Art. 36 Ned. Geloofsbelijdenis.
V
In het jaar 1566, eenige maanden na de reeds aangehaalde Synode van Antwerpen, komen in Zuid-Nederland vele predikanten samen. De dreigende onweerswolk zal over dit Gereformeerde volk losbarsten. Alva komt met zijn bloedraad, om den beeldenstorm te wreken. En nu gaan al deze kopstukken, waaronder ook Datheen, ja, ook Datheen, een petitie opstellen, weer aan Filips gericht om vrijheid van godsdienst te verzoeken en ze beloven geen tempelen der Roomsch gezinden in te nemen noch hen bij kracht, geweld of eenige andere daad in de oefening hunner religie te verstoren of te beletten.
Ze vragen vrije oefening hunner religie, „in dewelke zij betuigden met der waarheid als voor God, dat zij meenden te gelooven, te leven en te sterven naar de leer der profeten en apostelen, kortelijk vervat in de artikelen des Apostolischen geloofs en in de vier eerste algemeene conciliën".
Dien grondslag hebben ze aanvaard; daarin wortelde de boom der oude Moederkerk. Op dien boom entten zij den zuiveren vorm der Kerk, de Kerk der Reformatie en in hun geloofsoptimisme hebben ze gedacht, dat nu, door krachtige propaganda en afkapping der verkeerde takken, deze boom weer zou bloeien. De Reformatie was geen afscheiding, maar Reformatie der oude Roomsche Kerk en als zoodanig hebben onze Hervormers in de oude kerkgebouwen hun plaats geëischt als de wettige voortzetting der ware Kerk van Christus.
Ik weet wel, als straks het grootste gevaar over is, dat Datheen een andere houding aanneemt ten opzichte van Overheid en Kerk, maar ik weet ook, dat Datheen straks dit standpunt weer opgeeft en Wederdooper wordt. En ook hierop weer terugkomt, maar en dit is het kardinale bij de erkentenis van zijn dwaling, toch erkent, dat hij inzake de Overheid veel te veel den Reformatietijd vereenzelvigd heeft met de Oud-Testamentische oorlogen. En in zijn brief aan de Haagsche Synode schrijft hij: Door de genade des Heiligen Geestes heb ik mijn ziel zoo gesterkt in dien godsdienst, welken ik tot hiertoe beleden heb, dat ik hoop daarbij te blijven met afkeuring en veroordeeling van de godslasteringen en dwalingen der Wederdoopers enz. (Ik haal dit even aan tot sterking van mijn betoog, dat in Artikel 36 Guido de Bray het oog heeft gehad op den valschen godsdienst der Wederdoopers en niet op de aan dwaalleer rijke Roomsche Kerke Christi).
De Dordtsche Synode heeft de Belijdenis overzien en bekrachtigd als Formulier van Eenigheid. En diezelfde Synode heeft de Kerkenordening van 1586 woordelijk, na examinatie, als geldend vastgesteld. En ook die Kerkenordening heeft het over 't verband van Kerk en Overheid natuurlijk; en wel in twee artikelen, n.l. eerst in art. 28, waarin sprake is van het ambt der Overheid, maar dan van de Christelijke Overheid. En wat is dan de taak: Gelijk het ambt der Christelijke Overheid is, den Heiligen Kerke dienst in alle manier te bevorderen, derzelven met haar exempel den onderdanen te recommandeeren en de predikanten, ouderlingen en diakenen in alle voorvallenden nood de hand te bieden.
Volgens dit artikel heeft dus de Overheid een tegemoetkomende, welwillende, ik zou zeggen „Kirchenfreundliche" houding aan te nemen, de Kerk in het negatieve geen stroobreed in den weg te leggen en positief predikers en verdere ambtsdragers zoo noodig ter wille te zijn. Dat is dus de onschuldige, practische toepassing van het zinnetje uit Artikel 36: „Den Heiligen Kerkedienst te handhaven". En dan zal die Overheid dat met haar exempel den onderdanen aanbevelen; in dien Kerkedienst dus goed voorgaan. En nu verstaan we de eigenaardige toevoeging: de Christelijke Overheid. Neen, dat is nu geen versiering, in dezen zin: de Overheid is op zichzelf Christelijk. Veeleer onderscheiding. 't Is de Christelijke Overheid, van welke die Kirchenfreundlichkeit, die welwillendheid gevraagd wordt. Of er dan in deze Kerkenordening rekening mee gehouden wordt, dat die Overheid ook wel niet Christelijk, niet Gereformeerd is?
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's