. de gereformeerde of gezuiverde Kerkedienst.
De Roomsche Kerk moest weg. Want als Artikel 36 spreekt van afgoderij, valschen godsdienst en het rijk van den Antichrist, is het duidelijk, dat hier niet bedoeld worden vervalschte religies zooals b.v. het Mohammedanisme of een of andere heidensche godsdienst, maar zéér bepaald de vervalsche eeredienst van Rome, met de afgoderij van de Mis en den beeldendienst, de superstitiën of bijgeloovige dingen, waarmede de Roomsche Kerk den eeredienst van God vervalscht en verbasterd had. De Pauselijke Antichrist had men daarbij op het oog.
Zooals de Overheid zich nu met den heiligen of waren en gezuiverden Kerkedienst (de Gereformeerde) had in te laten, om die in te stellen, te helpen, te regelen, te beschermen, te bewaren en te handhaven — zoo moest zij den onzuiveren, afgodischen, valschen Kerkedienst van Rome verbieden, weren, uitroeien, opdat er zoo in den lande een eind gemaakt zou worden aan het rijk van den Antichrist, den Paus van Rome, en alle menschen gereformeerd zouden worden gemaakt en God zouden dienen naar Zijn Woord, gehoorzaam zijnde aan het ware Evangelie.
En nu wilden onze Vaderen wel, dat de Overheid zou meewerken, om vooral tot stand te brengen een rechte inrichting van de Kerk en den eeredienst, waarom zij eigenlijk liever de Dienaren des Woords door de Overheid zagen aangesteld, dan dat ze door het volk, d.i. de gemeente zouden worden gekozen of door de Ouderlingen beroepen.
De gemeente, met haar teugellooze en onbezonnen genegenheden en bedorven smaak — en de Ouderlingen met hun eerzucht, vertrouwden ze niet al te best! (Hoofdst. II, art. 2 van de Wezelsche Artikelen). Ze hadden meer vertrouwen in de macht van de Overheid! (Art. 3). 
(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 februari 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 februari 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's