STAAT EN MAATSCHAPPIJ
De kolonie Suriname.
In onzen materialistischen tijd, waarin er alleen maar oog is voor de stoffelijke dingen, het volk niet anders vraagt dan om brood en spelen, en de Landsregeering schuwt om zich met de groote geestelijke problemen bezig te houden, omdat de vrede tusschen de politieke partijen anders gevaar zou loopen, doet het weldadig aan, als men van het afscheidswoord kennis neemt, dat de afgetreden Gouverneur van Suriname tot de bevolking van deze kolonie richtte.
De proclamatie, welke mr. Baron van Heemstra uitvaardigde, luidde, na de mededeeling, dat hij gemachtigd werd op 31 Maart Suriname te verlaten:
»Het heengaan uit een land, dat hij heeft lief gekregen en het neerleggen van een ambt, hetwelk zijne groote bekoring ontleent aan het kunnen ijveren voor zoo velerlei belangen, valt hem uitermate zwaar. Voor de medewerking van alle Colleges en Ambtenaren, voor de hartelijke vriendschap van zoovelen, alsook voor den tegenstand, welke tot meerdere krachtsinspanning prikkelde, zal hij immer erkentelijk blijven. Nu d e t e e k e n e n d e r t ij d e n o n m i s k e n b a a r d u i d e n o p h e t d a g e n v a n e e n n i e u w e n m o r g e n, rijst in hem de bede, dat de eenheid tusschen allen, die aan den economischen wederopbouw arbeiden, steeds inniger en sterker worde. Meent hij, dat de weg naar betere, hygiënische voorzieningen zich eindelijk begint uit te stippelen, daarnevens zal hij eene kostbare herinnering bewaren aan het krachtig initiatief, waaruit een fonds ter bevordering van het bestrijden van de talrijke volksziekten werd geboren. Moge de kracht des Allerhoogsten allen, die arbeiden aan de uitbreiding van Zijn Koninkrijk, blijven overschaduwen en Gods genade rijkelijk rusten op dit dierbaar land en al zijne inwoners«.
Paramaribo, 30 Maart 1928.
VAN HEEMSTRA.
Vooral den zin, dien wij hierboven uit de proclamatie van den aftredenden A.R. Gouverneur lieten spatiëeren, benevens 't slot uit het afscheidswoord van mr. Van Heemstra aan de Kolonie, zullen een ieder, die de geestelijke belangen van een volk heeft leeren stellen boven de stoffelijke, en die bij ervaring weten, dat alleen de zegen des Heeren een land rijk en gelukkig kan maken, met genoegen hebben gelezen.
De Kolonie Suriname heeft jaren lang met groote economische en financieele moeilijkheden te kampen gehad, zoo zelfs, dat er bijwijlen stemmen opgingen om het grondgebied in de West maar van de hand te doen. Allerlei middelen zijn in den loop der tijden aangewend om een betere toekomst voor de Kolonie te verkrijgen. Doch alles was te vergeefs.
Dat thans mr. Van Heemstra, die de Kolonie Suriname zoo door en door kent, mag verklaren, dat de teekenen der tijden onmiskenbaar er op duiden dat een nieuwe morgen daagt, zal allen, die den gang van zaken in Suriname met belangstelling volgen, dankbaar hebben gestemd. Aan den wederopbouw van dat land zal de afgetreden Gouverneur ongetwijfeld het zijne hebben toegebracht. Doch aan het perspectief, welke de heer Van Heemstra voor Suriname opent, voegt hij ook de bede toe, dat allen, die arbeiden aan de uitbreiding van Gods Koninkrijk, de kracht des Allerhoogsten moge blijven overschaduwen en dat 's Heeren ganade rijkelijk moge rusten op de Kolonie en al zijn inwoners.
Dit slot van de proclamatie — wij zeiden het reeds — doet weldadig aan. Gelukkig, dat de man, die mr. v. Heemstra zal opvolgen, zijn voetspoor zal drukken. De broeder van mr. Rutgers, die tot het hooger ambt van Gouverneur van Suriname werd geroepen, en die huwde met de dochter van den oud-Gouverneur van Suriname, den heer Idenburg, heeft reeds in Indië getoond een goed magistraat te zijn. De Heere verhoore de bede, die mr. v. Heemstra opzond en zegene de regeering van mr. Rutgers, zijn opvolger, die vele lange jaren voor den geestelijken en stoffelijken bloei van de Kolonie Suriname moge werkzaam zijn.
Rectificatie Jaarverslag.
In het verslag van de laatst gehouden Jaarvergadering is een fout ingeslopen, die ik nu herstellen moet. Wat betreft het eerste voorstel van de afdeeling „Rotterdam": „De Gereformeerde Bond stelle een eigen examen in voor Godsdienstonderwijzers enz.", is niet besloten dat er een commissie zou benoemd worden om deze zaak in onderzoek te nemen, maar het grootste deel van de vergadering betuigde zijn instemming met het voorstel.
De Secretaris.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 april 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 april 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's