KERKELIJKE RONDSCHOUW
De Reorganisatie-beweging (8)
In 1884 hadden de heeren G. Ringnalda, P. Roodhuizen en J. Bredius het volgend voorstel gedaan:
„Dat de Synode besluite tot reorganisatie van het tegenwoordig Kerkverband, om terug te keeren tot het zuiver Presbyteriaal karakter der Gereformeerde Kerken en eene Commissie benoeme, bestaande uit eenige harer leden, benevens eenige leden der gemeente die bekend staan als voorstanders van de handhaving der belijdenis onzer Kerk, met de opdracht tegen de zitting van het volgend jaar een ontwerp dienaangaande in te dienen.
De motieven, die tot het doen van dit voorstel nopen, zijn:
1°. De eisch tot handhaving der belijdenis als levensvoorwaarde voor de Kerk, welke handhaving ook in de bestaande organisatie nog altijd gevonden wordt in Art. IX van het Algemeen Reglement.
2°. De steeds meer en meer erkende onhoudbaarheid van den bestaanden toestand, blijkbaar uit de uitingen der organen van de verschillende richtingen, alsmede uit de desbetreffende voorstellen in de laatste jaren bij de Synode ingekomen.
3°. Het verschijnsel, dat in den boezem onzer Kerk meer en meer toestanden worden voorbereid, die tot botsing moeten leiden en eene uiteenscheuring, wellicht binnen een niet lang tijdsverloop tengevolge zullen hebben, waartegenover de Synode dan machteloos zal staan". (Syn. Handel. 1884, blz. 265—266).
In dit voorstel — 't is een paar jaar voor de Doleantie van 1886, toen Formulier-, Doop-en Lidmatenkwesties zich overal voordeden — wordt dus aan de Synode gevraagd, dat de besturenorganisatie, — onder welke de belijdenis óók gehandhaafd moet worden, doch waartegen dan allerlei bezwaren zijn, — plaats zal maken voor een presbyterialen Kerkvorm naar het karakter der Geref. Kerken.
De handhaving der belijdenis wordt daarbij als levensvoorwaarde voor de Kerk genoemd.
In dit voorstel is een merkwaardige vooruitgang te bespeuren, in vergelijk van de vorige verzoeken die ingediend waren. Want ging het toen veelal „om de handhaving van de belijdenis" alsof het een w e t is die te handhaven is, nu wordt gevraagd om de wille van het b e l ij d e n der Kerk om een geheel andere wijze van kerkelijk samenleven: herstel der presbyteriale Kerkregeering. De besturen weg en de ambten met de Kerkelijke Vergaderingen weer terug! De Hervormde Kerk moest worden bevrijd van de onwettig opgelegde, onbijbelsche en met 't wezen der Kerk in strijd zijnde bestuursinrichting van 1816 en moest in staat gesteld worden om weer als Kerk des Heeren te gaan leven, met haar ambten en vergaderingen, waar de Kerken bij elkander kunnen komen om eigen zaken te bespreken en te behandelen, daarin als Kerk des Heeren weer ontvangend het orgaan des Heiligen Geestes tot leiding in alle waarheid.
De Synode verwierp natuurlijk dit voorstel, na breede debatten, waarin openbaar werd, dat de meeste Hoog Eerwaarde Synodeleden-niet het minste begrip van gereformeerd Kerkrecht hadden. De rapporteerende Commissie (waarin twee professoren zitting hadden) meent, dat met de presbyteriale Kerkregeering bedoeld wordt, dat er meer ouderlingen in de Besturen zitting zullen krijgen. (Handel. 1884, blz. 253), niet begrijpend blijkbaar, dat presbyteriaal hier een geheel andersoortige wijze van kerkelijk samenleven bedoelt dan de hiërarchische, episcopaalsche besturenorganisatie. Men wilde juist het tegenovergestelde van wat in 1816 opgelegd en in 1852 bestendigd was, n.l. teruggaan tot het grondbeginsel der Gereformeerde Kerk, dat de ambten weer zouden gaan functioneeren, dat de Kerken weer zouden samenleven classicaal, provinciaal, en landelijk in nationale Synode, waarbij als hoofdbeginsel van ouds gold: „geen Kerk zal over een andere Kerk, geen dienaar over een anderen dienaar heerschen".
(De predikanten zijn daarbij, volgens Gereformeerd Kerkrecht, evengoed presbyters als wat men gewoonlijk noemt de ouderlingen; van dominocratie is dan ook bij de presbyteriale Kerkregeering geen sprake).
Een ander lid van de Synode zag — blijkens de Synodale Handelingen, blz. 281 — geen onderscheid tusschen de oude kerkelijke vergaderingen en de tegenwoordige Besturen, daar immers (zoo zei hij) de hoogere vergaderingen dezelfde macht hadden over de lagere als thans de hoogere Besturen! Hem ontging dit tweevoudig onderscheid: 1°. dat de leden der vroegere „meerdere" vergaderingen (classicale vergadering, provinciale of particuliere Synode en nationale Synode) een last hadden uit te voeren, hun door de mindere of lagere vergadering opgedragen („lastbrief") en dat zij dus dienden, uitvoerende wat de Kerken wilden, terwijl juist de grief is onder de huidige Synodaal-besturenorganisatie, dat de Besturen in opgaande lijn heerschen, vrijmachtig, hiërarchisch, autocratisch en bureaucratisch heerschen en bevelen; terwijl 2°. vergeten werd: dat de leden der vergaderingen vroeger, na vervulling van hun mandaat, als de vergadering der Kerken afgeloopen was, naar huis terugkeerden en dan precies waren als de andere broeders, die niet ter vergadering geweest waren, terwijl immers nu, onder de huidige besturenorganisatie, de Besturen permanent zijn en blijven regeeren.
De Gereformeerde, presbyteriale Kerkinrichting kent behalve de Kerkeraden geen enkel bestuurscollege. De kerkelijke vergadering (classicaal, provinciaal, synodaal) heeft hare macht slechts gedurende den tijd, dat zij zit, en na haar uiteengaan ontleenen noch haar moderamen noch hare leden (afgevaardigden der Kerken) eenige bevoegdheid aan het enkele feit, dat zij ter vergadering geweest zijn.
En dat juist is nu, onder de Synodale besturenorganisatie van 1816—'52 zoo geheel anders en zoo geheel verkeerd; tegen de beginselen der H. Schrift ingaande, in strijd met het wezen der Kerk en in alle dingen zoo buitengewoon schadelijk voor het leven der Kerk, die den Naam des Heeren heeft te belijden en het werk des Heeren heeft te doen.
(Wordt voortgezet).
Onze Inspectie-reis in Friesland.
Dat kunnen we ook op papier doen, door middel van ons Bondsorgaan. Natuurlijk zou het beter zijn een echte inspectiereis te maken, héél ons land door, om overal onze gereformeerde gemeenten eens op te zoeken, overal eens een kijkje te nemen bij onze afdeelingen, overal een woord te spreken in het belang van onze fondsen, overal onze beginselen te bepleiten en te trachten onze Bondsactie uit te breiden, maar een reizend vertegenwoordiger hebben we niet en ons ontbreekt de tijd en de gelegenheid tot zulke groote dingen.
Maar nu hebben we ons Bondsorgaan. Dat komt overal, in alle provincies, in de stad en op het platteland. En daarom willen we ons Bondsorgaan maar eens gebruiken voor zoo'n inspectiereis.
We trekken dan eerst maar op naar het Noorden. En als we dan in Friesland zijn, dan voelen we ons, als geboren Hollander, wat vreemd en we bemerken wel, dat hier de „Bondsgemeenten" niet opgeschept liggen. Maar ze zijn er toch. Evenwel, ook in onze „Bondsgemeenten" zitten we nog lang niet met onze Bondsactie, met ons Bondsorgaan, ook niet met onze fondsen stevig in het zadel. Daar ontbreekt nog heel wat aan. We maken ons sterk, dat er tal van menschen, gereformeerde menschen in het midden van onze Hervormde Kerk zijn, die nooit van „De Waarheidsvriend" gehoord hebben en van ons Bondswerk, met de fondsen, niet af weten. Wat zouden we daarin gaarne verandering brengen! Kan, wil men ons helpen in deze?
We zeiden het al, niet zoo héél veel gemeenten in Friesland mogen we ,,onze" gemeenten noemen. Maar ze zijn er toch, al is het in Friesland eenerzijds vrijzinnig en anderzijds confessioneel, met een merkwaardige opschuiving vooral in den Zuid-Westhoek van Friesland van links naar rechts.
Beginnen we in de Classis L e e u w a r d e n, dan krijgen we: 44 predikantsplaatsen, waarvan 28 vrijzinnig, 6 ethisch, 10 confessioneel en .......... één gereformeerd. Dat is S u a w o u d e, waar we in de pastorie van ds. Lans een vriendelijk onderdak vinden. Daar vinden we „De Waarheidsvriend" op tafel liggen en als we op informatie uitgaan, dan zijn het er nog een stuk of wat, behalve de dominé, die abonné zijn. Maar we hebben sterk den indruk, dat hier wel meer gezinnen zijn waar men onze courant zou kunnen en willen lezen, als men maar 'n beetje op weg geholpen werd! We zullen 't eens met wat proefnummers probeeren! Ds. Lans wil ons daarin wel bijstaan, naar we vertrouwen.
Van de Classis Leeuwarden gaan we naar de Classis S n e e k. Van de 41 predikantsplaatsen zijn er hier 11 vrijzinnig, 2 ethisch, 27 confessioneel en weer één gereformeerd. Het is O u d e m i r d u m in den Ring Sloten, waar ds. P. Kruyt, vroeger te Zegveld, Gouderak, enz., predikant is. Hier is aan de Bondsactie nooit veel gedaan en 't aantal abonné's van „De Waarheidsvriend" is hier bitter klein. Is er niet iemand, die ons in deze wat helpen kan?
Van de Classis S n e e k, welke overwegend rechts is, gaan we naar de Classis F r a n e k e r, waar, zooals men weet, de stemmingen op de laatste Classicale Vergadering weer naar links zijn overgeslagen (45 vrijzinnig en 43 rechtzinnig); waarbij ook de toevoeging van Terschelling aan de Classis Franeker (heel handig van de modernen!) niet onschuldig is, 21 moderne dominé's zijn hier, 8 ethischen en 12 confessioneelen; gereformeerden vinden we hier niet, We reizen dus maar door naar D o k k u m.
In de Classis D o k k u m, die rechts is, vinden we: 17 vrijzinnigen, 3 ethischen, 20 confessioneelen en 4 gereformeerden. Voor ons 't weelde-land dus! Het zijn de gemeenten: Driesum, Wouterswoude, Wanswerd en Ooster-Nijkerk — helaas! overal vacant, vacant de predikanten Vlasblom, Wesseldijk, Hupkes en Van Elven (sinds overleden) namen achter elkaar een beroep naar elders aan.
Als ons lijstje volledig is, vinden we in alle vier deze gemeenten abonné's van „De Waarheidsvriend", in Ooster-Nijkerk de meesten, maar in dit deel van Friesland kon het aantal leden van onzen Gereformeerden Bond en het aantal lezers van de courant veel, veel grooter zijn.
Dan krijgen we de Classis H e e r e n v e e n, welke Classis zich op de laatste Classicale Vergadering kranig hield, door met een meerderheid van één stem (46 tegen 45) van links naar rechts over te gaan, waardoor het Classicaal Bestuur, waarin 5 rechtzinnigen en 5 vrijzinnigen zaten, nu is samengesteld door 8 rechtzinnigen en 2 vrijzinnigen! Voor ons is echter in de Classis H e e r e n v e e n niets te doen.
En daarom kunnen we wel afscheid nemen van Friesland.
Alleen, we blijven verlangend uitzien naar hulp, naar flinke hulp in Suawoude, Oudemirdum, Driesum, Wouterswoude, Wanswerd en Ooster-Nijkerk. In deze zes Friesche gemeenten moet de Gereformeerde Zendingsbond, de Gereformeerde Bond met zijn Leerstoel-en Studiefonds, alsook onze Bond van Herv. Jongelingsvereenigingen op Gereform. grondslag — welke drie Bonden hand aan hand door 't land moeten gaan, als 't goed is — krachtigen steun vinden. En „De Waarheidsvriend" moet 10 maal meer abonné's krijgen in het Noorden; 10 maal, 20 maal meer lezers van ons wekelijksch orgaan.
Wie wil ons eens in die zes gemeenten helpen? Als er maar één in elke gemeente is, die ons adressen wil toezenden, dan zijn we al een heel eind vooruit! Volgende week gaan wo D.V. naar G r o n i n ge n.
Het houden van Godsdienstoefeningen.
Men stelde ons de vraag: of de Kerkvoogdij in een vacante gemeente het recht heeft, zonder toestemming van den Kerkeraad en Consulent, in de week, een dominee of godsdienstonderwijzer te laten optreden?
Wij zouden willen antwoorden: neen! Want men heeft in onze Kerk tweeërlei colleges: de Kerkvoogdij, met de zorg voor de stoffelijke dingen, en de Kerkeraad, die de geestelijke dingen behartigt. De Kerkvoogdij gaat over het kerkgebouw, de Kerkeraad over de godsdienstoefeningen. En zoo is de instelling van een godsdienstoefening en het uitnoodigen van een voorganger in een godsdienstoefening der gemeente niet het werk van de Kerkvoogdij, maar van den Kerkeraad,
Maar nu zit er in de taak van de Kerkvoogden verborgen, dat zij dus de beschikking hebben over het kerkgebouw.
Daar is dan wel eens deze mouw aangepast: de Kerkvoogden verhuren of geven het kerkgebouw, om het op een avond in de week te gebruiken voor een samenkomst, waar ds. die of die, of ook wel godsdienstonderwijzer die of die spreekt — spreekt en niet preekt —; dan is 't geen godsdienstoefening en toch heeft men dan „kerk" dien avond.
De Kerkvoogden kunnen dus niet eigenmachtig, buiten den Kerkeraad om, godsdienstoefeningen organiseeren. Dat ligt buiten hun recht als Kerkvoogden, MaarKerkvoogden kunnen wel het kerkgebouw, op tijden, dat de Kerkeraad het gebouw niet noodig heeft, verhuren of gratis ten gebruike geven aan een particulier, een comité of vereeniging; en die vereeniging kan dan een dominee of godsdienstonderwijzer laten optreden als spreker.
Organist, voorlezer, koster, kerkeknecht, enz, , behoeven dan niet tegenwoordig te zijn, want het is géén godsdienstoefening. Kerkvoogden kunnen dus niet rechtstreeks laten „preeken"; dat ligt geheel en al buiten hun taak en bevoegdheid.
Maar, men merkt, aan een comité, vereeniging of iets dergelijks kan de Kerkvoogdij het gebouw afstaan, op dagen en uren, dat de Kerkeraad geen beschikking heeft over de kerk tot het houden van officiëele diensten.
Voor ons is het ideaal, dat de Kerkeraad de leiding in deze heeft. Vooral deze dingen moeten, zoo eenigszins mogelijk, kerkelijk geschieden.
Maar ja — de omstandigheden kunnen soms zoo wonderlijk zijn! Als het dan maar gaat om den opbouw der Kerk op hare historische. Schriftuurlijke grondslagen!
Kerkeraad en Kerkvoogdij.
Bovenstaand stukje stelde min of meer de kwestie van de verhouding van Kerkeraad en Kerkvoogdij, van bestuur en beheer, aan de orde. Laat ons daarvan tegelijk nog eens een paar woorden mogen zeggen.
Het komt ons nog altijd voor, dat die zaak Kerkvoogdij en Kerkeraad een van de vervelendste en ongelukkigste dingen is in ons kerkelijk leven. Dat moest niet zoo zijn. Dat moest radicaal worden gewijzigd en veranderd. Immers bestuur en beheer moeten niet zóó gescheiden zijn als bij ons. Het kerkegoed, fondsen, gebouwen enz, is eigendom van de gemeente (de kerkelijke gemeente). De gemeente is dus de eigenaresse en moet ook dat goed — haar eigendom — beheeren.
Dat moet niet naast haar staan, maar moet haar in bezit en in beheer en in gebruik ten dienste staan.
Nu is de vertegenwoordiger van de kerkelijke gemeente de Kerkeraad.
Vandaar, dat wij, die van oordeel zijn, dat elke plaatselijke gemeente eigenaresse is van het kerkegoed ter plaatse, de meeninig voorstaan dat bij d e n K e r k e r a a d het bestuur en het beheer berust.
Tweeërlei college, 't eene voor de geestelijke en 't andere voor de stoffelijke belangen, en dan geheel onafhankelijk van elkaar — kan nooit zijn volgens de gereformeerde beginselen van ons Kerkrecht.
Vandaar, dat wij van oordeel zijn, dat het bezit en het beheer der kerkegoederen bij den Kerkeraad thuis hoort, die dan naar een college moet omzien om hem in dit alles te helpen; b.v. een Commissie van Beheer, te kiezen door den Kerkeraad. De helft van die Commissie van Beheer (b.v. bestaande uit zeven leden) zou uit kerkeraadsleden, de andere helft uit leden der gemeente kunnen samengesteld zijn.
Die Commissie van Beheer staat den Kerkeraad - aan wien gebouwen, gelden enz. in eigendom toebehooren - in alles bij; dient hem van advies; en wanneer de Kerkeraad de beslissing genomen heeft in een of ander, treedt de Commissie van Beheer op als uitvoerster. Ook de aangelegenheden van de vaststelling en de inning van vrijwillige kerkelijke contributie zou de Commissie van Beheer als advies aan den Kerkeraad kunnen, en moeten voorleggen; om ook hier, na aanneming door den Kerkeraad, voor de uitvoering zorg te dragen, misschien daarbij geholpen en bijgestaan door een „Commissie van hulp".
Voor het loopende jaar dient door de Commissie van Beheer een begrooting tevoren gemaakt, welke eerst door den Kerkeraad moet worden goedgekeurd en aangenomen, zal zij van kracht zijn. Al naar de begrooting uitwijst, moet de aanslag worden vastgesteld voor ieder gemeentelid, gerekend naar het inkomen; welke aanslag — in een percentage van het inkomen uitgedrukt — door ieder als vrijwillige bijdrage behoort te worden betaald ter plaatse, opdat de huishouding der Kerk naar behooren kan worden behartigd.
Een dergelijke regeling van bestuur en beheer lijkt ons principieel en practisch oneindig veel beter, dan de ongelukkige, onprincipieele regeling van thans met Kerkeraad en Kerkvoogdij.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 februari 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 februari 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's