KERKELIJKE RONDSCHOUW
In de Lijdensweken (1)
Gods raad en der menschen raad.
Onze voeten staan weer op den lijdensweg, om onzen Heiland stap voor stap te volgen nu, waarbij het de kennelijke bedoeling des H. Geestes is, om ons, door de Heilige Schrift stuk voor stuk van die via dolorosa voor oogen te stellen, opdat, naar Paulus' woord, de lijdende Verlosser in alle trekken van Zijn lijden en sterven in het midden der gemeente zal worden gepredikt, wat hij daar noemt „schilderen" (Gal. 3 vers 1).
„Jezus Christus is u toch voor oogen geteekend als gekruisigde?" zoo zegt hij daar bestraffend tot de Galatiërs, die een ander fundament willen gaan leggen tot zaligheid, dan in het verzoenend lijden en sterven van Christus gegeven is! Om hen tot het kruis van Christus terug te roepen.
Worde ook onder ons in deze weken het Kruis-Evangelie weer kloek en vaardig verkondigd in stad en dorp en geve de Heere de voorlichting des Heiligen Geestes tot uitlegging van de Schriften en tot zegening in het midden der gemeente, voor ouden en jongen saam!
Wat ons in verband met het lijden en sterven van Jezus weer bij vernieuwing treft? 't Is: Gods raad en der menschen raad.
„Gods raad stond vast, nog vóór de aarde in haar windselen lag", voor de grondlegging der wereld „Toen het eerste menschenpaar beschaamd en gebroken het paradijs achter zich liet, kende Gods raad reeds het kruis, dat de gevallen menschheid weer zou oprichten. Toen door Mozes naar goddelijk bevel het eerste Paaschfeest werd voorgeschreven, toen voor de eerste maal het bloed aan de deurstijlen der huizen sprak van verlossing en bevrijding, had Gods raad reeds bepaald, dat eens op het feest des lams het ware Lam zou worden geslacht en geofferd. Toen Mozes' hand de koperen slang verhief op een kruispaal, wist de raad Gods reeds, dat eenmaal het gevloekte hout het teeken des heils, de banier der zaligheid zou zijn". (A. Rinkel. Van heerlijkheid tot heerlijkheid. 1, bladz. 101, enz.).
En dan komt Jezus, Die in den raad Gods mee heeft aangezeten. En Hij zegt, op den bestemden tijd: „Gij weet, dat het over twee dagen Paschen is, en dat de Zoon des menschen zal overgeleverd worden om gekruist te worden". „Rustig klinkt het van Jezus' lippen. Zijn hart twijfelt niet. Hij kent den raad Zijns Vaders en Hij weet, dat niets dien zal verijdelen.
Allerminst de raad der menschen. „Niet op het Paaschfeest" heeft die raad gesproken, „daar mocht anders oproer onder het volk ontstaan". Straks, als de feesthoudende menigte huistoe is gegaan, zal 't geschieden. Als de stad weer rustig is zal de onruststoker in alle stilte ongemerkt van het tooneel verdwijnen.
Er is eenstemmigheid tusschen den raad Gods en den raad der menschen. Der menschen raad zoekt den dood des Nazareners, opdat het gansche volk niet ten verderve ga". Gods raad voert tot den dood van het Lam Gods, opdat het wegdrage de zonden der wereld en gansch Sion zal zalig maken.
Maar nu is het Gods raad, die in den raad der menschen volbracht wordt. En waar de menschen aarzelen en rondtasten omtrent tijd en wijze, daar zegt Gods raad: nu zal het geschieden, over twee dagen en door de hand van de heidenen; niet na, maar op het Paaschfeest; en niet door steeniging of sluipmoord, maar aan een kruis zal Hij sterven; niet zonder, maar met het volk, het geheele volk, ja, met Jood en heiden saam; niet; tegen hun zin, noch buiten hun voorkennis, maar met hun medewerking en volle instemming, die luid het zal uitroepen: weg met dezen, kruis Hem!
En we weten, hoe Judas het was, die aan het wankelend plan van Kajafas' raad een nieuwe wending gaf en het dreef in de onvermijdelijke richting van den raad Gods!"
Ook de hel en de duivel werken mee! Bewijs te meer slechts, dat Gods raad zal standhouden en Hij tot het laatst de draden in handen houdt, dat alles geschiedt gelijk Hij het wil.
Gods raad de sterkste! En Hij is de eeuwige Vader van onzen Heere Jezus Christus, die Zijn kinderen hier op aarde telkens wil verzekeren, dat Hij daar boven de draden van het menschenleven, zoowel als de teugels der wereldregeering in handen houdt.
Hij zegt ons telkens, dat geen toeval regeert, maar een wijs God en liefderijk Vader; en wederom, dat geen willekeur ons leven beheerscht, maar dat alles geschiedt naar het doel, door Hem gesteld.
Wat 's menschen raad ook bedenke, gisse, voorneme, beraadslage, wij en al wat leeft zijn in de almachtige hand Gods, die door tegenstand van menschen Zijn wil verwezenlijkt en door schijnbare nederiaag de overwinning behaalt; die vernedering stelt als den eersten trap tot verhooging en een kruisweg wijst als het pad tot heerlijkheid. In Zijn hoede zijn wij veilig, indien we Hem in Christus mogen kennen als onzen God en Vader. Zij onze bede maar dagelijks: Uw wil geschiede.
En zij ons geloof: „dat ons geen schepsel van Zijne liefde scheiden zal, aangezien alle schepselen alzóó in Zijne hand zijn, dat zij, tegen Zijnen wil zich noch roeren noch bewegen kunnen".
Onze Inspectie-reis door Groningen.
Daar hopen we persoonlijk ook nog wel eens te komen, misschien spoedig wel. Maar nu moet het maar schriftelijk, door onze courant.
In de Provincie G r o n i n g e n zijn 4 Classes en wel: de classis Groningen met 45 gemeenten en 48 predikantsplaatsen, waarvan, volgens onze opgaven: 29 vrijzinnig, 11 ethisch, 7 confessioneel en (1) gereformeerd. Dan de classis W i n s c h o t e n, met 38 gemeenten en 41 predikantsplaatsen, waarvan 24 vrijzinnig, 8 ethisch, 7 confessioneel en 1 gereformeerd. Vervolgens de classis A p p i n g e d a m, met 42 gemeenten en 41 predikantsplaatsen, waarvan 14 vrijzinnig, 21 ethisch, 6 confessioneel en 0 gereformeerd. Eindelijk de classis W i n s u m, met 40 gemeenten en 36 predikantS'plaatsen, waarvan 19 vrijzinnig, 14 ethisch, 3 confessioneel en 0 gereformeerd.
Men ziet, dat de classis Groningen en Winschoten wel gerekend kunnen worden onder de beslist moderne; terwijl Appingedam in meerderheid rechtzinnig is, en in Winsum de verhoudingen zóó zijn, dat de vrijzinnigen de meerderheid hebben, met een sterke rechtsche minderheid. De Classicale Besturen zijn, voor zoover wij dat beoordeelen kunnen, als volgt samengesteld: het Classicaal Bestuur van Groningen 6 (7) vrijzinnigen en 4 (3) rechts; Winschoten 9 vrijzinnig en 0 rechtzinnig; Appingedam 10 rechts en 0 vrijzinnig; Winsum 6 (5) vrijzinnig en 4 (5) rechts.
Het Provinciaal Kerkbestuur van Groningen is dan ook overwegend vrijzinnig; de 2 afgevaardigden naar de Synode zijn gewoonlijk modern; en ds. Tammens, van Zuidbroek is geabonneerd in deze; met ds. Cremer, van Veendam, als secundus.
Beginnen we met de classis Groningen, dan kunnen we wel bij de stad Groningen blijven, waar onze sympathieke collega ds. J.J. Knap woont; maar de post behoeft in de stad Groningen niet lang voor ons te loopen, want leden van den Gereformeerden Bond hebben we er niet en „De Waarheidsvriend" moeten ze er niet. Jammer! Zou er niemand in Groningen zijn die een lijstje van adressen van gereformeerd-Hervormden zou kunnen en willen opstellen, om het ons dan toe te zenden?
In al de vrijzinnige gemeenten van de classis Groningen zijn ook weinig of geen Evangelisaties. Naar we tellen kunnen maar drie: in Sappemeer, Grijpskerk en Grootegast. Maar de preciese situatie in deze kennen we niet en daarom houden we ons altijd ten zeerste aanbevolen voor aanvullingen en verbeteringen.
In de Classis Winschoten hebben we één predikantsplaats, waarvan we kunnen en mogen en willen zeggen, dat het er een van „ons" is, en wel O n s t w e d d e, waar ds. J.C. Wolthers predikant is. Daar in de Ned Hervormde Kerk van Onstwedde hebben we wel eens gesproken en we hebben den indruk gekregen, dat daar nog wel gereformeerd volk woont!
Ook hebben we daar in Tange-Alteveer den heer J.L. van der Pauw als godsdienstonderwijzer, vroeger de heer K. Asmus, nu te Keeten, gem. Capelle a.d. IJssel. In die gemeenten telt „De Waarheidsvriend" gelukkig een aantal abonné's.
't Is als een oase in de woestijn! Er zijn hier, in de classis Winschoten, méér Evangelisaties dan in de classis Groningen. Als onze opgave juist is, dan zijn er 12, en wel te: Muntendam, Noordbroek, Oude-Pekela, Stadskanaal (in een buurtschap), Veendam, Westerlee, Winschoten, Beerta, Midwolda, Nieuwe Schans, Nieuw Scheemda en Blijham. De collectanten van deze Evangelisaties, althans van meer dan een, zijn voor ons geen vreemdelingen, want dat werk daar is al van ouden datum. En we hopen altijd nog, dat, gezien de vele Evangelisaties, deze classis nog eens met de jaren zal „om" gaan.
Maar het Kerkverwoestend modernisme is taai en de vrijzinnige machthebbers zijn velen!
Zaait intusschen het zaad, de Heere kan den wasdom geven!
Dat zeggen we ook tot de Evangelisatie te Oude-Pekela, met den Eerw. heer H. van der Veen als Evangelist-godsdienstonderwijzer, welke Evangelisatie zich bij onzen Gereform. Bond heeft aangesloten. Zoo hebben we dus in Onstwedde, Oude Pekela, Tange-Alteveer en Veendam onze kolonies, maar versterking en uitbreiding is hier noodig, wenschelijk en mogelijk!
In de rechtzinnige classis Appingedam, hoewel er 28 vrijzinnige predikantsplaatsen zijn, tellen wij geen gereformeerde dominé's, noch Evangelisten. Voor zoover we weten, wordt hier „De Waarheidsvriend" niet gelezen. En in de classis Winsum is het ook „mis" voor ons. 't Is vrijzinnig, ethisch — en natuurlijk hebben de Gereformeerde Kerken met allerlei andere Kerken en Kerkjes de menschen ingepalmd. De Gereformeerde Kerken van Winsum, Warffum, Uithuizermeeden, Middelstum, Leens enz., mogen er zijn!
Ja — het modernisme heeft wel groote verdiensten voor de Ned. Hervormde Kerk! Men moet maar eens een rondreis door, de provincie Groningen maken. En Noord-Holland niet te vergeten. Droevig, in-droevig. Ziel-en Kerkverwoestend. Met de schrikkelijkste loochening van de Godheid van Christus, met de loochening van alle positief Christendom!
Prof. Fabius aan 't woord.
Dat is er nog een van de oude garde! lemand, die altijd hard gewerkt heeft, veel geschreven, veel gesproken heeft; niet zelden daarbij alleen gestaan heeft. Wij beoordeelen nu niet, waaraan dat laatste te wijten is. Wij willen nu alleen maar zeggen, dat prof. Fabius een bekende figuur is, ook in betrekking tot de doleantie, waarbij hij zijn pijlen steeds richtte op de Synodale Besturen-organisatie van 1816 — '52. Zijn geschrift over dat Reglement van 1816 —'52 is bekend en bevat altijd nog veel bruikbaar materiaal voor ons.
Bij gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Christelijke School te Voorthuizen (Geld.) heeft prof. Fabius, die nu lid van den Raad van State is, en daarom ook al meê de laatste jaren tot de stillen in den lande behoort, de feestrede uitgesproken in de Geref. Kerk. Omdat de vriend van prof. Fabius veertig jaar geleden de grondslagen voor die School met den Bijbel te Voorthuizen gelegd heeft, en wel de bekende dr. mr. Van den Bergh. Bij die gelegenheid heeft prof. Fabius over Kerk, Politiek, School, enz. allerlei opmerkingen gemaakt, blijkbaar om te vertolken hoe hij zelf over een en ander denkt.
Dat is prof. Fabius kracht; om open aanmerkingen te maken; scherp, mooi, juist ook wel eens scherp, niet-mooi en niet-juist; meestal zóó, dat ze er neer geworpen worden en dan verder zonder practische toepassing blijven. Wij beoordeelen dat nu verder niet. Maar het komt ons niet ondienstig voor een paar stukjes van z'n feestrede, te Voorthuizen in de Geref. Kerk gehouden, hier af te schrijven en onzen lezers voor te leggen. Ze moeten er dan maar mee doen wat ze willen.
Prof. Fabius zei dan o.a. dat dr. v.d. Bergh veel heeft tot stand gebracht, wat onbereikbaar scheen. Maar er is dikwijls zoo'n tegenzin bij de menschen tegen het goede.
»Gelijk het Groen van Prinsterer's lijden is geweest, dat de tegenwerkers zijne woorden niet doorgaven aan de breedere volkskringen, waarbij deze lieden dan zeiden, dat het volk onwillig was om aan te nemen, hoewel Groen er zich van overtuigd hield, dat het volk met hem instemde. En nóg is menigeen, die zegt volksinvloed te wenschen bovenal bedacht op het smoren van de stem des volks, als het Groen's taal zou doen hooren«.
Hoort ge de scherpe pijl suizen door de lucht? Of p r o f. F a b i u s hier billijk spreekt en juist oordeelt gelooven we niet ten volle. Ook gelooven we niet, dat het in 't wilde weg schieten met zulke pijlen éénig voordeel zal opleiveren. Maar we gaan verder. Prof. Fabius zei:
»Bekend is dr. Van den Bergh's werk voor 't Christelijk Onderwijs. Te Schaarsbergen kon 2 Aug. 1882 een School met den Bijbel geopend worden; 20 Jan. 1887 eene te Zwartebroek en 13 Febr. 1888 die te Voorthuizen. Ook wenschte dr. Van den Bergh verband tusschen de scholen, wat geleid heeft tot het oprichten van den „Schoolraad voor de Scholen met den Bijbel" op 31 October 1890, een half jaar na zijn dood. Mede heeft hij aanstonds plannen ontworpen om de scholen te bevrijden van den vaccinedwang,
Overigens is het op schoolterrein niet geheel naar zijne wenschen gegaan. Stellig zou hij den leerdwang hebben bestreden. Ook was hij tegen evenredig schoolgeld en kosteloosheid van het onderwijs. Eventueel moesten arme ouders uit een suppletiefonds worden gesteund. Eveneens was hij sterk tegen staatssubsidie gekant.
Van dr. Van den Bergh is ook uitgegaan de stoot om te komen tot eene school voor idiote kinderen, n.l. 's Heerenloo te Ermelo. Uit zijn tegenstand tegen staatssubsidie voor de lagere school kan wel afgeleid worden, hoe hij gedacht zou hebben over staatssubsidie voor de Vrije Universiteit. Stellig had hij althans geraden eerst te bewerken, dat in de Gereform. Kerken ieder daarvoor bijdroeg. De Vrije Universiteit was hem een voorwerp van zeer teedere belangstelling Ook heeft hij haar eenige jaren als curator gediend en zich in 1889 bereid verklaard als buitengewoon hoogleeraar zich aan haar te verbinden.
Hartelijk leefde dr. Van den Bergh mee in wat op staatkundig terrein voorviel, waarbij hij geheel ging in de lijnen van Groen van Prinsterer. Menig artikel is in 1876 van hem opgenomen in ,,De Standaard". Ongetwijfeld had hij betreurd de Armenwet van Minister Heemskerk, en ingestemd met de opmerking van den oud-Minister Colijn, dat de Antirevolutionaire Partij te zeer in socialistische richting is gegaan en de vrijheidsbeperking, waaraan zij meewerkte., een socialistisch stempel draagt«.
Dat zijn dus opmerkingen over den schoolstrijd, over de politiek, over de Vrije Universiteit enz.
Of de kamergeleerdheid en de praktijk van het leven misschien ook hier als twee zéér onderscheidene dingen wat ver van elkaar zijn blijven staan, beoordeelen we weer niet. De vraag te stellen meenden we niet overbodig te zijn. Dan gaat het over de doleantie, de Ned. Herv. Kerk enz.
»Rijk en diep was dr. Van den Bergh — zoo sprak prof. Fabius — »in de bediening van het Woord. Gansch bijzondere beteekenis heeft hij gehad voor het vrijmaken van de Kerken uit de banden der Synodale „desorganisatie". Had 2 Febr. 1885 de Kerk van Kootwijk zich vrijgemaakt, 4 Febr. d.a.v. deed dit de Kerk van Voorthuizen; een week later die van Reitsum.
De richtingslijnen der Doleantie waren in dr. Van den Bergh vleesch en bloed, zoodat hij daarin geheel accoord ging met dr. Kuyper en dr. Rutgers. Hij achtte dan ook, dat, als met de Synodale besturen werd gebroken, dit geschiedde voor de gansche gemeente, en dat de eigenlijke hervorming niet met dat breken voltooid was, maar dan moest beginnen. Zoo heeft hij krachtig gewerkt voor herleving van het ambt van ouderling en dat van diaken.
Het zoude dr. Van den Bergh zeker hebben gesmart, dat de reformatie van de Kerken veelszins is blijven steken. De strijd tegen het Synodale Genootschap is toch maar al te zeer verslapt. Wat bespeurt men weinig van vermaan aan kerkeraden, waar de Kerk nog onder de Synode verkeert. Het is soms alsof Gereformeerde predikanten zich beijveren in zoetsappigheid tegenover Synodale predikanten. Men denkt wel aan Evangelisatie, maar weinig aan de zorg voor kerksche Synodaal-gezinden, voor wie toch met de Synode is gebroken. Wel wordt soms gewaarschuwd tegen het huwen met wie tot het Synodale Genootschap behooren en tegen 't bijwonen van godsdienstoefeningen daar, maar omdat te weinig de zondige aard van dat Genootschap wordt blootgelegd, raakt 't de consciëntie niet en klinkt het kerkistisch. Men spreekt vaak van de Doleantie als iets uit het verleden. Maar de Kerken doleerden, omdat hun recht op kerkgebouw, pastorie enz. werd miskend. En in dezen is niets veranderd. Menig kerkelijk blad verzuimt aan de gemeente geregelde voorlichting te geven in kerkelijke vraagstukken, zoodat de gemeente in dit opzicht eigenlijk herderloos is«.
Ook hier worden dus weer tal van klappen uitgedeeld, naar alle kanten! En dan vervolgt prof. Fabius:
»Soms bekruipt mij de vrees, dat aan de pitlooze houding tegenover het Synodale Genootschap niet vreemd is de vrees in hoogere politieke kringen, dat eene andere houding stemmen aan de Antirevolutionaire Partij kan kosten. Maar stemmen, aldus verkregen, verhoogen niet de zedelijke kracht dier partij. En althans hebben de Kerken wel toe te zien, dat zij niet de Synodale macht voor dergelijke doodelijke macht verwisselen«.
Dat prof. Fabius een bij uitstek Hervormden-hater is, wat hij en ten opzichte van de Vrije Universiteit en op politiek terrein veelszins heeft doen blijken, wisten we. Dat hij zoo wenscht te sterven, is nu duidelijk. Ten slotte wees prof. Fabius er nog op
»dat de grootere Kerken zich moeilijker aan sleur schijnen te onttrekken dan kleinere (collecteeren voor 't zelfde doel tweemaal in één dienst; het aanhouden van de kerkcollecte; het bijwonen van den dienst zonder geheelen Bijbel). Spreker zou het een zegen achten voor de Gereformeerde Kerken, indien haar nogmaals dienaars des Woords geschonken werden met eenen reformatorischen ijver als dr. Van den Bergh bezielde«.
Ook hier vreezen we, dat het zien op wat achter ligt en in dr. Van den Bergh in 1880 gegeven is, wat onbillijk maakt tegenover het heden en wat doet negeeren 't geen de Heere nu toch óók nog wel schenken wil aan Zijn Kerk. Maar — zooals we zeiden — 't is ons nu niet te doen om onze opmerkingen, we wilden maar eens even laten hooren hoe een man als prof. Fabius over een en ander denkt; en we zullen goed doen het maar niet zonder meer naast ons neer te leggen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's