STAAT EN MAATSCHAPPIJ
De kleine scholen.
Het initiatief-voorstel van den heer Zijlstra, dat, gelijk men weet, de bedoeling heeft om de kleine schooltjes uit de moeilijkheden te helpen, waarin zij tengevolge van de bezuinigingsmaatregelen van het jaar 1923 geraakten en waarover wij de vorige week in verband met het voornemen der regeering tot wederinvoering der zevenjarige leerverplichting een paar opmer kingen maakten, is bij nader overleg nog op een belangrijk punt door den voorsteller gewijzigd geworden.
Deze wijziging zal ongetwijfeld als een groote verbetering worden aangemerkt en dies de algemeene instemming hebben.
Zooals onze lezers uit een vroegere bespreking van het voorstel-Zijlstra zich zullen herinneren, zit bij dit voorstel de gedachte voorop, dat de éénmans-en de tweemansscholen oogenblikkelijke hulp uit hun benarde positie behoeven en dat deze hulp nog te dringender zal worden, wanneer de zevenjarige leerplicht weer in toepassing komt. De eenige weg nu om deze scholen tegemoet te komen, is gelegen in het verlagen van de leerlingenschaal, waardoor het mogelijk wordt een leerkracht meer aan deze soort van scholen te verbinden.
Echter heeft de heer Zijlstra, ten einde de kosten niet te hoog te doen loopen, in zijn leerlingenschaal hoogere cijfers genomen, dan die in de schaal der technische herziening van de Lager Onderwijswet vóór den bezuinigingsmaatregel in 1923 voorkwamen. Ook had de voorsteller zich met zijn ontworpen middenschaal uitsluitend bepaald tot het voorzien in den nood der kleine scholen.
Dit leidde er toe, dat van meet af tegen het voorstel een niet onbeteekenende bedenking werd aangevoerd.
Deze bedenking betrof het feit, dat wanneer het voorstel ongewijzigd werd aangenomen, de schaal, door den heer Zijlstra ontworpen, ook na het jaar 1929, het tijdstip, waarop automatisch de schaal der technische herziening weer zal intreden, gehandhaafd zal blijven. Daardoor zouden alle scholen, zoowel kleine als groote, na 1 Januari 1930 door het voorstel-Zijlstra in ongunstiger conditie komen.
Dit bezwaar is nu ondervangen geworden, doordat de voorsteller zijn voorstel in dezer voege heeft gewijzigd, dat het blijvend karakter, wat het voorstel eerst had, in een tijdelijk karakter is veranderd geworden, zoodat de voorgestelde schaal, welke er op berekend is om alleen de kleine scholen te helpen, zal gelden tot 1930, om daarna te worden vervangen door de leerlingenschaal, die vóór dat de bezuinigingsmaatregelen van 1923 werden getroffen, aan de scholen in gebruik was.
De normale gang van zaken zal dus in twee etappen bereikt worden; de eerste etappe zal zijn de invoering der schaal, ontworpen door den heer Zijlstra; de tweede zal gedaan worden, wanneer de technische herziening in 1930 automatisch in werking treedt.
Wij gelooven, dat de heer Zijlstra er goed aan heeft gedaan zijn voorstel te wijzigen in den zin, zooals wij hierboven aangaven. Hierdoor is allerwegen bevrediging gewekt.
Het orgaan van den Bond van Nederlandsche Onderwijzers, „De Bode", die met de wijziging bijzonder is ingenomen, schrijft er van:
Dit beteekent, dat het ontwerp behoudt het goede, dat het bracht: eenige verlichting der kleinere scholen anderhalf jaar eerder, dan ze automatisch zou komen, terwijl er uit wegvalt het nadeel, dat na 1929 de leerlingenschalen slechter zouden zijn, dan ze nu automatisch zullen worden.
Wij zijn benieuwd naar het onthaal, dat het voorstel-Zijlstra én bij de Regeering èn bij de Kamers zal te beurt vallen. De geldelijke gevolgen van het voorstel, nog geen twee millioen, d.i. ongeveer de helft van wat de wederinvoering van de zevenjarige leerverplichting zal kosten, kan o.i. voor de Regeering geen onoverkomelijk bezwaar zijn, om, wanneer de Staten Generaal zich met de voorgestelde regeling van den heer Zijlstra vereenigt, hare medewerking te verleenen om het voorstel tot wet te verheffen.
Wij hopen niet, dat de Ministers van Onderwijs en van Financiën, die bijzonder deze zaak aanbelangt, zich op het starre standpunt zullen plaatsen, dat alleen de wederinvoering van de zevenjarige leerverplichting genade in hunne oogen kan vinden, en dat alle andere regeling contrabande is. Zulk een optreden zou een groot deel van ons volk teleurstellen, vooral dat deel, dat van herstel van het zevende leerplichtjaar niets moet hebben.
Intusschen, wij wachten met belangstelling de komende beraadslagingen in het Parlement af. Moge de poging, om de kleine scholen ter hulpe te komen, ook de sympathie der regeering hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 maart 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 maart 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's