De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

5 minuten leestijd

„Geen dankbaar werkje, dominé, dat werkje dat je d'er nu bij hebt gekregen; daar zult ge, vrees ik, niet veel pleizier van beleven".
Zoo sprak dezer dagen iemand tot mij, die gelezen had dat ik Penningmeester van den Bond was geworden.
„Geen dankbaar werkje". Ik voelde natuurlijk wel dat daarin het onuitgesproken en misschien ook wel het onbedoelde verwijt lag: „dat breng je d'r nooit zóó af als je voorganger". Immers voor hem is het altoos wèl een dankbaar werkje geweest.
Nu, laat ik maar aanstonds zeggen, dat ik dat met mijn zegsman volkomen eens ben dat ik in de schaduw van mijn voorganger, wat dit betreft, niet staan kan. Onze Voorzitter heeft, meen ik, op de begrafenis van broeder Fliehe gezegd, dat hij zijn werk „geestig èn geestelijk" had gedaan. Dat was volkomen juist.
Welnu, geestig zal ik het heelemaal niet kunnen, want een geboren humorist, zooals onze gestorven vriend was, ben ik allerminst. En ik wil ook niet trachten zelfs hem hierin na te bootsen, want een dergelijke imitatie zou toch een mislukking zijn.
Of ik het dan geestelijk zal doen? Ach, wat zal ik zeggen? De menschen, vooral wij, dominé's, zijn zoo dikwijls „geestelijk", terwijl we toch niet geestelijk zijn; en daartegenover zijn wij ook wel eens „niet geestelijk", terwijl we dan soms veel geestelijker zijn dan dat we wel „geestelijk" zijn. Ik wil maar zeggen: dat woord geestelijk is zoo'n betrekkelijk begrip. De één noemt soms geestelijk wat een ander heelemaal niet geestelijk vindt en omgekeerd ook. Laat ik dus maar trachten de stoffelijke belangen van onzen Bond en van onze Fondsen zoo geestelijk mogelijk te behartigen, en laten de lezers van „De Waarheidsvriend" daarbij met en voor mij de bede opzenden: „Och, schonkt Gij hem de hulp van Uwen Geest". Dan zal het in ieder geval geestelijk genoeg zijn.
Geen dankbaar werkje èn ik zou er niet veel pleizier van beleven. Het kan best wezen, maar dan denk ik maar: een mensch is niet voor zijn pleizier op de wereld, maar wèl om te volbrengen de taak, die hem opgelegd is en te vervullen de roeping waartoe hij van Godswege geroepen is. 'k Heb altoos zoo den indruk gehad, dat onze vorige Penningmeester het nooit tot zijn verdriet heeft gedaan, en in dat opzicht hoop ik zijn navolger te wezen.
Wat ik niet verwacht is, dat alles net zal gaan zooals ik het graag wenschen zou. Als je eenmaal 28 jaar dominé geweest bent dan is een der dingen die je wel geleerd hebt deze, dat je de menschen niet allemaal kan krijgen, zooals je ze graag zoudt hebben, en dat de heele wereld nu eenmaal niet naar je pijpen danst.
Dat heb ik deze week alweer ondervonden met 't gironommer, dat ik als Bondspenningmeester had aangevraagd. 'k Had zoo graag gewild, dat ik nu had kunnen vertellen op welk nummer de gelden per giro gestort konden worden. Maar jawel, ze hebben aan de Posterijen geen haast en hebben me netjes laten wachten, zoodat ik het nog steeds niet weet en ik het dus den lezers van „De Waarheidsvriend" ook nog niet kan vertellen. Nog een week geduld dus, willen we hopen, 'k Denk dat er heel wat op dat gironummer ligt te wachten, — Postwissels worden ook langzamerhand zoo ouderwetsch — want mijn inkomsten zijn deze week maar magertjes geweest.
'k Dacht zelfs, dat er heelemaal niets zou komen en dat ik de vette letters ditmaal voor den dag zou moeten laten halen voor een groote Nul.  Maar dat is toch gelukkig nog niet noodig. Dat zou ook een onteering van de nagedachtenis van onzen ontslapen Penningmeester zijn geweest. Gelukkig, dat er dus iemand in
M a a r s s e n geweest is, die dat heeft verhoed. Vanmorgen toch zond ds. G. Benes aldaar mij zoo' n ouderwetschen postwissel van ƒ10.— met bijschrift; „een dankoffer voor den Gereformeerden Bond; gevonden in de collecte van Zondagmorgen 26 Febr."
Zie zoo, dacht ik, dat is toch iets. Misschien is het wel veel heel veel zelfs. In ieder geval ben ik dien broeder of zuster in Maarssen heel dankbaar, dat hij of zij den nieuwen Penningmeester niet heelemaal met leege handen liet staan.
Maar wacht even, daar komt de Dinsdagmiddagpost aan, die mij de vorige week dien vetten wissel uit Genemuiden bracht. Misschien heeft hij wel weer zoo iets. Neen, mis hoor! Wel een brief van de afdeeling „Alphen" voor den Secretaris, maar geen cent voor den Penningmeester. 'kMoet 't dus van de week met mijn tien guldens doen.
„Geen dankbaar werkje, dominé, niet veel pleizier beleven". Onwillekeurig komen mij die woorden weer voor den geest. Ach ja, die „binnenpraters" kunnen het een mensch soms lastig maken. Maar ik hoor ook een anderen „binnenprater" en weet ge wat die zegt? „Heb je soms de vorige maal ook een beetje te hoog gestaan met dat hooge bedrag van ƒ452.—, waarmee je toen voor het front kondt komen, en zou dit kleine bedrag soms ook zijn om je te herinneren aan een woord, dat je anderen vaak voorhoudt: „het is niet desgenen die wil, noch desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods"?
Ik geloof, dat die laatste binnenprater" gelijk heeft. Laat ik dus maar tevreden en dankbaar zijn, gedachtig aan het bekende woord dat al mijn lezers wel kennen: „Wie veel verzamelde had niet over en wie weinig verzamelde ontbrak niet". En nu maar weer afgewacht de dingen die verder komen zullen.
Veenendaal,
De Penningmeester, Ds. M. JONGEBREUR.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 maart 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 maart 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's