De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEESTELIJKE OPBOUW

6 minuten leestijd

DE GEREFORMEERDE KERKORDE of HOE 't IN DE KERK DES HEEREN MOET TOEGAAN. (14)
In de gemeenten of plaatselijke Kerken moeten we het ambt hebben. „De Kerken door geheel Judea en Galilea en Samaria werden vermenigvuldigd" lezen we in Hand. 9 vers 31. De plaatselijke Kerken vermeerderen en komen tot openbaring. Vele Kerken komen er in Galatië (1 Cor. 16 vers 1).
In alle Kerken, plaats voor plaats, wil Christus dan dat er ouderlingen zijn, omdat er van Kerk tot Kerk een goede orde moet wezen. Matth. 18 vers 15—17 zegt zelfs al aanstonds, dat er disciplinaire orde en tucht moet zijn in elke Kerk, desnoods met afsnijding. Elke Kerk moet opgebouwd, vervolmaakt worden (oikodomein en epoikodomein staat er in 't Grieksch: opgebouwd, in de hoogte gebracht, vervolmaakt). De geloovigen zijn ieder „een tempel Gods" en de gemeente is „een tempel Gods". En elke plaatselijke Kerk moet orde hebben en toezicht, dat er geen verstoring en geen afbraak komt, inplaats van opbouw. De profeten moeten zich schikken naar de goede orde „want God is geen God van verwarring, maar van orde". Daarom moeten de profeten ordelijk handelen en de vrouwen moeten in de Kerk zwijgen. 1 Cor. 14 vers 29, 33, 34. (In de gemeenten, in de Kerk en, staat er, van plaats tot plaats, overal moet er orde zijn).
Nu hoort er bij elke plaatselijke Kerk het ambt van ouderling of opziener. Temeer, omdat „vele tegenstanders" (1 Cor. 16 vs. 9) niet zullen uitblijven en vele ergernissen, dwaalleeringen, scheuringen zullen komen. 1 Cor. 11 vers 19, 1 Cor. 16 vers 22, 2 Cor. 11 vers 13—15, enz. Daarom moet er opzicht, toezicht, tucht zijn. Afsnijding ook moet mogelijk wezen. Matth. 18 vers 17 spreekt reeds van een disciplinaire acte inzake tucht.
Het ambt van ouderling is dan ook uit God. 't Is maar niet een „maatregel van orde", maar het berust op goddelijk bevel. De Apostelen leeren zulks aan de Kerken; en overal worden dan ook, onder leiding der Apostelen, door de Kerken ouderlingen gekozen, mannen des Heiligen Geestes, om de kudde te leiden en te weiden.
Het Charisma, de werking des Geestes met de gaven des Geestes, wordt door den Heere Zelf dan geleid in den weg van het ambt. God is een God van orde en wil geen pneumatisch, spiritualistisch individualisme en anarchisme (1 Cor. 14 vers 29 enz.), maar Hij geeft de ordeningvan de ambten, gebonden aan het Woord van God.
Zoo krijgen we kerkelijk samenleven, met eeredienst. Wat nooit mogelijk is zonder de ambten. Dat kan niet met losse personen plaats hebben, maar alleen daar, waar men één huisgezin zich weet. En een gezin, een gemeenschap, kan niet zonder gezag en leiding en ordening zijn. Belijdenis, doop, avondmaal, prediking, gebed, éénheid in geloof en leven, enz. enz., roept om organisatie, om leiding, om orde en gezag En zoo zit aan het wezen van de Kerk onlosmakelijk vast, wat Paulus in den brief aan Efeze schrijft: tot opbouw van het lichaam van Christus en tot volmaking der heiligen is noodig, dat er de ambten zijn, welke Christus, het Hoofd der gemeente Zelf heeft gegeven. (Ef. 4 vers 11).
Het Apostolaat is het wortelambt, buitengewoon en voor éénmaal. Daardoor hebben we de ordeningen en het Woord. 1 Cor. 11 vers 34, 1 Cor. 14 vers 37, 2 Thess. 3 vers 6—10 enz. Dan is het fundament gelegd en anderen bouwen er op voort. De Kerk is niet ontstaan uit enthousiasme met pneumatisch, spiritualistisch individualisme als wezenskenmerk. 't Heeft er niets van. En gelijk er „kerkelijke" orde is in den aanvang, zoo méér nog in den voortgang; langs den weg van belijdenis, doop, breking des broods, gebed, prediking, toezicht, — des noods afsnijding. Matth. 18. In den weg der Apostelen ((Hand. 2 vers 42—47) gaat het verder. En nu is het dwaasheid om terug te willen grijpen naar het apostelambt; dat is voorbij en het Woord kwam en bleef; opdat we in den weg der Apostelen langs het Woord verder zouden gaan; waarbij Christus na de buitengewone ambten nu de blijvende ambten ons beschikte.
Geen spiritualistische ongebondenheid zonder ambten met z.g.n. „inwendig licht" of leven bij „bizondere openbaringen". Onze Gereformeerde Vaderen hebben daar niets van willen weten! Tegenover de Zwickauer profeten en tegenover de Wederdoopers hebben zij zich scherp en beslist verzet, zich stellend op Schriftuurlijken grondslag, eerende de ambten, door Christus ingesteld en aan Zijne gemeente gegeven, tot opbouwing van Zijn Kerk en tot volmaking der geloovigen.
Daar zit niets minderwaardigs, niets ongeestelijks in dit instituut van de tegenwoordige ambten van leeraar en ouderling. Laten de secten dat niet met een zeker minachtend gebaar betoogen! Integendeel, laat men liever bekennen dat de Heere, die aan Zijn geloovigen de zalving des Heiligen Geestes wil geven, dezelfde is, die aan Zijn Kerk de ambten schonk.
De Kerk is niet een „stichtelijk gezelschap" zonder organisatie, zonder wet en regel, zonder ambten. Dan spreekt men niet van „een huis, dat bekwamelijk saamgevoegd is", noch van „wijze bouwmeesters" enz. (1 Cor. 10 vers 3, enz.). Missie en organisatie gaat dan ook bij Paulus saam, zoowel in Galatië, Macedonië, Achaje, Azië, enz.
Zoo hebben we dan de ambten van diakenen en ouderlingen.
Het diakenambt weet het bezit der leden zóó te gebruiken, dat het niet wordt een soort communisme met opheffing van het privaat bezit, ook niet om iemand rijk te maken, maar eenvoudig om door de liefde van Christus gedrongen, ellende en armoede zooveel mogelijk te weren in het midden van 's Heeren Kerk. Elkanders leden te zijn, moet worden gevoeld, in voorspoed, ook in tegenspoed. De rijken zijn rentmeesters Gods, de armen deelend in de liefde om Christus' wil.
Maar méér nog moeten er dan ouderlingen als opzieners voor de geestelijke belangen der gemeente zijn, die in het ambt staan in elke plaatselijke gemeente, opdat schriftlezing, gebed, schriftuitlegging, belijdenis, doop, avondmaal — alles eerlijk en met orde zal geschieden. Dienaars Gods dan zijnde, dienaars van Christus en uitdeelers der verborgenheden Gods, die trouw de wacht hebben te houden over de kudde. Huisverzorgers Gods. „Weidt de kudde Gods, die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk; noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed". (1 Petr. 5 vers 2).
Dat heeft de gemeente te bedenken. In den 100sten Psalm lezen we: Weet, dat de Heere is God. Hij heeft ons gemaakt (en niet wij) zijn volk en de schapen zijner weide". (Psalm 95 vers 7).
De gemeente de kudde, met herders, verzorgers, opzieners der gemeente. Dat opzicht moet dan niet gaan „als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren" (1 Petr. 5 vers 3). Daarom geen pyramide van besturen met opklimmend gezag! Dat is geheel vreemd aan het Woord en geheel vreemd aan het wezen van de Kerk.
De waarde en de beteekenis van de plaatselijke Kerk en de waarde en de beteekenis van het ambt moet ons weer helder voor den geest gaan staan! Op die twee pilaren moet de Kerkelijke Organisatie rusten en een presbyteriale wijze van Kerkregeering is daarbij het eenigst passende, ook voor onze Nederlandsche Hervormde (Gereformeerde) Kerk, die van die Synodale Besturen-organisatie verlost moet worden, hoe eer hoe liever. 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's