De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FEUILLETON

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FEUILLETON

5 minuten leestijd

Kleine Luijden
SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN,
door IDSARDI
3)
„Een vreemd geval," heeft de dokter meermalen gezegd, maar vandaar dat hij zich bij dag en nacht inspande, als gold 't het leven van een koningskind, om het te redden van den dood. Zooveel was in elk geval duidelijk, dat men hier niet te doen had met een gewone bedelares; veeleer met iemand, die door de omstandigheden van het leven in de engte gedreven, hare omgeving was ontvlucht, om elders in den vreemde een geheel nieuw leven te beginnen, ver van allen, die haar met den vinger konden nawijzen.
Doch meer was men van haar niet gewaar geworden. Toen eindelijk de crisis doorworsteld was, dank zij mede haar nog jong en veerkrachtig gestel en niet het minst ook de zorgvuldige verpleging van de familie Deelstra en de teedere zorg van den geneesheer, zonk zij weer in haar volhardend zwijgen. 't Was op een avond geweest, toen zij voor het eerst met volle bewustzijn hare oogen opsloeg en rondblikte in de vreemde omgeving, „Waar ben ik hier?" — heeft zij gevraagd aan de bakkerin, die voor haar bed zat, en al lang op dit oogenblik had gewacht.
„In Zorgvliet, " — was het antwoord — „weet je niet meer dat je hier op een avond bent aangekomen toen het zoo donker en koud was, en bij een bakker brood kwaamt halen?" 
„Zorgvliet, " — zuchtte de vreemdelinge, en toen met een pijnlijken trek om den mond: „mooie naam." Daarop had zij de oogen weer gesloten als om na te denken. En toen, na eenig zwijgen, met iets wilds in hare oogen, terwijl zij zich plotseling verschrikt ging oprichten: „waar is Henk? , waar is mijn kleine Henk?"
Zoo wist men dus dat het kleine, vergroeide kereltje met zijn diepe, blauwe oogen en blonde krullen, „Henk" heette.
„Bij de kinderen van ons in de andere kamer; hij kraait van pleizier", — suste vrouw Deelstra.
„Och Iaat ik hem even zien," — bedelde zij, en toen daarop niettegenstaande het verbod van den dokter om toch vooral geen emoties te wekken, het ventje gehaald werd, heeft zij het bijna woest omhelsd, onder de woorden: „mijn arme lieveling."
Later heeft vrouw Deelstra vaak verteld, dat het haar op dat oogenblik haast te bang geworden was, en zij hare tranen niet meer had kunnen bedwingen bij het zien van die ontroerende blijdschap en bijna hartstochtelijke liefde, waarmede de vrouw toen het kind aan de borst had gedrukt.
Daarop was de kleine man weer weggehaald en bij de anderen gebracht, die intusschen in de gang, door een kier getuige geweest waren van dit aandoenlijk tooneel.
„En hoe heet je van je eigen?" — heeft vrouw Deelstra nog gevraagd.
Weer volgde een pauze, maar daarna, als voelde zij haar weldoeners deze mededeeling schuldig te zijn: „ik heet Sien", — doch om er aanstonds op te laten volgen, terwijl zij de hand van haar onbekende verpleegster greep en zacht drukte: „meer kan ik u tot mijn spijt op het oogenblik niet zeggen."
„Goed dan; Sien; wij zullen je dus ook zoo maar noemen, " en vandaar dat zij later bij jong en oud dezen naam behouden heeft. En door straatbengels werd omgedoopt in „rooie Sien", maar bij verreweg de meesten bekend raakte als: „tante Sien."
Vanaf dat oogenblik trad de beterschap in. Weldra mocht het bed eenigen tijd ver­laten worden, om zoo spoedig mogelijk tot het gewone leven terug te keeren. Thans deden zich echter nieuwe moeilijkheden voor, die eerst niet in hare tegenwoordigheid besproken werden, doch meermalen de hoofden en harten bezighielden. Immers, de vraag was: „waar moest men met haar heen?" Hier blijven ging natuurlijk niet, en zonder eenig uitzicht haar in dezen donkeren tijd van het jaar de koude, hardvochtige wereld inzenden evenmin.
Ook met dominé Randwijk was reeds een en andermaal over dit onderwerp gesproken. Herhaaldelijk was deze bij zijn diaken aangeloopen om te informeeren hoe de nieuwe huisgenoote het maakte, en tevens met de stille hoop, dat hij een goed woord aan haar kwijt kon worden, of haar last misschien verlichten, door haar biechtvader te zijn. Immers, dat er op dit leven een schuld drukte, was voor allen zoo goed als zeker. Niemand echter, die tot hiertoe een oplossing van 't moeilijke vraagstuk wist. Alleen zooveel wist men, dat zij afkomstig was van Christelijken huize, getuige de woorden af en toe in ijlende koorts gesproken. Geen enkele maal had zij evenwel in ds. Randwijk den predikant herkend, of waren zijn woorden tot haar bewustzijn doorgedrongen. Meermalen had zij hem als haar dokter aangesproken, doch altijd op een wijze waaruit duidelijk hare beschaving zoowel als hare ontwikkeling sprak, 't Was inderdaad een interessante gebeurtenis voor het anders zoo rustige, stille Zorgvliet, waar de eene dag volkomen op den anderen geleek, als het geval zelf maar niet zoo diep tragisch was geweest. Want dat er over dit jonge vrouwenleven vrij wat stormen waren heengegaan, bleek uit alles duidelijk, terwijl de aanwezigheid van het kind natuurlijk stof voor allerlei vermoedens gaf.
Op zekeren morgen, — zij had juist haar bed verlaten en zag aandachtig naar de meid, die in groote haast haar werk verrichtte, voortgedreven als zij werd bij de gedachte aan den velerlei arbeid, die vooral in de morgenuren bij een bakker moet worden afgedaan — kwam plotseling bij Sien zelf de angstige vraag in al hare wreedheid en wanhoop boven: „waarheen?"
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FEUILLETON

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's