De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

10 minuten leestijd

Postgiro 138421.
MAG DE PAASCHCOLLECTE VOOR ONZE FONDSEN ZIJN?
Dat is de vraag, waar we vandaag mee beginnen!
Net als de Penningmeester daar enkele weken vóór Paschen ook altijd mee begon. Maar ik dacht, zegt ge, dat ge zoudt trachten het niet net als uw voorganger te doen. Voorzichtig wat, beste vriend, dat heb ik niet gezegd en dat zou ik ook niet graag gezegd hebben. Ik heb alléén gezegd, dat ik niet zou trachten hem na te volgen, maar dat is heel wat anders dan dat ik wél zou trachten hem niet na te volgen. Integendeel, ik denk niet bij mij zelf: laat ik het nu eens net probeeren als Fliehe het deed; maar ik denk ook niet bij mij zelf: laat ik het nu eens net andersom doen als Fliehe het deed. Daarvoor heeft onze onvergetelijke vriend het veel te goed en met veel te veel zegen gedaan, dan dat ik ook maar trachten zou het hem te verbeteren. Neen, neen, zonder hem te willen nabootsen blijve „Financiën" toch op dezelfde leest geschoeid. Dat zijn we aan zijn nagedach tenis verplicht. En daarom
MAG DE PAASCHCOLLECTE VOOR ONZE FONDSEN ZIJN?
Dat is de vraag, die wij van het kerkhof te Arnhem ons hooren tegenruischen! Neen, dat is de vraag, die niet van beneden, maar van boven als 't ware nog tot ons komt. En het is mij een eere de tolk te mogen zijn om die vraag voor te leggen, bijzonder aan de consciëntie van onze Gereformeerde Kerkeraden.
O, in zoovele gemeenten onzer Kerk zal weldra het rijke Paaschevangelie weer verkondigd worden. Op hoeveel kansels zal de bazuin weer klinken: „de Heere is waarlijk opgestaan en is van Simon gezien". Gelukkig, als die naam ,,Simon" hier door den onze vervangen zou kunnen worden en ook wij den eens vernederden maar nu verhoogden en verheerlijkten Zaligmaker zien mogen met het oog des geloofs.
Maar zouden we dan niet begeeren, dat die Naam van den levenden Heiland als olie zal uitgestort worden, en zouden we die begeerte dan niet omzetten in een Paaschoffer voor ons Leerstoel- en Studiefonds? Neen, die vraag mag door geen enkelen Gereformeerden Kerkeraad ontkennend beantwoord worden. En als wij in een gemeente wonen, waar de Kerkeraad het niet doet, dan doen wij het zelf. Een postwissel of postwisseltje, al naar dat God ons welvaren gaf, is spoedig geschreven, en anders, als we zelf geen nummer hebben, even een girobiljetje gekocht en dat, hetzij alléén of met een paar vrienden of buren samen, naar Veenendaal gezonden! 'k Heb een groote brievenbus aan mijn deur, maar 'k hoop van harte dat hij het in de Paaschweek niet verzwelgen kan.
'k Zou zoo zeggen: laten nu al de lezers van „De Waarheidsvriend" aan die Paaschcollecte dit jaar eens meedoen. Laat er nu niet één zijn, die mij niet een kleinere of grootere gave zendt. AI doen we 't alléén maar om de nagedachtems van onzen ontslapen Penningmeester te eeren. O zeker, ik weet wel, dat mag niet het eenige, dat mag zelfs niet het voornaamste zijn. Maar laten we in ieder geval de piëteit ditmaal ook een woordje mee laten spreken. Welnu, laten we dan bedenken dat onze broeder zich in niets meer zou verheugen dan in een goede verzorging van de beide geestelijke kinderen, die hij achterliet.
Maar daar zou ik mij haast gaan bewegen op verboden terrein. Immers over de nalatenschap, over „de geestelijke nalatenschap van wijlen onzen Penningmeester", daar zal ds. Goslinga over spreken op de jaarvergadering, die we de volgende week hopen te hebben. Ik denk dus dat ds. G. al gedacht heeft: blijf jij daar nu met je vingers maar af, daar ben ik mans genoeg voor.
Nu, daar heeft hij ook wel gelijk in. Ik trek ze dus dadelijk terug, hoor! We zijn veel te blij dat ds. G. dat mooie en teere onderwerp voor onze jaarvergadering heeft gevonden. Daar moet je nu ook weer Goslinga voor wezen, niet alleen om dat onderwerp te vinden, maar ook om het te behandelen op de wijze, waarop hij dit zal doen. Gij zult eens zien, dat wordt een van onze beste referaten, die ooit gehouden zijn. Dat referaat alleen wordt al een reisje naar Utrecht waard, en dan alles wat er 's middags nog volgt. Niemand zal kunnen zeggen, dat we naast den hoofdschotel geen uitgebreid menu hebben. Als we alles maar op lusten! Maar niet heel veel praten onder net eten, want anders vrees ik dat we er niet doorkomen en dat de koks — we zullen nu in afwijking van het spreekwoord maar zeggen, dat het wel allen koks zijn die lange messen dragen — straks zichzelven beklagen zullen dat zij te veel opgedischt hebben. De maag van een Gereformeerde Bonder kan toch zelfs op den Bonds dag ook niet alles verdragen en kan ook dan zelfs van het goede te veel krijgen. Dus broeders, laten we allemaal ons best doen om bij de behandeling der voorstellen zoo sober mogelijk te zijn. Dan kan er met weinig te praten een heele boel gedaan worden. En laten we bovenal ons benaarstigen te behouden de eenheid des Geestes door den band des vredes, toeziende dat Satan over ons geen voordeel behale. Moge de Heere daartoe zelf met Zijn Geest in ons midden zijn en bovenal onzen trouwen Voorzitter wijsheid èn voorzichtigheid èn beslistheid verleenen, opdat onder zijn uitnemende leiding ook de 23ste jaarvergadering van onzen Bond weer tot een goed einde gebracht moge worden. —
Maar het wordt waarlijk meer dan tijd, dat ik eens ga vertellen wat ik deze week heb ontvangen. Gij hebt misschien al gedacht: hij heeft zooveel praatwater van de week, de ontvangsten zullen wel magertjes zijn. Maar dat kon u wel eens tegen, of liever, wel eens meevallen. Ik begin met twee dankoffers, die de vette letters halen. Daar zijn twee gemeenten, die op Zondag 11 Maart een nieuwen dominé gekregen hebben. Zij weten dus het beste, wat het is er van verstoken te zijn. Vooral de ééne, die, naar ik meen, niet minder dan een jaar of zeven vacant is geweeste Geen wonder dus dat men in beide gemeenten blij was dat de vacature weer werd vervuld. En zoo ontving ik dus uit
S o m m e l s d ij k een collecte, afgezonden door diaken J. Vis, aldaar, welke gehouden was bij de intrede van ds. Van Ameide, zijnde een bedrag van HONDERD ACHT EN VEERTIG GULDEN EN VEERTIG CENTS (ƒ 148.40) en uit
P o l s b r o e k een collecte, gehouden bij de intrede van ds. Rijnsburger, zijnde een bedrag van HONDERD VIJFTIEN GULDEN EN EEN EN ZEVENTIG CENTS (ƒ 115.71), afgezonden door den nieuwen leeraar zelf.
Wij feliciteeren beide gemeenten hartelijk dat zij na vele vergeefsche pogingen, eindelijk weer een dienaar des Woords gevonden hebben, die in hun midden de aloude Waarheid verkondigen zal en hopen dat de Heere beide leeraars en hun arbeid rijkelijk zegenen zal.
Verder kwam er een girobiljet uit
S u a w o u d e, van ds. G. Lans, aldaar, met een bedrag van ƒ 76.—, waarvan ƒ 70 gecollecteerd waren bij een spreekbeurt in deze gemeente, die vervuld was door ds. Remme, van Amsterdam, benevens nog ƒ 2.50 van mej. de V. te S., ƒ 2.50 van V. te H. en ƒ 1.— gevonden in de collecte uit dankbaarheid dat ds. Lans voor het beroep naar Goudriaan had bedankt. Ook kwam er nog — om eerst de spreekbeurten maar af te doen — 'n postwissel uit
O c h t e n, een collecte van ƒ 37.—, gehouden bij een spreekbeurt aldaar door ds. Timmer, van Ermelo, en afgezonden door den diaken G. S. Stam, benevens uit
H u i z e n, door diaken G. Gooijer gezonden, een dubbele collecte van ƒ 98.50, waarvan ongeveer de helft gecollecteerd was bij een spreekbeurt, vervuld door ds. Goslinga, van Utrecht, en de andere helft bij een spreekbeurt door ds. Holland zelf, terwijl ook uit
G o r i n c h em door den penningmeester der afdeeling aldaar, A. van Anrooij, nog een collecte gezonden werd, gehouden bij een spreekbeurt van ds. Pott, van Bodegraven, welke opbracht de som van ƒ 41.—, plus nog ƒ 5.— voor de Bondskas. Maakt dus samen een bedrag van ƒ 46.—.
Zie zoo, nu geloof ik dat de collecten van spreekbeurten er zijn, maar ik ben er nog niet. Immers ik ontving verder nog uit
O u d - B e ij e r l a n d van ds. Koolhaas ƒ 2.50, gevonden in diens brievenbus; uit
's G r a v e n m o e r van ds. Anker ƒ 1.— gevonden in de collecte; uit
Go u d e r a k van den koster P. Kok ƒ 3.43, zijnde een deel van de catechisatiebus; uit
H e r k i n g e n van ouderling G. Nijpjes een bedrag van ƒ 20.— uit de collecte voor Chr. Belangen, zijnde ƒ 10.-— voor het Studiefonds en ƒ 10.— voor de Zendingskas. Van deze ƒ 20.— heb ik de laatste ƒ 10.— dus gezonden aan den Zendingsdirector van den Geref. Zendingsbond. Verder uit
's-G r a v e n h a g e van ds. Van Dorp ƒ 3.—, zijnde ƒ 1.— collecte Zuiderkerk, ƒ 1.— collecte Bijbellezing van N. N. en ƒ 1.— van den heer van E.; en uit
S t r i j e n (Mookhoek) van D. Verbaan ƒ 20.—, zijnde ƒ 3.50 van ds. Crousaz, ƒ 2.— van P.G., ƒ 1.— van L. R., ƒ 2.— van B. G. R., ƒ 2.50 van C. v. d. SI., ƒ 2.50 van H. Br., ƒ 2.50 van H. v. S. en ƒ 4.— van D. V., waaronder begrepen diens contributie.
Maar nog zijn we niet aan het eind. Immers daar komt vanmorgen uit
R ij s s e n nog ƒ 2.50, afgezonden door ds. Van Voorthuizen, een dankoffer, gecollecteerd op den biddag voor het gewas. Dan uit
G e n e m u i d e n nog ƒ 12.—, afgezonden door S. Hammer, een collecte voor het Studiefonds, gehouden op de jaarvergadering van de Ned. Herv. Knapenvereeniging „Obadja". Die knapen in Genemuiden doen dus hun naam eer aan. Of was Obadja het niet, die ook zorgde voor de profeten des Heeren? En dan was er nog een opbrengst van een collecte uit
M a a s s l u i s , de plaats, waar onze „Waarheidsvriend" gedrukt wordt en die dus daardoor alléén al in nauwe relatie staat met onzen Bond. Daar hebben onlangs enkelen onzer leden een afdeeling opgericht en voor die afdeeling heeft nu de vorige week gesproken ds. Bieshaar, van Den Haag, onze welbekende Zendingsdirector. Het is daar natuurlijk een begin, en onze vrienden schijnen daar ook al niet in de positie te verkeeren, dat alle menschen wèl van hen spreken, wat in den regel nog zoo'n ongunstig teeken niet is. Men had dus een collecte, na aftrek van alle onkosten, van ƒ 21.50, waar we natuurlijk om te beginnen, heel dankbaar voor zijn. We wenschen intusschen onze jongste telg een voorspoedigen groei. En nu de laatste gift voor deze week komt uit
V e e n e n d a a l. Zoo juist toch vond ik in mijn brievenbus een schrijven van den penningmeester van de Herv. Jongelingsvereeniging alhier, van den volgenden inhoud: „Inliggend ontvangt u ƒ 10.— voor het Leerstoel-en Studiefonds, zijnde een bijdrage van verzamelde busgelden op de Chr. Jongel. Vereen. „Pred. 12: 1a" alhier. Nu, wat zegt ge der van? Is het wel tegengevallen? Als ik goed optel — gij moet het nog maar eens natellen — kom ik tot een bedrag van
f 607.54
Dat is nog weer eens een ouderwetsche week. 't Is om er klein onder te worden. Onzen dank dan ook aan allen, en bovenal aan Hem, die ook nu weer de Gever van alle goede gave was.
Veenendaal. De Penningmeester, Ds. M. JONGEBREUR.

Postz., capsules en zilverpapier
Ontvangen van:
1°. de kinderen van de Zondagsschool te Bleskensgraaf zilverpapier en postzegels;
2°. Johanna van Dalen, Montfoort, postzegels en capsules;
3e. Arie en Mina van Gelder, Berg-Ambacht, postzegels en zilverpapier.
Met hartelijken dank en aanbeveling.
Mejuffr. J. DEN HARTOG.
Krommedijk 60, Dordrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 maart 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 maart 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's