KERKELIJKE RONDSCHOUW
Het Psalmenzingen vroeger.
Een belangstellend lezer uit Rotterdam schreef ons, in verband met de kwestie: of men vroeger inderdaad al de Psalmen achter elkaar, op rij, gewoon was te zingen, 't volgende:
In het bekende werk ,,Rotterdam in den loop der eeuwen" schrijft dr. J.R. Callenbach: „Reeds in de hier besproken periode (bedoeld is ongeveer 1690) wordt er over geklaagd, dat alleen de nazang door den predikant werd opgegeven. Als voorzang zong men. achtereenvolgens den ganschen bundel door van Ps. 1—150, hetzij een geheel lied of een z.g.n. pauze. Gevolg hiervan was, dat bij dankstonden meningmaal een boet-psalm, in dagen van verootmoediging een loflied werd aangeheven. Toch bleef deze gewoonte bestaan tot na de invoering der nieuwe berijming in 1775". Wij zijn den inzender voor deze opmerking zeer dankbaar!
Het Psalmenzingen nu.
Een belangstellende lezeres uit Rotterdam maakte een lijstje van de Psalmen, zooals ze nu in onze kerken gezongen worden. Zij noteerde: Ps. 1 : 1, 2, 3 en 4 ; — Ps. 2 : 1, 2, 6 en 7 ; — Ps. 3 : 2 en 3 ; Ps. 6 : 1, 3, 4 en 9 ; — Ps. 16 : 3, 4 en 6T — Ps. 17 : 3, 4 en 8 ; — Ps. 19 : 1, 4, 5, 6 en 7.; — Ps. 20 : 1, 3, 4 en 5 ; — Ps. 21 : 1, 4, 5 en 13 ; — Ps. 22 : 1, 2, 6, 7, 11 en 16 ; Ps. 24 : 1, 2, 4 en 5 — Ps 25 — P. 27 — Ps 29 — Ps. 31 : 15, 17, 18 en 19 — Ps. 32 : 1, 2, 3, 4, 5 en 6 — Ps. 33 — Ps. 34 — Ps. 36 — Ps. 38 ; .— Ps. 39 : 4, 5 ; — Ps. 40 ; Ps. 42 ; — Ps. 43 ; — Ps. 45 ; — Ps. , 47 ; — Ps. 48 ; — Ps. 49 ; — Ps. 51 ; — Ps. 56 : 2, 4, 5 en 6 ; — Ps. 61 ; — Ps. 62 ; — Ps. 63 ; — Ps. 65 ; — Ps. 66 ; — Ps. 67 ; Ps. 68 ; Ps. 69 (wijze Ps. 51) ; — Ps. 71 ; . — Ps. 72 ; — Ps. , 73 ; — Ps. 74 (wijze Ps. 116) ; — Ps. 75 ; — Ps. 77 ; — Ps. 78 ; — Ps. 79 ; — Ps. 81 ; — Ps. 84 ; — Ps. 85 ; — Ps. 86 ; — Ps. 87 ; — Ps. 89 ; — Ps. 90 ; — Ps. 91 ; — Ps. 92 t — Ps. 93 ; — , Ps. 95 ; — Ps. 96 : 4, 5 en d — Ps. 97 ; — Ps. 98 ; — Ps. 99 ; — Ps. 100 ; — Ps. 101 : 1, 2 en 3 ; — Ps. 102 ; Ps. 103; — , Ps. 105; — Ps. 106; — Ps; 107 ; — Ps. 111 ; — Ps. 113; — Ps. 115: 7 en 9; — Ps. 116; — Ps. 117 ; — Ps. 118 ; — Ps. 119 ; — Ps. 121 ; — Ps. h 122 ; — Ps. 123 ; — Ps. 125 ; — Ps. 126 ; w — Ps. 127 ; — Ps. 130 ; — Ps. 131 ; — o Ps. 132 ; — Ps. 133 ; — Ps. 134 ; — Ps. 136 ; — Ps. 138 ; — , Ps. 139 ; — Ps. 140 ; — Ps. 141 ; — Ps. 142 ; — Ps. 143 ; — Ps. 145 ; — Ps. 146 ; — Ps. 147 ; — Ps. 150. —
Wij zijn deze lezeres van „De Waarheidsvriend" zeer dankbaar voor dit lijstje. Als we goed geteld hebben worden dus 97 Psalmen — van de 150 — gezongen. 58 verwaarloosde Psalmen hebben we dan. Wat èn door de berijming èn door de zangwijze komt. De lezeres bovenbedoeld klaagt er over, dat blijkbaar dikwijls zoo weinig moeite door de predikanten gedaan wordt, om telkens weer eens andere Psalmen uit te zoeken, voor het gemeenschappelijk zingen geschikt. 't Zijn, volgens haar, veelal elken Zondag dezelfde. Deze klacht zal wel waarheid bevatten. En ja — dan is 't wel jammer dat het geschiedt.
Hoe graag hadden we van al de Psalmen bovengenoemd eens de verzenopgave ontvanggen, zooals b.v. van Ps. 1, 2, 3, 6, 16, 17, 19, 20, 21, 22 en 24 is vermeld. Want van elken Psalm in dit lijstje genoemd - 97 in getal - zullen wel niet alle verzen opgegeven zijn, naar we vermoedden.
De kwestie Ds. Borger.
We hebben ds. Borger te Rotterdam hooren spreken over 't onderwerp: waarom ik de Kerk verlaat? De Nutszaal was vol en het was zeker interessant om ds. Borger op zijn eigenaardige manier te hooren oreeren. De Protestantsche Kerken, de Nederlandsche Hervormde Kerk ook, is „'t binnenst buiten gekeerd Roomsch". Rome verbergt het dogma, de leeken behoeven 't niet te weten. De Protestantsche Kerken, de Nederlandsche Hervormde Kerk ook, keert het dogma naar buiten en eischt dan even goed als Rome gehoorzaamheid — anders moet je er uit! — Roomsch, maar dan „'t binnenst naar buiten gekeerd Roomsch." Ze hebben daar, in de Protestantsche Kerken, ooren maar hooren niet, oogen maar zien niet, hersens maar gebruiken ze niet. 't Is een dom zootje daar. Ze wonen in een huis waar ze niet hooren. Ze wonen daar waar 't Evangelie thuis hoort en ze brengen het Evangelie niet; ze kennen het ook niet, omdat ze het niet willen kennen. En die het Evangelie kennen en er thuis hooren, moeten er uit. Ze verbranden je wel niet tegenwoordig, maar als ze konden deden ze het. En de modernen is even groot soepje als de orthodoxie. De modernen moeten ook geest en hoofdzaak van die dogma's en belijdenissen der Kerk aannemen en ze doen het o! zoo graag, om maar in de Kerk te blijven. Voor een schotel linzenmoes verkoopen ze hun eerstgeboorterecht. Ze zijn eer nog verachtelijker dan de orthodoxen, omdat ze zeggen 't beter te weten en ze doen het nog slechter. De Kerk duldt de filosofie niet. Ze leeft bij de theologie. Daarom gaat ds. Borger heen; vrijwillig gaat hij heen, nu hij gezien heeft, dat ze hem niet moeten hebben in de Kerk! Van het reine denken verwacht hij niet veel voor de massa. De massa is te dom. De waarheid staat altijd alleen. Weinigen zijn de getrouwen. Met die weinigen zal hij 't nu wagen. De Kerk moet hij niet, omdat de Kerk hem niet moet.
Het conflict Boer-Bartels.
Ds. Boer is de man van den Predikantenbond, mr. Bartels is de man van het bureau te Amersfoort en de uitvoerderdirecteur in zaken het Reglement op de predikantstractementen betreffend. Tusschen die twee boterde het reeds lang niet. Dat was een publiek geheim. Nu had ds. Boer een nieuwen voorzitter gekregen, omdat dr. de Vrijer had bedankt. Ds. Klein Wassink, vroeger te Leeuwarden, nu te Bathmen, was in zijn plaats gekomen. Deze laatste schijnt nu met mr. Bartels geconfereerd te hebben, wat de verontwaardiging van ds. Boer heeft opgewekt. Ds. Klein Wassink heeft bedankt; en op de a.s. vergadering van den Bond van predikanten zullen de dingen uit de doekjes worden gedaan!
Wij hebben den indruk, dat mr. Bartels altijd al 't mogelijke doet, om de zaak van het Regl. op de predikantstractementen zoo goed mogelijk te doen marcheeren en altijd gaarne met Kerkvoogden praat en overlegt. Ds. Boer ergert zich daaraan. Die wil liever de lijn strak houden en zet der Bond van predikanten min of meer op tegen mr. Bartels. Boer en Bartels zijn geen vrienden.
Wij mengen ons verder niet in deze zaak. Het komt ons voor, dat de Bond van predikanten over z'n hoogte- en gloriepunt een is. 't Leek ons altijd nog al vakvereeniging-achtig. (En als er dan een „vrijgestelde" komt, zooals bij alle vakvereenigingen meer en meer gebruikelijk is, gelijk hier ds. Boer emeritus is geworden en toen bezoldigd secretaris van den Bond — dan zijn de kwesties niet van de lucht. Men had dien weg niet uit moeten gaan! t Past niet bij 't ambt.
Het aantal Hervormde predikanten, die lid zijn van den Bond, neemt niet toe. De laatste opgave was 765. Wat ons betreft hopen we, dat het aantal nog minder wordt. Er is voor dezen Bond geen plaats onder ons. Wij hebben wel andere wegen en middelen, om over het ambt van predikant en wat daar mee annex is, te praten.
De Evangelischen.
Zijn de Evangelischen modern of rechtzinnig? 't Antwoord zal van de zijde van de Evangelischen wellicht verschillend zijn. De een is, naar we meenen, wat anders georiënteerd dan de andere.
De nuanceering blijkt ook uit de lijst van vrijzinnige predikanten, welke opgenomen is in het Jaarboek van de Vereeniging van Vrijzinnig Hervormden in Nederland. Daar komt eerst een lijst van vrijzinnige gemeenten (blz. 144—156) en dan een lijst van vrijzinnige predikanten (blz. 157—165). En nu schijnt er, blijkens een opmerking voorkomend op blz. 157, met de Evangelische predikanten te zijn gecorrespondeerd, over de vraag: wilt gij in de lijst der vrijzinnige gemeenten en vrijzinnige predikanten worden opgenomen, of hebt ge er bezwaar tegen? Het antwoord moet verschillend zijn geweest. Want een gedeelte van de Evangelische gemeenten en van de Evangelische predikanten is nu wel en een gedeelte niet opgenomen. En niet minder dan 17 Evangelische predikanten prijken nu op de lijst der vrijzinnigen. Met toestemming nu. Waaronder ook b.v. het oud-Synode lid dr. C.T.M. Deeleman van Grevenbicht (N.-Br.).
Gelukkig zijn er ook Evangelische predikanten die voor de eer bedankt hebben; maar dat Bathmen met B. Klein Wassink en Eist met M. Hefting, Dalen met P.J. Bakker, Hengelo met D.C. Hiebendaal, Zuidhorn met J.J.H. Bange enz. enz. eenvoudig als „vrijzinnig" worden opgegeven (met toestemming van de betrokken predikanten) teekent.
Tegen de besturen-organisatie.
Dat moet er in gehamerd worden bij al onze menschen, bij al onze predikanten, bij al onze kerkeraadsleden: dat we tegen de besturen-organisatie in onze Hervormde Kerk zijn. En waarom? Niet, omdat wiji niet voor recht en orde zijn. Want orde moet er wezen. God is niet een God van verwarring, belijdt de Kerk. Hij heeft alles schoon gemaakt en zoo moet alles werken, naar de orde door Hem gesteld. En dan zijn door het Hoofd Jezus Christus geen besturen gesteld voor Zijn Kerk. Hij, Die gezegd heeft: „Eén is uw Meester en gij zijt allen broeders". Hij heeft Zijn Kerk juist altijd gewaarschuwd voor heerschappijen, maar heeft in de gemeente de ambten gegeven. Zóó moet het huis gebouwd worden en zóó zal het zijn, tot volmaking der heiligen.
Daarom is het van ouds door onze Geref. Vaderen, op het voetspoor van Calvijn, ook zóó voorgesteld, dat het in de Kerk rondom het ambt, bij het Woord en de Sacramenten, ordelijk zal toegaan. En dan plaatselijk van gemeente tot gemeente, in stad en dorp — overal de ambten, naar de inzetting van Christus; om rondom de leer der Apostelen en profeten in de waarheid te wandelen! En dan de samenkomsten van de plaatselijke Kerken op de Classicale Vergadering, om daar door de vertegenwoordigers der gemeenten in de classis de gemeenschappelijke belangen te bespreken en te behartigen. Samen als broeders en Eén hun Meester, Hem eerend in de ambten, door Hem aan Zijn Kerk gegeyen. En dan proyinciaal de samenkomst der Kerken uit de verschillende classicale ressorten. Vervolgens de samenkomst der Kerken in Synode.
In 1816 heeft men dat wederrechtelijk aan de Geref. Kerk hier te lande ontnomen en haar een besturen-organisatie opgelegd, welke geheel vreemd is aan en in strijd met het wezen der Kerk. Men heeft maar even van Regeeringswege een streep gehaald door 't geen tot op dien dag altijd geweest was! En in 1852, toen de Regeering zich terugtrok, heeft zij er eerst nog voor gezorgd, dat die besturen-organisatie bijna onmogelijk zou zijn weg te werken, door de onzinnige bepaling dat, na een besluit van de Synode in eerste instantie en na gunstige consideratie van de Class. Vergaderingen en na een besluit van de Synode in tweede instantie, ten slotte nog 2/3 van het aantal van de leden der Provinciale Kerkbesturen zich vóór de wijziging of verandering moeten verklaren, zal het voorstel wet kunnen worden! (Als het n.l. een verandering van het Algemeen Reglement, de grondwet onzer Kerk geldt, waarom 't juist in deze gaat).
Men voelt: nu is het schier onmogelijk een principieele verandering te verkrijgen, omdat bijna altijd een paar stemmen ontbreken aan die 2/3. Temeer, omdat het ook nog zóó geregeld is, dat men in de vergadering van de Prov. Kerkbesturen eenvoudig maar vóór of tegen te zeggen heeft, zonder opgave van redenen en zonder dat de namen in het notulenboek komen. Er wordt eenvoudig genotuleerd: zooveel leden waren vóór en zooveel leden waren tegen.
Er kraait dan verder geen haan naar!
Die beleediging voor de Kerk moeten we meer en meer gaan voelen. Men heeft de Kerk leelijk onder voogdijschap gezet van de besturen, met die allerafschuwelijkste veiligheidsklep van de geheime stemming in de vergadering van de Prov. Kerkbesturen, Maar dat moet nu langzamerhand maar eens een einde nemen. Alle plaatselijke Kerken moeten opkomen voor de rechten der Kerk. Voor de rechten van het ambt, voor de rechten van de kerkelijke vergaderingen. Waarbij een mooie overgangsmaatregel is: de Groote Synode, bestaande uit 45 leden, gekozen door elke Classicale Vergadering één (44) en één door de Waalsche Kerken.
Dan krijgen we een vertegenwoordiging an de Classicale Kerken, gelijk van ouds in Schotland is. En dan kan die Synode, waarin de Kerk veel meer vertegenwoordigd is, dan in de Synode van thans, langzamerhand over kerkelijke zaken gaan spreken. Gelijk we dan ook Clasicaal tweemaal per jaar een vergadering van de Kerken krijgen. Buitengewone maatregelen maken de Kerk kapot. Dan komt er niets van terecht. Een geleidelijke ontwikkeling tot vrijmaking van het ambt kan hier 't meeste voordeel geven en zal ook 't meest sympathie verwerven bij allen, die het wel meenen met de erve onzer Vaderen.
De macht van de modernen.
Van de 1333 gemeenten zijn er 408 vrijzinnig; van de 1623 predikanten zijn er 449 vrijzinnig; als ook de Evangelische gemeenten geheel of gedeeltelijk bij de modernen worden meegerekend. Zóó becijfert het Jaarboek voor de Vrijz. Hervormden 't op blz. 143.
G e l d e r l a n d heeft 197 gemeenten, waarvan 28 vrijzinnig, met 33 vrijz.. predikanten van de 236. In Gelderland staat het dus voor de modernen hopeloos.
Z u i d - H o l l a n d heeft van de 197 gemeenten 25 vrijz., met 27 vrijz. predikanten van de 284 (met Boskoop en Sliedrecht als verliespost). Dus ook in Zuid-Holland is het voor de modernen hopeloos.
N o o rd - H o l l a n d heeft 93 vrijz. gemeenten van de 155, met 102 vrijz. predikanten van de 212. Hier staat 't dus voor de modernen heel wat beter. Wat vooral door de landstreek boven het IJ komt, waar het kerkelijk leven zóó bloeit, dat elke vrijz. dominé er van dorp tot dorp schier wanhopig wordt en elke Kerk bijna Zondag aan Zondag leeg staat. In deze woestijn kraait de moderne haan luide victorie! Maar de woestijn is nog niet gaan bloeien als een roos.
Z e e l a n d heeft 12 vrijz. gemeenten van de 97 en 14 vrijz. predikanten van de 110 (Middelburg met verliespost). In Zeeland staat het dus voor de modernen oo'k hopeloos.
U t r e c h t heeft 0 vrijz. gemeenten van de 68 en 0 vrijz. predikanten van de 89. Hier is dus niets te halen voor de modernen.
F r i e s l a n d is wat anders georiënteerd! Want daar zijn 107 vrijz. gemeenten van de 222 en 111 Vrijz. predikanten van de 239.
O v e r ij s e l heeft 13 vrijz. gemeenten van de 77 en 20 vrijz. predikanten van de 102. 't Is hier dus een verloren zaakje voor de modernen.
G r o n i n g e n is weer beter voor hen! Hier zijn 83 vrijz. gemeenten van de 153 en 83 vrijz. predikanten van de 164.
N o o r d-B r a b a n t en L i m b u r g heeft 24 vrijz. gemeenten van de 110 en 27 vrijz. predikanten van de 123. Dus gelukkig ook vér, vér in de minderheid. Temeer waar hier zulke pietpeuterige moderne gemeenten zijn, die, hoewel ze natuurlijk meegerekend zijn, feitelijk niets beteekenen.
D r e n t h e heeft 31 vrijz. gemeenten van de 57 en 32., vrijz. predikanten van de 64. Drenthe is dus bijna „om"; met een klein zetje zijn de modernen ook daar hun macht kwijt.
Ieder die rekenen kan ziet, dat het dus voor de modernen hopeloos verloren is in de Hervormde Kerk. Men zet wel een grooten mond op en er is luid geschreeuw zoo hier en daar. Maar 't is hopeloos verloren, dat weet men zelf óók wel. Alles en alles bij elkaar gescharreld en alles en alles voor „vol" meegerekend, met „evangelischen" er bij, komen ze zoo wat aan één derde.
Waarbij dan echter 't douceurtje voor de Vrijzinnige Hervormden komt, dat er ook nog een aantal Waalsche gemeenten zijn, 14 in getal, met een handje vol menschen, maar die in de Synode voor „vol" geteld worden en daar een reuzenmacht hebben! Maar dit is op-ende-op onwaarachtig, zoodat zich dit op den duur toch niet kan handhaven. En hier geeft het voorstel van „de Groote Synode" een rechtvaardige, goede oplossing.
Geen „Flikflooien".
't Woord is niet van ons. 't Is van ds. Hoek, van Amsterdam, de ethische dominé, die door zijn schrijven over kerkelijke zaken in het Weekblad voor Christendom en Cultuur (ethisch) nog al vermaard is geworden. Die wijst er nu (30 Maart '28) op, dat de vrijzinnigen soms zoo druk zijn met geflikflooi bij de ethischen. Maar hij zegt: geen geflikflooi want orthodox is orthodox, en orthodox en vrijzinnig verschillen te veel, dan dat ze saam zouden kunnen gaan.
Z o e k e n d e vrijzinnigen — daarmee wil hij praten.
Vrijzinnigen, die het w e t e n — daarmee kan hij niet samengaan.
En hij haalt daarbij aan wat ds. Bakels heeft geschreven: „de orthodoxe kan noch mag verdraagzaam zijn. Zijn leer en zijn Christus verbieden het hem. Het is en blijft een strijd op leven en dood'".
Ds. Hoek schrijft: de orthodoxie is orthodoxie ook in het gedistingueerd gewaad van het ethicisme. Een parvenu blijft een parvenu, al woont z'n kleermaker te Parijs, En een orthodox blijft een orthodox ook al is hij door alle wijsheid van Kant, Schleiermacher en Kierkegaard heengegaan.
Vrijzinnigen, die vrijzinnig zijt, dit wetende en willende — vrijzinnigen, rasecht en kloek — vrijzinnigen: geen geflikflooi om de ethischen aan uw zij te krijgen.
Schei er maar mee uit!! Hun leer en hun Christus verbieden het hen met u saam te gaan, ook al dragen ze een buitenlandsche jas, naar den laatsten smaak gemaakt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's