KERKELIJKE RONDSCHOUW
Onze tijd stelt hooge eischen bij vele vragen.
Ja — „in het zweet onzes aanschijns" moeten we de dingen veroveren nu! Luie dienstknechten kunnen we niet gebruiken. Er moet, om der zonde wil, geworsteld worden om de dingen die in de practijk des levens — bizonder ook in de practijk van 't kerkelijk leven — noodig zijn, deelachtig te worden, 't Zit in Gods Woord, maar 't ligt er maar niet om op te scheppen. Hoogten en diepten moeten doorwandeld en doorploeterd. En zóó, al werkend en worstelend, moeten we leeren kennen wat naar uitwijzen van God's Woord nuttig, noodig, onmisbaar voor ons leven is. Het Woord wijst er naar, geeft de lijnen, de beginselen — en dan komt óns werk, om naar uitwijzen van het Woord (wij gebruiken die uitdrukking dikwijls en met opzet, omdat het voor ons zoo sprekend is) verder te werken, te construëeren, saam te stellen en vast te stellen, waarbij de Gereformeerde Kerk — als zij haar roeping verstaat — kostelijk werk heeft te verrichten.
Veel dingen weten we niet precies, die we toch moeten weten. En dan moeten we werken en worstelen totdat we het weten, Gods Woord onderzoekend, Schrift met Schrift vergelijkend. Veel dingen hebben we lang gehad. Wellicht tot groot nut en met zegen. Maar is het wel heelemaal goed geweest? Hebben we het eigenlijk niet wat anders te verstaan, dan we altijd gedacht hebben?
Onze Vaderen hebben gezocht, gewerkt, geworsteld. Maar moeten wij óók niet onderzoeken, werken, worstelen? Mogen we maar zoetelijk blijven staan bij wat we hadden en hebben, om nooit te komen tot iets nieuws, iets beters, iets hoogers?
Gereformeerd is het niet, om, bij hetgeen we hebben, stil te blijven staan en maar te leven bij den ouden kost. Men kan wel heel vromelijk praten van „overjarig koren" en sommige Uitgevers doen er graag aan mee, om er een centje aan te verdienen. Maar 't is allesbehalve gereformeerd, om niet verder te gaan, dan wat de vorige geslachten ons brachten. God geeft ons kapitaal, waar mee we werken moeten. En luie dienstknechten, die hun schat of schatje in een zweetdoek wegbergen, worden straks van alles beroofd. De Heere neemt aan menschen, die niet verder willen en niet verder gaan, ook wat zij hebben, af. En een arm geslacht blijft armelijk achter!
Wijlen ds. Sikkel, de kloeke, origineele vrome strijder voor waarheid en recht, schreef eens: „Men moge het oordeel der wereld afwijzen en bitter tegen haar worden — maar — zoo de wereld zich ergert over een dommen Dienaar des Woords, of over een domme preek; over een Kerk, die blijkens haar ambtsdragers niet op de hoogte van haar tijd is; die voor dien tijd geen levenswoord te spreken heeft behalve een telkens herhaalde veroordeeling zonder kennis of onderscheiding; en die in onhebbelijken vorm, zonder gevoelsontwikkeling voor het leven en zijn eischen, nochtans de pretentie laat gelden, dat zij het lichtend Woord, het Woord Gods over het leven zal spreken — zoo heeft die wereld, niet wat het Woord Gods aangaat, en niet wat haar vijandschap tegen de Kerk aangaat, maar wel wat het optreden der Kerk aangaat, volkomen gelijk". Dat is scherp gezien en gezegd. En volkomen waar.
Ook nog wat dan volgt:
,,Een Dienaar des Woords moet met en voor menschen van allen rang, stand, kennis en ontwikkeling spreken; hij moet hen allen in het leven verstaan. En hij moet in den Dienst des Woords, dien de Kerk hem opdroeg, het Woord Gods dienovereenkomstig ontsluiten en prediken. Hij moet spreken voor heel het menschelijk leven. En hij moet daarom in het leven van zijn tijd in ontwikkeling vooraan staan" (Sikkel: Het brood der Kerk, blz. 16).
Natuurlijk zijn dit hooge eischen. Maar 't is ook een hoog ambt, waaraan hooge eischen gesteld mogen, gesteld moeten worden. Zonder pardon.
Een belangstellend jonge man van gereformeerden huize, staande midden in 't leven, vroeg ons onlangs: hoe komt 't toch, dat de Gereformeerd-Hervormden veelal meenen, of althans doen alsof ze 't meenen — dat alles er van af hangt, dat wij, jongeren, weten hoe het in 1618 en '19 is toegegaan, terwijl vele voorgangers ons in den steek laten, als 't om vragen van den dag gaat?
We moesten deze jongen vriend gelijk geven in z'n verbazing en ergernis. Temeer, waar hij volstrekt niet van meening was, dat 1618 en '19 jaren van weinig of geen beteekenis zijn geweest.
't Oude is goed. Maar 't oude vraagt om toepassing voor den nieuwen tijd; het oude van Gods Woord; niet het oude waaraan de menschen het hoogste gezag believen te geven, maar het oude, dat God ons gaf om het voor onzen nieuwen tijd te gebruiken. Daarom moeten in dezen moeilijken, belangrijken, veel eischenden en veel beslissenden tijd hooge eischen gesteld worden aan de Kerk, aan de theologie, aan de voorgangers, aan de ambtsdragers! Vele vragen zijn er. Ja — daarom hooge eischen aan allen, die Gods Woord liefhebben en Gods eere mogen bedoelen ook voor dit geslacht.
Onze Bond en de politiek.
Onze Gereformeerde Bond is „van voor z'n geboorte" politiek aangelegd en doet, vanaf den eersten dag, aan politiek. Vóór ,,De Waarheidsvriend" er was, toen we in het Geref. Weekblad gastvrij onderdak genoten, hadden we reeds onze rubriek: Staat en Maatschappij. En vanaf het eerste no. van „De Waarheidsvriend" hebben we in ons Bondsblad „aan politiek gedaan".
Toen deden anderen nog niet aan politiek. Die bleven rustig achter de kachel zitten en lieten de Antirevolutionairen, de geesteskinderen van Groen, maar worstelen. Vanaf onze eerste gemeente hebben we daar droeve, de droevigste ervaringen van opgedaan, bij menschen, die nu „Kerstenianen" zouden genoemd worden. Nu doet ieder aan politiek. En nu zou men ons den mond willen snoeren. Nu zij aan politiek-doen begonnen zijn, en de scherpste pijlen dag aan dag, week aan week, afschieten, liefst naar rechts, méér dan naar links, waarbij namen en aangelegenheden van persoonlijken aard keer op keer genoemd worden, en waarbij de scherpste kleuren van het palet getrokken worden — nu zou men ons het zwijgen willen opleggen! En heel vromelijk komt men dan tot ons, om te zeggen: de Bond moest niet aan politiek doen; uit „De Waarheidsvriend" moest de politiek verwijderd worden. Ons antwoord is altijd geweest: dat doen we nooit.
Neen, nooit!
Dat we met de politiek begonnen zijn, kwam voort uit ons beginsel; hoorde bij ons doel en streven; zat onlosmakelijk vast aan onze Bondsbeweging. Wij zijn van oordeel, dat het Woord Gods telkens ontsloten moet worden, om oude en nieuwe schatten voort te brengen en dat zij, die het waarachtig meenen met dat Woord en met onzen tijd en met ons volk en Vaderland, dat Woord moeten uitdragen, om op alle terrein des levens, ook wat betreft de regeering des lands, den volke voor te lichten. (Men zie o.a. ook Wezelsche Artikelen 1568, Hoofdstuk IV, art. 5).
In geestelijke onderscheiding moeten de liefhebbers des Heeren niet vertragen, maar toenemen. En voor heel het menschelijk leven moet het licht van Gods Woord uitstralen. Voor elke levensroeping moet een straal des lichts uitgeworpen worden. De geestesworsteling der tijden, ook van onzen tijd, mag niet veronachtzaamd worden. Wij zouden ontrouw zijn aan onze roeping als we de lampe van Gods Woord niet gebruikten en niet benutten voor den levensgang van onzen tijd. De Heere, die ook in deze voor land en volk ons dien schat gaf, zou in toorne op ons neerzien.
En dan gelooven we, dat ieder christen, die Gods Woord als waarheid aanvaardt om naar dat Woord te leven en met dat Woord te worstelen ook voor het terrein van 't politieke leven, voor gezin en school en maatschappij, Antirevolutionair moet zijn.
Met Groen zeggen we: alleen bij vergissjng kan men dan iets anders zijn. Daarom behoeft men bij ons nooit een poging te wagen, om welke oorzaak men ook handelt, ter bewerking van onzen Bond om de politiek los te laten.. Want onze Bond zal dat nooit doen. Men heeft dat trouwens nu al 23 jaar kunnen weten. En wij zijn niet gewoon ons rokje elk oogenblik te verwisselen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 april 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 april 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's